Sociaaldemocraten in impasse van de "derde weg"

Ségolène Royal had het in haar campagne voor de presidentsverkiezingen onomwonden gezegd: ik hou niet van die etiketten. Ze had het over de “traditionele clichés” van links en rechts, over “oude formules en het idee dat alles wat links doet, goed is, wat rechts doet, slecht is”. Niet te verwonderen dat 1) socialistische kopstukken posten in een rechts kabinet aanvaarden en 2) die PS het zo moeilijk heeft om oppositie te voeren. Dit is het zoveelste actuele symptoom over de identiteitscrisis van de sociaaldemocratie.

Men zou het de impasse van de “derde weg” kunnen noemen. Op het einde van vorige eeuw werden onder meer onder impuls van de Democratische Partij van de VS en van Tony Blairs New Labour enkele initiatieven genomen rond de fameuze “Derde Weg”. Dat vond nogal wat weerklank en aanhang, o.m. in Duitsland en bij de ex-communisten in Italië. Die “derde weg” van Clinton en Blair beoogde ook al de tegenstelling links-rechts te overstijgen.

Die “derde weg” vond zijn duidelijkste expressie in het Britse New Labour dat onder Tony Blair in meerdere opzichten het beleid van de Conservatieve voorgangers verder zette, bij zover dat de Liberale Democraten de linkervleugel van de parlementaire waaier werden en oppositie voerden tegen de slaafse pro-Amerikaanse houding.

Inhoud?

De Franse PS heeft dat discours, ook onder impuls van Royal, met enige vertraging overgenomen. Een van de concrete gevolgen is het feit dat de PS er niet in slaagt inhoudelijke oppositie te voeren, de kritieken op het regeringsbeleid beperken zich tot vormelijkheden. De privatisering van GDF wordt bekeken als een probleem van openheid, de aangekondigde aanvallen op het arbeidscontract worden abstract genoemd, Royal verwijt de regering zowaar immobilisme. De PS was in haar vaagheden zover naar rechts opgeschoven, dat het voor veel kopstukken niet zo moeilijk viel in eer en geweten in te gaan op de aanbiedingen van Sarkozy om in zijn dienst te werken.

De inhoudsloosheid van die weg naar de derde weg vinden we ook terug in het verscheurende “debat” binnen die PS. Zopas verscheen een boek van oud-premier Lionel Jospin onder de veelzeggende titel ‘L’impasse’ waarin hij afrekent met zijn rivalen binnen de PS. Royal vindt geen genade, zij is verantwoordelijk voor haar eigen nederlaag. Maar Jospins smadelijke nederlaag in 2002, hij haalde niet eens de tweede ronde, is natuurlijk de schuld van de anderen. Dit is het niveau van het “debat”. Een strijd tussen rivalen. In de PS spreekt men van jospinistes, royalistes, delanoëistes (Delanoë, burgemeester van Parijs en kandidaat voor het leiderschap), strausskahnistes, fabusiens etc., naar de naam van de clanchef, niet naar politieke tendens.

Pasok, SPD, PD…

De zusterpartijen van de PS kampen met gelijkaardige problemen. Elke week brengt nieuwe elementen aan die wijzen op een diepgaande crisis.

In Griekenland hoopte de Pasok bij de recente parlementsverkiezingen flink winst te kunnen boeken ten nadele van de regerende conservatieve Nieuwe Democratie die ze verantwoordelijk stelde voor de manke aanpak van de bosbranden. De conservatieven verloren, maar de Pasok verloor nog meer. De twee partijen links van de Pasok haalden meer dan 13%, een winst van meer dan 5%. Veel kiezers zijn niet vergeten dat de vorige Pasok-regering ook een neoliberaal beleid voerde en zich op dat vlak weinig onderscheidt van rechts.

De Duitse SPD vraagt zich intussen af hoe ze uit de impasse kan raken. De regering van Schröder had zich al laten opmerken met een sociale afbraakpolitiek die haar twee jaar geleden een nederlaag opleverde. Sindsdien zet ze het neoliberaal beleid voort in een coalitie met de christendemocraten. Volgens peilingen zou de SPD nu op nauwelijks een kwart van de kiezers kunnen rekenen, onder meer omdat veel kiezers zich aangetrokken voelen tot de nieuwe linkse partij die onlangs voor de eerste keer (Bremen) ook in het westen van Duitsland doorbrak.

De SPD is wanhopig op zoek naar een nieuwe leider en vooral een programma waarmee ze uit het dal hoopt te geraken. Ze probeert het nu met een iets linkser profiel, maar dat is een zeer moeilijke operatie, want intussen voert ze verder het regeringsbeleid mee uit, zodat een linkse zwaai de kloof tussen programma en praktijk nog groter – en de SPD dus ongeloofwaardiger – maakt. Volgens onderzoek zien veel kiezers de SPD als een centrumpartij die zich weinig onderscheidt van andere centrumpartijen.

De recente sociaaldemocraten van de Italiaanse DS, de ex-communisten, zijn nog meer vertwijfeld op zoek naar een bevestiging van een eigen identiteit. Zij gaan deze maand samensmelten met “Liberale Democratie – Margherita”, een allegaartje van onder andere christendemocraten. De nieuwe Democratische Partij (PD) is een noodzaak om de Italiaanse politiek te vereenvoudigen, aldus Piero Fassino, leider van DS. Alle kieshervormingen met het oog op vereenvoudiging ten spijt, heeft Italië nog altijd tientallen partijen. Dat dit een uiting zou kunnen zijn van ene rijk politiek leven waarin nog debat is, ontgaat de simplificateurs.

Vereenvoudiging als politiek doel, bij gebrek aan andere inhoud. “Het oude schema rechts, centrum, links …werkt niet meer…Links moet in staat zijn het centrum aan te spreken en het te vertegenwoordigen… Dat is wat Tony Blair en Gerhard Schröder hebben gedaan”. Fassino verwijst ook af en toe naar andere politici die een grote partij nodig hadden voor hun project. Onder hen Konrad Adenauer en Charles de Gaulle, beslist geen linkse voormannen.

Gelijkaardige ervaringen, gelijkaardige problemen. De Marokkaanse USFP heeft bij de verkiezingen van september ook rake klappen gekregen, een verglies van 15%. Deze partij heeft zich als partij van het regime laten inkapselen, ze onderscheidt zich nauwelijks of niet van de rechtse regimepartijen en laat de rol van oppositie aan de islamisten over.

Impasse

Steeds meer sociaaldemocratische partijen zitten dus duidelijk in een impasse. De sp.a en de Belgische PS zijn dus niet alleen om een uitweg uit deze impasse te zoeken. Maar ze zitten allemaal met hetzelfde wezenlijk probleem: als ze niet breken met de neoliberale logica (waarin ze o.m. op het vlak van privatiseringen uitblinken), kunnen ze zich erg moeilijk onderscheiden van al die andere partijen die zich in het zogenaamde centrum plaatsen. Handige rechtse politici spelen daar op in door zich in hun discours soms links van de sociaaldemocratie te plaatsen, zoals Sarkozy met zijn toespraak tot de Verenigde Naties waarin hij het financieel kapitalisme aanklaagde.

Dit maakt het voor sociaaldemocraten erg moeilijk hun eigen posities te analyseren, zoals blijkt uit de studie van Patrick Janssens over de nederlaag van de sp.a bij de verkiezingen van 10 juni. Dit rapport doet veel vaststellingen, zoals het feit dat er op lange termijn een electorale neergang is end at er in de campagnes van de partij te weinig emotie zit. Maar rond wat zou men als regeringspartij emoties kunnen opwekken. Verontwaardiging over onrechtvaardige fiscaliteit en belastingparadijzen, over de klassejustitie, over dure elektriciteit en superwinsten van banken en verzekeringen … men zit toch in een politieke logica die dat allemaal mogelijk maakt?

(Uitpers, nr 90, 9de jg., oktober 2007)

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :