Propaganda in oorlogstijd. Interview met Anne Morelli

Onlangs verscheen bij uitgeverij LABOR ‘Principes élémentaires de propagande de guerre. Utilisable en cas de guerre froide, chaude ou tiède…’ van Anne Morelli. In dit boek geeft zij een overzicht van de tien basisregels van oorlogspropaganda en staaft deze aan de hand van hun gebruik in conflicten in de 20ste eeuw.

Alleen de opsomming al verschaft een sterke structuur voor de kritische analyse van de historische en actuele berichtgeving. Uw nederige reporter van dienst werd vooral geraakt door de ontmaskerende kracht van het werk. We kennen die beginselen wel, maar we onderkennen ze niet steeds. Wijsheid en evidentie liggen vaak voor de hand, maar vragen wel om verwoording. Dit is precies wat Anne Morelli doet. Dit boek is dan ook meer dan een aanrader voor alle weldenkende, kritische geesten die denken ‘mij hebben ze niet’. Zoals ieder goed boek roept het echter ook vele vragen op. Een interview met de auteur lag dan ook voor de hand.

Kan u een definitie geven van wat propaganda is ?

Anne Morelli :Het verschil tussen propaganda en de mededeling, de informatie is soms uiterst miniem. Wij noemen propaganda alles wat komt van de vijand, wij zeggen dat zij propaganda voeren. Goebbels in WO II maakte propaganda maar wat de geallieerden deden tijdens WO II heette informatie, mededelingen etc.. Niemand ging natuurlijk van zichzelf zeggen dat zij propaganda maken. Het is een term die niemand accepteert.(…). Tijdens de oorlog in Joegoslavië organiseerde Jamie Shea elke dag een ontmoeting met de journalisten om hen informatie mee te delen, maar hij heeft daarbij nooit gezegd dat hij van het propagandabureau van de NAVO was. Het is dus een term die men nooit voor zichzelf aanvaardt maar altijd toekent aan de vijand.

Het lijkt me dat de propagandaprincipes ook worden toegepast in domeinen zoals xenofobie, of racisme?

Anne Morelli: Ik geloof dat je deze principes kan uitbreiden tot alle vormen van oorlog : ook economische oorlogvoering zie b.v. wat er gaande is tussen Sabena en Ryanair. Zij verwijten elkaar dat zij geen ‘eerlijke’ concurrentiemiddelen gebruiken. Dat is één van de principes in oorlogspropaganda: de andere gebruikt wapens die niet toegelaten zijn. Sabena verwijt Ryanair bedrieglijke publiciteit want ‘zij vergelijken onze tarieven business class met hun tarieven in economy’. Ik wil me hier niet uitspreken over de validiteit van hun argumenten maar zij gebruiken die argumenten.

In ‘economische’ oorlogsvoering gebruiken zij termen als imperium, strategie enz. Het zijn allemaal argumenten van een echte oorlog met de propaganda, wreedheden, de andere is een echt monster etc. en ‘hij is de oorlog begonnen’.

Je kan die principes ook in zekere mate toepassen op de sociale conflicten : denken we maar even aan hoe D’Orazzio, de vakbondsleider van Clabecq, als een duivel afgeschilderd werd. Het is een monster, hij is van de maffia, het is een demagoog, hij is gewelddadig, kortom hij wordt in diskrediet gebracht.

Je kan de principes van propagandavoering inderdaad ook uitbreiden tot etnische conflicten, of ook tot conflicten van seksuele oorlogsvoering. B.v. bij raciale of etnische rellen zegt de rijkswacht dat niet zij begonnen zijn : ‘OK wij hebben een jongere gedood maar zij zijn begonnen. Zij hebben met stenen naar ons gegooid’. Dat is al een eerste principe : het ‘demoniseren’ van de tegenstrever: ‘het zijn straatjongens, het zijn boefjes, misdadigers, ‘. Zij gebruiken wapens die niet toegelaten zijn: ze gooien met stenen, flessen… Dit zou je voor de recente rellen in Göteborg ook kunnen zeggen: de manifestanten worden voorgesteld als gevaarlijke duivels. Ze begaan wreedheden maar er wordt nooit bijgezegd wat de rijkswacht of wat de politie doet met die jongeren. Maar op de daden van die jongeren wordt de klemtoon gelegd : zij hebben auto’s vernield, etc. Ik geloof dat deze principes in zekere mate ook toegepast worden in etnische conflicten, ook door de tegenstrevers die zeggen dat het de rijkswachters zijn die begonnen zijn, zij zijn de SSers, etc. En diegenen die deze versie niet geloven zijn natuurlijk verraders.

En die principes kun je ook toepassen in de oorlog tussen de seksen.

Anne Morelli: Ja in de zin dat de mannen zeggen dat het de vrouwen zijn die de oorlog begonnen zijn, met hun domme eisen etc.. De ‘demonisering’ van de tegenstrever werd tijdens de hele strijd van het feminisme gebruikt. B.v. door het belachelijk maken van de feministen, door te zeggen dat het gekkinnen waren, overspannen vrouwen, onbevredigde vrouwen. Mannen gaan ook zeggen dat hun motieven onduidelijk zijn : wat willen ze nu eigenlijk, willen zij de plaats van mannen innemen? Terwijl zij zeggen dat zij edele motieven hebben, dat zij de harmonie van de maatschappij willen behouden, dat zij de vrouwelijkheid van vrouwen willen aanmoedigen. Zij houden van vrouwen maar zij willen dat zij frivool en lief zijn.

Het beeld van de ander als verschillend, als anders dan het ik, en meer bepaald het benadrukken van dit verschil, van het anders-zijn is dit niet één van de onderliggende methoden, strategieën, valkuilen die aan de basis liggen van oorlog, racisme, xenofobie, seksisme ?

Anne Morelli: Het is evident maar het is misschien een breder principe dat wij onszelf opbouwen tegen de anderen. In het algemeen bouwt een groep mensen zich op tegen een andere groep mensen, met het fenomeen, etnocentrisme genoemd, dat iedere groep denkt dat zij het centrum van de wereld is. En dus dat de anderen – helaas voor hen – niet zo goed zijn als zijzelf. De Nederlanders denken b.v. dat zij het geluk hebben, het meest tolerante volk ter wereld te zijn, de Fransen dat zij de meest fantastische geschiedenis van de wereld hebben, enz. Iedereen bouwt zijn identiteit op aan de hand van deze notie en dat is waarschijnlijk ook het beste voor het voortbestaan van de groep.

(…) Maar er is een verschil tussen bevestigen van de identiteit en het misprijzen van de andere. En vanaf het moment dat het onderwijs en de media dit misprijzen van de andere aanwakkeren is het gemakkelijk om die andere te reduceren tot een niet-menselijke dimensie. En als die andere een niet-menselijke dimensie heeft dan is alles natuurlijk toegelaten.(..)

Kan de ingesteldheid dat men naar gelijkenissen, naar gemeenschappelijkheden zoekt, geen strategie kan zijn tegen propaganda?

Anne Morelli: Men moet de vijand complexifiëren. Wanneer men u een vijand voorstelt geeft men u een beperkt beeld van de vijand. De vijand dat is ‘de mof’ (in tweede wereldoorlog). Maar wie is die mof? De mof dat is ook een vrouwelijke leraar, iemand die niet meer gelooft,… met wie ik veel gemeenschappelijke kenmerken deel, natuurlijk. En dat is evident. Als men begint na te denken over … dat bestaat niet de moffen, de Irakezen, de Serviërs, de Amerikanen. Er bestaat tussen die mensen een quasi oneindige variëteit van personen, En vanaf dat moment is men reeds minder bereid om oorlog te voeren tegen dé vijand omdat men er zich rekenschap van geeft dat dit mensen zijn die op ons lijken/zoals wij.

Wanneer wij ons het beeld hadden gevormd van de Japanners niet als ‘Japanners’ maar als mannen, vrouwen, kinderen, leraars, arbeidsters, verpleegsters, enz …zou Hiroshima dan aanvaardbaar zijn geweest ? Hiroshima is iets monstrueus. Wij hebben dat gedaan. Wij hebben Hiroshima aanvaard. (…) Via de propaganda heeft men ons kunnen doen aanvaarden dat het noodzakelijk was om grotere Amerikaanse verliezen te beperken. Maar dat is onjuist. Het was belangrijk in de beginnende strijd (koude oorlog) tegen de Sovjet-Unie. Is Hiroshima aanvaardbaar? Zijn de bombardementen op Dresden aanvaardbaar? Op het einde van de oorlog waren alle vluchtelingen – maar vooral vrouwen, ouderlingen en kinderen – teruggetrokken richting Balkan. Er waren veel vluchtelingen in Dresden, dat men het Firenze van het Noorden noemde, een zeer mooie stad. Wel, de geallieerden hebben Dresden op systematische wijze gedood. Men heeft waarschijnlijk 100.000 mensen gedood in deze bombardementen. Maar als men begint na te denken dat dit mensen zijn (menselijke wezens), niet moffen, dan wordt dit onaanvaardbaar. Als men bedenkt wat een bom aanricht, dan zijn het niet meer de ridders van de lucht die de oorlog gewonnen hebben, maar dan is een bombardement iets onaanvaardbaars, natuurlijk.

In uw boek citeert u Thomas Van Aquino. ‘De oorlog is een heilige zaak’. De heilige oorlogen/zaken van vandaag zijn de mensenrechten en het internationaal recht. Hoe kan men zich weren/ontsnappen aan dit discours. Want wie kan daartegen zijn?

Anne Morelli: Niemand. Niemand kan zeggen ik ben tegen de mensenrechten. Men moet beseffen dat het begrip mensenrechten meestal gebruikt en misbruikt wordt om onmenselijke zaken te verbergen. En dat het steeds dezelfde motieven zijn die men opwerpt.Tijdens WO I – vanuit ons standpunt, het standpunt van de Fransen en de Belgen enz … – werd de oorlog gevoerd om het Pruisische militarisme uit te roeien, om het arme kleine België te helpen en om de democratie te herstellen. Dat is heel mooi. Iedereen gaat akkoord met zo’n motieven. Maar nader beschouwd is dit allemaal niet waar. Het was niet om het arme kleine België ter hulp snellen. Het waren imperialistische staten die tegenover mekaar stonden; Frankrijk en Engeland tegen Duitsland. Ze hebben de kolonies van Duitsland afgenomen enz. En de democratie? Laat ons niet lachen. De bondgenoot van Frankrijk en Engeland was de tsaar van Rusland, als democraat een uitstekend voorbeeld. En het militarisme uitroeien? Er was evenveel militarisme langs Franse als langs Duitse kant. Maar deze nobele objectieven, deze goede doelen verbergen monstruositeiten, natuurlijk. Hetzelfde zien we bij de Irakese oorlog. Men gaat het Irakese militarisme beëindigen. Men komt een klein land – Koeweit – ter hulp en men gaat de democratie redden. Maar Koeweit is dat een democratisch land? Het is één van de landen die het minst erkenning geeft aan de mensenrechten, en nog minder aan de rechten van vrouwen. Maar men heeft ons dat zo voorgesteld. Men stelt ons deze genereuze ideeën van rechten en democratie voor als motief, en in naam van deze ideeën begaat men om het even welke smeerlapperij.

In uw boek stelt u ook en betwijfelt u ook de objectiviteit van de media omdat de media zeer gepolitiseerd zijn, zeer gelieerd met de politiek en met de machthebbers.

Anne Morelli: Ja, met de politiek en met de macht. Dat kan de economische macht of de politieke macht zijn. Maar neem nu als voorbeeld wat zich heeft voorgedaan langs Franstalige zijde in België. We hebben het verdwijnen gezien van een hele reeks media, juist die media die niet gelieerd waren met de grote economische macht. Le Matin, die je kon vergelijken met De Morgen, maar onafhankelijker en autonomer, is verdwenen. Le Journal du Mardi, Avancées zijn verdwenen. En dat allemaal in zes maanden. Dus, al de anderen situeren zich in grote persgroepen, en deze grote persgroepen zijn niet onschuldig vanuit politiek en economisch gezichtpunt beschouwd. Ik geloof niet dat er vandaag veel onafhankelijke media zijn. En bovendien, er is misschien wel ergens een kleine onafhankelijke krant maar als je de televisie – hét populaire medium – beschouwt, geloof ik niet dat die onafhankelijk is.

Alle vragen draaien uiteindelijk een beetje rond hetzelfde. Bestaat er een middel om weerwerk te bieden aan deze propaganda. Want dit moet van twee kanten komen anders heeft dit geen zin.

Anne Morelli: Het komt van twee kanten. Het enige wat wij kunnen doen is voor de eigen deur vegen. De ‘vijand’ voert zeker ook zijn propaganda, maar wat wij moeten doen is trachten de propaganda die bij ons wordt gevoerd te ontmaskeren en aan te klagen. Dat het bij de vijand om propaganda gaat, dat wordt ons voldoende verteld. Maar we moeten beseffen dat bij ons dezelfde mechanismen spelen. En wat zo erg is, is dat we het op het moment zelf niet kunnen zeggen. Maar enkele maanden of jaren later kan dit wel, kan men de propaganda wel tegenspreken. Nu pas kan men openlijk zeggen dat er in Kosovo maar 5000 doden gevallen. Na de oorlog in Irak heeft men kunnen zeggen dat de Iraakse soldaten de babies uit de couveuses niet hebben weggerukt, zoals men gezegd had in de propaganda. Maar achteraf, na 1 of 2 jaar kun je pas zeggen dat het niet waar was, dat het leugens waren, dat het oorlogspropaganda was. Maar op het moment zelf kan men niets doen. Want men moet dit bewijzen. Denk bijvoorbeeld aan [het vermeende bloedbad in] Timisoara in Roemenië. Op het moment dat men met dat bericht naar buiten komt is iedereen verontwaardigd en aanvaard men dat Ceausescu onmiddellijk vermoord wordt. En men heeft hem daarom gedood, omdat er de massamoorden van Timisoara waren. Als men hem niet onmiddellijk vermoord had, had men dit niet meer kunnen doen. Een jaar later had men dit niet meer kunnen doen, men zou dit niet meer aanvaard hebben hem doden zonder een echt proces, zonder dat daar ook veel andere mensen bij betrokken zouden geworden zijn(…)

Je hebt het over een propagandamachine.

Anne Morelli: Neen, ik geloof niet dat er een groot complot bestaat. Maar ik denk dat spontaan iedereen aan hetzelfde zeel trekt. Als Jamie Shea een persconferentie geeft verplicht hij de journalisten niet om zijn berichten over te nemen, maar de informatie die hij hen gegeven heeft – omdat men over die informatie beschikt en omdat het gemakkelijk is (uit gemakzucht – , zal men deze berichten doorgeven. Ik heb dit meegemaakt in Joegoslavië. Ik was in Belgrado op het moment van de bombardementen op het ziekenhuis van Belgrado. Het bombardement vond plaats om 5 uur, ik heb de bommen zien vallen. Om 9 uur is men ter plaatse, er is de Griekse, Spaanse, Italiaanse televisie – maar de Belgisch televisie is niet aanwezig. Ik telefoneer naar de RTBf die in Belgrado was, en ik vraag hen waarom ze niet aanwezig zijn. Ze antwoorden: wij hebben het beeldmateriaal en het commentaar al ontvangen van CNN. Je kunt je wel indenken welke beelden en welk commentaar dit is. En dus uit gemakzucht neemt men die beelden over en bewerkt men een klein commentaar dat men van CNN gekregen heeft. En voor de persagentschappen is dat hetzelfde. Hoe wordt de actualiteit gemaakt? Welke zijn de gebeurtenissen die vandaag belangrijk zijn? Het zijn de agentschappen die u zeggen welke de belangrijke gebeurtenissen zijn. Dus dat neem je over en je reproduceert het.

De media vormen een manier om aan politiek te doen. Media en politiek zijn dus gelieerd?

Anne Morelli: Maar natuurlijk, de media zijn een middel om aan politiek te doen. En om het beleid ingang te doen vinden via de emoties.

Tot slot. Als de Europese Unie vandaag beweert dat ze een leger gaat ontwikkelen om de vrede te vestigen en te handhaven

Anne Morelli: Daar sta ik onmiddellijk achterdochtig tegenover. Dan stel ik me daar vragen bij.

Maar we moeten wachten op de geschiedenis voor we het bewijs, we het definitieve antwoord kennen.

Anne Morelli: In mijn boek verwijs ik naar een citaat van Emile Zola, dat stelt dat wie een goede reden wil hebben voor oorlog te voeren altijd moet zeggen dat ie vecht voor de anderen, nooit voor zichzelf. Wij zullen ons voordoen als weldoeners van de mensheid. Dat is het precies: de idee van het Europese leger een als weldoener van de mensheid. ‘Wij’ zullen duidelijk stellen dat we dit niet doen in het eigen belang. ‘Wij’ stellen ons nederig ten dienste van de anderen, van de goede zaak en van de grote ideeën. ‘Onze’ bereidheid om ons leger uit te lenen aan wie het vraagt is een genereuze houding om de wereld vrede te brengen, om de wereld te pacificeren; onze soldaten zullen als grote verdedigers van de beschaving slagen toebrengen aan diegenen die zich niet vlug genoeg beschaven. Men zegt nooit dat men gaat vechten voor het eigenbelang: neen, wij komen ter hulp gesneld, wij gaan de democratie herstellen, de vrede vestigen enz…

En wat ingeval van de tussenkomsten van de VN?

Anne Morelli: Dit geldt ook voor de legers van de Verenigde Naties. Ook de Verenigde Naties komen slechts selectief tussen. Waarom komt men niet tussen in Israël? Waarom installeert men geen vredesmacht om de Koerdische bevolking te beschermen wier dorpen verwoest worden. Er zijn honderden locaties waar men had kunnen tussenkomen, maar dit niet doet. Timor in Indonesië bijvoorbeeld. De moordpartijen in Timor waren geen reden om tussen te komen. Men komt slechts tussen of reageert slechts dan wanneer dit als bij toeval verband houdt met onze politiek/politieke belangen. Ik heb zelfs twijfels – geen volledig vertrouwen in – over de zuivere bedoelingen bij de humanitaire operaties. Men had in Rwanda kunnen tussenkomen toen het moorden begonnen is. De genocide in Rwanda is niet in één nacht gebeurd. Men had vliegtuigen en troepen kunnen sturen op de vrede te herstellen. Maar niemand had daar belang bij. Dus, ik ben een beetje achterdochtig, ik stel me altijd vragen: wie heeft voordeel bij de interventie?

(Uitpers, november 2001)

* Anne Morelli is professor aan de Université Libre de Bruxelles en auteur van ‘Principes élémentaires de propagande de guerre’.Utilisables en cas de guerre froide, chaude ou tiede …
Uitgever : Editions LABOR, Collection Quartier Libre, Brussel 2001 – Prijs : 320 BEF – 80 EUR

(Bovenstaande tekst is een ingekorte versie van het interview dat in het tijdschrift Vrede van september werd gepubliceerd)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 37 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook