Romney blijft aanmodderen, Santorum blijft aanklampen, Gingrich en Paul weigeren op te geven

Mitt Romney schoof woensdag 21 maart weer een beetje vooruit als mogelijk presidentskandidaat voor de Republikeinen, na zijn overwinning in de centraal-noordelijke staat Illinois. De strijd is echter verre van gestreden. De Republikeinse Partij blijft zich daarbij in de voet schieten. Toch maakt dat een overwinning van Democratisch president Obama nog niet zeker.

Nog steeds geen definitieve doorbraak voor Romney

De recente ‘overwinning’ van Romney in Illinois is relatief. Hij behaalde wel 47% van de stemmen wat hem in deze staat 42 van de 54 zetels voor het nationale Republikeinse kiescollege oplevert, feit blijft dat hij ook daar geen meerderheid van de Republikeinse kiezers achter zich weet te scharen. De teller staat nu voor hem op 595, goed voor 52 procent van de vereiste 1144. Santorum behaalde dan weer de meeste stemmen in de zuidelijke staat Louisiana, goed voor 13 van de 20 zetels.

Hoewel de kansen van Rick Santorum om het aantal van 1144 nog te halen – hij staat nu op 264 – bijna nihil zijn, dreigt door zijn volharding in de strijd (en die van Newt Gingrich met 157 en Ron Paul met 97 zetels) een doemscenario waarbij Romney dan wel met de meeste stemmen naar de Republikeinse Conventie gaat maar niet met de vereiste helft. Dat zou in het ergste geval betekenen dat de definitieve keuze pas op de Conventie zelf zou vallen. Dat zou de Conventie de kans ontnemen om alles daar tegen Obama in te zetten.

De top van de Republikeinse Partij zal uiteraard trachten de mindere kandidaten te overtuigen om de strijd op te geven en hun steun voor Romney te betuigen. Normaal zou dat echter al moeten gebeurd zijn. De delegaties van de staten zijn bovendien niet gebonden aan hun kandidaat, zij kunnen van mening veranderen en anders stemmen dan de kandidaat, voor wie ze werden verkozen, hen ‘aanraadt’. Het is bijvoorbeeld zeer twijfelachtig dat Ron Paul zich zal uitspreken voor Romney. Het mag zelfs niet worden uitgesloten dat hij als onafhankelijk derde kandidaat doorgaat met zijn campagne.

De Republikeinen blijven zich in de voet schieten

Het maakt in ieder geval dat de Republikeinse Partij nog altijd vooral bezig is met de interne strijd en het duel met Obama nog niet voluit aangaat. Alleen Romney probeert Obama te viseren, maar daar hij van alle Republikeinse kandidaten zelf het minste verschil maakt met Obama, zeker op economisch vlak, komt hij weinig geloofwaardig over. Hij moet het inderdaad vooral hebben van die Republikeinse kiezers die de andere kandidaten nog slechter vinden.

Voor Newt Gingrich is de strijd in feite al voorbij. Voor hem komt het er op aan voldoende indruk te maken op de uiteindelijke winnaar om eventueel ‘running mate’ (letterlijk ‘meeloper’) te worden – kandidaat vice-president. Voor Rick Santorum valt dat ook niet uit te sluiten maar is dat gezien zijn giftige campagne tegen Romney minder waarschijnlijk. Hoewel, in de Amerikaanse politiek mag je alles verwachten.

Vierde man Ron Paul heeft dan wel minder zetels in het Republikeins kiescollege veroverd dan Gingrich, voor hem is de strijd desondanks verre van over. Hij blijft genegeerd worden door de media. Dat neemt niet weg dat hij zonder enige campagne te voeren in Illinois 9 % van de stemmen heeft gehaald. Zijn houding in de uiteindelijke strijd tussen Obama en de Republikeinse kandidaat – het zal over geringe procenten gaan – kan het verschil maken.

Andermaal uitstel van het duel met Obama

Dit betekent dat de interne Republikeinse strijd weer eens weken blijft doorgaan, eerst tot 3 april, daarna tot 24 april wanneer vijf staten tegelijk voorverkiezingen houden. Het ziet er naar uit dat Romney zijn voorsprong zal blijven vergroten maar ook daar weer niet voor de definitieve doorbraak gaat zorgen.

Op 3 april zijn de volgende voorverkiezingen, ditmaal in de staten Maryland en Wisconsin en in het federale district van de hoofdstad Washington, DC. (DC staat voor ‘District of Columbia’, de hoofdstad van de VS maakt geen deel uit van één van de staten van de federatie, niet te verwarren met de gelijknamige noordwestelijke ‘staat’ Washington aan de andere kant van het land). Ook die zullen meer dan waarschijnlijk niet voor de definitieve doorbraak van Romney zorgen. In Maryland zal Romney wel de meeste stemmen halen net als in de net ernaast liggende hoofdstad.

Het dossier ‘Wisconsin’ komt weer bovendrijven

Het is heel wat minder zeker waar de 42 zetels van Wisconsin naar toe zullen gaan. De staat heeft altijd al een wispelturig kiesgedrag gekend. In 2008 haalde Obama er 56 procent van de stemmen, maar in 2010 versloeg Republikeins kandidaat-gouverneur Scott Walker de Democratische tegenkandidaat met 52,29 procent. Walker werd later internationaal bekend als de eerste gouverneur die in zijn staat wetten liet stemmen om het systeem van collectieve onderhandelingen door de vakbonden van de openbare diensten te verbieden (in de privésector bestaan ze niet). Daar is toen een reactie op gekomen met een maandenlange bezetting van het parlement van de staat.

Dat verzet heeft onder meer geleid tot het afdwingen van een tussentijdse ‘terugroepverkiezing’ die doorgaat op 5 juni. Hoewel dat nog wel enige tijd weg is, overheerst die verkiezing volledig het politiek discours in de staat. Zetelend gouverneur Scott Walker heeft zich voor geen enkele van de Republikeinse presidentskandidaten uitgesproken. De radicalisering van de Republikeinse tegencampagne ten bate van Walker en zijn antisociaal beleid spelen volledig in de kaart van Santorum die normaal gezien in deze centraal-noordelijke staat aan de grens met Canada weining brokken zou maken.

Romney heeft zich als toenmalig gouverneur van de oostelijke kuststaat Massachussets altijd veel ‘socialer’ opgesteld (nu ja, socialer in de Amerikaanse zin van het woord). Zijn toenmalig beleid in Massachussets wordt ook voortdurend door de drie tegenkandidaten tegen hem uitgespeeld.

Republikeinse Partij oogst wat ze gezaaid heeft

Zoals hierboven al gezegd, de top van de Republikeinse Partij, zit in zak en as. Zij heeft sinds de jaren ’60 volledig de reactionaire christelijke bewegingen omarmd, maar was wel altijd voorzichtig genoeg om die buiten de cenakels van de reële macht te houden. Mitt Romney zou voor hen de ideale kandidaat moeten zijn die, eenmaal de nominatie beslist is, het politieke centrum kan opzoeken. Amerikaanse presidentsverkiezingen worden immers nooit beslist door de eigen achterban te mobiliseren. Men haalt de overwinning om de twijfelende kiezers tussen beide partijen in te voertuigen. Met Rick Santorum is zoiets bij voorbaat uitgesloten.

Romney mag dan wel de ideale kandidaat zijn voor de Republikeinen op economisch vlak – het enige niveau dat er uiteindelijk toe doet -, hij is zeer controversieel voor de christelijke conservatieve kiezers omdat hij een lid is van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen van de Laatste Dagen, beter bekend als de ‘mormonen’. Christelijke fundamentalisten stemmen dan wel uitsluitend voor kandidaten die hun religieus fanatisme delen, ze stemmen niet zomaar voor een mormoon, die godsdienst is voor hen immers ‘des duivels’. Voor deze kiezers is Santorum de ideale man.

Met Santorum oogst de Republikeinse Partij wat ze jarenlang gezaaid heeft, een kandidaat die al die godsdienstige zever zelf ook echt gelooft. Er hebben altijd wel fanatieke kwieten zoals Santorum meegedaan aan de verkiezingen in de VS maar ze werden altijd deskundig gemarginaliseerd door het partijapparaat. Politieke partijen mogen in de VS dan wel zeer zwak georganiseerde organisaties zijn, het in handen houden van verkiezingen is echter wel hun ‘core business’. Santorum krijgt dan wel nauwelijks financiële steun van het bedrijfsleven, hij blijft maar scoren en doorgaan.

Bovendien haalt hij hoge scores in het diepe zuiden, waar Romney dan weer zeer slecht scoort. Dat diepe zuiden is sinds de jaren ’60 het hartland van de Republikeinse Partij, niet zozeer qua bevolkingsaantal (het gaat om relatief ‘kleine’ staten) maar omwille van het electoraal systeem van de VS wegen ze zwaarder door dan hun demografisch gewicht.

Representativiteit van de voorverkiezingen is relatief, ook voor Mitt Romney

Tot nog toe hebben ongeveer 10 miljoen Amerikanen meegedaan aan de Republikeinse voorverkiezingen. Verdeeld over de nog overblijvende vier kandidaten geeft dat volgende verdeling qua stemmen. De verdeling van de zetels voor de Republikeinse conventie ziet er echter anders uit, omdat het Amerikaanse electorale systeem (dat in feite een kopie is van het Engelse) de grootste stemmentrekker bevoordeeld (die daarom niet noodzakelijk de meerderheid van stemmen heeft).

Met 39,27 % van de uitgebrachte stemmen achter zijn naam behaalt Romney tot nu 54 procent van de reeds te verkrijgen zetels in de Republikeinse Conventie, Rick Santorum krijgt met 27,12 procent slechts 11 procent van die zitjes, Newt Gingrich met 21,04 procent stemmen haalt daarmee 6,9 procent van de zetels en Ron Paul met 7,29 prcent van de stemmen is goed voor 3,5 procent van die zetels.

Met andere woorden, Romney mag dan wel al 54 procent van de reeds verdeelde zetels veroverd hebben, hij heeft nog altijd geen meerderheid van de Republikeinse kiezers achter zich kunnen scharen. Integendeel, 59 procent van de Republikeinse kiezers die al aan voorverkiezingen deelnamen hebben voor Rick Santorum, Newt Gingrich of Ron Paul gestemd.

Niets is echter zeker

Voor Obama moet dit ondertussen als muziek in de oren klinken. Een vroeg gevonden kandidaat van de Republikeinen die ook conservatieve Democraten had kunnen aanspreken zou voor hem een zekere nederlaag betekend hebben. De economie is ondertussen een beetje aan het herleven, toch voor de bedrijven. Beter gezegd, het gaat niet echt goed maar toch iets minder slecht. Hij kan zich rustig verder profileren als de kandidaat van de ervaring, de standvastigheid en de zekerheid.

Toch zal hij deze campagne keihard moeten voeren. In de VS worden verkiezingen nooit gewonnen op basis van een politiek programma. Ook reële verwezenlijkingen zijn geen garantie op succes. Bovendien, ook al ziet het er naar uit dat het nog een tijdje gaat duren voor de Republikeinse kandidaat zich gaat kunnen concentreren op het duel, eenmaal het zover is kan er nog veel gebeuren.

Obama’s recente flater

Obama moet net als Clinton voor hem volledig rekenen op de negatieve perceptie van de tegenkandidaat om een tweede mandaat te halen. Hij kan niet langer rekenen op de massale steun van de civiele maatschappij die hem aan zijn linkerzijde naar zijn eerste overwinning heeft gestuwd. Die toenmalige euforie was onterecht, maar de perceptie was er wel (zie vorige artikels). Kort gezegd: hij zal een impliciete boodschap moeten uitdragen van ‘ik ben dan wel niet zo fantastisch, die andere is gewoon nog slechter’.

Bovendien, Obama heeft zonet een zwaar amateuristische flater geslagen door in het bereik van de microfoons van de pers een beetje te vertrouwelijk met de Russische president Medevedev te praten. Hij zei hem in verband met het geplande antirakettenschild in Europa dat hij ‘in zijn tweede mandaat wel flexibeler zou kunnen zijn’, waarop Medevedev antwoordde dat hij het aan ‘Vladimir’ zou doorgeven. (Vladimir Poetin is nog Eerste Minister maar wordt terug Russisch president in mei.)

Niemand wil een overwinning van de Republikeinen. Drie van de vier kandidaten staan voor eenzelfde antisociaal economisch beleid en verdedigen dezelfde premissen van buitenlandse suprematie als Obama, zei het met een iets ruwere retoriek. Op binnenlands vlak betekent een Republikeinse overwinning verdere sociale afbraak voor de meerderheid ten bate van een steeds kleinere elite. Dat maakt de Democratische president echter niet beter.

(Uitpers nr. 141, 13de jg., april 2012)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :