Referendum in Venezuela is een overwinning voor de democratie

Voor de Venezolaanse regering was het resultaat van het referendum van zondag 15 augustus 2004 een triomfantelijke bevestiging van haar wettelijkheid, beleid en, uiteraard, van president Hugo Chávez. Het is noch min noch meer een duidelijke nederlaag voor de oppositie en haar bondgenoot de Verenigde Staten die, sinds de tandem Bush-Cheney het Witte Huis betrokken, er alles aan gedaan hebben om het politieke leven van Venezuela met bijna iedere denkbare mogelijkheid te destabiliseren.

De machtige Venezolaanse en internationale (type Reuters, AP, Bloomberg en andere CNN’s) media die jarenlang leugens hebben verkondigd en de Venezolaanse regering en vooral Chávez hebben beledigd, zijn op hun bek gegaan door het resultaat van het referendum.

Het nieuws in de maanden voorafgaand aan het referendum refereerde steeds naar Chávez die ‘zijn achterstand in de opiniepeilingen kleiner maakte‘ zelfs als de meest kredietwaardige opinieonderzoeken hem als winnaar aangaven. Dichter bij de cruciale dag van het referendum hadden de kranten het nog over peilingen die spraken van een 50/50 kans. Nadat de resultaten bekend werden bleef de voorwaardelijke wijs, steeds begeleid door de beschuldigingen van de oppositie van ‘massale fraude‘, gehanteerd . Het is pas op het ogenblik dat voormalig VS-president Jimmy Carter(1) de resultaten bevestigde dat de media de overweldigende overwinning van Chávez erkenden.

Het geval van Het Engelse ‘The Independent‘ was bijvoorbeeld veelzeggend. Nog vóór de sluiting van de kieslokalen wist hun correspondente in Caracas al te vertellen dat exit-polls aantoonden dat Chávez verloren had. Dit ondanks het feit dat er geen officiële exit-polls werden gehouden en dat vooraf duidelijk was gemaakt dat de resultaten pas na de sluiting van alle kieslokalen zouden worden bekend gemaakt. Enkele uren nadat het artikel op hun website werd gepubliceerd heeft de krant, na massaal protest van vele lezers via e-mail, het artikel uiteindelijk zonder commentaar of verontschuldigingen van haar pagina gehaald. Het was het eerste artikel dat ooit door ‘The Independent‘ na publicatie verwijderd is en het toont ook weer de mogelijke kracht aan van het internet.

Terwijl ze met tegenzin de overwinning voor Chávez erkenden, was bijna de hele internationale pers geneigd om nog maar eens alle oude verhalen van wat er allemaal mis ging door Chávez te recycleren : Chávez heeft het land verdeeld, Chávez heeft nauwe banden met Cuba, Chávez is een populist met dictatoriale neigingen, Chávez dankt zijn succes aan de meevaller van de hoge olieprijzen…

Er werd nauwelijks of helemaal geen vermelding gemaakt van drie voorname en recente internationale beleidssuccessen van de Venezolaanse regering: de verzoening met Colombia gekenmerkt door de beslissing om een gezamenlijke pijplijn van 205 km voor het vervoer van aardgas aan te leggen die beide landen zou doorkruisen, de associatie met Mercosur en de ongelofelijke ommekeer in de olieproductie volgend op de vernietigende lock-out van het management in 2002. Laat staan dat de internationale pers refereerde naar de waarneembaar succesrijke onderwijs- en gezondheidscampagnes in eigen land.

In Venezuela staan dan ook twee radicaal tegengestelde visies tegenover elkaar. Laat ons beginnen met de visie van de oppositie.

Veertig jaar lang hebben de partijen COPEI en Acción Democrática(2) de macht in Amerikaanse stijl opgezette verkiezingen steeds tussen elkaar heen- en weer geschoven. Hun beleid werk gekenmerkt door corruptie, ongelijkheid en armoede wat uiteindelijk geleid heeft tot de opkomst en de verkiezingsoverwinningen van Chávez. Het wereldbeeld van de oppositie ziet er ongeveer zo uit :

“Chávez’ doelstellingen zijn vrij catastrofaal gebleken, zijn beleid is zeer inefficiënt en corrupt, zijn motieven steeds autoritairder en communistisch. De modale Venezolanen, die aanvankelijk voor Chávez stemden, merkten deze evolutie en de meesten van hen hebben nu de kant van de oppositie gekozen. Chávez’ basis zijn diegenen die geïndoctrineerd zijn in zijn pro-communistische ideologie en ook nog een kleine 30% van de bevolking die het ongeluk hebben in armoede te leven en dus directe baat hebben bij sommige van zijn uitgaven. Alle andere Venezolanen willen hem kwijt.

Het is ook gebleken dat Chávez door zijn verzet tegen het houden van vervroegde verkiezingen, zoals zij in 2002 eisten, geen democraat is(3). Chávez dwong ons tot een opstand tegen zijn regering als resultaat van de ontevredenheid over zijn beleid. De hem steunende militairen konden echter de opstand verpletteren en Chávez na een paar dagen terug aan de macht brengen. Zelfs toen de Venezolanen voor twee maanden in staking gingen om die eis kracht bij te zetten bleef hij zich verzetten.

Het volk had één laatste kans: via dit grondwettelijk referendum, dat door internationale waarnemers opgevolgd zou worden, zouden ze ervoor zorgen dat ze een eerlijke kans kregen wanneer de Venezolanen overweldigend voor de afzetting van Chávez zouden kiezen. Zelfs de Venezolanen die schrik hebben van Chávez zouden vrij en in het geheim tegen hem stemmen zonder angst voor intimidatie. Het referendum zou de wereld voor eens en altijd tonen dat Chávez ongelooflijk impopulair is”.

De stem van de verdedigers van Chávez klinkt helemaal anders:

“Chávez kwam aan de macht door de problemen die voordien de Republiek teisterden. Hij probeerde het politieke proces te hervormen en het beleid te herstructureren, in wat hij zijn vreedzame en democratische ‘Bolivariaanse Revolutie’ noemde. Hij gebruikte volksraadplegingen om de oude grondwet af te schaffen en te vervangen door een nieuwe ‘Bolivariaanse grondwet’, en vaardigde daarna nieuwe verkiezingen uit. Tussen 1999 en 2001, wonnen Chávez en zijn bondgenoten zowat 6 verkiezingen, met inbegrip van de twee constitutionele referenda en de verkiezingen voor het parlement. Het beleid van Chávez stuitte op sterk verzet van de traditionele oligarchie in Venezuela en hun bondgenoten in Washington die het neoliberale vrijhandelsbeleid in de hemisfeer wilden vrijwaren.

De commerciële media, in de handen van de de anti-Chávez oligarchen, begonnen met een desinformatiecampagne, beschuldigden hem van absurditeiten die niet steunden op eender welk bewijsmateriaal. De sociale programma’s die met de hulp van Cubanen werden uitgevoerd werden aangeklaagd alsof ze waren opgezet om de Venezolanen met socialistische, ja zelfs communistische ideologie te indoctrineren. De rechters die aan het Hooggerechtshof werden benoemd werden afgeschilderd als verdedigers Chávez omdat zij de Bolivariaanse Grondwet eerbiedigden in plaats van te trachten die af te schaffen.

Het resultaat van de media-oorlog is dat de oppositie boven de minderheidsoligarchie uit gegroeid is tot zo wat één derde van het land, maar niettemin is hun aanhang vooral beperkt tot nog steeds de rijkeren van het land.

De oppositie gesteund door anti-Chávez militairen pleegden een staatsgreep waarover de media logen door te zeggen dat Chávez aftrad. De staatsgreep bewees dat de oppositie niet veel om democratie gaf aangezien zij de grondwet afschaften, het democratisch verkozen parlement en het Hooggerechtshof afzetten en huis-aan-huis arrestaties uitvoerden van bondgenoten en verdedigers van Chávez. De oligarchie plande ook een een lock-out en gebruikte de media om de wereld een beeld te geven alsof het een door 90% van de bevolking gesteunde ‘algemene staking’ zou zijn. De economie stagneerde en Chávez beleid werd beschuldigd van de economische daling. De economie groeit nu weer sterk zoals wordt opgemerkt door vele internationale, zelfs neoliberale, instellingen. Het referendum, dat trouwens door Chávez in de nieuwe Bolivariaanse grondwet, waar de hele oppositie tegen stemde, werd ingeschreven zou de wereld voor eens en voor altijd aantonen dat Chávez door werkelijk de meeste Venezolanen wordt gesteund”.

Elk door Chávez uitgevoerd belangrijk beleidspunt werd zo verschillend als dag en nacht geïnterpreteerd door zijn voor- en tegenstanders.
De Circulos Bolivarianos‘ worden door Chávez-verdedigers beschouwd als vreedzame communautaire organisaties die samen met de overheid lokale projecten opstellen, uitwerken en -volgen om op die wijze beter hun gemeenschappen te helpen. De verdedigers van de oppositie, echter, beschouwen hen als pro-Chávez milities volgestouwd met Cubanen.
Over de Cubaanse hulp in de sociale programma’s(4) die door de Chávez-regering gecreëerd werden, geloven de oppositieverdedigers dat het louter om communistische indoctrinatie gaat (buiten het feit van de Cubaanse nationaliteit van de hulpverleners is er weliswaar geen enkel ander bewijsmateriaal daarvoor). Ondertussen beschouwen de verdedigers van Chávez het als bijstand van de armen die zich geen Venezolaanse arts kunnen veroorloven of een te laag opleidingsniveau hebben om kansen voor de toekomst te hebben. Het programma werd opgezet in ruil voor petroleum en is voordelig voor zowel Cuba als Venezuela, die beide hetgene wat ze nodig hebben krijgen voor een redelijke kost.

De verschillen tussen beide kanten kunnen dus blijkbaar niet groter zijn. Het meest significante verschil is echter wel hun eigen idee over de voor hen waargenomen steun binnen de bevolking. Beide partijen geloven zeer sterk dat zij de steun hebben van de meerderheid en hun tegenstanders duidelijk de minderheid.

De verdedigers van Chávez verwierpen in de maanden voorafgaand aan het referendum de peilingen die aantoonden dat Chávez impopulair was. Zij argumenteerden dat er in Venezulea geen historiek voor opiniepeilingen is en dat ze in meerderheid gehouden werden door instellingen die partij trokken ten gunste van de oppositie. De oppositie aan de andere kant verwierp dan weer andere peilingen (zelfs de door hen bestelde) waarin een overwinning van Chávez met een kloof van 10-25% voorspeld werd. Zij wees erop dat de Venezolanen wegens mogelijke represailles schrik hadden om te zeggen wat zij werkelijk van Chávez dachten. Zij wist dat als het referendum eerlijk verliep, er geen manier was waarop zij zou verliezen, als zij niet won moest het referendum zeker frauduleus geweest zijn.

Een dergelijke militante ideologische opstelling was veeleer de opstelling van de oppositie dan van de verdedigers van Chávez. Chávez beloofde de oppositie nochtans in 2002 als antwoord op haar eis voor (ongrondwettig) vervroegde verkiezingen altijd een eerlijk referendum, als zij zich maar aan de regels hield. Het was dan ook duidelijk dat de resultaten van een eerlijk referendum een massieve schok zouden veroorzaken voor de verliezende partij. Het zou het gelijk van de winnaars en de fantasieën van de verliezers bewijzen.

Voor het referendum gehouden werd hadden Chávez en (sommige delen van) de oppositie zich akkoord verklaard om het resultaat, wat het ook mocht wezen, te aanvaarden. Voor het einde van het referendum kondigde de oppositie reeds haar overwinning aan met 59% van de stemmen voor haar en 41% voor Chávez, bijna exact het spiegelbeeld van de uiteindelijke uitkomst. In ‘s werelds allereerste rappelverkiezing van een staatshoofd, behaalt Chávez nu zijn derde overwinning op rij, dit keer met 16,5 punten. Toen de officiële uitslag bekend werd gemaakt richtte Chávez een oproep tot dialoog tot de oppositie, maar die werd door de oppositie afgewezen of heeft in het beste geval geen reactie uitgelokt.

