Russische roofdieren genieten westerse bescherming

Boris Jeltsin heeft muizenissen. Zijn ambtstermijn loopt in juni 2000 af en hij is erg bezorgd over wat er nadien gaat gebeuren. Niet wat er met het land, Rusland, gebeurt, wel met zijn familie en “cronies”, samen de “Familie” gedoopt, die onder zijn bewind het land leegroofden en daarvoor niet ter verantwoording willen geroepen worden. Jeltsins “Familie” wil met andere woorden niet van een cabine op een luxejacht naar de cel van een gevangenis waar ze volgens veel Russen nochtans thuishoren.

Verscheidene affaires met vertakkingen van Moskou via vele offshore paradijzen tot New York, beroerden de politieke kringen van Moskou en Washington, maar die staken het wel zoveel mogelijk weg. De Amerikaanse vice-president Al Gore, die prominent in de affaires opdook als beschermer van Russische roverskapitalisten, zag zich uiteindelijk verplicht zijn houding te verantwoorden.

Het argument lag voor de hand: hij handelde uit anticommunisme, en dat kan nooit verkeerd zijn. Rond diezelfde tijd begon een nieuwe genocide-ronde in Oost-Timor, wat herinneringen opriep aan de uitspraken van de toenmalige Amerikaanse “secretary of State” Henry Kissinger die in december 1975 zei dat Washington begrip had voor de Indonesische positie inzake Oost-Timor. Enkele uren later startte het Indonesische leger de “Operatie Lotus” die aan 200.000 mensen het leven kostte.

Russiagate

De affaires die ingedeeld kunnen worden onder de noemer “Russiagate” gaan van corruptie over speculatie en witwasserij tot nauwe samenwerking met maffiabazen. Even ter herinnering:

Mabetex: de affaire Mabetex kwam al in 1998 aan de oppervlakte. Procureur Joeri Skoeratov kwam op het spoor van corruptie in de hoogste kringen van het Kremlin. Mabetex is een firma in Zwitserland opgericht door Beghjet Pacolli, een zakenman van Albanees-Kosovaarse oorsprong. Deze bescheiden firma kreeg in de jaren ’90 talrijke grote bouwcontracten in de nieuwe staten die uit de Sovjetunie ontstonden. Daaronder de bouw van een nieuwe hoofdstad in Kazachstan en de wederopbouw van Tsjetsjenië nadat de Russische generaals er hun vernielzucht hadden botgevierd (tussen 40.000 en 80.000 doden). Daar is Boris Berezovsky waarschijnlijk niet vreemd aan; deze “ondernemer” (op frauduleuze manier rijk geworden in de automobielwereld, nadien olie, luchtvaartmaatschappij, media, financiële business) was in de herfst van 1996 de man die namens Jeltsin financiële afspraken maakte met de Tsjetsjeense leiders, onder meer over de royalties op de olie die door die republiek passeert. Mabetex kreeg ook talrijke bouwopdrachten in Moskou, waaronder de restauratiewerken in het Kremlin.
Skoeratov ondervond zeer veel tegenstand in Moskou, maar kreeg medewerking van een Zwitserse procureur, Carla Del Ponte. Die vond in Zwitserland 24 rekeningen op naam van Russische prominenten, met naast de president en zijn dochters Elena en Tatjana ook Pavel Borodin die het patrimonium van Rusland “beheert” en wiens schoonzoon de vertegenwoordiger van Mabetex in Moskou is. Borodin is in feite de schatbewaarder van de familie Jeltsin. Via zijn rekening “Dean” bij de Banca del Gottardo in Lugano zijn grote geldverrichtingen gedaan, onder meer naar de Bank of New York. De Banca del Gottardo heeft antennes in Luxemburg, Hongkong en de Bahamas.
De procureur kon slechts aan zijn onderzoek beginnen nadat Jevgeny Primakov in september 1988 premier was geworden, tegen de zin van Jeltsin. De premier beschermde de procureur tegen de presidentiële omgeving, maar de baas van de geheime dienst, Vladimir Poetin, drong Skoeratov in de verdediging met een filmpje waarop de procureur vaagweg te zien was in het gezelschap van “dames van lichte zeden”. In mei zette de belaagde Jeltsin zijn premier aan de deur, na drie maanden Stepasjin-intermezzo werd de sinistere Poetin premier en aangewezen opvolger van Jeltsin, lees: beschermer van de Familie. Die zorgde er in september voor dat alle speurders in de Mabetex-zaak opzij werden geschoven.

Forus: de Zwitserse onderzoekers kregen ook aandacht voor de grote transfers via instellingen verbonden met de Zwitserse zetel van Aeroflot, de luchtvaartmaatschappij die feitelijk onder controle staat van Berezovsky. Daaronder “Forus” (volgens welingelichte Russen “For us”) dat grote sommen geld naar andere rekeningen versluisde, zodat de Zwitserse onderzoekers sterk vermoeden dat via de kanalen van Aeroflot enorme kapitalen vanuit Rusland naar het Westen worden overgebracht. Dat Zwitserland nu zijn speurders actief laat meewerken aan dergelijke onderzoeken, heeft te maken met de toenemende bezorgdheid in westerse zakenkringen over de grote toevloed van Oost-Europees misdaadkapitaal en de mogelijke ontwrichtende invloed daarvan.

Bank of New York: Deze affaire barstte los in augustus toen bekend werd dat een van de grote banken van de Verenigde Staten, de Bank of New York, voor rekening van een Oekraïense peetvader, Semion Mogilevitch, tien miljard dollar had witgewassen. Mogilevitch bleek bij die bank te hebben kunnen rekenen op medeplichtigen die dan zelf weer banden hadden met de Russische delegatie bij het Internationaal Muntfonds (IMF). Vandaar ook het sterke vermoeden dat Russische leiders IMF-gelden via die bank naar de VS versasten. Naarmate het onderzoek vorderde, werden de tien miljard al vijftien miljard dollar, misschien nog meer.

IMF-fondsen: Het IMF is in de jaren ’90 genereus geweest tegenover het Jeltsin-bewind. In februari 1996 kreeg Jeltsin, die toen in zware moeilijkheden was en op een dieptepunt van zijn populariteit, een krediet van 10,2 miljard dollar toegezegd, wat toen voor het IMF een recordbedrag was. Begin 1999 doken berichten op dat een onbekende firma op het Britse Kanaaleiland Jersey, Fimaco, jarenlang voor rekening van de Russische Centrale Bank grote bedragen – tot 50 miljard dollar – had “beheerd” en dat de chefs van die bank de rentes hadden gebruikt om te speculeren op Russische staatsbons. In september ’99 kwam aan het licht dat talrijke Russische gezagsdragers die bons tegen een goede prijs hadden verkocht vlak vóór de grote krach van augustus 1998 – wat het sterke vermoeden bevestigde dat die kracht, net als de financiële chaos van de jaren ’90, terdege was georganiseerd.

Voedselhulp: Washington “ontdekte” in september 1999 ook dat vermoedelijk een deel van de voedselhulp aan Rusland was ontvreemd. Die hulp bestaat erin dat de Amerikanen graan en ander voedsel leveren dat verkocht wordt; de opbrengst van die verkoop moet de voedselproductie ten goede komen. Zo luidt de theorie. Volgens de inspecteurs van het Amerikaans ministerie van Landbouw kwam een deel van die opbrengsten op buitenlandse rekeningen van Russische bewindvoerders. In het rapport werd ook opgemerkt, wat miljoenen mensen weten, dat de Russische havens door de georganiseerde misdaadbenden worden gecontroleerd.

Deze en andere affaires bevestigen dat het Jeltsin-bewind het etiket “kleptocratie” ten volle verdient. Maar het gaat om meer dan dieverij, het gaat om de criminalisering van de economie die jaren geleden al in rapporten van de Wereldbank werd vastgesteld zonder dat dit enige westerse reactie uitlokte. In Rusland wordt heel duidelijk hoe corruptie inderdaad het machtigste wapen is van de maffia. Hoe is het zover gekomen?

Kleptocratie

De kleptocratie en de osmose van maffia en bureaucratie kwamen in 1991 met de verdwijning van de Sovjetunie en het Sovjetsysteem niet uit de lucht vallen. De corruptie was vooral ten tijde van het Brezjnev-bewind (1964-1981) sterk toegenomen. Dat hield ook verband met de ideologische uitholling van het neostalinistisch systeem. Tegenover de groeiende privileges van de bureaucratie en haar politiek monopolie, stond een onmondige, gedepolitiseerde maar geschoolde bevolking die zag hoe de kloof tussen theorie (opbouw van het socialisme) en praktijk groter in plaats van kleiner werd. Lid worden van de communistische partij was een kwestie van individuele belangenverdediging, niet van overtuiging. Verscheidene “apparatsjiks” namen geen vrede met de privileges die aan hun plaats in de nomenklatura waren verbonden. Zij zagen de groeiende mogelijkheden om zich binnen dat systeem toch persoonlijk te verrijken. Zo was er bij voorbeeld de mogelijkheid om grondstoffen als metalen en olie met enorme winst te verkopen: grondstoffen die voor binnenlands verbruik waren bestemd, hadden een erg lage prijs. Diezelfde grondstoffen op de wereldmarkt verkopen, betekende enorme winst. Lieden uit de “parallelle economie”, al dan niet behorend tot maffiagroepen, zagen die mogelijkheden ook en gingen met de functionarissen samenwerken.

Een belangrijk deel van de “apparatsjiks” spiegelde zich aan de westerse zakenlieden met wie ze in contact kwamen. Ze trachtten die in levenswijze na te bootsen, maar waren gehinderd door het systeem dat hen niet toeliet zelf een grote ondernemer te worden. Met de verdwijning van Unie en systeem braken voor hen gouden mogelijkheden aan: Rusland moest breken met het collectivisme, wonderboy Jeffrey Sachs uit Harvard vond een gewillig oor bij de Russische leiders om Rusland in korte tijd met een schoktherapie in de wereld van de vrije markt te loodsen, om van Rusland een kapitalistisch land te maken.

Maar kapitalisme met welke kapitalisten? Dit was het uur van de roofdieren. Ze hadden diverse vachten. Er waren de toplieden van de nomenklatura die onder Michail Gorbatsjov een uitstekende uitgangspositie hadden ingenomen. Het type voorbeeld is Viktor Tsjernomyrdin, de grote baas van de aardgasmaatschappij Gazprom die eind 1992 premier werd en dat tot begin 1998 bleef. Daarnaast waren er de jonge roofdieren die hadden geprofiteerd van Gorbatsjovs vrijbrief voor privé-maatschappijen (vermomd als coöperaties) om met overheidsfondsen en bedrijven kleine imperiums uit te bouwen. Het prototype is Vladimir Potanin, zoon van een hoge functionaris van de buitenlandse handel die onmiddellijk de mogelijkheden van de schoktherapie zag. Er waren ook de eigenlijke maffiabazen die onder Gorbatsjov ook al mooie tijden hadden beleefd, want de corruptie was nog verder toegenomen, daarmee waren ook de banden met de machthebbers versterkt.

Het brein van de operatie was Anatoly Tsjoebais die onder Tsjernomyrdin en ook daarna topfuncties bekleedde (chef van de Privatiseringen, vice-premier, onderhandelaar met het IMF). De ruggengraat van wat schrijver Alexander Solzjenitsyn de grootste plundering uit de geschiedenis noemt, bestond uit privatiseringen die erop neerkwamen dat bedrijven, mijnen, grondstoffen, handelszaken en noem maar op voor een prikje van de eigenlijke waarde werden verkocht. Kopers en verkopers waren bij manier van spreken dezelfde mensen. Er was ook het geniale schema waarbij kredietinstellingen een bedrag aan de overheid uitleenden, ondernemingen als onderpand kregen en de onderneming uiteindelijk zelf kregen omdat de overheid “spijtig genoeg” niet kon terugbetalen. Zo werden onder meer verscheidene oliebedrijven verkwanseld.

Dat het om roofdieren ging, werd door westerse experts niet betwist. Edward Luttwak, een Amerikaans “Europa-expert”, vergeleek de toestand met de “robber barons” in de VS, de families Vanderbilt, Carnegie, Morgan, Rockefeller. Het ging daar inderdaad om meedogenloze uitbuiters, maar die hielpen wel een productief kapitalisme uitbouwen, wat van de Russische “navolgers” niet kan gezegd worden. Zoals de Sovjet-bureaucraten (wat ze soms waren) hebben ze een parasitair bestaan, alleen hebben zij een niveau bereikt waarbij de privileges van de bureaucratie kruimels zijn.

