Socialisme als synoniem voor een nuchtere en gezonde maatschappijvisie

Peter Mertens, Op Mensenmaat. Stof voor een socialisme zonder blauwe plekken, Uitgeverij EPO, 272 p., 15 Euro.

Socialisme is eigenlijk gewoon de praktische omzetting van logische antwoorden op maatschappelijke problemen. Zo zou ik de rode draad formuleren van het boek van Peter Mertens’ boek, ‘Op mensenmaat. Stof voor een socialisme zonder blauwe plekken’. Mertens is sinds maart 2008 de voorzitter van de vernieuwde PVDA (Partij van de Arbeid).

Zijn boek komt er enkele weken na een ander bij EPO verschenen boek met gelijke toon en ideeën, dat van SP.a Rood boegbeeld Erik De Bruyn, ‘Rooddruk voor een nieuw socialisme’. In De Standaard van 1 maart 2009 geven beiden trouwens toe dat er een vergrootglas nodig is om de ideologische verschillen in hun boodschap te ontdekken. Het is vooral de strategie die hen vooralsnog uit elkaar houdt: Erik De Bruyn wil de SP.a een linkse koers laten varen. Peter Mertens hoopt over enkele jaren zijn partij zelfstandig in het parlement te zien verschijnen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen al te hoge pet op heb van boeken waar politieke protagonisten in de aanloop naar verkiezingen de behoefte voelen om ‘hun’ boek te schrijven. Doorgaans geraakt men niet voorbij de kwaliteit van een ordinair kiespamflet. Dat is ook de reden waarom de meeste exemplaren in het genre kort na verschijnen zelfs in de ramsj geen afnemers meer vinden.

Peter Mertens heeft me evenwel aangenaam verrast. Hij spreekt duidelijk een andere taal en geeft inderdaad, zoals op de achterflap staat’ een stem aan ‘de buik van de samenleving’. Zijn boek komt ook op een cruciaal moment. De financiële crisis die al een half jaar door onze contreien raast, heeft plots tal van heilige neoliberale huisjes tegen de grond gekwakt. Recepten uit de marxistische oude doos zijn plots weer in. De overheid heeft een rol te spelen in de economie, zo lijken zelfs verstokte neoliberalen als Paul De Grauwe vandaag te suggereren. “Gisteren hebben de marktfundamentalisten bezworen dat de staten niet mochten tussenkomen. Zo werd de deregulering en privatisering van openbare banken geforceerd en aan de man gebracht als was het een natuurwet. Wie daartegenin kwam werd voor ketter uitgescholden. Vandaag roepen die oude marktfundamentalisten met afgestreken gezicht de hulp in van de overheid als was dat evenzeer een natuurwet”. (p. 63)

In een eerste deel herinnert Mertens ons aan de beloften die de promotoren van het neoliberalisme destijds kwistig rondstrooiden. Zo zouden we allemaal welvaren bij de privatisering van openbare diensten: een betere en goedkopere dienstverleningen, met kortere wachttijden. Maar de privatisering van de post lijkt op het omgekeerde uit te draaien: minder aanbod, minder dienstverlening tegen duurdere prijzen. Electrabel heeft op zijn beurt de prijzen sterk laten stijgen en soigneert zichzelf met woekerwinsten. Wat moet je anders ook verwachten? Hoe kunnen privé-aandeelhouders meer geïnteresseerd zijn in betere dienstverlening dan in de koers van hun aandelen? Het is die logica die Mertens in zijn boek voortdurend probeert duidelijk te maken. Dat wilde privatiseringen desastreus kunnen aflopen werd onder meer in Argentinië aangetoond waar de Wereldbank de regering in 1994 verplichtte om te starten met private pensioenfondsen. Maar het gestorte geld kon de lokroep voor het vlugge geld van speculatie op de beurs niet weerstaan. Het liep mis en de zaak stortte in. Eenderde van de gepensioneerden kreeg geen uitkering meer. De overheid moest tussenbeide komen. President Cristina Kirchner gooide het roer drastisch om door de pensioenen terug te nationaliseren. De ‘invisible hand’ van de markt is immers ‘man made’ dus, waarom zou dan de mensenhand niet kunnen optreden om gepensioneerden en werknemers te beschermen. Een van de grote problemen waar Mertens op wijst is de intense verstrengeling tussen de politieke top en de top van het bedrijfsleven, waarbinnen de actoren geregeld onderling van plaats verwisselen. Zoals in de VS waar een voormalig bankier minister van Financiën wordt.

Mertens boek is helder en simpel in het formuleren en analyseren, zoals de titel aangeeft, ‘op mensenmaat’. Hij doet ook weinig anders dan logisch boerenverstand hanteren. Daarmee toont hij dat het socialisme synoniem kan staan voor een nuchtere en gezonde maatschappijvisie die het merendeel van de bevolking ten goede kan komen. Dat is wat het boek ook zo sterk maakt. Hij illustreert dat met voorbeelden. Zoals een bedrijf (Philips) dat 6000 mensen de laan uitstuurt, maar de afgelopen vijf jaar 16 miljard Euro nettowinst maakte en in 2009 dividenden uitkeerde die zouden volstaan om deze mensen nog twee jaar aan de slag te houden. Als beleidsmaker kan je een simpele remedie toepassen: laat de uitkering van dividenden opschorten en steek het geld in een fonds om de werkloosheidsuitkering bij te passen of door werkgelegenheid te scheppen. Of nog: collectief ontslag kan alleen maar als het bedrijf ook echt verlies maakt. Nu gebeurt dat al als een bedrijf zijn winstverwachtingen ziet dalen.

De privatisering van de ASLK, een goed draaiende openbare en gezonde spaarbank, tot Fortis noemt hij terecht ‘de oplichting van de eeuw’. Fortis probeerde via risicovolle beleggingen met spaargeld op korte termijn de aankoopsom van 25 miljard vlug terug te verdienen. Tot het mis ging, de bank was ook al besmet met rommelkredieten. Het aandeel zakt in elkaar en de overheid moet met miljarden belastingsgeld tussenbeide komen om de bank van het failliet te redden. Wat is er dan logischer om een bank gewoon in publieke handen te houden en het geld zo op een correcte manier proberen te beleggen.

Mertens haalt het voorbeeld van de kiwibank in Nieuw Zeeland aan waar men evenzeer het roer na jaren neoliberalisme heeft omgegooid. Resultaat: geen rommelkredieten, betrouwbare hypothecaire leningen (zoals destijds ook de ASLK), goedkopere dienstverlening en de opbrengsten gaan niet naar dividenden aan aandeelhouders of royale bonussen voor topmedewerkers maar kunnen naar sociale woningbouw of in de duurzame economie. Ook in de gezondheidszorg haalt hij de mosterd via dokter Dirk Van Duppen bij het Nieuw-Zeelandse kiwimodel dat het principe van terugbetaalbaarheid van goedkoopste geneesmiddel invoert. Dat levert een besparing op van 1,5 miljard euro. Dat zou een verstandig beleid zijn dus. Nu blijkt dat onze bijdragen aan de sociale zekerheid wegvloeien naar een handvol grote farmaceutische bedrijven die veel te hoge prijzen vragen.

Mertens geeft ook een sneer naar het communautaire debat dat ons land maandenlang in de greep heeft gehouden. Moord en brand wordt er geschreeuwd over de transfers van Vlaanderen naar Wallonië, maar het is muisstil als het gaat over de transfers van arm naar rijk via technieken als de belastingsvrijstelling op grote fortuinen of de fameuze ‘notionele intrest’ die de schatkist jaarlijks 2,3 miljard euro kost. Kan een gezonde maatschappij het zich permitteren dat het gemiddelde loon van een manager van een bedrijf uit de Bel20 in 2007 gemiddeld 2,3 miljoen euro bedraagt Diezelfde managers hebben het voortdurend over ‘te hoge loonkosten’.

Ook het derde deel is beslist de moeite waard. Op een eenvoudige manier wordt de systeemcrisis uit de doeken gedaan. De productiedwang met minder koopkracht heeft mee bijgedragen aan het ontstaan van een zeepbeleconomie die uiteindelijke in een zware financiële crisis moest uitbarsten. En opvallend, de voorman van de PVDA heeft ook aandacht voor de ecologische crisis, mager nog, maar toch een eerste beduidende stap. Zijn conclusie: de sociale en ecologische puinhoop heeft van de onzichtbare hand een uitzichtloze hand gemaakt. Mertens: “Het is ongelooflijk, het gaat voorbij aan elke rationaliteit, maar er zijn er die denken dat het probleem zich vanzelf wel zal oplossen. Die beweren dat de onzichtbare hand van de markt alles als vanzelf zal regelen. Die niet zien dat deze onzichtbare hand alleen maar een verbloeming is voor de jungle van de wilde concurrentie, die ons juist aan de rand van deze afgrond heeft gebracht.’ (p. 182)

Ik heb het boek in een paar uur uitgelezen. De heldere, simpele maar allesbehalve oppervlakkige beschouwingen maken dat het boek leest als een trein. Mertens heeft duidelijk het juk van de oude dogmatische betweterigheid, waar zijn partij behoorlijk last van had, ver van zich afgeworpen. Hij toont dat politiek geen complexe materie hoeft te zijn, dat het over reële dingen gaat, die met eenvoudige maatregelen kunnen aangepakt worden. En toch is hij de antipode van de ‘populist’. Wat hij doet is de ideologie terug een plaats geven in de politiek, geen dogma’s maar een verfrissende rationele hantering van marxistische principes. Zijn boek verdient het om gelezen te worden, en zijn discours verdient een plaats in het politieke debat. Een overtuigend boek.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=875756&refsource=uitpers

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).