Integendeel de resultaten werden onmiddellijk verworpen met het argument van ‘massale fraude’. De oppositie faalde echter om, zoals zij beloofde had, ‘binnen enkele uren’ de bewijzen van die fraude op tafel te leggen. Zij stelde eveneens dat ze het resultaat pas zou goedkeuren als de internationale waarnemers, het Carter Center van de oud VS-president en de OAS (Organisatie van Amerikaanse Staten), de resultaten ook zouden bevestigen. Toen dezen uiteindelijk de dag erop hun zegen gaven aan de uitslag bleef ze die verwerpen en werd het Carter-Center en de OAS verweten dat ze zich hadden laten omkopen om de oliestroom van Venezuela naar de Verenigde Staten te verzekeren en eiste ze een ‘audit’.

Tot nog toe heeft die oppositie echter geen enkel tastbaar element(5) aangedragen dat die ‘fraude‘ plausibel zou maken. Maar om aan haar verzuchtingen tegemoet te komen en in een laatste poging om de eindresultaten te laten aanvaarden door alle partijen, besloten het Nationaal Kiesbureau (CNE), het Carter-Center en de OAS dan toch maar een audit te doen(6). In deze audit werden de resultaten van 150 op goed geluk gekozen kiesdistricten vergeleken met de stembriefjes in de urnes. De resultaten van de computers werden nagezien in het Militaire Hoofdkwartier terwijl de stembriefjes werden nageteld op de zetel van het Nationale Kiescollege. Bij beide operaties mochten zowel internationale waarnemers als waarnemers van de Chávez-verdedigers als de oppositie aanwezig zijn. De oppositie weigerde echter deel te nemen aan de ‘audit‘ met als argument dat sinds de verkiezing van zondag de computers en de stembussen gemanipuleerd zijn zodat er niets meer van de fraude te merken is.

De nooit door bewijs gestaafde argumenten van fraude werden steeds fantasierijker en fantastischer. De recente ontwikkelingen geven steeds meer geloofwaardigheid aan mediacritici en Chávez-aanhangers die de laatste jaren steeds opnieuw gewezen hebben op het feit dat de leiders van de oppositie eigenlijk niet echt verkiezingen wilden omdat ze zeer goed wisten dat ze die zouden verliezen. Het is ook daarom dat zij getracht hebben het land uit te hongeren met een lock-out die ze aan de wereld trachtten te verkopen als een ‘algemene staking’ en het is ook daarom dat zij een couppoging in waarlijke Pinochet-stijl uitvoerden.

Door hun houding met betrekking tot de uitslag van het referendum begint de oppositie nu haar krediet bij de internationale pers te verliezen. Europese (Libération, Frankfurter Rundschau, TAZ, El País, La República,…) en Amerikaanse kranten (Washington Post, LA Times en zelfs het rabiate anti-Chávez New York Times) gaan er nu mee akkoord dat het Venezolaans probleem niet zozeer President Hugo Chávez Frias is maar de houding van de oppositie.

Dat dit ook in Venezuela kan leiden tot (nog meer) verdeeldheid binnen die oppositie is duidelijk nu sommigen, zoals de voorzitter van de pro-opositiebeweging Resistencia Civil (liberaal) Domingo Alberto Rangel de officiële resultaten publiek aanvaardde en stelde ‘dat daardoor President Chávez wint en aan de macht blijft‘. Belangrijker echter voor de verdeeldheid van de oppositie is dat de belangrijkste Venezolaanse werkgeversvereniging Fedecamaras, die altijd actief is geweest binnen de oppositiebeweging tegen Chávez, de resultaten eveneens aanvaard heeft.

De uitslag van het referendum is ook verreikender dan de grenzen van Venezuela zelf. Na de opkomst van Chávez in Venezuela, begonnen andere landen in Latijns-Amerika het neoliberalisme in vraag te stellen zoals de verkiezingsoverwinningen van Lula in Brazilië, Kirchner in Argentinië, Gutierrez in Ecuador en de door een volksopstand afgezette rechtse oligarch Gonzalo de Lozada in Bolivië(7) bewezen.

Het referendum zou in het politieke klimaat van Latijns-Amerika het effect van een aardschok kunnen teweegbrengen, tenminste indien de gevolgen ervan in Venezuela vredevol en democratisch blijven, zonder inmenging van het buitenland. En Lula, Kirchner en Gutierez zouden er best lessen voor hun eigen land uit trekken.

(Uitpers, nr. 56, 6de jg., september 2004)

Voetnoten:

(1) Dat de oppositie al vermoedde vanuit welke richting de wind zou blazen kan je opmaken uit het eindverslag van Jimmy Carter dat hij schreef na de goedkeuring van het eindresultaat.

(2) Het christen-democratisch geïnspireerde COPEI (Comité de Organización Política Electoral Independiente) werd in 1945 opgericht door voormalig president Rafael Caldera. Samen met AD verdeelde COPEI de macht over Venezuela van 1958 tot 1993. Het sociaaldemocratisch geïnspireerde AD (Acción Democrática) werd in 1941 opgericht. Vijf van de 9 presidenten sinds de militaire dictatuur van 1958 waren van AD-signatuur.

(3) Tijdens zijn eerste termijn als president (1998-2000) werd onder Chávez’ impuls de nieuwe grondwet van Venezuela goedgekeurd. Zowel de toelating tot de herschrijving van de grondwet als de nieuwe grondwet werden goedgekeurd door een referendum. In de verkiezingen die uitgeschreven werden na de aanvaarding van de nieuwe grondwet, in 2000, werd hij met een meerderheid van ongeveer 60% herverkozen tot president met een mandaat tot 2006.
In de grondwet staat ingeschreven dat iedere politieke mandataris (mist aan bepaalde voorwaarden is voldaan) bij de helft van de termijn van zijn mandaat door een referendum kan afgezet worden. Interessant om weten is dat de hele oppositie bij de stemming tegen de nieuwe grondwet stemde maar nu als eerste gebruik maakt van de mogelijkheid die ze biedt om een referendum te houden. Via deze link vind je de
tekst van de grondwet in het spaans.

(4) Dit programma is een samenwerking van Cuba en Venezuela waarbij Venezuela olie levert aan Cuba. Cuba betaalt o.a. met het sturen van duizenden (er is sprake van 10.000 tot 15.000) dokters die werken in het door de regering opgezette ‘Misión Barrio Adentro‘, een netwerk van 11.000 wijkgezondheidscentra in de ‘barrios‘ (sloppenwijken). De regering heeft voor deze oplossing gekozen omdat de Venezolaanse ‘Orde van geneesheren‘ weigerde mee te werken aan het programma. Naast deze ‘barter trade‘ (ruilhandel) met Cuba ruilt Venezuela ook olie met Argentinië, dat de laatste jaren door een zeer zware crisis is getroffen. Argentinië ruikt de olie voor levering van vlees- en graanproducten en mogelijk ook van 7 of 8 olietankers die op de werven van Rio Santiago in Ensenada zouden gebouwd worden. Hier werken nu nog 2000 arbeiders, ooit waren het er 7000.
Een ander sociaal programma is het groots opgezette ‘
Misión Robinson‘ dat het analfabetisme wil terugdringen door meer dan één miljoen mensen, die nooit de kans hebben gehad on naar school te gaan, te leren lezen en schrijven maar ook om zoveel mogelijk Venezolanen op zijn minst een diploma van de lagere school te laten halen.
De regering heeft dit jaar 1.7 miljard dollar op haar begroting voorzien voor dergelijke sociale programma’s.

(5) Enkele van de aangedragen ‘bewijzen‘ zijn :
1. de computers die gebruikt werden bij het stemmen waren computers met een aanraakscherm. Op het scherm duidde de kiezer zijn voorkeur aan door op ‘SI’ (voor afzetting van de president) of ‘NO’ (tegen afzetting van de president) te antwoorden op de gestelde vraag. De kiezer kreeg een afschrift van zijn stem op papier die hij dan in een urne moest steken. Nu zouden die computers volgens de oppositie zo geprogrammeerd zijn dat, eens een vooraf bepaald plafond ‘SI’ stemmen bereikt was, iedere ‘SI’ stem die daarna uitgebracht werd automatisch in een ‘NO’ stem werd omgezet.
2. de Chávez aanhangers zouden iedereen die een ‘NO’ stem uitbracht 50 USD gegeven hebben.
3. In de maanden voor het referendum hebben Chávez-aanhangers ongeveer 1,5 miljoen kiezers die nog niet op de kieslijsten stonden, overtuigd zich te laten inschrijven zodat ze hun stem konden uitbrengen. Dat is vals spelen want die kiezers zijn uiteraard de armen en minst-begoeden die vroeger nooit gingen stemmen en uiteraard gingen die nu ‘NO’ stemmen. (!)
4. “Er klinkt iets vreemds in zijn (Chávez) stem, ik geloof het niet” – Daniel Duquenal, blogger op blogger op de anti-Chávez site
Petroleumworld.com
5. “Zij hebben ons een aantal stemmen toegewezen dat minder groot is dan wat we opgehaald hebben bij de verzameling van de handtekeningen om het referendum door te laten gaan“, Henry Ramos, woordvoerder van “
Coordinadora Democrática” op Univision TV.
6. “Zelfs al zijn de officiële cijfers correct, hij kreeg toch maar 60% van de stemmen. Dus er is iets mis. Misschien zijn we allemaal wel mis !” – Andres Cardinale,
Caracaschronicles.com.
7. Persoonlijk vind ik de leukste op de vraag wie die exit-polls deed die in contradictie zijn met de uiteindelijke resultaten : “The CIA, the FBI, the BBC, the KGB, NBC, CBS, DVD, TNSLPPBNTSO and finally the CC/OAS mission. Plus ABC, CNN, FN, FT and the CD. Also polling : RCTV, VV, TV, RCR, UR, and a long etcetera of organizations. In short : people we know, and we don’t have to disclose to anybody.” – Jose R. Mora,
Caracaschronicles.com.

(6) Het Venezolaanse referendum was de kiesoperatie dat in het laatste decennium het dichtst op de voet gevolgd is door internationale waarnemers. Een bijkomende audit nadat internationale waarnemers de resultaten hebben aanvaard is zo uitzonderlijk dat het nog nooit gebeurd is.
De resultaten van de audit zijn in het weekend volgend op de verkiezingen bekend gemaakt. Zij concluderen dat er geen verschillen zijn tussen de resultaten van de verkiezingen en de resultaten van de audit.

(7) Protest van de autochtone bevolking van Bolivië resulteerde in een volksopstand, de ‘Boliviaanse Gasoorlog‘ geheten. De regering stond op het punt om een akkoord te sluiten met een consortium van Europese bedrijven, Pacific LNG (gevormd door British Petroleum, British Gas en Repsol uit Spanje) om in de komende 20 jaar 6 TCF (triljoen kubieke voet) aardgas te exporteren naar de Verenigde Staten en Mexico. Pacific LNG wilde het gas via een Chileense haven exporteren. De opbrengst van de geplande gasexport zou de Boliviaanse schatkist 50 miljoen dollar per jaar en Pacific LNG ongeveer 1 miljard dollar per jaar opbrengen.Om een eind te maken aan de langdurige volksopstand waarbij meer dan 80 doden vielen, werd President Lozada op 17 oktober 2003 afgezet.

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francis Jorissen

Woont in Frankrijk, maar ook wel een beetje in Gent. Leest veel en schrijft een beetje over geopolitiek. Geboeid door het Midden-Oosten en wat vroeger de Sovjet-Unie was. Je kan andere artikels van hem vinden op zijn site plutopia.be