S.O.S. Sociale Zekerheid

Jef Maes, Uw sociale zekerheid in gevaar, EPO, Berchem-Antwerpen. 158 blz. 15,00 euro

De sociale zekerheid ligt sinds jaren onder vuur. Ze zou te veel kosten. Besparingen zouden zich opdringen. De financiële problemen van de sociale zekerheid komen evenwel niet uit de lucht gevallen. De opeenvolgende regeringen verlaagden systematisch de inkomsten van de sociale zekerheid door voortdurende verlagingen van belastingen en bijdragen ten gunste van de bedrijven, door de vermindering van de overheidsbijdrage en door het oneigenlijk gebruik van de gelden van het stelsel.

Het patronaat, gesteund door een aantal politieke partijen en de media, maakt van de drooglegging van het stelsel gebruik om een verdere ontmanteling ervan op te dringen: nog meer besparingen en privatisering van het stelsel, terwijl men in Vlaanderen de uitholling ervan een extra duwtje in de rug wil geven door een splitsing van het federale stelsel. Minder sociale zekerheid betekent nochtans meer armoede. Als de volgende regering op de ingeslagen weg voortgaat, wacht ons een sociaal bloedbad.

Die analyse en waarschuwing vormen de krachtlijnen van het boek van Jef Maes, directeur van het sociaal departement van de studiedienst van het ABVV. Hij noemt de sociale zekerheid (SZ) de kathedraal van de arbeidersbeweging. Met de bouw ervan werd al in de negentiende eeuw begonnen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg ze definitief gestalte, maar sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt ze onder druk van het kapitaal onverminderd aangevallen.

Wilfried Martens (CVP) was de eerste die de hakbijl hanteerde. Onder zijn rooms-blauwe regeringen (1981-1988) werd zwaar bespaard op de SZ om het tekort op de overheidsbegroting weg te werken. De staatstoelage voor de SZ voor werknemers was in 1985 al van 34 naar 24 procent teruggelopen. Jean-Luc Dehaene (CVP), die toen minister van Sociale Zaken was en nu voorzitter van Dexia en bestuurder van tal van vennootschappen, voerde een grotere selectiviteit in.

Voor lonen en uitkeringen werden tussen 1985 en 1988 drie indexsprongen overgeslagen, wat tot een gevoelige achteruitgang van de sociale uitkeringen leidde vergeleken met de gemiddelde lonen. Waar de gemiddelde werkloosheidsuitkering in 1980 nog 47,8 procent van het gemiddelde loon beliep, was dat percentage in 1988 al tot 34,8 gedaald. Vanwege hun verdeeldheid konden de vakbonden die besparingen niet tegenhouden. De toenmalige ACV-voorzitter Jef Houthuys steunde de rooms-blauwe regering door dik en dun en had het in die periode over ‘onze Wilfried’.

Voor de vorming van een rooms-rode regering in 1988 moest een prijs worden betaald. Mark Eyskens (CVP) drukte een belastingverlaging van 90 miljard frank door. De belastinghervorming voerde de ‘decumul’ voor de belastingen in, een mooi geschenk voor de goed verdienende tweeverdieners. De vakbonden reageerden niet. De besparingen werden nog drastischer toen eerste minister Jean-Luc Dehaene zijn Globaal Plan uitvoerde. Die besparingen waren voor hem de enige mogelijkheid om de Maastrichtnormen te halen die ieder land van de Europese Unie moest respecteren om tot de euro te mogen toetreden. Zo mocht het begrotingstekort maximum 3 procent van het bruto nationaal product (BNP) belopen.

Samen met minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP) voerde Dehaene een pensioenhervorming door die in de werknemerspensioenen tegen 2014 een besparing van 35 miljard oude Belgische frank moet opleveren. Door de bevriezing van de berekeningsplafonds werd de SZ gedegradeerd tot een stelsel van basisuitkeringen. Door die bevriezing werd het deel van het loon dat een bepaald plafond overschrijdt niet in rekening gebracht voor het berekenen van de uitkering. Zo daalde de gemiddelde werkloosheidsuitkering in 1999 tot 26,4 procent van het gemiddelde loon, tegen 47,8 procent in 1980. De gemiddelde invaliditeitsuitkering daalde respectievelijk tot 32,7 procent tegen 44,6 procent en het gemiddelde pensioen tot 31,2 procent tegen 36,3 procent.

De paars-groene regering van Guy Verhofstadt (VLD), die in 1999 totstandkwam, ging op de ingeslagen weg voort. Tussen 1999 en 2004 werd voor 3 miljard euro verlagingen van de patronale sociale bijdragen toegestaan. In 2000 werd beslist 4,25 miljard euro vast te leggen voor een vermindering van de personenbelasting. Onder de paarse regering Verhofstadt II zag de notionele intrestaftrek voor de bedrijven het licht. De kostprijs hiervan werd op 500 miljoen euro geraamd, maar liep uiteindelijk op tot 4 miljard euro. De toenmalige minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) waarschuwde in 2004: ‘We zijn een val aan het plaatsen voor de sociale zekerheid. Door de lasten almaar te verminderen, zal de staat op een bepaald ogenblik moeten zeggen: ‘We hebben geen geld meer’. De liberalen sloegen de waarschuwing in de wind. Ze kregen hun lastenverlagingen en maakten van de door hen veroorzaakte financiële problemen van de SZ handig gebruik om voor een privatisering ervan te pleiten.

Pas na een grote vakbondsbetoging in april 2004 werd voor de periode 2005-2007 een beperkt budget voor de welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen voorzien. Daarnaast kwam er een permanent stelsel om die aanpassingen te waarborgen. Maar voor de financiering van de SZ volgde slecht nieuws. Zo werd de zeer matige koopkrachtverhoging waarin het Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2009-2010 voorzag aan de bedrijven terugbetaald doordat ze een gelijkaardig bedrag aan ingehouden bedrijfsvoorheffing mochten houden. In ruil voor de 428 miljoen euro voor welvaartsaanpassingen kregen de patroons 428 miljoen euro verminderingen voor overuren, ploegenarbeid en sociale bijdragen voor de grote bedrijven. ‘Een euro voor een euro’, zo luidde de slogan van het Verbond van Belgische Ondernemingen. Toch liet het IPA een verhoging van alle minima en bijstandsuitkeringen met 2 tot 3 procent toe, wat niet belet dat vele minima nog altijd onder de armoedegrens liggen.

Nieuwe aanval

Politici en media lanceren sinds enige tijd nieuwe aanvallen op de SZ. De SZ-uitgaven zouden te zeer stijgen en zouden de oorzaak zijn van het begrotingstekort. Ze verzwijgen dat de SZ-uitgaven van 12,7 procent van het BNP in 1990 niet stegen maar daalden tot 10,6 procent van het BNP in 2008, een vermindering met 16,5 procent. Dat de uitgaven sinds 2008 stegen is het logische gevolg van de zoveelste crisis die het kapitalisme veroorzaakte.

Om de overheidsuitgaven voor de SZ te beperken blokkeerde Jean-Luc Dehaene in het begin van de jaren negentig de staatstoelage tot de SZ op een bedrag van 192 miljard frank (4,76 miljard euro). Hoewel dat bedrag later werd geïndexeerd, werd het nooit aan de reële stijging van de gemiddelde welvaart of van het BNP aangepast. Daardoor daalde de staatstussenkomst ten gunste van de SZ van 8 procent van de BNP in het begin van de jaren tachtig tot 3 procent in 1995. Om de tekorten die hierdoor ontstonden op te vangen werd voor een zogenaamde ‘alternatieve financiering’ gezorgd. Zo wordt telkens een groter deel van de BTW-ontvangsten naar de SZ doorgestort. Momenteel gaat het om een bedrag van 12 miljard euro. Ondertussen ging het feest van de lastenverminderingen voor de patroons onverminderd voort. Tussen 1999 en 2005 kregen ze een extra bijdragevermindering van 3,15 miljard euro (van 1,93 naar 5,08 miljard euro).

Zelfstandigen

Jef Maes toont duidelijk aan dat de zelfstandigen geen reden hebben om voortdurend aan de klaagmuur te staan. Sinds 1 januari 2008 hebben alle Belgen recht op dezelfde wettelijke gezondheidsverzekering, maar de factuur wordt voor 91 procent door de loontrekkenden betaald. Voor zelfstandigen werd het immers steeds gemakkelijker respectievelijk zichzelf, hun partner en kinderen in het stelsel van de loontrekkenden in te schrijven. Dat kost het werknemersstelsel een extra 2 miljard euro. Hetzelfde geldt voor de kinderbijslag. Het werknemersstelsel betaalt in deze sector 280 miljoen euro te veel, omdat het moet opdraaien voor zelfstandigen wier partner zelfs maar halftijds als loontrekkende werkt. Zelfstandigen moeten trouwens niet langer in orde zijn met hun bijdragen op recht te hebben op kinderbijslag. Daarnaast noteert de auteur dat zelfstandigen een te laag inkomen aangeven voor bijdragen en belastingen.

