Ségolène Royal. Een stapje naar links, eentje naar rechts en evenwicht houden

De leden van de Franse PS moeten nog hun zeg krijgen, maar als het aan de opiniepeilers ligt, moeten de Franse socialisten Ségolène Royal aanwijzen als kandidaat voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Alleen zij zou, aldus de peilers, de kandidaat van rechts, wellicht Nicolas Sarkozy, kunnen verslaan. Royal wil aan alle kanten kiezers werven en ze doet dat door naar links en naar rechts te lonken. Het probleem is wel dat Sarkozy meer en meer net hetzelfde doet, hij tracht zowel centrumlinks als uiterst-rechts te verleiden. Wordt het volgend jaar een nieuw duel ‘blanc bonnet et bonnet blanc’?

Royal kwam eind vorig jaar “uit het niets” ineens op de voorgrond. Kort daarop liet zij tijdens een reis in Chili, waar ze de installatie van de Chileense presidente Bachelet bijwoonde, al meer in haar kaarten kijken. Ja, waarom ook in Frankrijk geen vrouwelijk staatshoofd?

Het kwam goed over bij een flink deel van de socialistische leden en kiezers. De PS zat al een jaar in een ernstige crisis. De meerderheid van de partij had eind 2004 beslist in het referendum over de zogenaamde Europese grondwet ja te stemmen, maar ex-premier Laurent Fabius riep op nee te stemmen en werd daarin gevolgd door de meerderheid van de PS-kiezers.

Daarop brak binnen de PS de zoveelste strijd tussen baronnen en hun clans uit. Partijvoorzitter François Hollande (levenspartner van Ségolène Royal), Jack Lang, Dominique Strauss-Kahn en Fabius maakten zich klaar voor de strijd om presidentskandidaat te worden. Oud-premier Lionel Jospin keek een tijdje de kat uit de boom, maar tijdens de vakantie wierp hij zich ook in de strijd, een beetje als de anti-Royal.

Royal doorkruiste ineens die traditionele campagne. Zij kwam als een frisse politica, voorzitster van de gewestraad Poitou-Charente, roet in hun eten gooien. Voor veel militanten kwam dat als een verademing. Gedaan met het onwerkelijke geredetwist van de olifanten, hier was iemand die zich buiten alle clans om aandiende als een politica begaan met de concrete problemen van de mensen, zonder dogma’s. Althans, dat was het beeld dat werd gecreëerd. Ineens dook haar naam op in de peilingen, en ziet, ze scoorde direct zeer hoog.

Spontaan?

Ging dit hier om een spontaan vernieuwingsproces? Niet alleen het feit dat zij de levenspartner is van partijleider Hollande, met wie ze thuis toch ook wel eens over politiek zal praten, doet daar aan twijfelen. Het is waar dat zij startte zonder een grote ploeg medewerkers, maar zij kon wel onmiddellijk rekenen op enkele relais (netwerken, zou Patrick Janssens zeggen) in de media, in de instituten voor opiniepeilingen en bij firma’s voor marketing en public relations. En die relais trokken nieuwe netwerken aan, wat er dan weer voor zorgde dat lokale PS-kopstukken de stap gingen zetten naar een politica die volgens de peilers zoveel kans maakte. Die mensen kiezen graag voor een winnaar.

Intussen had Royal tot woede van haar rivalen binnen de PS bevestigd dat ze kandidate voor de nominatie was. Die verdenken Hollande ervan dat hij onderduims de kandidatuur van zijn partner bevoordeligt, met in het achterhoofd de bedenking dat als haar elan niet aanhoudt, hij altijd zelf in haar plaats kan komen.

Via de mediarelais heeft Royal ook haar weblog “Désirs d’avenir.org” kunnen lanceren. Daarmee heeft ze zich onmiddellijk ook het imago kunnen aanmeten een politicus van deze tijd te zijn, iemand die via Internet communiceert en via forums openstaat voor ‘de expertise van de burger’.

In de campagneploeg vinden we onder andere Julien Dray, de woordvoerder van de partij die zijn eigen clan meebracht. Dray behoorde tot een jaar geleden tot de linkervleugel, maar liep over naar het kamp van zijn vrienden Hollande-Royal. Ze heeft nog andere ex-linksen in haar kamp. Haar toespraken worden geschreven door Sophie Bouchet-Petersen die net als Dray ooit tot de trotskistische LCR behoorde. Maar de grote communicatiespecialiste is Nathalie Rastoin, hoofd van Ogilvy&Mather in Frankrijk, gespecialiseerd in marktonderzoek voor merken en erg vertrouwd met het New Labour van Tony Blair die in Royal een bewonderaarster heeft.

Links en rechts

Royal bewerkt de kiezersmarkt zoals men dat doet voor een gewone verbruikersmarkt met zijn segmenten. Veel kiezers zijn na de onlusten van vorig jaar in de voorsteden bekommerd om veiligheid, Royal vindt dat desnoods militairen moeten ingezet worden om de orde te handhaven, dat de gezinstoeslagen moeten ingetrokken worden en dat het misschien niet zo slecht zou zijn de legerdienst weer in te voeren om jongeren wat discipline bij te brengen. Het doet denken aan de toogpraatjes waarmee Charlie Hebdo zo lang in de persoon van de uiterst-rechtse “beauf” de draak mee stak.

Maar op dat terrein heeft Royal het lastig. De meeste militanten vinden dat ze daarmee de socialistische beginselen geweld aandoet en de kiezers in het algemeen vinden toch dat Sarkozy op het vlak van ordehandhaving beter geplaatst is. Maar Sarkozy houdt er ook aan “menselijk” over te komen en toont zich “mild” voor kinderen zonder papieren die met uitwijzing waren bedreigd. Royal doet een grote stap naar rechts, Sarkozy een ministapje naar het centrum, maar genoeg om in veel media het imago te krijgen van een weliswaar harde, maar met een hart.

Royal heeft de militanten en vooral de rivalen in de partij ook flink voor het hoofd gestoten met een aanval op de 35-uren werkweek die Martine Aubry invoerde. Met de toepassing ervan moeten de arbeiders van Michelin nu ook op zaterdag werken, terwijl de kaderleden extra vakantiedagen kregen, aldus Royal. Ze speelt daarmee wel in op het ongenoegen bij veel arbeiders en bedienden over het feit dat de 35 uren werkweek meestal ook veel meer flexibiliteit, onder meer weekendwerk, meebracht. Maar dat ligt aan bedrijfsakkoorden die werden gesloten en waarin inderdaad vaak grote toegevingen aan het patronaat werden gedaan, wat geen reden is om het beginsel van de arbeidsduurverkorting op de helling te zetten, wel de wijze waarop ze in veel gevallen werd toegepast. Maar met haar kritiek hoopt ze zowel ontevreden werknemers aan haar kant te krijgen als bijval bij rechts dat de arbeidsduurverkorting nog altijd niet verteerde.

In verband met Europa wil ze voor- en tegenstanders van de “grondwet” verzoenen, terwijl ze vorig jaar zelf actief campagne voerde voor de goedkeuring. Europa moet wat socialer zijn en dan komt dat wel in orde. De liberale mondialisering stelt ze niet in vraag, maar wel moet de staat in die mondialisering zijn verantwoordelijkheid kunnen opnemen – iets wat Sarkozy de voorbije weken ook zegt om zo zijn ultraliberaal imago wat te temperen.

Royals tactiek heeft al veel vruchten opgeleverd. Ze verwierf de steun van Arnaud Montebourg, de leider van de ter ziele gegane linkse groep ‘NPS’( Nouveau Parti Socialiste). In afwachting een volgende keer zelf kandidaat te kunnen zijn, ondersteunt hij Royal en verleent haar zo bij een deel van de achterban een linkser imago.

Angelsaksisch

Blair? Het is toch niet omdat het van Blair komt, dat het niet goed is, vindt Royal. Vooral die uitspraak levert haar veel kritiek op van links binnen de PS. Maar doet Royal iets anders dan de “theorie” in overeenstemming te brengen met de praktijk van de PS als regeringspartij? Een verschil met Blair is dat de PS niet zoals Labour alleen kan regeren maar ook links van haar wat steun moet zoeken.

Maar noch Royal noch haar rivalen stellen ook maar ergens het economisch liberalisme en de liberale mondialisering fundamenteel in vraag. Vandaar ook het debat binnen links (links van de PS) in hoeverre een mogelijke kandidaat links van de PS zich moet engageren om niet te gaan regeren met een PS waarin de ‘sociaal-liberalen’ het zeer duidelijk voor het zeggen hebben.

Politicoloog Zaki Laïdi (Centre d’études et de recherches internationales) bestempelde het “ségolisme” als de invoering van de Angelsaksische “life politics”, wat er onder meer op neerkomt dat men geliefkoosde thema’s van rechts overneemt om er wel een ander politiek gebruik van te maken. Het probleem is dan wel dat dit laatste facet moeilijk kan in een context van economisch liberalisme en liberale mondialisering.

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :