Rechts-nationalistische Vlaamse regering in 2024?

 Verkiezingsuitslagen voorspellen is altijd koffiedik kijken. Maar het is niet uitgesloten dat het Vlaams Belang (VB) bij de verkiezingen van 2024 samen met de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) de absolute meerderheid haalt in Vlaanderen. Dat schrijven Vincent Scheltiens, historicus en postdoctoraal medewerker aan het departement geschiedenis van de UA, en Bruno Verlaeckt, voorzitter van de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland en van de regio Antwerpen van het ABVV, in hun boek over extreemrechts. Ze beschrijven de evolutie en opmars van extreemrechts in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Opmars die huns inziens alleen maar te stuiten is door een massale sociale mobilisatie.

De auteurs zijn het geenszins eens met de voormalige SP-voorzitter Steve Stevaert die oordeelde dat extreemrechts wel zou verdwijnen als men het doodzweeg. De werkelijkheid leert ons dat extreemrechts sinds de Tweede Wereldoorlog in tal van Europese landen nooit zo sterk is geweest als nu. Onmiddellijk na die oorlog werden extreemrechtse figuren en netwerken ingezet in de strijd tegen het communisme. Zowel in het voormalige West-Duitsland (de Duitse Bondsrepubliek die in 1949 werd opgericht) als in Oostenrijk vond nooit een echte denazificatie plaats. In Italië werd al in 1946 de fascistische Movimento Sociale Italiano (MSI) opgericht, terwijl In Duitsland in 1949 de neonazistische Socialistische Reichspartei (RSP) het licht zag. De fascistische regimes in Spanje en Portugal werden door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als nuttige bondgenoten in de Koude Oorlog beschouwd, waardoor die dictaturen deel uitmaakten van ‘het vrije Westen’. Begin jaren vijftig startte Pierre Poujade in Frankrijk zijn extreemrechtse beweging die als Union et Fraternité Françaises (UFF) bij de parlementsverkiezingen van 1956 11,6 procent van de stemmen en 52 verkozenen binnenhaalde. Een van die verkozenen was Jean-Marie Le Pen die later het Front National (nu Rassemblement National) oprichtte.

In Vlaanderen werd het naoorlogse extreemrechtse flamingantisme in leven gehouden door allerlei verenigingen van collaborateurs en oostfrontstrijders. Publicaties als Rommelpot en ’t Pallieterke waren hun spreekbuis. De Christendemocratische Volkspartij (CVP) nam meteen tal van collaborateurs in haar rangen op. In 1954 kregen de flaminganten hun eigen partij: de Volksunie. Die was niet meteen neofascistisch, maar amnestie voor de collaborateurs was wel haar belangrijkste programmapunt. In 1977 scheurde de Vlaams Nationale Partij zich af van de Volksunie en vormde in 1978 samen met de eveneens afgescheurde Vlaamse Volkspartij het Vlaams Blok, nu Vlaams Belang. Op 24 november 1991 zorgden de parlementsverkiezingen voor een ware schokgolf vanwege de resultaten van het Vlaams Blok dat van 2 naar 12 zetels sprong in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Rond die tijd kregen ook het Franse Front National (FN), de Oostenrijkse Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) en de Duitse Die Republikaner (REP) de wind in de zeilen dankzij een nieuwe verharding van het kapitalisme.

Extreemrechts steunt neoliberaal beleid

Twee wereldwijde recessies (1973-74 en 1981-82) maakten een einde aan de naoorlogse economische vooruitgang. Kapitaal en regeringen kozen voor wat het neoliberalisme wordt genoemd: afbraak van de sociale welvaartstaat, deregulering van de economie, privatisering van de openbare dienstverlening, poging tot marginalisering van de vakbonden, nieuwe ingrepen om de bedrijfswinsten te herstellen. Die nieuwe koers leidde tot bestaans- en toekomstonzekerheid, zeker in de arbeiderswijken. Zowel christen- als sociaaldemocraten lieten die volledig los. Extreemrechts greep maar al te graag de kans om zich in die buurten te nestelen met een racistisch discours: de ‘gastarbeiders’ waren de schuld van alles.

Extreemrechtse partijen verdedigden overal die verharding van het kapitalisme, maar ze deden dat niet met open vizier. Ze durfden de werkende bevolking niet zeggen dat er moest worden bespaard om de bedrijfswinsten te verhogen of dat de pensioenleeftijd moest worden verhoogd, dat loonsverhogingen onmogelijk werden, dat steeds langer moest worden gewerkt voor minder geld en dat het arbeidsproces steeds flexibeler zou worden. Neen, voor bijvoorbeeld Vlaams extreemrechts waren al die pijnlijke sociaaleconomische maatregelen onvermijdelijk omdat de koek moest worden verdeeld met lieden die daar zogezegd geen recht op hebben: migranten en Walen.

De kans is klein dat het ooit tot een splitsing van België komt, hoewel de programma’s van VB en N-VA dat willen. Maar als Vlaanderen ooit ‘onafhankelijk’ wordt is de kans klein dat binnen dat Vlaanderen een sociale herverdeling wordt doorgevoerd. De auteurs zijn ervan overtuigd dat het neoliberale beleid dan nog strakker zal worden gevoerd. Toch kwamen oppervlakkige politicologen, journalisten en andere Wetstraat-watchers onlangs tot het besluit dat het VB ethisch-cultureel rechts is, maar sociaaleconomisch links! Ze hadden zich maar al te gemakkelijk laten misleiden door de demagogie van het VB. Dat nam voor de jongste verkiezingen een aantal linkse eisen over, zoals minimumpensioen van 1500 euro per maand en een verlaging van het btw-tarief voor elektriciteit. Ze zagen over het hoofd dat voor het VB het pensioen van 1500 euro alleen zou gelden voor wie een volledige loopbaan van veertig jaar voltijdse arbeid achter de rug heeft. Bovendien zei het VB-voorstel niets over het pensioen voor gelijkgestelde periodes (ziekte, zwangerschap enz.). Een ander VB-voorstel om subsidies voor middenveldorganisaties en vakbonden te verminderen kan moeilijk links worden genoemd. Dat geldt ook voor voorstellen om multinationals fiscaal te begunstigen, een vermogensbelasting te verbieden, een loonblokkering door te voeren en zieke werknemers makkelijker te kunnen ontslaan.

De auteurs besluiten dat sociale welvaart altijd het product is geweest van collectieve sociale eisenstrijd. En in die strijd staat extreemrechts altijd aan de andere kant van de barricade. Ook de Italiaanse fascisten van Mussolini pakten met sociale eisen uit die sommigen ter linkerzijde aanspraken. Maar als puntje bij paaltje kwam traden diezelfde fascisten op als knokploeg van grootgrondbezitters en industriëlen tegen boeren- en arbeidersprotest. Dat het VB sinds 1996 op 1 mei, de Dag van de Arbeid, een bijeenkomst organiseert is dan ook alleen maar schone schijn. Denken we maar aan de VB-wetsvoorstellen om vakbonden te verplichten een rechtspersoonlijkheid aan te nemen. Daardoor kunnen vakbonden voor de rechtbank gedaagd worden en zelfs buiten de wet geplaatst worden. Ook de N-VA en een aantal liberalen steunen die voorstellen. In feite wordt extreemrechts, in de mate het delen van de arbeidersklasse achter zich krijgt, een politiek doorgeefluik van werkgevers die de posities van de vakbonden wensen te ondergraven.

Vierde extreemrechtse golf

Voor de auteurs staat het vast dat we vandaag te maken hebben met een vierde naoorlogse extreemrechtse golf. Steeds meer wordt gepleit voor het sluiten van de grenzen en het ‘eigen volk eerst’. In een vijftiental Europese landen scoorden extreemrechtse partijen bij recente verkiezingen tussen tien en twintig procent. Maar de invloed van extreemrechts gaat veel verder dan de electorale resultaten. Steeds meer worden extreemrechtse ideeën als normaal (mainstream) beschouwd. Zo werden de meeste punten van het zo verfoeide 70-puntenprogramma dat het Vlaams Blok in 1972 lanceerde door Belgische regeringen uitgevoerd. Overal staat extreemrechts te popelen om te kunnen deelnemen aan de macht. In een aantal landen (Italië, Oostenrijk) is het daar de voorbije jaren in geslaagd, terwijl het in andere landen, zoals Denemarken, gedoogsteun verleende aan de zittende regering.

Extreemrechtse partijen proberen vooral door haatcampagnes tegen iedereen die ‘vreemd’ is het ‘eigen volk’ voor zich te winnen. Vooral de moslims zijn kop van jut. Sinds de aanslagen van 11 september zijn voor extreemrechts alle moslims terroristen. Die vreemdelingenhaat speelt ook mee in de N-VA-waanzin over identiteit. Zo was N-VA-voorzitter Bart De Wever niet te beroerd om te verklaren dat ‘het een onmiskenbaar feit is dat een externe vijand een zeer tastbare en doorslaggevende rol kan spelen in identiteitsvormingsprocessen’. Migranten en zeker moslims zijn dus onze vijanden en zij maken ons bewust van onze ‘identiteit’.

Voor Scheltiens en Verlaeckt staat het vast dat superdiversiteit een feit is. De ongelijkheid in de wereld zal migraties blijven veroorzaken. Voor de auteurs komt het erop aan een onderlinge solidariteit te ontwikkelen. Voor hen zijn extreemrechts en het islamitisch fundamentalisme twee geperverteerde varianten van de hang naar een collectieve geborgenheid en een toekomstperspectief. Beide hebben elkaar nodig, als een soort bevriende vijanden, om zichzelf te versterken.

Cordon médiatique

De auteurs pleiten voor het behoud van het cordon sanitaire rond het VB. Daardoor wordt duidelijk dat het VB geen partij is als een andere, maar een racistische, extreemrechtse partij is die een gevaar vormt voor de democratie. Maar naast dit politieke cordon sanitaire moet er volgens Scheltiens en Verlaeckt ook een cordon médiatique komen. De media spelen immers een grote rol in de al dan niet normalisering van het gedachtegoed van het VB. Het kan niet ontkend worden dat de media steeds meer extreemrechts en links over dezelfde kam scheren. Journalisten voelen zich dan goed in hun vel, want ze zijn tegen ‘alle extremisten’. Alsof men wie voor gelijke rechten en een uitbreiding van democratische rechten en vrijheden ijvert (links), over dezelfde kam kan scheren als wie voor uitsluiting, discriminatie en inkrimping van de democratische vrijheden opkomt (extreemrechts).

Voor de auteurs betekent dit cordon médiatique dat extreemrechtse figuren uit de ether moeten worden gehouden. Voor de leiders van het VB is dat al lang niet meer het geval, zelfs niet voor Dries Van Langenhove, leider van Schild en Vrienden. In tegenstelling tot de Vlaamse media heeft in de Belgische Franstalige media het cordon médiatique altijd bestaan. In de Vlaamse media is daarentegen al lang een soort ‘gewenning’ ontstaan, staan de redacties onder druk (de VRT moet de niet bestaande Vlaamse identiteit gestalte geven) en onderwerpen journalisten zich aan zelfcensuur. Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt hebben ons hopelijk tijdig wakker geschud.

Extreemrechts – De geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier)
Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt
 Uitgeverij ASP (Academic and Scientific Publishers nv)
2021
135 blz., € 18,50
(Visited 303 times, 1 visits today)
Deel dit artikel