Hoewel het departement Pensioenen gedurende twintig jaar onafgebroken door een SP.A-minister werd beheerd (van 1988 tot 2007) zijn de Belgische pensioenen bij de laagste in de Europese Unie. Ze werden gedurende twintig jaar immers niet aangepast aan de reële lonen. Sinds 2007 is er eindelijk een stelsel van welvaartsaanpassingen.

Om de pensioenen op te trekken stelt het ABVV voor de sociale bijdrage van zowel de werkgever als de werknemer met 1 procent te verhogen. De werknemerspensioenen kunnen daardoor op 75 procent van het gemiddelde loon worden gebracht. Ook de overheid zou 1 procent (840 miljoen euro) moeten bijdragen. Ze kan dit (gedeeltelijk) terugverdienen door de belastingaftrek voor pensioensparen (gedeeltelijk) te verminderen.

Koekoekseieren

De auteur klaagt terecht aan dat tal van overheidsuitgaven die niets met de SZ te maken hebben, toch door het stelsel worden gedragen. Het zijn de zogenaamde koekoekseieren. Men houdt het niet voor mogelijk waarvoor de SZ zoal moet opdraaien: dienstencheques, tewerkstellingscellen, PWA’s, veiligheidscontracten voor de gemeenten, betaald educatief verlof, subsidiëring van onderzoeksinstellingen, voorraadactualisering van de diamanthandelaars, hulp voor moederschap voor zelfstandigen, compensatie voor sociale bescherming van de land- en tuinbouwsector, subsidiëring van goed betaalde beroepssporters, tot en met de hervorming van de politiezones.

In 1997 besliste de regering Dehaene een aantal grote uitgaven zoals die voor loopbaanonderbreking en tijdskrediet op de SZ af te wentelen. Dat zou de SZ niets kosten omdat de begunstigden door een werkloze moesten worden vervangen. In 2004 werd die vervangingsplicht evenwel afgeschaft. Die stelsels kosten de SZ inmiddels 800 miljoen euro. De overheid komt slechts voor 182 miljoen euro tussenbeide.

De vindingrijkheid om de SZ voor alles en nog wat te laten opdraaien is grenzeloos. Jef Maes maakt er in zijn boek geen melding van, maar in hun ontwerp-IPA voor 2011-2012 kwamen de sociale partners overeen een eerste stap te zetten naar de gelijkschakeling van de statuten van arbeiders en bedienden. Ze beslisten om de ontslagpremie voor arbeiders iets te verhogen, maar die crisispremie van 1.250 euro zou volledig door de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) worden betaald en dus niet door de patroons. Tegen dit voorstel werd door tal van vakbondscentrales, onder meer de LBC, geprotesteerd. Voor auteur Jef Maes is het wel pijnlijk dat zijn voorzitter Rudy De Leeuw met dit voorstel instemde. Het ontwerp-IPA werd inmiddels door het ABVV en het ACLVB verworpen.

Alternatieven

Een splitsing of regionalisering van de SZ, met name van de RVA, zoals voorgesteld door de N-VA en andere Vlaamse politieke partijen, wijst de auteur resoluut af. In andere federale landen blijft precies de werkloosheidsverzekering centraal georganiseerd. Waar eindigt anders de interpersoonlijke solidariteit? Ook tussen de Vlaamse provincies? De N-VA is het er echter om te doen de SZ via de regionalisering te ontmantelen, met name door een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en het beknotten van wachttijden voor jongeren.

Jef Maes denkt wel aan andere alternatieven voor de financiering van de SZ: een CO²-taks op producten uit landen die zich niet aan milieuregels houden; hogere BTW op producten uit landen die aan sociale dumping doen; een Europese taks op financiële transacties; betere inning van de belastingen en bestrijding van de fiscale en sociale fraude; stopzetten van SZ-betalingen voor de zgn. koekoekseieren; heffing van de ‘bijzondere sociale bijdrage’ die nu alleen door werknemers wordt betaald (1 miljard euro per jaar) op alle inkomens; forfaitaire betalingen in de gezondheidszorg; andere prijsbepaling voor geneesmiddelen (het zogenaamde kiwimodel) enz.

Het tekort in de SZ wordt voor 2010 op 5,3 miljard euro geraamd. Tegen 2013 zou het tot 4 miljard euro terugvallen. Om dit weg te werken staat de volgende regering volgens de auteur voor een duidelijke keuze. Ofwel voert ze een beleid om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen, ofwel wil ze het tekort met besparingen doen verdwijnen, wat tot een sociaal bloedbad zal leiden.

(Uitpers nr. 129, 12de jg., maart 2011)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=1016610&refsource=uitpers