De “nieuwe” parasieten hebben weinig vertrouwen in de toekomst van Rusland, tenminste in wat die toekomst voor hen inhoudt. Ze willen geen risico’s nemen door de opbrengsten van hun plunderingen in Rusland zelf te investeren, maar versluizen die snel en massaal naar het Westen. De schattingen over illegale kapitaaluitvoer uit Rusland naar het Westen lopen erg sterk uiteen, van een voorzichtige 150 miljard dollar sinds 1992 tot 500 of meer miljard dollar. Gewezen KGB-experts doen de hoogste schattingen. Zij weten vaak waarover zij spreken, want sommigen onder hen waren al bij illegale kapitaaluitvoer betrokken in de jaren ’70 en ’80. KGB-kolonel Leonid Veselovsky werkte samen met een uitgeweken zakenman, Boris Birshtein, die onder meer zijn Antwerps netwerk inschakelde om KGB-fondsen in veiligheid te brengen.

De opeenvolgende Russische regeringen zegden dat ze machteloos stonden tegen die kapitaalvlucht. Vooral machteloos omdat zoveel machthebbers er persoonlijk belang bij hebben dat ze hun buit naar het buitenland kunnen versluizen. Want noch zij noch hun vrienden denken eraan belastingen te betalen.

Intussen verloren de gewone Russen in de periode van de “privatiseringen” 80 procent van hun koopkracht.

Onze schurken

OK, het zijn schurken, maar dan wel onze schurken. En ze controleren 30.000 atoomkoppen. Zo kan de houding van de Westerse leiders totnogtoe bondig worden samengevat.

Die leiders namen vanaf 1991 een duidelijke houding aan: Rusland moet zich opengooien voor het internationaal kapitaal, vandaar de “schoktherapie” die dat in enkele maanden zou forceren. Dat internationaal kapitaal had onder Gorbatsjov al de smaak gekregen: diens minister van Buitenlandse Zaken Edward Sjevardnadze, nu president van Georgië, had het Amerikaanse Chevron een geschenk gedaan met de uitbating van de Tengiz- olievelden in Kazachstan, toen nog bij de Sovjetunie. De penetratie bleef totnogtoe wel vooral beperkt tot speculanten, zoals de Amerikaan George Soros en diverse pensioenfondsen die hun deel meepikten van de georganiseerde chaos. De speculatiewinsten van Soros in Rusland worden sinds 1991 op 20 miljard dollar geraamd. Het bank- en verzekeringswezen dat in die chaos bloeide, diende (dient) vooral om de opbrengsten van plundering en corruptie te verdonkermanen.

Het IMF kreeg nagenoeg vrij spel om Rusland onder de schulden te helpen bedelven. Het IMF wist in 1996 al zeer goed wat er in Rusland gebeurde, maar kwam toch met 10,2 miljard dollar over de brug om politieke redenen, om de herverkiezing van Jeltsin mogelijk te maken. De westerse leiders loofden de bewindvoerders als “hervormers” die “privatiseerden” en “democratiseerden”, dat werd beloond.

De 21 grote westerse banken die in Rusland actief zijn, deden ook hun duit in het zakje. Nu zijn er bij die de plundering aanklagen, maar de hele tijd medeplichtig waren. Zij zagen er zeker geen graten in dat zoveel geld werd versluisd naar de fiscale paradijzen die zij ook gebruiken.

In de recente affaires duiken talrijke van die fiscale paradijzen op. Cyprus, dat ondanks alle ontkenningen een banksysteem heeft waarvan duizenden Russische “nieuwe rijken” klant zijn (ook Vlaamse zakenlui uit de familie De Clerck). Op Cyprus is er onder meer een zetel van de firma Valmet die prominent in het Amerikaanse Russiagate (Bank of New York) opduikt. De hoofdzetel is op het Britse eiland Man, een ander bijhuis in Genève waar ook “Runicom” zit, een firma van de jonge (33 jaar) Russische financier Roman Abramovitsj die met steun van de “Familie” in het Kremlin de controle verwierf over de oliemaatschappij Sibneft, “geprivatiseerd” in 1996. Verder botsen we in Russiagate op het Britse Kanaaleiland Jersey en op Israël. De Russische witwassers maken verder op grote schaal gebruik van Luxemburg en Monaco en van de staat Delaware, in de VS, die zich tot fiscaal paradijs probeert te ontpoppen. En Antwerpen waar de Max Fischer Bank, failliet begin 1997, geen onderscheid maakte tussen zwart en crimineel geld.

De Europese Unie stelt die witwaspraktijken onder meer via haar parlement en deskundigen al jaren aan de kaak, maar enkele lidstaten, kandidaat-lidstaten en annexen doen er flink aan mee. Het hypocriet karakter van die aanklachten blijkt alleen al uit het uitzonderingsstatuut dat de Britse Kanaaleilanden genieten. Stark, 585 inwoners, meer dan 10.000 ondernemingen, het is niet eens een Europees record.

Weten deden bewindvoerders en bankiers al langer. De Amerikaanse vice-president Al Gore werd daarom in de Amerikaanse media hard aangepakt omdat hij verantwoordelijk is voor de relaties met Moskou. Zijn verdediging is simpel en consequent: het is wel waar dat er corruptie is in het Kremlin, maar nog veel belangrijker dan de strijd tegen corruptie is de strijd tegen het communisme. Gore vindt dat het belangrijk was de privatiseringen in Rusland in allerijl te laten gebeuren om zo snel mogelijk de bruggen met het communistisch verleden op te blazen. Ook al waren de privatiseerders zelf jarenlang goede communisten, althans betalende partijleden. We moesten Rusland stabiel helpen houden er liggen 30.000 atoomkoppen, voegde Gore er als ultiem argument aan toe. Die atoomkoppen lagen er ook onder de communisten.

Amnestie als uitkomst?

Zowel in Washington als Moskou wordt ijverig gezocht hoe gezamenlijk de schade van de affaires te beperken. Ontkennen, procureurs opzij zetten, media manipuleren en zeggen dat het allemaal manoeuvres zijn van de binnenlandse oppositie zijn enkele middelen. In Moskou zegt de “Familie” dat alles het werk is van Joeri Loezjkov, de burgemeester van Moskou. Die zal echter wel opletten, want de manier waarop hij de privatiseringen in de stad hielp organiseren maken hem kwetsbaar voor o.m. tegenbeschuldigingen over banden met de maffia. In Washington zeggen de Democraten dat de Republikeinen Russiagate aanblazen om Gore, wellicht kandidaat van de Democraten voor de presidentsverkiezingen van november 2000, het leven zuur te maken.

Die Republikeinen zouden gek zijn de kans te laten liggen. Maar in de affaires een complot van Loezjkov en de Republikeinen zien, is wel erg simpel. De affaires kregen vooral aandacht omdat een belangrijk deel van de financiële wereld niet langer gerust is in de gevolgen die het gebruik van westerse banken en verzekeringen in het versluizen van misdaad- en roofgeld heeft. Vooraanstaande financiers vinden dat er toch iets meer controle moet komen op het ongebreidelde kapitaalverkeer.

In Moskou zoekt de “Familie” een uitweg op de klassieke manier: door intriges. Jeltsin ontsloeg in augustus Stepasjin als premier omdat die niet had kunnen beletten dat er een verkiezingsblok werd gevormd tussen burgemeester Loezjkov en een reeks lokale potentaten die uitpakken met Primakov als lijsttrekker. De Familie vreesde dat Stepasjin onvoldoende waarborgen bood om hun belangen veilig te stellen en koos daarom het zekere voor het onzekere, Poetin. Maar zo zeker is die niet, hij kan met zijn dossiers de Familieleden gemakkelijk chanteren. En veel kans om president te worden heeft hij niet. De Familie zal ongetwijfeld trachten tot een akkoord te komen met Primakov om immuniteit te genieten. Jeltsin zou die kunnen krijgen door bij voorbeeld benoemd te worden tot levenslang lid van de Federatieraad (kamer van afgevaardigden uit de regio’s), iets wat Loezjkov trouwens al suggereerde. Primakov ging nog verder: een gewezen president en zijn omgeving moeten hun dagen in rust kunnen slijten. Hij bedoelt daarmee waarschijnlijk ook: in luxe. Daar de meeste kopstukken van zijn blok zelf veel te verbergen hebben, zit het er wel in dat de spons wordt bovengehaald.

En met Primakov als boegbeeld, kunnen het IMF en Washington weer zonder problemen “hulp” verstrekken die vroeg of laat wel moet worden afbetaald, maar niet met het geld dat intussen is geroofd. Daarmee kan weer de schijn worden opgehouden dat men in Rusland te doen heeft met hervormers en democraten.

De balans van acht jaar “hervormingen” is tragisch. Hoe moet of kan het verder?

Rusland is een grondig gedepolitiseerde maatschappij. Tsarisme, stalinisme en neostalinisme lieten diepe sporen na, de horizontale communicatie werd verbroken, van een autonome samenleving, een “société civile”, was geen sprake. Gorbatsjov maakte wel een opening, maar de meeste Sovjetburgers waren erg achterdochtig, de samenleving werd er niet grondig door veranderd. Zodat de bureaucraten–die-kapitalist-wilden-worden van die kant niets moesten verwachten. Zeker niet van de vakbondsleiding die integraal deel uitmaakte van de bevoorrechte bureaucratie en haar dromen deelde.

Rusland heeft sterke troeven om uit het dal te geraken: een goed geschoolde bevolking (maar die troef dreigt door verwaarlozing van het onderwijs teloor te gaan), enkele performante industriële sectoren die op wereldvlak wel concurrerend kunnen zijn, bodemrijkdommen. Een efficiënt gebruik ervan is een kwestie van andere politiek.

Maar vanwaar kan die komen? Een “société civile” komt niet uit de lucht vallen, apathie, cynisme en het ieder voor zich worden niet gemakkelijk overwonnen.

De crisis is echter zodanig groot dat de bewindvoerders die na Jeltsin komen, toch conclusies zullen moeten trekken uit het complete failliet van het door het IMF en door de roversbelangen gedicteerde “beleid”. Om enige geloofwaardigheid te hebben zullen ze een grondig onderzoek moeten instellen naar wat er in de jaren ’90 allemaal is gebeurd en dat terugdraaien. Zonder renationalisatie van de bodemrijkdommen, van belangrijke industriële sectoren en financiewezen is er alleen het alternatief van de “liberalen”: de plundering met grotere buitenlandse bijdrage voortzetten. Een minimum aan planificatie, aan strak toezicht op kapitaalverkeer en buitenlandse handel lijken een minimum om verdere pauperisatie, en op termijn kolonisatie, af te houden.

Woordenboek

Voor gebruik bij berichten over Rusland in de jaren ’90:

Democraat: wordt gebruikt voor diverse stromingen en voor Boris Jeltsin. Jeltsin deed in oktober het Russisch parlementsgebouw kapotschieten, daarbij vielen honderden doden. Zijn grondwet werd eind 1993 officieel goedgekeurd na vervalsing van de cijfers. Zijn herverkiezing in juli 1996 kwam er na een campagne waarin de oppositie in nagenoeg alle media voortdurend werd aangevallen. Russische democraten hebben in principe geen principes, wel waarden in harde valuta.

Hervormer: is een zeer vage term voor Russische politici die in min of meerdere mate het Westen goed gezind zijn.

Liberaal: wordt gebruikt voor diverse stromingen. De uiterst-rechtse Vladimir Zjirinovsky noemt zijn partij Liberaal-Democratisch. Ze zit inderdaad al jaren in het Jeltsin-kamp bij elk belangrijk conflict. Meestal gebruikt men liberaal voor de partij “Jabloko” van Gregory Javlinksy, maar ook voor de groepen rond de ex-premiers Jegor Gaidar en Sergej Kirijenko waar onder andere bewonderaars zitten van generaal Pinochet.

Maffiabestrijding: het heeft volgens de Duitse misdaadbestrijders en westerse correspondenten in Moskou geen zin daarover met de autoriteiten in Moskou te praten. De misdaad heeft er politieke en zakelijke hoogten zonder weerga in de wereld bereikt. Spreken over Russische maffia als iets dat los staat van de leidende klasse, is nonsens”, aldus Piero Ostellino, correspondent van de Italiaanse krant Corriere della Sera die de affaires in Moskou al jaren op de voet volgt.

Mensenrechten: Rusland werd in februari 1996 aanvaard als lid van de Raad van Europa waar men oordeelde dat het aan alle voorwaarden voldeed, ook inzake mensenrechten. Jeltsins invasie in Tsjetsjenië, die toen volop bezig was, kostte tussen 40.000 en 80.000 doden. Zijn Amerikaanse collega Bill Clinton vergeleek Jeltsin met Abraham Lincoln die ook het leger had ingezet tegen het zuidelijke separatisme.

Privatisering: op zijn Russisch: koper en verkoper zijn één, zodat de koopsom ridicuul laag ligt.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook