Rwanda, democratiseren met lange tanden

De vaststellingen van de waarnemers bij de parlementsverkiezingen van eind september in Rwanda wijzen op grote onregelmatigheden. In één stembureau ziet een van hen in een hoekje een stembus liggen. Ze zou leeg moeten zijn, maar er steekt een hoop stembrieven in. Op al die biljetten staan duimafdrukken. Een manier om de kiezer te identificeren, maar in dit geval zijn ze dus vooraf aangebracht.

In andere bureaus liggen er in een stemhokje verfrommelde en verscheurde brieven, waarop een stem uitgebracht is voor een andere lijst dan het Patriottisch Front van president Kagame. Sommige bureaus hebben hun deuren voor het afgesproken sluitingsuur dichtgedaan en de telling afgesloten voor de eerste waarnemers zich melden.

Die constateringen laten een waarnemer van een niet-gouvernementele organisatie besluiten dat er volgens haar sprake is van daarom nog geen veralgemeende maar in elk geval georkestreerde fraude. Dat geldt alvast in het noorden van Rwanda, in de provincie Gisenyi, waar ze tijdens de verkiezingsdagen met de motor tot op verafgelegen heuvels gereden is.

Die teneur – de parlementsverkiezingen in Rwanda zijn niet kosjer verlopen -, vinden we ook terug in het rapport van de waarnemers van de Europese Unie. Maar het belet minister van buitenlandse zaken Michel niet om op donderdag 9 oktober, na een anderhalf uur lange tête à tête met Kagame, en in zijn bijzijn, de bevindingen van de Europese waarnemers onder tafel te vegen. De opkomst is dusdanig – 99,48% – en het aantal stemmen dat er uitgebracht is op de lijst van het RPF – bijna drie kwart – is van die aard, zegt Michel, dat er geen betwisting mogelijk is: Kagames RPF is de ondubbelzinnige overwinnaar van de parlementsverkiezingen in Rwanda.

Op zichzelf is dat al een genante bedoening : een Europees minister die de waarnemers van de Unie openlijk afvalt, duidelijk om in het gevlei te komen bij Kagame, of minstens om hem niet voor het hoofd te stoten, na wat iemand uit zijn omgeving betitelt als “een gesprek dat moeizamer verlopen is dan het lijkt”. Maar Michel doet er nog een schep bovenop. Sommigen staan wel heel gauw klaar met hun oordeel over de verkiezingen, zegt hij, ik heb ook het rapport van de waarnemers van de francofonie gelezen, en dat is uitstekend. “Ce ne sont pas des comiques”, ernstige mensen zijn dat, die Afrika goed kennen, beter dan sommige anderen. In zijn onnavolgbare stijl, die geen tegenspraak duldt, veegt Michel met enkele goed gekozen volzinnen het werk van de Europese waarnemers onder de mat en maakt hij Kagame duidelijk dat de geleverde inspanningen bij de invoering van de democratie in zijn land ruimschoots volstaan, dat het al lang goed genoeg is. In plaats van minstens een signaal uit te sturen dat het allemaal een stuk beter moet, en dat is dan nog zacht uitgedrukt.

De hiaten in het verkiezingsproces zijn immers groot. Onafhankelijke kandidaten, en niet van de minste, zijn op de valreep, de vrijdag voor de verkiezingen, van deelneming uitgesloten. Oppositiepartijen mogen geen plaatselijke afdelingen oprichten en kunnen tot kort voor de verkiezingen geen campagne voeren. De intimidatie van het alomtegenwoordige RPF is zo bedreigend dat Kagames belangrijkste tegenstander, Faustin Twagiramungu – bij het aantreden van het RPF in 1994 in hun eerste regering nog een tijdlang premier -, de waarnemers van zijn partij verbiedt om in de stembureaus toezicht op de gang van zaken te houden.

België is maar een kleine speler in Rwanda

Er spelen verscheidene elementen mee om Michels houding te verklaren. In de eerste plaats spreidt hij een sterk staaltje van Realpolitik tentoon. Hij praat Kagame naar de mond, omdat hij een stem in het kapittel wil behouden. De redenering is dat je anders niet kan wegen op de besluitvorming en het democratiseringsproces in positieve zin bijsturen.

Komt daarbij dat België al een tijd niet meer de grote geldschieter is, die het ooit geweest is. Het staat in de lijst van buitenlandse donoren nog net in de top tien. Qua invloed scheelt hem dat een slok op een borrel.

Er zijn bovendien vroeger momenten geweest dat Kagame duidelijk heeft laten merken dat hij van Michels bemoeizucht niet moet weten en Michel heeft dat goed onthouden. Maar of hij dan echt zo ver moet gaan dat hij zich in het stof wentelt ? Het is maar de vraag of je op die manier genoeg moreel gezag opbouwt om nog enige vorm van kritiek kwijt te kunnen.

Kagame begeeft zich behoedzaam en met lange tanden op het pad van verkiezingen, Michel staat tandeloos erop toe te kijken. Dezelfde Belgische minister van buitenlandse zaken die de wereld een geweten schopt, de genocidewet toegepast wil zien op de gewezen Chileense dictator Pinochet en zijn skivakantie van de Oostenrijkse Alpen naar de Baraque Fraiture verlegt omdat de rechtse populist Haider er in de regering stapt.

Het nieuwe Rwanda, een kleine supermacht in Centraal-Afrika

Er is meer aan de hand in Rwanda dan dat het RPF zich met alle middelen van een verkiezingsoverwinning verzekert. Kagame’s onbuigzaamheid en de autoritaire koers die hij met Rwanda ingeslagen is, hebben diepe wortels. Het Rwandese leger is één van de sterkste van het Afrikaanse continent. Dank zij die militaire slagkracht is het RPF erin geslaagd om de burgeroorlog tegen het bewind van Habyarimana uiteindelijk te winnen. Met behulp van die troepenmacht én bevriende rebellenbewegingen die Kagame in het oosten van buurland Congo uit de grond gestampt heeft, heeft Rwanda de destabiliserende werking van radicale Hutumilities en overblijfselen van Habyarimana’s leger ontmijnd.

De militaire aanwezigheid in Congo werpt op de koop toe economisch vruchten af. De opbrengst van Congolese diamanten, coltan en goud spekken de Rwandese schatkist in die mate, dat het land, naast een goed getraind en bewapend leger ook nog een florissante economie eraan overhoudt. Is de boom van de bouwindustrie in Bukavu, in Congo, helemaal stilgevallen, die in Kigali spreekt boekdelen. Er is geen sprekender voorbeeld van de transfer van economische rijkdom in het gebied van de Grote Meren dan die villa’s.

De rescapés, Tutsi die de volkerenmoord overleefd hebben maar in het nieuwe Rwanda politiek en economisch gemarginaliseerd zijn, lopen gefrustreerd rond, want de Tutsigemeenschap die na de genocide van 1994 uit de buurlanden teruggekeerd is naar Rwanda, profiteert het meest van die gang van zaken. Die toestand wil Kagame graag zo houden. Als hij één dominosteen weggeeft, dreigt de hele constructie als een kaartenhuis in elkaar te stuiken. Verkiezingen ? Om het in de taal te zeggen die Kagame tot voertaal van Rwanda gemaakt heeft : it’s a pain in the ass.

Een hypotheek op de toekomst

Een en ander maakt dat Rwanda, tien jaar na de volkerenmoord op de Tutsi – misschien wel een miljoen doden op enkele maanden tijd – opnieuw op een kruitvat leeft. Al doet de regerende Tutsi-elite alsof haar neus bloedt. Alle elementen voor een nieuwe uitbarsting zijn er aanwezig. Een kleine, maar goed herkenbare én gestigmatiseerde groep deelt de lakens uit en eigent zich grote voordelen toe. Ze geeft de rest van de maatschappij nauwelijks enige bewegingsvrijheid. Een onafhankelijke pers of een systeem van vrij functionerende politieke partijen is ondenkbaar in Kagame’s Rwanda. Een autonome société civile, die naam waardig – vakbonden, mensenrechtenorganisaties, vrouwengroepen, kortom, een verenigingsleven dat democratie inhoud geeft -, bestaat er al evenmin.

Onlangs heeft de Israëlische Afrikaniste Naomi Chazan, tijdens een lezing aan de universiteit van Antwerpen, aangegeven hoe belangrijk die maatschappelijke organisaties zijn voor het welslagen van een democratiseringsproces. Al te vaak dienen verkiezingen in Afrika om het gezag van de autoritaire leider te legitimeren, is haar stelling. Toegepast op Rwanda betekent dat in haar ogen dat zonder société civile en waarachtige politieke instellingen zo’n land wel het uitzicht van een democratie heeft, maar niet de fundamenten. Soms is het aangeraden, zei Chazan, om verkiezingen een tijdlang uit te stellen en eerst aan political institution building te doen.

Chazans uitspraken brengen de verkiezingen in Burundi in herinnering. Hoe in 1993, bij het begin van de democratisering, de Burundezen voor een changement de régime zorgen, door zittend president Buyoya weg te stemmen. Zijn opvolger, de Hutu Melchior Ndadaye, zingt het van juni tot oktober uit. Dan plegen Tutsimilitairen, die absoluut niet rijp zijn voor een dergelijke machtsoverdracht, een staatsgreep en vermoorden Ndadaye. Burundi zinkt weg in een burgeroorlog, waaraan het land nu, tien jaar later, nog altijd geen einde heeft kunnen maken.

Rwanda, de modelleerling of de leerling-tovenaar ?

Er is een andere kant aan de medaille. Rwanda is een goed bestuurd land, met een snelgroeiende economie. Dat spreekt aan. De Zuid-Afrikaanse minister van handel en industrie, Alec Erwin, heeft me onlangs nog in Londen in lovende termen gesproken over de toekomstmogelijkheden van Rwanda, en hoe Zuid-Afrika werk wil maken van nieuwe handelsstromen met dat land. Na een periode van oorlog is er daar nu stabiliteit, redeneert Erwin. Rwanda kent ook het soort veiligheid dat je tot in de jaren tachtig in Oost-Europese hoofdsteden aantrof, een bedrieglijke vorm van orde en rust.

Het hangt maar ervan af wat je in de verf zet. Rwanda’s goed geoliede economie en efficiënte bestuur, zoals Erwin dat doet, of het door machtspolitiek geïnspireerde optreden in Oost-Congo. Een element in het eindrapport van de Uno-experts over de plunderingen in Congo, als Rwandese wapenleveringen aan milities in dat gebied, zorgt eind oktober voor verdeeldheid in de Veiligheidsraad. Het is me ook bijgebleven hoe, afgelopen februari, op een vergadering in Béni, Congolezen van de société civile de Rwandezen uitspuwen, geshockeerd als ze zijn door hun tomeloze machiavellisme. Met het grootste gemak – niet gehinderd door enige schroom om racistische uitspraken te doen – gooien ze alle Tutsi en Banyamulenge, Congolese Hema, Oegandese Hima, en in een moeite door ook Eritreërs en Somaliërs, op een in hun ogen verderfelijke hoop.

Niet alleen Rwanda zelf, ook dat noordoostelijke deel van Congo blijft een kruitvat. Maar door het genocidedividend dat Kagame’s Rwanda van de internationale gemeenschap gekregen heeft, wordt er veel met de mantel der liefde toegedekt.

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 74 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Guy Poppe

Guy Poppe (74) is journalist. 31 jaar heeft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.

zie ook