Racisme: "Vlaanderen is ziek"

· 1 juni 2006 Like

In vorig nummer van Uitpers (nr. 75, mei 2006) stonden twee uitgebreide reacties op twee interviews van Tarik Fraihi. De eerste was van Ludo De Witte onder de titel “Open brief aan Tarik Fraihi en Kif Kif: Het Vlaams belang bestrijden door het Blokvirus te verspreiden?”. De tweede van Nadia Fadil met als titel “Een seculier alternatief door ‘extremisten’ te bestrijden”. Hieronder volgt een reactie van Tarik Fraihi (nvdr).

Vrij veel reacties zijn er gekomen op het dubbelinterview in De Morgen en Humo, zowel positieve als negatieve. Inderdaad, ik heb een knuppel in het hoenderhok gegooid. De kritiek dat het interview op sommige punten ongenuanceerd was, kan ik volgen; soms dien je immers je mening kort door de bocht te formuleren om het debat op gang te brengen. Dat en niets anders was de bedoeling van de interviews. Afgaande op de reacties is dit alvast gelukt.

Allereerst wens ik te benadrukken dat ik consequent op de lijn blijf die ik al vele jaren volg. Ik heb snoeiharde kritiek geleverd op het structureel aanwezige racisme in de samenleving en de toenemende islamofobie in scherpe bewoordingen en daden veroordeeld. Ik heb het vroeger gezegd en zeg het nog steeds: Vlaanderen is ziek. Een groot aantal Vlamingen hebben een verkeerde basisattitude. Ze aanvaarden de diversiteit in de samenleving niet. Wie anders is, wordt niet als gelijkwaardig beschouwd. Van mijn beweringen neem ik absoluut geen afstand. Ik blijf over de hele lijn achter deze analyse over de Vlaamse samenleving staan, die vandaag misschien pertinenter en actueler is dan ooit. Maar ik ben ook altijd kritisch geweest tegenover de allochtone gemeenschappen. Dit vanuit de overtuiging dat deze houding de enige weg is naar maatschappelijke emancipatie.

Mijn houding, mijn uitspraken, mijn discours heb ik altijd aangepast aan de context, aan wat ik op dat specifieke moment noodzakelijk achtte. Ik vertrek immers niet van een idealistisch en abstract model, een blauwdruk waarvan niet mag  afgeweken worden. Als ik vandaag een concrete analyse maak van de huidige situatie, dan stel ik momenteel aan autochtone zijde een steeds dominanter racisme vast dat de “ander” vastpint op de islam. En ook op terrorisme, vrouwenonderdrukking, fundamentalisme, onverdraagzaamheid, .. De islam en de moslims zijn vandaag de vijand op papier en op onze schermen. Het vijandbeeld dat van iedere moslim een potentieel gevaar maakt, is fout. Toch dwaalt dit beeld hardnekkig in heel wat hoofden rond. Anderzijds kunnen we er niet naast kijken, het is een bekend sociologisch mechanisme, dat ‘de ander’ zich meer en meer gaat gedragen als het racistische beeld dat in de dominante perceptie overheerst. De verklaringen zijn sinds jaar en dag gekend: beeldvorming en racisme zijn uitingen en versterkende factoren van maatschappelijke ongelijkheid.

De realiteit waarin de identiteit van heel wat moslimjongeren dient te groeien, werkt niet productief. De belabberde socio-economische situatie – bv. de oververtegenwoordiging in de werkloosheid en ondervertegenwoordiging in het hoger onderwijs – mag evenwel geen excuus zijn om op een aantal verontrustende ontwikkelingen binnen de Maghrebijnse gemeenschap te wijzen en ze kritisch te analyseren. 

Wat mij verontrust, is niet het islamiseringsproces in zijn algemeenheid, maar twee tendensen die gepaard gaan met de ‘her-islamisering’ van moslims, namelijk de ‘puritanisering’ van de moslim en de ‘etnisering’ van het moslim-zijn. Om duidelijk te maken wat ik hiermee bedoel, moet ik eerst uitklaren wat ik versta onder ‘politieke islam’. Ik blijf immers van mening dat er vanuit religie een grote emancipatorische en mobiliserende kracht kan uitgaan. Dat was zo en vandaag zijn daarvan eveneens bewijzen te zien. Als mensen zich willen laten inspireren vanuit een religie om tot zelfontplooiing en zelfrealisatie te komen, dan hebben zij daar alle recht toe. Als de strijdpunten in mijn ogen legitiem zijn, dan verdienen en krijgen ze mijn volledige steun. Maar mijn kritiek gaat niet over religie, maar over een politiek die zich inspireert op religie. Wat ik de laatste tijd in zijn algemeenheid de ‘politieke islam’ noem.De politieke islam is een verzamelnaam voor alle politieke strekkingen die pretenderen zich te baseren op de islam als religie. De politieke islam is dus heel heterogeen en bestaat uit verschillende soms tegengestelde strekkingen, waaronder ook democratische stromingen. Een kritiek op de politieke islam is dus geen kritiek op de islam op zich. De islamistische ideologen creëren graag die verwarring. En een dergelijke verwarring tussen een politieke en een religieuze lijn speelt in hun voordeel. Om geen amalgaam te creëren tussen politieke ideologie en religie, en om niet alle politieke en sociale bewegingen die pretenderen zich te baseren op de islam over eenzelfde kam te scheren, moeten we een blijvend onderscheid maken tussen een politieke lijn enerzijds en een religieuze lijn anderzijds.. Voor alle duidelijkheid: ik heb altijd gezegd dat de politieke islam een huis met veel deuren en kamers is. Er is een ruime waaier aan strekkingen aanwezig. Met de democratische strekkingen heb ik geen enkel probleem, de ondemocratische strekkingen heb ik steeds fel bekritiseerd en zal ik altijd frontaal bestrijden. 

Ondanks mijn islamitische afkomst wil ik  – net als anderen – wel het recht hebben om mij binnen de emancipatiestrijd te mogen baseren op de uitgangspunten die ik hiervoor kies: niet-religieuze. Het enige wat ik verwacht, is dat de moslimdemocratische organisaties respect hebben voor dit uitgesproken seculier uitgangspunt, al moet het omgekeerde uiteraard evenzeer het geval zijn. Meer nog, gezien de sociaal-economische realiteit is het van cruciaal belang dat moslims minstens even hard op tafel kloppen voor werk en onderwijs, als voor ‘religieuze’ eisen (bv. de gelijkwaardigheid van de islamitische eredienst,  de Mohammedcartoons, het hoofddoekendebat, .). 

Door de opkomst van de politieke islamitische stromingen in de islamitische wereld en andere sociale factoren maken heel wat jongeren voor de invulling van hun identiteitsbeleving aanspraak op de islam. Op zich is dat geen probleem. Wel zorgwekkend vind ik de tendens tot ‘puritanisering’ en ‘etnisering’ van het moslim-zijn. Met ‘puritanisering’ wijs ik op de neiging om terug te keren naar de ‘zuivere’ islam waarbij men zich sterk afkeert tegen beïnvloeding van buitenaf. Op zich is een zoektocht naar een ‘zuivere’ islambeleving geen probleem, wel als het streven naar ‘zuiverheid’ van godsdienst en levenswandel gepaard gaat met intolerantie ten aanzien van anderen (ook eigen geloofsgenoten met een andere overtuiging). Terwijl de meeste strekkingen zoeken naar een modern alternatief voor het westerse politieke, juridische en economische systeem, zien de ‘puriteinen’ de democratische islamitische strekkingen als ‘bezoedeld’ door westerse invloeden.

Met ‘etnisering’ wijs ik op de neiging om zich verbonden te voelen met een ‘ingebeelde gemeenschap’, waarbij de gemeenschap wordt voorgesteld als een natie en waarbij de groepsidentiteit zich vooral baseert op een negatieve invulling van de ander. Het is een moslimcommunitarisme waarbij de onderdrukking van de moslims over de hele wereld centraal staat. De ‘ingebeelde gemeenschap’ wordt dan negatief gedefinieerd. De ‘etnisering ‘ van het moslim-zijn kan een emancipatorische functie hebben, gericht op de inschakeling in de samenleving, maar – afhankelijk van de manier waarop ze maatschappelijk optreden – ook een verzwakkende werking hebben op de maatschappelijke positie van moslims.  

Binnen de allochtone gemeenschappen zijn er anti-emancipatorische dynamieken aanwezig; zoals de focus op het land van herkomst, sociale fraude, jeugdcriminaliteit en verkeerde prioriteiten die de politieke islam (algemeen) als strijdpunten naar voor schuift. Racisme bestrijden met racisme, uitsluiting met uitsluiting en onrecht met onrecht is verkeerd. Daarover zwijgen, zaken verdraaien of ontkennen is op middellange termijn contraproductief. Wat is, is. We kunnen de zaken kaderen en contextualiseren (wat nodig is), het blijft wel zo dat we ook zelf een zware verantwoordelijkheid dragen. Denken in tweedelige categorieën met aan de ene kant slachtoffers en de andere kant daders lijkt mij te simpel. Kiezen tussen allochtonen en autochtonen, tussen wij en zij, lijkt mij een verkeerde keuze. De polarisatie tussen moslims en niet-moslims is een val waarin wij niet mogen in trappen.

Tarik Fraihi

(Uitpers, nr. 76, 7de jg, juni 2006)

Tarik Fraihi informatie