Rien ne va plus in Suriname

Op 25 mei zijn er presidentsverkiezingen in Suriname. Spannende tijden in tijden van het coronavirus, maar ook van corruptie, het Surinaamse virus waarmee dit land al jaren besmet is. Zal Bouterse zich als president weten te handhaven en daardoor zijn hachje redden of zal de Surinaamse kiezer daarover anders beslissen?
Corona en Suriname
Niets en niemand blijft gespaard van het coronavirus. Ook Suriname niet dat met zijn kleine bevolking – ongeveer 600.000 mensen waarvan de gemiddelde leeftijd gemiddeld 35 jaar is – op een relatief grote oppervlakte woont. Met haar 164.000 km² is het Zuid-Amerikaanse land ruim vijf keer groter dan België, maar de echt bewoonde strook is niet meer dan 12.500 vierkante kilometer. Vertrek aan de kust en loop vijftig kilometer naar het zuiden en je hebt het grootste deel van de Surinaamse bevolking gezien. Je zou kunnen zeggen dat dit land een ‘vastelandseiland’ is, begrensd door de Caribische Zee en het ondoordringbare regenwoud van het binnenland. Suriname blijft dus met zijn 2,5 inwoners per vierkante kilometer een ‘leeg’ land waar een steenrijke kleine minderheid de plak zwaait die niet altijd op een koosjere manier aan hun grote villa’s zijn geraakt. Maar in dat land Suriname leeft volgens World Data Lab ook ongeveer twintig procent van de bevolking in bittere armoede. Dat zijn ruim honderdduizend mensen. Eén op de vijf inwoners in Suriname heeft minder dan 1,90 Amerikaanse dollar per dag en de helft van de bevolking leeft van minder dan 5,50 Amerikaanse dollar per dag. Vooral in Oost- en West-Suriname, rondom Nickerie en in Marowijne, zijn achtergestelde gebieden waar veel jongeren weinig uitzicht hebben op een zelfstandig bestaan. De werkloosheid is hoog, de woon- en leefomstandigheden zijn slecht, er zijn gezondheidsproblemen en een groot aantal tienermoeders. Jongeren trekken naar Paramaribo, Nickerie of Albina hosselen geld bij elkaar met allerlei activiteiten en belanden dikwijls in de criminaliteit of prostitutie. (1)
In het verstedelijkte gebied rond de hoofdstad Paramaribo wonen ongeveer 400.000 inwoners en het is dan ook daar dat de eerste gevallen van coronabesmetting gedetecteerd werden. Op dit ogenblik zijn dat er volgens de officiële cijfers slechts acht. Volgens John Codrington, hoofd Klinisch Chemisch Laboratorium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, is er een toename van het aantal besmette personen te verwachten. Wel wijst hij op het feit dat het verloop van het virus heel anders kan gaan dan bijvoorbeeld in het buitenland. ‘We zijn geen China, Italië of Nederland waar je met zijn allen dicht op elkaar woont.’ Dat kan een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van het virus. De Ware Tijd, is er niet zo gerust in. ‘Zijn acht patiënten de stilte voor de storm ?’ vraagt de belangrijkste krant van het land zich af in een artikel van 26 maart.
Als die cijfers kloppen dan zijn dat er inderdaad nog heel weinig, maar over de gezondheidstoestand van de circa 50.000 bewoners in het verre binnenland, voornamelijk marrons en inheemsen, is weinig bekend. Toch heeft de Surinaamse overheid, zoals alle getroffen landen, maatregelen getroffen die met social distance, handen wassen en beperkte mobiliteit te maken hebben. Alle openbare vermakelijkheden zijn verboden. Restaurants en bars mogen alleen als meeneemservice fungeren. Alle recreatieoorden, maar ook markten waaronder de grote Centrale Markt in Paramaribo zijn gesloten.
Het Surinaamse virus
Toch is er één grote uitzondering op die noodmaatrgelen: de casino’s blijven open, want dat is een zeer gevoelig onderwerp in het ‘Las Vegas van Zuid-Amerika’. Alleen in Paramaribo zijn meer dan vijftien verschillende casino’s gevestigd, ongeveer net zoveel als in Amsterdam. Het hele land telt wel een twintigtal casino’s. Vicepresident Ashwin Adhin en minister Stephen Tsang van Handel, Industrie & Toerisme hebben op een persconferentie van 24 maart over Covid-19 proberen uit te leggen waarom de casino’s vooralsnog open mogen blijven. ‘Het probleem op dit moment is dat wanneer de casino’s sluiten, we een heel groot economisch probleem hebben vanwege het feit dat er ongeveer 3000 mensen werkzaam zijn in de casino’s.’ (2)
De ministers voeren dus tewerkstellingsargumenten aan, maar vergeten te vermelden dat in deze duistere semicriminele sector heel wat witwasoperaties plaatsvinden die het daglicht niet mogen zien en waar heel grote belangen mee gemoeid zijn. Al jaren gonst het in Suriname van de geruchten dat nieuwe casino’s vooral met zwart geld gefinancierd worden, afkomstig uit Oost Europese landen, Turkije en Venezuela. Vandaar de vele kritische vragen die tijdens de persconferentie door de anders eerder gezagsgetrouwe journalisten werden gesteld. Waarom moet dat circuit blijven draaien? Waarom moet het ‘rien ne va plus’ zijn werk blijven doen? Het economisch belang moet wijken voor de volksgezondheid,’ zegt Curtis Hofwijks, de gedreven en moedige jongeman van de oppositiepartij PRO (Partij voor Recht en Ontwikkeling) in een videoboodschap. En dan rijst natuurlijk ook de vraag over wiens economische belangen het gaat in een land waar grote delen van het economisch leven zich in schemerzones of ronduit in een crimineel circuit (de goudsector, narcotraficantes, wapenhandel) situeren. Met die vraag komen we dichtbij dat andere, zeer Surinaamse virus dat corruptie heet en daarvoor moeten we een boekje opendoen over hoe het er in dit intrinsieke mooie land vaak aan toe gaat.
‘Rien ne va plus’ is niet alleen een casinoterm, maar gaat ook op voor de sociaaleconomische en politieke toestand waarin Suriname op enkele maanden voor de verkiezingen verkeert. Dat is het resultaat van een decenniumlang bewind met Desi Bouterse als president, want sinds 2010 zijn hij en zijn NDP (Nationaal Democratische Partij) onafgebroken aan de macht. Tussen 2010 en 2013 steeg het Surinaamse bbp nog van 4,4 miljard naar 5,1 miljard US dollar, maar toen kon de eerste regering-Bouterse nog profiteren van de hoge goudprijzen. De economie van Suriname drijft vooral op goud- en olie-export, maar de dalende goud- en olieprijzen leidden afgelopen jaren tot negatieve groei. Nu hoopt de huidige regering vooral op de nieuwe offshore olievondsten die begin dit jaar werden bekend gemaakt door ExxonMobil waardoor de oliereserves van het land zouden uitkomen op zo’n acht miljard vaten. Per hoofd van de bevolking zou dat meer zijn dan Koeweit. De Britse energieconsultant Wood Mackenzie schatte de vondst op 300 miljoen vaten olie en 1400 miljard kubieke meter aardgas. ‘We moeten nog vaststellen of er inderdaad genoeg winbare olie is. Maar het zou kunnen dat er straks een paar honderd miljoen dollar Suriname binnenstroomt”, zegt econoom Winston Ramautarsing en voorzitter van de VES (Vereniging van Surinaamse economen. ‘”Dat zijn aanzienlijke inkomsten voor een klein land als Suriname.’ (3)
Vele Surinamers, en niet in het minst de Bouterse-regering, rekende zich al rijk Maar de econoom tempert de euforie die dat bericht in het land met zich meebracht door te verwijzen naar de huidige toestand. ‘Het macro-economische plaatje is meer dan slecht. De Surinaamse staatsfinanciën zijn ‘een tijdbom’.’ Dat zei Winston Ramautarsing tegen journalist Hans Buddingh van NRC al in 2018 en intussen is het er zeker niet beter op geworden (4). ‘Kredietbeoordelaar Moody’s noemt buitenlandse leningen aan Suriname – de totale overheidsschuld gaat naar honderd procent – nu ‘highly speculative’.’
In 2015 behaalde de voornamelijk in de volkswijken zeer populaire Bouterse opnieuw een verkiezingsoverwinning. Maar dat gebeurde echter niet zonder risico: ondanks de dalende overheidsinkomsten verhoogde de regering-Bouterse voor de verkiezingen van 2015 fors de sociale uitgaven (pensioenen, kinderbijslag, ziekteverzekering). Volgens de econoom Winston Ramautarsing, die destijds al waarschuwde voor een financiële crisis, werden de verkiezingen door deze cliëntelistische sinterklaaspolitiek in zekere zin “gekocht”. In Bouterses tweede regeringsperiode ging het van kwaad tot erger en vielen er allerlei lijken uit de kast, die het Surinaamse virus van corruptie en financieel gesjoemel open en bloot op de Surinaamse straatstenen gooide.
Pe a moni de?
Een van de belangrijkste klokkenluiders van de laatste jaren werd Hans Moison, een Nederlandse bankadviseur die tussen 2016 en 2017 een jaar directielid was van De Surinaamsche Bank (DSB), de belangrijkste Surinaamse bank. Na één jaar vertrok hij weer. Noodgedwongen. Hij hield echter een zeer merkwaardig en lezenswaardig (dag)boek bij over Suriname achter de schermen van de macht met een vraag als titel: Pe a moni de? Het sranantongo voor ‘Waar is het geld?’ (5) Kort na zijn vertrek verschijnt er in de Ware Tijd, een interview met Hans Moison met als titel ‘De Centrale Bank waardeerde mijn opbouwende kritiek niet’. In dat interview deed hij het mechanisme uit de doeken, dat voornamelijk bestond uit een financieel een-tweetje tussen de Centrale Bank en DSB-directeur Sigmund Proeve waardoor de noodlijdende regering-Bouterse geldmiddelen werden toegestoken, maar die de bank in de rode cijfers deed belanden.
Pe a moni de? Deze kritische vraag van Moison bleek niet ongegrond en wat er aan de oppervlakte kwam leidde tot financiële onrust en zelfs politieke spanningen in Suriname. Die onrust ontstond nadat duidelijk werd dat de Surinaamse overheid een lening van zo’n €60 miljoen die ze van DSB leende vermoedelijk niet terug kon betalen. Hoewel het op het eerste gezicht een te verwaarlozen bedrag leek, was de dreiging reëel dat de bank zou ‘omvallen’. ‘Stond mijn spaargeld bij De Surinaamsche Bank, dan zou ik ’s nachts heel erg slecht slapen,’ zei Hans Moison in het Nederlandse dagblad Trouw tegen de Vlaamse journalist Pieter Van Maele die zeven jaar lang in Suriname werkte.
Moison is intussen terug in Nederland, maar volgt nog steeds het Surinaamse virus van nabij. Op 20 maart verscheen er van hem een digitale aanvulling op zijn ‘Pe a moni de?’ (6) In dit essay zijn enkele ontwikkelingen van maart 2017 tot medio maart 2020 beschreven rond de Surinaamse banken, de Centrale Bank van Suriname (CBvS), haar governors en de kasreserves, maar vooral de precaire financieel-economische en monetaire situatie waarin Suriname zich na tien jaar NDP-regering bevindt, wordt toegelicht.
‘Inmiddels weten we dat er wel degelijk een faillissement dreigde voor DSB, dat de monetaire reserves van de CBvS absoluut niet stevig zijn, dat er wel degelijk sprake was en is van wanbetaling door de overheid en dat volop sprake was en is van monetaire financiering.’
Dat zijn zware beschuldigingen die hij in dit essay hard weet te maken en hij aarzelt dan ook niet om namen te noemen van prominente figuren in de Surinaamse samenleving.
Als voorbeeld van die monetaire financiering en het financiële gesjoemel achter de schermen verwijst hij naar de situatie van de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) waar in 2019 enkele werknemers aan de alarmtrek trokken. ‘Uit documenten zou blijken dat prominente personen leningen hebben afgesloten bij de bank, maar die niet hebben afgelost. De leningen, met een waarde van omgerekend vele miljoenen euro’s, zouden daarna uit de boeken van de bank zijn verdwenen. Op gelekte interne stukken van de bank staan de namen van onder anderen governor Robert van Trikt van de CBvS, directeur Ginmardo Kromosoeto van de SPSB en waarnemend president Iwan Rasoelbaks van het Hof van Justitie. Tot op heden, tien maanden na het bekend worden van de vermeende bankfraude, is niets bekend over de resultaten van het onderzoek.’ (15-16) (7)
Monopolygeld
De Surinaamse munteenheid is in vrije val. De waarde van de Surinaamse dollar daalde van 3,30 per Amerikaanse dollar in 2015 naar ongeveer 10 begin 2020 en dit jaar ging het ineens nog veel sneller. Op de zwarte markt was de koers op 18 maart 14,00 tot14,50 voor een Amerikaanse dollar en 14,50 tot 15,00 voor een euro. De uitgaven volgens de staatsbegroting voor 2020 zijn circa tweemaal de inkomsten uit belastingen en andere opbrengsten. Het gat wordt gedicht met leningen. Fitch Ratings verwacht dat de staatsschuld in 2020 oploopt naar ruim negentig procent van het bruto binnenlands product. China krijgt Suriname steeds meer in zijn greep en is de grootste schuldeiser van het land. De schuld aan China is gegroeid naar één miljard Amerikaanse dollar.
Om de voorthollende waardevermindering van de Surinaamse dollar ten opzichte van dollar en euro tegen te gaan werd er op een drafje een nieuwe wet geslagen, de wet op de Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren die stelt dat bij geldtransacties alleen de door de centrale bank vastgestelde wisselkoers mag worden gehanteerd. Het is voortaan verboden om vreemde valuta te kopen bij cambio’s of anderen en geldwisselkantoren mogen valuta die zij bij het publiek opkopen alleen aan banken verkopen. Op basis van de wet mogen er geen verschillende wisselkoersen zijn.
Deze nieuwe wet viel niet in goede aarde in de samenleving maar de NDP gebruikte, zoals dat wel vaker gebeurt, haar nipte meerderheid in De Nationale Assemblee (DNA) om ze toch door te drukken. Ik kan mij voorstellen dat wanneer Surinamers nu naar de bank trekken om van hun valutarekening euro’s af te halen, maar te horen zullen krijgen dat ze alleen maar de tegenwaarde in ‘monopolygeld’ volgens de koers door de centrale bank vastgesteld kunnen krijgen, ze wel zullen begrijpen wat die operatie in hun portemonnee betekent. Volgens vakbondsman van C47-Robby Berenstein is de wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren bedoeld als verkiezingsstunt, om de uitslag van de verkiezingen op 25 mei 2020 in het voordeel van de NDP te beslechten. Volgens hem is de reële koers, die door vraag en aanbod tot stand komt een heel andere koers. “Op basis daarvan, worden alle prijzen in de winkels berekend,’ aldus Berenstein. (8)
Hans Moison besluit zijn betoog: ‘De CBvS is in feite failliet en wordt met de kasreserves, het spaargeld van het volk, op de been gehouden. Wat een blamage. NDP-regeringen veranderen de Surinaamse munt in monopoly-geld: leuk om mee te spelen, maar niemand neemt het serieus. De governor beheert de bank. Oom Desi past tijdens het spel de regels aan. Hij wil niet naar de gevangenis en de bank vergist zich regelmatig in zijn voordeel.’ (9)
20 jaar cel
Met die laatste opmerking verwijst Moison naar het ‘8 decemberstrafproces’ waar op 27 november 2019 een merkwaardig vonnis werd geveld. Wat niemand nog verwacht had is op die datum dan toch eindelijk gebeurd: Desi ‘bevel’ Bouterse, werd door de krijgsraad van het land veroordeeld tot twintig jaar cel, wat voor een nu 75-jarige meer dan waarschijnlijk levenslang is. Met deze juridische uitspraak wordt een – voorlopig- punt gezet achter de gebeurtenissen die tot op vandaag een geweldige verdeeldheid hebben teweeggebracht tussen de bewoners van de Surinaamse republiek. Wat op 29 november in de rechtbank en voor de krijgsraad beslist werd, gaat terug naar feiten die 38 jaar geleden plaatsvonden. De nacht van 8 op 9 december 1982 werd de meest dramatische in de toen nog zeer jonge geschiedenis van de Surinaamse republiek. Vijf jaar na de onafhankelijkheid in 1975 kwamen jonge militairen onder leiding van onderofficier Desi Bouterse aan het bewind. ‘Onze jongens’ die schoonschip wilden maken met de corruptie van de ‘oude politiek’ konden rekenen op de steun van de bevolking. Eerst was er sprake van ‘een ingreep’ in plaats van een staatsgreep, maar vanaf 1981 begon Bouterse een linkse koers te varen en werd het ineens ‘een revolutie’. Het regeren per decreet en het instellen van een avondklok viel bij vele Surinamers niet in goede aarde. De politieke tegenstellingen namen toe. Vanuit zeer diverse sectoren kwam er protest. De sfeer werd grimmiger. Einde 1982 escaleerde de situatie en op 8 december 1982 gebeurde dan het onvoorstelbare in het anders zo gemoedelijke Suriname. De gebouwen van vakbond ‘de Moederbond’, van twee radiostations en van de krant ‘De Vrije Stem’ werden in brand geschoten. Tijdens de nacht van 8 op 9 december 1982 brachten de militairen zestien personen naar Fort Zeelandia in Paramaribo: vijftien ervan werden vermoord. Desi Bouterse was op dat ogenblik bevelvoerder.
Deze uitspraak sloeg in als een bom, zeker dan bij de nog steeds grote groep aanhangers van Bouterse en zijn NDP. Zowel juridisch als politiek werd er dadelijk weerwerk geboden. Erwin Kanhai, advocaat van Desi Bouterse, tekende dadelijk beroep aan tegen dat vonnis en Bouterse himself zweepte op zijn vertrouwde populistische manier zijn achterban op. Sinds dat vonnis is Suriname meer dan ooit een politiek verdeeld land.
Waarschijnlijk zal het telkens uitstellen van het beroep en dus de definitieve beslissing hiermee wel iets te maken hebben. Oorspronkelijk was die zitting gepland op 21 januari, maar die werd wegens de afwezigheid van een rechter al snel doorgeschoven naar 31 maart en nu blijkt dat de rechtszaak door de krijgsraad voorlopig verschoven is naar 29 april. Dit heeft te maken met de maatregelen die getroffen zijn door het Hof van Justitie rond Covid-19. De zitting van het 8 decemberstrafproces is openbaar. ‘Je weet niet hoeveel mensen de zitting zouden willen bijwonen. Het is niet verantwoord om de zitting nu te houden,’ stelt advocaat Kanhai die het coronavirus in dit strafproces als een welgekomen spelbreker aangrijpt om tijd te winnen voor zijn cliënt.
Wat nu?
Het zou best wel eens kunnen dat Bouterse in de volgende maanden het coronavirus nog wel eens politiek zou kunnen instrumentaliseren om het eigen hachje te redden. Het proces naar de verkiezingen van 25 mei 2020 zal echter gewoon voortgang vinden. Dat zei vicepresident Ashwin Adhin op 28 maart tijdens de Covid-19 update. Is dit een wijze beslissing of ligt ze eerder in de ongelukkige lijn van de eerste ronde van de Franse gemeenteraadsverkiezingen die toch werd gehouden, maar die heel wat coronavirusslachtoffers heeft gemaakt? Het gevaar van het instrumentaliseren van het virus om er politieke munt uit te slaan is niet ondenkbaar, zeker niet met het strafproces in het achterhoofd.
De 75-jarige Bouterse komt nu op voor een derde ambtstermijn als president, maar deze keer is het lang niet zeker dat hij ook de overwinning zal behalen. Daarvoor is de ontevredenheid van grote delen van de bevolking – ook van trouwe NDP-leden – intussen te groot geworden. Ondanks deze ontevredenheid die zich einde februari uitte in een grote demonstratie op het Onafhankelijkheidsplein voor de DNA, blijkt uit een opiniepeiling van 24 januari tot 14 februari 2020 van IDOS in de dichtstbevolkte districten van Suriname, dat de NDP toch nog op een verkiezingsnederlaag zou afstevenen. Bijna vijfentachtig procent van de kiezers is echter ontevreden over de huidige economische situatie en ruim twintig procent van de kiezers weet nog niet op welke partij hij of zij zal stemmen. De NDP en de overwegend Hindostaanse VHP (Vooruitstrevende Hervormingspartij) kunnen elk rekenen op bijna twintig procent van de stemmen. De Nationale Partij Suriname (NPS) schommelt rond de 12 procent. Het wordt dus waarschijnlijk een nek-aan-nek-race waarbij het lang niet zeker is dat de NDP haar meerderheid van 26 zetels in de DNA zal kunnen behouden wanneer er een andere coalitie tot stand kan gebracht worden.
Bouterse zal ongetwijfeld rekening moeten houden met dit scenario en wanneer daar nog een veroordeling tot 20 jaar gevangenis zou kunnen bijkomen dan riskeert hij niet alleen het presidentschap te verliezen, maar ook zijn vrijheid. Als nieuwe opiniepeilingen dus ongunstig mochten uitvallen, kan Bouterse nog altijd het coronavirus inroepen om zijn mandaat met een jaartje te verlengen. Op die manier stelt hij andermaal uit dat het ‘rien ne va plus’ voor Suriname’ ook een ‘rien ne va plus’ voor Desi Bouterse’ zou kunnen worden.
De Belgische journalist Pieter Van Maele, jarenlang verslaggever in Suriname en mede-auteur van ‘Bouterse aan de macht’ noemt Bouterse ‘de man die onder de schaduw van zijn eigen verleden uit wil komen’. ‘Na zijn veroordeling tot twintig jaar cel weegt die schaduw zwaarder dan ooit op hem. Vraag is of hij er, ondanks zijn veroordeling, andermaal zal in slagen buiten schot te blijven. Zal hij opnieuw een wit konijn uit zijn hoed kunnen toveren om het eigen hachje te kunnen redden, ook als dat ten koste van een heel land zou kunnen zijn?’ (10)
Wordt vervolgd.
(1) Hans Moison, De centrale bank van Suriname, Pe a moni de?, maart 2020, Great Too, Amsterdam, eenmalige digitale uitgave.
(2) www.starniews.sr van 25 maart 2020 Intussen zijn de casino’s ook gesloten.
(3) https://www.rtlz.nl/algemeen/buitenland/artikel/5005011/olie-suriname-rijk-arm-kust-guyana-corruptie-staatsolie. Staatsolie, dat volledig in handen is van de Surinaamse staat, heeft het recht om een belang van 20% te nemen in de winning van olie uit het recent ontdekte veld. Het maakt dan aanspraak op een vijfde van de inkomsten, maar moet ook een vijfde van de investeringen voor zijn rekening nemen. Daarnaast ontvangt de Surinaamse staat royalty’s van 6,5% en als de exploitatie winstgevend is ontvangt Suriname ook nog eens 36% van de winst.
(4) Hans Buddingh, Suriname: een regering van dieven, NRC van 23 februari 2018
(5) Hans Moison, De centrale bank van Suriname, Pe a moni de?, maart 2020, Great Too, Amsterdam, eenmalige digitale uitgave.
(6) Hans Moison, Een bank in Suriname, Pe a moni de? Great Too, Amsterdam, 2017 346 blz. ISBN 9789082695502,
(7) Hans Moison, De centrale bank van Suriname, Pe a moni de?, maart 2020, Great Too, Amsterdam, eenmalige digitale uitgave.
(8) https://dagbladdewest.com/2020/03/26/valutawet-is-verkiezingsstunt/?fbclid=IwAR1iMu390iA9rfduBDpt82IDKiQjqff1vJfLEByXuqN7vCYAlcwzQon9bhg
(9) Hans Moison, De centrale bank van Suriname, Pe a moni de?, maart 2020, Great Too, Amsterdam, eenmalige digitale uitgave, p. 53.
(10) Ivo Evers en Pieter Van Maele, Bouterse aan de macht, 2012, De Bezige Bij, Amsterdam, p.15

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :

Related Posts