Rode Khmers krijgen schijnproces

In Cambodja zijn enkele bejaarde leiders van de ‘Rode Khmers’ opgepakt om voor een speciale rechtbank te verschijnen. Worden Khieu Samphan, Ieng Sary en enkele andere kopstukken wel echt ter verantwoording geroepen voor wat meestal als een ‘genocide’ op hun eigen volk wordt omschreven? Wordt dit een echt proces over de periode 1975-1978? We twijfelen daar om allerlei redenen sterk aan. En wel daarom:

De lange aanloop. De Rode Khmers van wat toen “Democratisch Kampuchea’ werd genoemd, werden eind 1978 door Vietnamese troepen van de macht verdreven. De Vietnamezen grepen in nadat de Rode Khmers invallen hadden gedaan op Vietnamees grondgebied. De leiders bleven uit hun handen en keerden uiteindelijk midden van de jaren 1990, toen Cambodja met VN-troepen “genormaliseerd” was, terug. Sommigen schaarden zich aan de kant van het nieuwe bewind van Hun Sen, ook anderen werden met rust gelaten. “Duch”, de man die bevel voerde over het beruchte martelkamp Tuol Sleng, werd wel opgepakt.

De galg in het foltercentrum Tuol Sleng in Phnom Penh. De gevangen werden aan hun voeten omhoog getrokken en dan met hun hoofd in potten water neergelaten. (foto: Paul Vanden Bavière)

Al in het midden van de jaren 1990 was er sprake van een rechtbank om de chefs van de Rode Khmers (grote chef Pol Pot zelf was intussen dood) te berechten. Vanuit sommige westerse landen kwam er druk om een internationale rechtbank op te richten, maar het Cambodjaanse bewind van Hun Sen (die na de vlucht van de Rode Khmers aan de macht kwam en daar nog zit) vond dat een aantasting van de soevereiniteit van Cambodja.

Medeplichtige aanklagers

De discussie daarover verzandde. De belangrijkste reden lijkt me wel dat zowel de bewindvoerders van Phnom Penh als die van Washington, Londen, Parijs, Brussel… er belang bij hadden dat er niet te snel een proces kwam. Die leiders beseften immers het risico dat op zo een proces de verdediging zou verwijzen naar de medeplichtigheid van de aanklagers!

Na de val van het Rode Khmer-bewind ontstond er inderdaad een eigenaardige internationale alliantie: China, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, België…trokken aan één zeel tegen Vietnam en het nieuwe bewind in Phnom Penh. China had de Rode Khmers altijd al gesteund, onder meer om zo de invloed van het in 1975 herenigde Vietnam in te dijken. Chinese troepen vielen in februari 1979 Vietnam binnen om die Vietnamezen “een lesje te leren”. Maar het waren de Chinese troepen die een lesje kregen, wat Peking het bewijs leverde dat het met die strijdkrachten droevig was gesteld en dat ze dringen d moesten worden gemoderniseerd.

Schedels van Cambodjanen die door de Rode Khmers werden vermoord in het executiecentrum Choeung Ek, net buiten Phnom Penh. (foto: Paul Vanden Bavière)

De anti-Vietnamese houding van China lag voor de hand. Maar de westerse regeringen dan? Voor Washington lag hier een kans op wraak voor de smadelijke nederlaag die ze in 1975 in Vietnam leden. Bovendien was Vietnam een goede bondgenoot van Moskou en waren de relaties tussen de VS en China aan het verbeteren.

Veel West-Europese regeringen volgden Washington daarin. De Britse regering stuurde militaire experts om de troepen van de Rode Khmers, die in het westen van Cambodja en in de grensstreek van Thailand zaten, te onderrichten in sabotagewerk. Het bondgenootschap van China, VS, West-Europa zorgde ervoor dat “Democratisch Kampuchea” de Cambodjaanse zetel in de Verenigde Naties kon behouden. Dit had tot gevolg dat alle VN-instanties in de Thailandse grensstreek instonden voor de kampen waarbinnen de Rode Khmers en hun bondgenoten honderdduizenden mensen controleerden, een deel van hen tegen hun wil. Het had tot gevolg dat de VN voedsel en diensten leverden aan de Rode Khmers, ook aan de strijders.

“Democratisch Kampuchea” was in theorie een alliantie van de Rode Khmers, het rechtse KPNLF en de groep rond ‘staatshoofd’ Norodom Sihanoek die uit naam van de “Cambodjaanse soevereiniteit” aanvaardde samen te werken met de Rode Khmers. Het waren deze laatsten die “Democratisch Kampuchea” controleerden en de zetel in de VN bekleedden. De man die op de zetel ging zitten was… .Khieu Samphan, de nummer twee van het bewind – na Pol Pot.

Belgische vuile handen

De Belgische regering deed daar zeer actief aan mee. Vooral minister Leo Tindemans was bijzonder bedrijvig in de kruistocht tegen Vietnam. Hij blokkeerde jarenlang een project om de spoorweg tussen het noorden en zuiden van Vietnam te moderniseren. België zou locomotieven leveren, maar Brussel stak daar een stokje voor, want die spoorlijn zou ook militair kunnen gebruikt worden…

De Belgische diplomatie steunde ook voluit “Democratisch Kampuchea”, en dus de Rode Khmers, in alle mogelijke internationale instanties.

De diplomaten deden soms meer dan dat. In 1985 vertelde de Belgische ambassadeur in Bangkok me doodleuk hoe hij een konvooi met (Chinese) wapens naar de grenszone met Cambodja had begeleid.

België huldigde officieel altijd het principe dat het staten en geen regeringen erkent. Het maakte meer dan tien jaar lang een uitzondering voor Cambodja!

Verdediging

Indien ik in de verdediging van Khieu Samphan, Ieng Sary en compagnie zou zitten, zou ik naast de Chinese leiders en Thailandse generaals ook mensen als de gewezen Britse premier Margaret Thatcher, de gewezen Amerikaanse presidenten Jimmy Carter en George Bush sr, de gewezen chef van de VS-diplomatie Henry Kissinger en compagnie (ook Tindemans) als getuigen oproepen. Hoe kan de “vrije wereld” verklaren waarom ze die daders van een genocide jarenlang hebben gesteund, tot op het einde van de jaren 1980 b leek dat de toestand voor “Democratisch Kampuchea” uitzichtloos werd?

Ter verdediging zou ik ook wel enkele Cambodjaanse leiders op de getuigenbank roepen om te vragen wat zij tijdens en na het bewind van de Rode Khmers deden. Want onder die lieden zitten er enkele die door Hun Sen – zelf even een Rode Khmer tot zijn fractie werd weggezuiverd – werden opgepikt en zand erover. Het regime van Hun Sen zit vol met gewezen Rode Khmers, tot op hoge posten waar ze mee profiteren van het Cambodjaanse casino-kapitalisme.

Vergeten we vooral Norodom Sihanoek niet, staatshoofd door alle regimes heen. Hij speelde met zichtbaar genoegen uithangbord voor het regime van de Rode Khmers. Sihanoek had al langer vuile handen, onder meer in de repressie van de oppositie in de jaren 1960. Hij zorgde er alleszins actief mee voor dat de Rode Khmers lang na 1978 internationaal Cambodja vertegenwoordigden.

Maar zoals we al merkten, zijn de meeste leiders van de Rode Khmers en hun medeplichtigen een jaartje ouder, zodat er op de beklaagdenbank enkel personen zitten die eerder zielig aan doen. Idem voor de mogelijke getuigen die echter niet zullen opgeroepen worden. Zoveel spelers van toen willen liever niet meer aan die tijden en gebeurtenissen worden herinnerd. Het proces tegen enkele Rode Khmers komt veel te laat. Ook om de feiten zelf te achterhalen, want ook over dat bewind is een felle propagandaoorlog geleverd, met als resultaat dat latere generaties zich nog hoogstens het woord genocide herinneren.

Overdrijf ik? Een vijftal jaar geleden vroeg een druk beluisterd programma van radio 1 wie wist wie Pol Pot was. Ze waren gelukkig dat er iemand (ikzelf) belde om een en ander rond die ‘vergeten figuur’ te vertellen. Wie ligt er dus nog wakker van de feiten, de schuldigen en de medeplichtigen?. Zelfs in Cambodja wordt niet veel drukte gemaakt om dit proces, de Cambodjanen hebben met de ‘vrije markt’ al genoeg zorgen.

(Uitpers, nr. 92, 9de jg., december 2007)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :