Schaken in Noord-Irak

Brits-Amerikaanse troepen hebben het regime van Saddam Hoessein uit het zadel gelicht en dat is altijd het belangrijkste objectief geweest voor de Koerden in Noord-Irak. Maar nu komt de paradox. Zolang de Baath-dictatuur in Irak aan de macht was, konden de Koerden genieten van de Brits-Amerikaanse bescherming in een No-fly-zone met bovendien een mooi percentage van de olie-inkomsten onder het olie-voor-voedsel programma. Nu dat regime is gevallen dreigt ook de autonomie uitgehold te worden en rijst de vraag in hoeverre de Koerden rekening zullen moeten houden met VS, Turkije en Iran. Alledrie hebben ze zo hun redenen om een autonoom Koerdistan stokken in de wielen te steken.

In hun ‘Koerdische Autonome Zone’ waren de Koerden zelf baas en konden ze gedurende twaalf jaar een relatief welvarende en politiek onafhankelijke koers varen. Nu het regime in Bagdad gevallen is, komt er aan deze defacto onafhankelijkheid een einde. De Koerden zijn nu verplicht om zich met Bagdad bezig te houden en daarbij spelen ze zelfs gewild of ongewild een cruciale rol in de discussie over de toekomst van Irak.

De anti-Saddamcoalitie was eind vorig jaar overeengekomen dat Irak een federaal en democratisch statuut moet krijgen. Maar achter die schijnbare eensgezindheid gaan ook verschillende belangen en vooral veel argwaan schuil. De rivaliteit tussen de belangrijkste partijen zoals INC (het Iraaks Nationaal Congres van Ahmed Chalabi), SCIRI (de Hoge Raad voor Islamitische Revolutie in Irak van Mohamed Baqir al-Hakim), KDP (Koerdisch Democratische Partij van Massoud Barzani) en PUK (de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Talabani) komt de VS eigenlijk nog niet zo slecht uit, want het zorgt ervoor dat de Amerikaanse aanwezigheid als noodzakelijk wordt gezien. Het komt er voor de VS alleen op aan om te zorgen dat de onvrede zich niet al te zeer tegen hen keert. Een eerste stap om de Irakezen te sussen is het plan tot het samenroepen van een nationale assemblee en een interim-regering. Maar uit de onlangs gestemde VN-resolutie 1483 is alvast op te maken dat de Amerikanen niet van plan zijn om vlug Irak te verlaten. Er is vooralsnog geen einddatum vastgelegd voor het beëindigen van de bezetting. Bovendien wordt de bezetter nu plots ‘Autoriteit’ genoemd waarvan de macht – ook over de olie-inkomsten – te vergelijken is met die van het Britse mandaat meer dan een halve eeuw terug.

Hoewel de Koerden als enige over een goed uitgebouwd staatsapparaat beschikken, waaronder een stevig uitgerust leger (peshmerga’s) en eigen TV-stations, is de argwaan bij de Koerdische bevolking groot. Koerdische intellectuelen en nationalisten maken zich grote zorgen over de sterk op Bagdad georiënteerde politiek van hun Koerdische leiders, Barzani (KDP) en Talabani (PUK). Volgens een van hen, Dr. Kamal Mirawdeli, dreigen ze dezelfde fouten te maken als in het verleden. Mirawdeli: "Zijn zij bereid om twaalf jaar van verwezenlijkingen, onze defacto onafhankelijkheid en ons recht op zelfbeschikking te offeren voor het heil van een potentieel ‘Anfalist’ Irak en zich samen met hun partijen te mengen in het wespennest van Bagdad met de vele toekomstige onzekerheden zonder enige Amerikaanse en internationale garanties voor een eventuele zelfbeschikking van Koerdistan?"

Het klopt dat de Koerdische leiders heel veel investeren in een oplossing vanuit Bagdad. Zowel KDP en PUK hebben al partijbureaus geïnstalleerd in de Iraakse hoofdstad en zijn begonnen met partijpublicaties in de Arabische taal. Zo publiceert KDP een dagblad onder de naam al-Ta’akhi (broederschap). De KDP recycleert daarmee een titel van het Arabische geschreven dagblad dat ze in de jaren zeventig eveneens in Bagdad uitgaven.

Onder de Koerdische bevolking zit het wantrouwen diep. Iedereen herinnert zich nog hoe de KDP met Bagdad onderhandelde over een autonomiestatuut, maar uiteindelijk verzeild geraakte in een regionaal machtsspel (het akkoord van Algiers met Iran uit 1975) dat voor de Koerden desastreus afliep. Ook de slachtingen onder de Koerden en de deportaties tijdens de Anfal-campagne (1988) en de politiek van Arabisering liggen nog altijd vers in het geheugen. Ook de Amerikaanse weigering na de Tweede Golfoorlog (1991) om tussenbeide te komen om het Irakese offensief tot staan te brengen is nog niet vergeten. De Koerden weten dat de VS absoluut wilden vermijden dat Irak uit elkaar zou vallen, want niet goed voor de oliebelangen. Waarom zou het dan vandaag anders zijn?

Een peiling vanuit de universiteit in Erbil leert dat 80 procent van de Koerden resoluut voor onafhankelijkheid kiest. Voor het grootste deel van de Koerden in Noord-Irak ligt de toekomst duidelijk niet in Bagdad. En dat beseffen Talabani en Barzani wellicht wel, alleen…botst dat op de historische en geopolitieke realiteit.

Turkije

Eerst en vooral is er Turkije, waar regering en vooral leger al meermaals duidelijk hebben gemaakt dat ze absoluut niet te vinden zijn voor een te autonoom, laat staan, onafhankelijk Koerdistan en zelfs niet willen weten van een federaal Irak. De Turken vrezen dat dit de eigen Koerdische onderdanen op gelijkaardige gedachten kan brengen. Ankara neemt alvast het zekere voor het onzekere door de repressie in Zuid-Oost Koerdistan (Turks-Koerdistan) op te voeren. Terwijl alle ogen gericht waren op de oorlog in Irak werd de pro-Koerdische Volkspartij, Hadep verboden. De Turkse machthebbers hebben daarmee de Koerden in eigen land een duidelijk signaal gegeven.

Het Turkse leger heeft zich altijd het recht voorbehouden om militair in te grijpen in Noord-Irak en dat onder het voorwendsel om te kunnen strijden tegen de ‘terroristische separatisten’ van PKK-Kadek in de regio. Maar het militair vertoon is evenzeer een waarschuwing aan het adres van de Koerdische leiders in Noord-Irak. De Turkse houding verklaart dan ook waarom Barzani en Talabani zich zo dicht onder de vleugels van Washington hebben genesteld.

Het bondgenootschap tussen Turkije en Washington heeft een behoorlijke deuk gekregen met gevolgen voor de tot dusver stilzwijgende goedkeuring vanuit Washington voor de Turkse militaire operaties in Noord-Irak. Washington loopt zichtbaar ongemakkelijk over het feit dat Turkije weigerde zijn grondgebied ter beschikking te stellen voor een tweede front tegen het regime in Bagdad. De VS-regering vindt bovendien dat Turkije overdrijft met zijn schrik voor een ‘onafhankelijk Koerdistan’.

Omgekeerd heerst er in Turkije ongenoegen over het feit dat tijdens de oorlog – tegen de afspraken in – Koerdische peshmerga’s aan de zijde van Amerikaanse troepen de oliestad Kirkoek binnenmarcheerden. De belofte van Colin Powell aan de Turken dat deze peshmerga’s zich vlug zouden terugtrekken en de garantie dat Turkse militaire waarnemers zich in Kirkoek mochten vestigen, heeft niet verhinderd dat de Koerden de stad onder hun controle hebben. Het feit dat de Koerden nu ook de onlangs gehouden lokale verkiezingen hebben gewonnen – ten koste van de Arabische en Turkmeense bevolking – zal Ankara nog ongeruster stemmen. Kirkoek is uitermate belangrijk omdat het instaat voor 40 procent van de Iraakse productie van ruwe olie. Turkije wil vermijden dat de Koerden de controle krijgen over deze economisch belangrijke stad en ziet in de jongste ontwikkelingen zijn vrees bewaarheid dat de Koerden uiteindelijk naar een – economisch leefbaar – onafhankelijk Koerdistan zullen streven. Vooralsnog moet Turkije zich noodgedwongen bij deze feiten neerleggen, hoewel veel zal afhangen van de toekomstige VS-koers.

De VS

De Amerikanen lijken immers hun eigen agenda te hebben die niet noodzakelijk de belangen dient van de Koerden. Deze laatsten toonden zich bijvoorbeeld ontgoocheld over de aarzelingen en het tegenwringen van Washington om de ‘arabisering’ in Kirkoek en omgeving ongedaan te maken waarbij teruggekeerde Koerden verhinderd werden intrek te nemen in hun voormalige of leegstaande huizen.

Het is evenwel vooral de weigering van de VS om Koerden te installeren in de oliesector die hen met sterke frustraties opzadelt. Washington heeft er – ‘eigenaardig’ genoeg – voor gekozen om de oude managers en ambtenaren – met Baath-verleden – op hun post te laten. Dat heeft niet alleen te maken met de zorg dat de productie vlekkeloos kan doorlopen – en dus ook het veilig stellen van de eigen oliebelangen. De VS wil vermijden dat de macht van de Koerden op de olieproductie te groot wordt en dus ook hun economische onafhankelijkheid. Tegelijk lijkt dit er op te wijzen dat de VS de macht niet teveel in handen wil geven van fracties die gezien worden als ‘te federalistisch’ of zelfs ‘vijandig’. Tekenend is de groeiende kritiek van zowel de sjiietische SCIRI als de Koerdische PUK aan het adres van Paul Bremer III, de man die voor Washington het post-Saddam-tijdperk moet stroomlijnen. Beide fracties maakten zich boos omdat de VS niet van plan is om vlug de touwtjes in handen te geven van de bevolking in Irak, en een centrale rol voor de belangrijkste politieke groepen, waaronder SCIRI en PUK, te voorzien. Dat was nochtans beloofd door Bremers voorganger Garner op 5 mei tijdens een bijeenkomst met de anti-Saddam coalitie. Garner werd daarvoor teruggefloten. Getuige, de haastig aangekondigde persconferentie, daags nadien, waarop president Bush liet weten dat Paul Bremer III de post van Garner zou overnemen. Het lijkt er sterk op dat Washington ‘wacht’ op het ontstaan van een voldoende stevige ‘centralistische’ politieke groep die zou groeien op dezelfde basis als die van Baath, met daarin zelfs een rol voor ‘niet-verbrande’Baathtisten. Die tegenkracht moet een uiteenvallen van Irak of een te sterke machtsconcentratie in handen van de Sjiieten – die zestig procent van de bevolking uitmaken – of Koerden verhinderen.

Iran

Washington is bijzonder beducht voor de sjiieten omdat die onder invloed staan van Iran en het voortouw hebben genomen van grote protestmanifestaties tegen de bezetting. Washington vreest voor een groeiende greep van Iran, waarvan de bevolking religieus verwant is met de meerderheid van de bevolking in Irak. Iran heeft ook jarenlang de sjiitische oppositie tegen Saddam geherbergd en gesteund.

Iran houdt echter ook de ontwikkelingen in Noord-Irak in het oog. Al jaren onderhoudt Teheran redelijk goede relaties met de PUK, de fractie die het Koerdisch gebied langsheen de Iraanse grens controleert. Die banden hebben ervoor gezorgd dat SCIRI 5.000 troepen in PUK-gebied kon ontplooien voor operaties tegen het Saddam-regime.

Maar sinds enkele jaren zijn ook de contacten tussen Iran en Turkije toegenomen. In januari en maart waren er wederzijdse bezoeken op hoog niveau. Deels heeft dat te maken met het aan de macht komen van een islamitisch georiënteerde partij in Ankara en de Iraanse olie- en gasvelden waarop Turkije met zijn grote energiebehoeften beroep wil doen, maar ook met de situatie in Noord-Irak. Volgens de strategische denktank Stratfor zocht Turkije naar een deal met Iran, waardoor Ankara ongestoord eventuele militaire operaties zou kunnen ondernemen tegen de KDP van Barzani – dat het grensgebied met Turkije controleert – zonder in aanvaring te komen met PUK- en SCIRI-troepen – en dus ook met Iran. Het is geen geheim dat Ankara een soort opdeling van Noord-Irak nastreeft, waarvan het KDP-deel gecontroleerd wordt door Turkije en het PUK-deel door Iran. Iran lijkt echter te kiezen voor de status-quo. Dat betekent noch een onafhankelijk Koerdistan – want te gevaarlijk voor de eigen stabiliteit gezien de grote Koerdisch minderheid in eigen land – noch een sterke controle van de Turken in Noord-Irak en dus aan de westgrens.

Belangrijk bij dit alles is natuurlijk de vraag in hoeverre de nu goede banden tussen KDP en PUK zullen evolueren. In het verleden leefden beide Koerdische fracties op voet van oorlog. Onder impuls van Washington zijn beide groepen de laatste jaren naar elkaar toegegroeid. Vraag is alleen zal die band standhouden. Zowel KDP als PUK worden geleid door leiders die sterke ambities hebben en die er soms bijna tribale opvattingen op nahouden als het over politiek besturen gaat. Vooral de personencultus rond Talabani en Barzani en hun gebrek aan democratische reflexen zijn zwaktes die een hypotheek kunnen leggen op de toekomst van de Koerdische regio. De persoonlijke rivaliteit tussen beiden is meer dan eens uitgebuit door Iran, Irak en Turkije voor de eigen regionale ambities.

(Uitpers, nr. 43, 4de jg., juni 2003)

(Visited 7 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 57 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook