Sociaal-democratie : "We zijn machteloos"

"We staan daar machteloos tegenover", verklaarde Steve Stevaert, de voorzitter van de Sp.a in verband met de 3.000 ontslagen bij Ford in Genk. Wat een bekentenis, want daarmee vat Stevaert in feite de balans van een eeuw sociaal-democratie samen: we zijn machteloos tegenover het grootkapitaal. Een kleine patronale groep kan meer dan ooit beslissen over investeringen, afdankingen en sluitingen. Ook bij ons, zes jaar na de sluiting van Renault in Vilvoorde.

De politieke wereld is nogmaals kwaad, zelfs woedend en verontwaardigd, tot en met premier Verhofstadt. Maar dat waren ze ook na Renault. Wat is daar het resultaat van geweest? Onder druk van de straat en de openbare opinie kwam er de zogenaamde wet Renault. En wat blijkt bij elke sluiting, zoals vorig jaar bij FCI-Mechelen? Dat dit een maat voor niets is, de wet is enkel bedoeld om de schok te amortiseren.

Veel arbeiders van Ford reageren gelaten. Stevaert duwt in die richting, want we moeten denken aan de 6.000 die (voorlopig?) kunnen blijven, benadrukt hij. Stevaert vindt zelfs dat men de expansiesteun aan Ford nog moet opdrijven. Spreken wij dezelfde taal? Om welke expansie gaat het hier dan wel? Is de VLD de Sp.a nu zowaar links aan het voorbijsteken?

Renault

Laten we het drama van Renault en de nasleep ervan toch even in herinnering brengen. In het voorjaar van 1997 juichten tienduizenden betogers in Brussel de toenmalige Franse socialistische leider Lionel Jospin toe. Hij nam er met een grote Franse delegatie deel aan een Mars voor werk die in de eerste plaats een protest was tegen de sluiting kort daarvoor van de Renault-vesting in Vilvoorde. Iedereen was erg verontwaardigd, ook Jospin.

Hij stond toen aan het begin van een moeilijke verkiezingscampagne. Maar, zo beloofde hij, indien zijn PS de vervroegde verkiezingen zou winnen, zou hij daar iets aan doen. De kans dat hij zou winnen was niet groot, maar toch was er hoop.

De man achter de sluiting was evenwel een partijgenoot: Schweitzer, voormalig topmedewerker van een andere socialistische voorman toen die premier was, Laurent Fabius. Jospin won verrassend toch de verkiezingen, werd premier van een kabinet van ‘la gauche plurielle’ (meervoudig links) en deed dan voor de vorm een "studie" maken waarvan het resultaat bij voorbaat gekend was: Vilvoorde moest dan toch dicht.

Ook bij de machtige EU-commissie met haar talrijke commissarissen uit socialistische partijen werd indertijd verontwaardigd gereageerd. Vooral commissaris Karel Van Miert, gewezen voorzitter van de SP, vond de beslissing van de Renault-directie onaanvaardbaar. Maar hij vocht ze niet aan, hij zei machteloos te staan. Toch had hij reeds herhaaldelijk en uitdrukkelijk gezegd dat hij zich in de EU-commissie perfect op zijn plaats voelde.

Onmacht

De ene wou of kon niet, de andere kon of wou niet. Maar het resultaat bleef hetzelfde: Renault-Vilvoorde illustreerde zes jaar geleden overduidelijk de onmacht van de sociaal-democratie. Want op dat ogenblik domineerde ze zowel de gemeenschapsinstellingen (Commissie, Parlement) als de nationale regeringen. In Frankrijk was zij de ruggengraat van de regering, in België een pijler ervan. Toch kon ze niets veranderen aan de besluiten van een bedrijfsdirectie, waarin de overheid bovendien een zeg had.

Jospin werd later als premier met iets gelijkaardig geconfronteerd. De grote Franse multinational Michelin kondigde in die maand de afdanking aan van 7.500 werknemers in zijn Europese, ook Franse, vestingen. Om verliezen te beperken? Helemaal niet, want Michelin had vlak daarvóór bekendgemaakt dat de winst met bijna 20 procent was gestegen. Op de mededeling van de ontslagen volgde een euforische reactie van de aandeelhouders: de koers van Michelin steeg onmiddellijk met meer dan 12 procent. De ontslagen gebeurden dus om de aandeelhouders nog gunstiger te stemmen.

Jospin en zijn partij reageerden verontwaardigd. De premier noemde het schandelijk, maar zei tegelijk dat hij niet van plan was iets te ondernemen of om terug te keren naar een wettelijke bepaling die dergelijke ontslagen moeilijker zou maken. Hij zei dat de openbare opinie maar druk moest uitoefenen. Het was een grandioze demonstratie van machteloosheid.

De vraag drong zich op: waar lag dan wel de macht van de sociaal-democratie na een eeuw van "sociaal-democratisch reformisme" met als uitgangspunt dat geleidelijk aan, via de parlementaire weg, een maatschappij kon worden opgebouwd waarin de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal voorgoed in het voordeel van de arbeid zou worden beslecht. Daarin was een belangrijke rol toebedacht aan de Staat. De nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie zou de socialistische samenleving een stapje dichter brengen. Een eeuw later zijn talrijke sociaal-democratische leiders in Europa, ook bij ons, de grote architecten van privatiseringen.

Kort vóór het drama van Renault-Vilvoorde had de voorzitter van de Socialistische Internationale, de Franse ex-premier Pierre Mauroy, zelf op zijn manier een balans opgemaakt. Op een congres van die Internationale in New York maakte hij een indringende schets van het wereldwijde onrecht. Hij wees erop dat het fortuin van de 358 rijkste personen van de wereld groter is dan het jaarlijks inkomen van 45 procent van de wereldbevolking, zijnde 2,6 miljard mensen. Hij klaagde ook het feit aan dat de beurs in Wall Street zakt telkens de werkloosheidscijfers dalen, want dat is slecht nieuws voor beleggers.

.

Hij maakte er een triomfantelijke balans op van de macht die de partijen van de Socialistische Internationale op wereldvlak in handen hadden gekregen. Er waren 150 delegaties op die conferentie, ze werd bijgewoond door 20 premiers en ex-premiers. De socialistische partijen regeerden toen mee in 11 van de 15 lidstaten van de Europese Unie (EU) en in talrijke staten van Azië en Afrika. Kortom, zei Mauroy, de Socialistische Internationale is de eerste politieke kracht van de wereld. "Tegenover een arrogant kapitalisme, hebben de socialisten duidelijk gemaakt dat ze het offensief willen hervatten", zei Mauroy na die 20ste conferentie van de Socialistische Internationale in New York. Maar, zoals nu weer in Genk blijkt, is van dat offensief niet veel in huis gekomen.

Freddy De Pauw

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

Deel dit artikel

Visited 115 Times, 1 Visit today

Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.