Russische diplomatie ruikt sterk naar gas

De internationale politiek ruikt steeds meer naar gas. Op de topconferenties van de Europese Unie (EU) wordt er druk over gas gesproken. Op de ontmoetingen tussen de EU en Rusland is dat net hetzelfde. In Latijns Amerika leidt de nationalisatie van de aardgasvelden in Bolivia tot spanningen met buurland Brazilië.

De Franse politiek wordt voor een stuk beheerst door de (uitgestelde of afgestelde) plannen om Gaz De France (GDF) te privatiseren en samen te smelten met Suez. De relaties tussen Rusland en zijn buurlanden staan in het teken van gasleveringen en prijzen. Gas staat hoog op de agenda van de G8 in Sint-Petersburg. Kortom, gas is een bijzonder heet onderwerp. En gas is “dankzij” Electrabel en Suez ook in België een heet hangijzer.

Het belang van aardgas is natuurlijk niet ontsnapt aan de aandacht van Vladimir Poetin, sinds 2000 president van de Russische Federatie. Dit land heeft 27 procent van de aardgasreserves van de wereld. Er zijn in de gasproductie vele minder spelers dan in die van olie: na Rusland zijn er nog Iran en Qatar als grote gasmogendheden. In een wereld die aan energiehonger lijdt, beheerst de strijd om de energiebronnen steeds meer politiek, economie en diplomatie. Wie gas heeft, heeft dus macht. Want nu al weet men dat de vraag naar aardgas de komende dertig jaar minstens zal verdrievoudigen.

Gazprom

Het is geen toeval dat de belangrijkste onderneming van Rusland rond aardgas is gebouwd: Gazprom. Gazprom was nog ten tijde van de Sovjet-Unie al een soort “staat in de staat”, een gigantische onderneming die een grote machtsbasis vormde. De directeur van Gazprom behoorde tot de top van de nomenklatura. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie eind 1991 werd de macht van Gazprom alleen maar groter. De man die nog in de Sovjettijd directeur van dat staatsbedrijf was geweest, Viktor Tsjernomyrdin, werd in 1992 door president Boris Jeltsin tot premier benoemd en hij zou dat tot in 1998 blijven.

Onder Tsjernomyrdin werden Gazprom en Kremlin als het ware één. Gazprom werd wel gedeeltelijk geprivatiseerd, maar zoals alle privatiseringen in Rusland (en in veel andere landen) kwam dit neer op pure roof: de privatisering gebeurde discreet, onder vrienden en voor een vriendenprijsje. In 2005 verwierf de staat weer een meerderheidscontrole van 51%. Intussen had Gazprom ook al meer en meer media opgekocht. Televisiestations als NTV, radiozenders als ‘Echo van Moskou’, kranten (o.m. Izvestia) en tijdschriften, het maakt allemaal deel uit van het imperium van Gazprom dat zo een groot deel van de media naar zijn pijpen doet dansen. Met zijn filialen erbij stelt Gazprom alleen al in Rusland een half miljoen mensen tewerk. De waarde wordt op meer dan 200 miljard euro geraamd.

De belangen van het Kremlin en Gazprom zijn dezelfde. Rusland is een zeer grote uitvoerder van olie, momenteel even belangrijk als Saoedi-Arabië. Olie spijst de staatskas, Rusland betaalde in versneld tempo schulden af en bouwt grote deviezenreserves (180 miljard dollar) op. Maar op langere termijn is gas veel belangrijker. Die gasprijzen zijn aan die van de olie gekoppeld, ze zijn dus ook fel gestegen en zullen naar alle verwachting, gezien de energiehonger, hoog blijven.

Dat gas is echter ook een zeer belangrijk drukkingsmiddel, een politiek en diplomatiek wapen dat Poetin steeds uitdrukkelijker hanteert. Hij doet dat dan vooral tegenover Europa, zowel West-Europa als onafhankelijk geworden Sovjetrepublieken. Een van Poetins belangrijkste medewerkers is Dimitri Medvedev die zelfs wordt getipt als zijn mogelijke opvolger. Medvedev is vice-premier maar vooral de nummer twee van Gazprom. Medvedev zei onlangs dat de macht van Rusland berust op zijn economische macht en zijn politieke gezondheid – meestal zegt men het omgekeerd: politieke macht en economische gezondheid. Maar de economie staat onder Poetin centraal. En economische macht berust in Rusland grotendeels op olie en gas. Dankzij olie en vooral gas kan Rusland weer een vooraanstaande plaats op het wereldtoneel verwerven.

EU zoekt energieveiligheid

Voor de Europese Unie is het beveiligen op langere termijn van de energievoorzieningen een van de allerhoogste prioriteiten. De EU heeft zelf niet zo veel energiebronnen en hangt dus voor haar welvaart grotendeels af van invoer, maar die invoer is onzeker, dus moet men zoveel mogelijk van verschillende kanten betrekken. De landen van de EU zullen meer en meer van dat Russisch gas nodig hebben. Nu al komt een vierde van het gasverbruik uit Rusland. Poetin waarschuwde de Europese klanten onlangs onomwonden dat hij zijn gas even goed aan anderen kan leveren, bijv. aan China dat verwoed op zoek is naar veilige energiebevoorrading. “West-Europa moet weten wat het op termijn wil. Als wij tegen 2011 gas aan China willen leveren, moeten we volgend jaar aan de aanleg van pijpleidingen beginnen”, waarschuwde Medvedev onlangs.

Moskou heeft wel goede vrienden in de EU. Vorig jaar sloot het een belangrijk contract voor de aanleg van een gaspijpleiding vanuit Rusland onder de Baltische Zee naar Duitsland. Oekraïne en vooral Polen waren erg boos, want met die onderzeese pijpleiding verliezen zij natuurlijk veel opbrengsten, royalty’s voor de doorvoer van dat gas. Maar het duo Kremlin en Gazprom vonden dat ze met een onderzeese leiding niet kunnen gechanteerd worden door die onbetrouwbare buren. Ze vonden een zeer belangrijke partner in de persoon van de toenmalige Duitse kanselier Helmut Schröder die na de verkiezingen van september de grote en goedbetaalde baas werd van de onderneming die voor die pijpleiding instaat. Dat deed natuurlijk vragen rijzen over zijn motieven om dat project voor een onderzeese pijplijn te steunen want hij werd er zelf beter van.

De energietenoren van de EU trachten zich op verscheidene manieren schrap te zetten. Dat gebeurt onder meer in de vorm van versnelde fusies en overnames in de energiesector. De Italiaanse groep Enel tracht het Franse Suez in handen te krijgen om zo vooral Electrabel binnen te doen, waarop de Franse regering trachtte te reageren met de geplande fusie Gaz De France en Suez. De Duitse energiereus E.ON (dat in 2003 Ruhrgas opkocht) en het Spaanse Gas Natural strijden om de overname van het Spaanse Endesa, enz. De fusies en overnames worden politiek gesteund omdat West-Europese leiders ervan uitgaan dat alleen West-Europese energiereuzen in staat zijn op te tornen tegen een machtig concern als Gazprom (en het Kremlin). Maar elk van de grote landen wil dan wel zijn eigen energiereus.

EU-commissaris Peter Mandelson denkt een oplossing te hebben: hij stelde onlangs voor om olie en gas volledig te onderwerpen aan de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waardoor onder meer aanvoer en investeringen in die sectoren beter zouden beschermd zijn.

Distributie

Gazprom stelt zich echter niet tevreden met langlopende leveringscontracten, het wil ook een groot deel van de distributie in West-Europa in handen krijgen . Gazprom heeft onder meer belangstelling voor het Britse bedrijf Centrica. Anderzijds streeft de Nederlandse Gasunie naar grote samenwerking met Gazprom. De Gasunie heeft alvast een belang genomen in de onderzeese pijpleiding van Gazprom naar West-Europa; de Gasunie wil Russisch aardgas via Nederland laten lopen en hoopt dat Nederland de spil wordt voor de distributie van Russisch gas in Noordwest-Europa. De Gasunie hoopt op het eigen gasveld Slochterenveld, dat binnenkort leeg is, gasvoorraden op te slaan. Nederland heeft ook grote plannen voor de bouw van installaties om onder meer dat Russisch gas vloeibaar te maken. Vloeibaar gas (LNG) kan immers ook per schip worden vervoerd, waardoor men niet afhankelijk is van een pijplijn.

De greep van Suez op de Belgische energiemarkt vormt voorlopig een hinderpaal om België een grote rol te laten spelen in de aardgasmarkt van Noordwest-Europa. Voor de Franse GDF is België een soort buffer tegen de opmars van de noordelijke concurrenten die in Nederland wel voet aan de grond hebben.

De EU tracht ook nog op andere manieren aan een te grote greep van leveranciers, zoals Rusland, te ontkomen. Dat kan onder meer door grote investeringen in onderzoek naar energiebesparing en naar alternatieve energiebronnen . Wie zelf weinig natuurlijke bronnen heeft, moet zeker op dat vlak het voortouw nemen.

Chantage

Het Kremlin gebruikt het gaswapen ook tegenover anderen. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney Maakte zich onlangs in de Litouwse hoofdstad Vilnius zeer boos op Moskou. Hij waarschuwde de Russische leiders hun rijkdom aan olie en gas niet te misbruiken voor “intimidatie en chantage”. Het was Cheney niet om morele beginselen te doen, wel om de Amerikaanse belangstelling voor de ontginning van de rijke gasvelden van Sjtokman in de Barentszzee. Gazprom wil buitenlandse partners tot 49%, maar stelt de keuze van die partners voortdurend uit, tot ergernis van de Amerikaanse energiebaronnen van ConocoPhilips en Chevron die op een aandeel azen in Sjtokman, een van de grootste gasvelden ter wereld. Het gaat in totaal om een investering van minstens 16 miljard euro, maar de opbrengsten beloven reusachtig te zijn. Het gas gaat later na het bovenhalen via een 500 kilometer lange gaspijp naar een fabriek voor LNG, door koeling vloeibaar gemaakt aardgas.

Tegenover vroegere Sovjetrepublieken heeft Moskou een zeer eenvoudig drukkingsmiddel: wie bevriend blijft, krijgt van Gazprom forse prijsverminderingen, wie ontrouw wordt betaalt meteen meer.

In Oekraïne weten ze er alles van. Vroeger werd al eens de gaskraan dichtgedraaid om de regering onder druk te zetten. De prijs van het Russische gas werd daar in korte tijd verdrievoudigd, wat een straf was omdat Oekraïne sinds zijn zogenaamde ‘Oranjerevolutie’ meer naar het Westen lonkt. Georgië en Moldavië kregen een verdubbeling van hun factuur. Wit-Rusland, dat wel trouw is aan Moskou, blijft goedkope gas krijgen, al vindt de directie van Gazprom dat dit ook niet kan blijven duren, want zo betaalt Gazprom in feite de economische groei van die buurstaat.

De beslissing om een pijpleiding onder de Baltische Zee aan te leggen, is ook een soort straf tegenover Oekraïne en Polen. Maar Moskou voert aan dat die landen onbetrouwbaar zijn om een constante doorvoer van gas te garanderen. Ze zouden al snel zelf naar het wapen van de chantage kunnen grijpen.

In Oekraïne hangt er aan de politiek ook al een sterke gaslucht. Gewezen premier Julia Timosjenko, die opnieuw de regering leidt, heeft niet voor niets de bijnaam “gasprinses”. Ze werd in de jaren 1990 rijk met gasdeals waar een verdacht luchtje aan zit. Maar zij is niet de enige van de Oekraïense politici die met gas en aanverwante rijk werd en dus zwijgt ook de rest.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :