Socialisme en democratie in de 21ste eeuw

Mathias Lievens, Socialisme en Democratie in de 21ste eeuw, uitg. Socialisme 21 (www.socialisme21.be), 270 blz.

Toen ik studeerde werd ik onderricht in het marxisme in de cursus filosofie, in de cursus economie, in de cursus culturele stromingen en in de cursus sociologie. Dat was teveel van het goede, vooral omdat de verschillende professoren het geenszins met elkaar eens waren over de juiste interpretatie. Het is nooit meer goed gekomen.

Tien jaar later, toen ik politiek wat actiever werd, heb ik het nog eens geprobeerd, maar de pogingen van mijn vrienden om mij vooral de ‘juiste’ en ‘enig juiste’ lezing van Marx bij te brengen hebben mij definitief doen afhaken.

Dat is allemaal een paar generaties geleden. Ik heb me toen voorgenomen om enkel rekening te houden met de wereld die ik zag en ervaarde en wat daar m.i. kon en moest aan veranderen. Dat bleek een goede houding te zijn om actief te worden in het Wereld Sociaal Forum, maar het blijft een minder goede houding om het vertrouwen van linkse vrienden – kameraden? – te krijgen.

Na de val van de Berlijnse Muur dacht ik dat we aan iets nieuws konden beginnen en dat we een paar lastige erfenissen achter ons konden laten. De politieke openheid van de andersmondialiseringsbeweging en de eerste schuchtere pogingen in Latijns Amerika om een ‘socialisme van de 21ste eeuw’ uit te vinden, sterkten me in mijn overtuiging. Er was weer plaats voor optimisme!

Edoch, in 2008 sloeg de financieel-economische crisis toe. De marxisten herpakten zich. Hadden ze niet altijd gelijk gehad? Hadden ze het niet altijd gezegd? Deuren die op een kiertje waren gezet gingen weer onherroepelijk dic ht.

In 2010 werd in Gent een ‘Dag van het Socialisme’ georganiseerd. Wat was de bedoeling? Het socialisme opnieuw op de kaart zetten? Een toenaderingspoging tussen verschillende strekkingen van links en kleinlinks? Een poging om tot een nieuwe formulering van het socialisme te komen? Een aanzet om een nieuw politiek project uit te tekenen? Het is mij nog steeds niet duidelijk en ik hoop dat al deze verschillende mogelijkheden een stukje waarheid worden.

Op die Dag van het Socialisme pakte Mathias Lievens uit met zijn nieuwste boekje: ‘Socialisme en Democratie in de 21ste eeuw’. De verkoop op die dag was niet overweldigend, en misschien zegt dat iets over de openheid van de aanwezige mensen. Ze hebben ongelijk.

Mathias Lievens doet iets wat ik de afgelopen decennia niet vaak heb zien gebeuren, zeker niet in Vlaanderen. Hij stelt een aantal erg evidente vragen die alle marxisten aan het denken moeten zetten en geeft antwoorden vanuit het marxisme zelf én vanuit de huidige realiteit van de wereld. Dat levert verrassend nieuwe inzichten op, nieuwe antwoorden en bijna zelfs een nieuwe strategie.

Na een eerste lezing denk ik niet dat ik het met al zijn standpunten eens kan zijn, maar zijn stellingen zijn de moeite waard en verdienen een grondig debat.

Ik wil hier vooral niet ingaan op zijn vele verwijzingen naar Marx, Lenin, Trotski, Engels, Luxemburg, Kautsky en Gramsci. Het doet me te veel denken aan de exegeses van vroeger. Maar als politiek filosoof kent Lievens zijn auteurs en al zijn stellingen worden met verve beargumenteerd. Dat alleen verdient al een felicitatie.

Wel wil ik een paar van die evidente stellingen en vragen vermelden in de hoop er heel veel mensen mee te kunnen aansporen dit boek te lezen.

Eén: de voorspellingen die een bepaald soort marxisme maakte zijn niet uitgekomen. Er is geen absolute verarming van werkende mensen, er is geen finale crisis. De maatschappij is méér dan een tegenstelling tussen arbeid en kapitaal (p. 17).

Twee: socialisme moet niet gezien worden als een radicaal nieuw begin na een prehistorie van klassenmaatschappijen. Socialisme is de voortzettingen en de radicalisering van een breuk die voortdien plaats vond (p. 30).

Drie: door het kapitalisme als economisch systeem te bestuderen komt het marxisme tot een reductionnisme. Representatie, democratie, parlementarisme en mensenrechten worden dan ‘burgerlijke’ fenomenen (p. 43).

Vier: macht kan niet verdwijnen. Doen alsof er geen macht meer is, is de gevaarlijkste vorm van machtsuitoefening. Een strijd voor een wereld zonder strijd is een genadeloos gevecht tegen een tegenstander die weg moet, een onmens, een cirmineel … (p. 99) De delegitimering van de tegenstander is fundamenteel een vorm van depolitisering (p. 104).

Vijf: socialisme is de maatschappijvorm die de politieke conditie van het menselijk samenleven ernstig neemt. Socialisme belichaamt de hoop om de democratische aspiraties van de laatste tweehonderd jaar waar te maken. We moeten alle illusies laten varen over een harmonieuze maatschappij zonder staat. Socialisme is de transformatie en de uitbreiding van de politieke ruimte (p. 106).

Zes: het gaat erom kapitalisten hun rol als kapitalist weg te nemen, niet de mens achter die rol als zodanig te raken.

Zeven: Pluralisme is belangrijk omdat politiek niet gereduceerd kan worden tot klassenposities (p. 169).

Acht: het is een valkuil te denken dat de arbeidersklasse intrinsiek revolutionair is, net zo goed als te denken dat ze volledig is verburgerlijkt en is geïntegreerd in het systeem (p. 199).

Negen: deelstrijden kunnen niet ondergeschikt gemaakt worden aan de ‘universele’ arbeidersstrijd (p. 202).

Tien: in ieder moment schuilen emancipatorische mogelijkheden. We hoeven niet te wachten tot het grote moment, maar moeten hier en nu zoeken naar breuken en openingen voor het vormen van een autonome tegenmacht (p. 218).

En nog een toemaatje: een socialistische democratie kan onmogelijk ontstaan achter de tekentafel van de intellectueel. Er is geen social engineering mogelijk, socialisme kan enkel ontstaan in de reële strijd van mensen.

Het zijn slechts enkele voorbeelden. Interessant vind ik vooral dat Lievens de socialistische strijd laat beginnen met de Franse Revolutie en dus vastknoopt aan de Verlichting en de Moderniteit. Vandaar ook dat hij socialisme kan vereenzelvigen met een strijd voor meer democratie, en dus ook economische democratie, meer rechten, en dus ook sociaal-economische rechten, meer pluraliteit.

Socialisme is voor hem politieke én economische democratie, waardoor je automatisch uitkomt bij een ander economisch systeem – hij geeft drie mogelijkheden – maar waardoor de strijd evenmin daartoe kan worden beperkt.

Er zitten nogal wat schoonheidsfoutjes in het boek, zoals de herhaaldelijke verwijzing naar ‘integere’ socialisten, maar die doen geen afbreuk aan de interessante invalshoek van de auteur. Nogmaals, heel veel punten zijn vatbaar voor discussie, maar dit boek opent een nieuwe horizon. Het is geen deur die eventjes wordt opengezet voor een alternatief, om ze dan meteen opnieuw te sluiten en met een netjes afgebakend project verder te werken. De aanpak van Lievens biedt een echte openheid, met kansen voor samlenkevingen om vorm te gev en aan de wereld die ze willen. Op deze manier kan van socialisme inderdaad opnieuw een aantrekkelijk en haalbaar alternatief worden gemaakt. En dat is iets waar de linkerzijde een dringende behoefte aan heeft.

(Uitpers nr. 120, 11de jg., mei 2010)

Als je het boek per post wil ontvangen, stuur dan een mailtje naar info@socialisme21.be met je adres en stort 12,5 euro op de rekening van Socialisme 21, nummer 523-0803570-97 met vermelding ‘boek socialisme.

Print Friendly, PDF & Email
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers