Rwanda 10 jaar na de genocide: van de gevangenis naar het grasveld.

In de maanden na de genocide van 1994 werden in Rwanda tienduizenden mensen gearresteerd op beschuldiging van genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Tien jaar later, wachten nog meer dan honderdduizend mensen, "het voetvolk van de genocide", in de Rwandese gevangenissen op hun proces. Sommigen onder hen wachten zelfs nog op een officiële beschuldiging.

In de centrale gevangenis van Kigali bijvoorbeeld, leven 6700 mensen samengepakt tussen vier hoge muren, op een oppervlakte niet groter dan een half voetbalveld. Ze slapen in smalle hokjes van zo’n 40 centimeter hoog, die soms tot vier verdiepingen hoog op elkaar gestapeld staan. Allen gaan ze gekleed in verplichte roze uniformen.

Marcel Gakire is de enige arts in de gevangenis. Ook hij is beschuldigd van deelname aan de genocide (hij had vroeger een topfunctie bij het Rwandese Rode Kruis). In afwachting van zijn proces voor een volkstribunaal, heeft hij vandaag de dag de leiding over de medische afdeling van de gevangenis. "We krijgen geneesmiddelen van het Internationale Rode Kruis, dus we kunnen "gewone" ziekten (malaria, tuberculose en diarree) onder controle houden", vertelt hij. "Het grootste probleem blijft wel het tekort aan voedsel. Nu de Rwandese overheid daarvoor moet zorgen is het veel moeilijker: de regering heeft gewoon geen geld om alle gevangenen te voeden. De laatste twee dagen hebben de gevangenen niet gegeten."

In de gevangenis probeert men de gevangenen te overtuigen dat ze hun deelname aan de genocide moeten toegeven: sensibiliseringprogramma’s, uitleg over de werking van de gacaca’s (de volkstribunalen), speciale aanspreekpunten voor de mensen die over willen gaan tot bekentenissen… Zij die meewerken krijgen meestal strafvermindering. "Iedereen werkt mee", legt Jean-Gualbert Mugabuliho uit. Deze man is de "gacaca-coördinator" van de gevangenis en is zelf beschuldigd van deelname aan de genocide. "Natuurlijk zijn er pogingen om mensen onder druk te zetten: niet iedereen wil dat de waarheid aan het licht komt… Maar de meesten begrijpen dat de waarheid de enige weg naar nationale verzoening is." Of deze mening gedeeld wordt door alle gevangenen is niet zeker, maar het is duidelijk dat, zowel binnen de Rwandese machtskringen als in de gevangenissen zelf, veel energie besteed wordt aan de strijd tegen straffeloosheid.

De deelname van de bevolking aan de gacaca’s is een noozakelijke factor in het verzoeningsproces. Via confrontaties met de moordenaars tracht men de waarheid aan het licht te brengen. De medewerking van de bevolking is ook belangrijk in het reïntegratieproces van de gevangenen, vaak buren van vroeger.

Op het grasveld

De bewoners van de heuvel of het dorpje verzamelen zich onder wat bomen of gewoon aan de rand van een bananenveld. "Op het grasveld" dus. Iedereen brengt zijn eigen stoel of bankje mee, en voor de aanvang worden alle kinderen weggestuurd. Ze komen elke vijf minuten terug, want vandaag is het een speciale dag: drie gevangenen die vroeger in het dorpje woonden, komen getuigen over hun deelname aan de wegversperringen in de streek tijdens de genocide. Voor iedereen is één ding duidelijk: de drie mannen zijn geen moordenaars. Ze zouden dus snel vrijgelaten moeten worden. Maar eerst moeten ze precies vertellen wat hun rol was bij die wegversperringen, en dat is niet zo eenvoudig… "De waarheid? Het is zo lang geleden. En ik zit al zo lang in de gevangenis… Welk verschil zal de waarheid nog maken vandaag?" legt de derde gevangene uit onder luide kritiek van alle toeschouwers. "Je had al lang de waarheid moeten vertellen!" roept zijn vrouw die aan de gacaca deelneemt. "Iedereen weet dat je geen moordenaar bent. Je zou al lang thuis zijn bij je familie als je de waarheid had verteld…"

"Dat is typisch voor het verloop van gacaca’s", legt Francis Kagame uit. Deze man is gacaca-coördinator van het Ministerie van Justitie voor de sector Mayange, zo’n veertigtal kilometer van Kigali. "Interactie tussen de bevolking en de beschuldigden is noodzakelijk om een duidelijk beeld te krijgen van wat er tien jaar geleden is gebeurd. Deze interactie is ook de enige oplossing, want vroeg of laat gaan al die mensen opnieuw moeten samenleven."

Voor onze drie gevangenen ziet de toekomst er een beetje beter uit na hun getuigenis voor de gacaca. Dankzij hun positieve medewerking, en hun beperkte rol in de slachtpartijen, gaan de rechters van de gacaca – zelf dorpelingen -, hun vrijlating vragen bij het Ministerie van Justitie. Misschien kunnen ze vandaag al terug naar hun familie, na tien jaar…

Of het systeem van de volkstribunalen op grote schaal zal functioneren valt nog af te wachten. De Rwandese bevolking is arm, en een boer die elke week één keer op een gacaca verwacht wordt, ziet dit als tijdverlies. Er is een groot gebrek aan financiële middelen om het verloop in goede banen te leiden, en de juridische kennis van de verkozen rechters laat soms te wensen over: veel van hen kunnen lezen noch schrijven. Dit is een onvermijdelijk gevolg van het volkse en rurale karakter van de tribunalen. Tijdens de processen worden ook nieuwe beschuldigingen geuit aan het adres van mensen die nog op vrije voeten zijn. Dit is niet de bedoeling gezien deze tribunalen de gevangenissen moeten ontvolken.

Rwanda nam een moeilijke maar moedige beslissing met de invoering van de gacaca’s. Verzoening is hét modewoord in Rwanda vandaag, en alles wordt eraan gedaan om dit te bereiken. Uit angst voor de duivels van toen.

(Uitpers, nr. 53, 5de jg., mei 2004)

Visited 5 Times, 1 Visit today

Tags :