Progressief Latijns-Amerika staat voor een beslissende test in Bolivia

De Boliviaanse president Evo Morales heeft zijn voornaamste verkiezingsbelofte gehouden: de nationalisering van de olie en het gas. Bolivia staat daardoor voor een even cruciaal als delicaat tijdperk.

De nationalisatie van de Boliviaanse olie en gas kwam er op 1 mei. Het decreet waarmee dze gebeurde, en dat door de betrokken ondernemingen als een “confiscatiedecreet” werd bestempeld, zet heel wat verworven rechten op de helling. In La Paz volgt men nauwkeurig de reacties van de multinationale ondernemingen en van degenen die hen de hand boven het hoofd houden.

De beslissing viel symbolisch op een 1 mei, 100 dagen nadat Evo Morales aan de macht kwam. Ze kwam voor iedereen als een verrassing. In petroleumkringen vermoedde men wel dat er iets beraamd werd in het presidentieel paleis, maar de meeste analisten verwachtten slechts een “light”-versie van de beloofde naasting.

Niets daarvan. Het plan van Morales is integendeel een harde versie van de principes die werden aangenomen in de referendums van 2004 en in het parlement in mei 2005. Concreet betekent het dat de staat opnieuw de meerderheid krijgt in de drie gemengde maatschappijen – Andina, Chaco en Transredes. Die maatschappijen werden opgericht bij de privatiseringen van de jaren 1990. De meerderheid ervan was in handen van de multinationals Repsol (Spaans), Brtish Petroleum (Brits) en Shell (Brits-Nederlands). Nu verwerft de regering 51%. Daartoe zullen de private Boliviaanse belangen worden onteigend en zullen aandelen worden gekocht van de multinationals. Als die ondernemingen in Bolivia actief willen blijven, moeten ze binnen de 180 dagen onderhandelingen over prestatiecontracten afronden, die de afgeschafte concessies moeten vervangen. Hetzelfde geldt voor de Braziliaanse maatschappij Petrobras, die gedwongen werd het beheer van haar belangrijke gasvelden af te staan.

Bovendien moeten alle olie en gas, die uit de Boliviaanse ondergrond worden gehaald, verkocht worden aan de openbare maatschappij YPFB, die ze dan moet commercialiseren. Ook de systemen van transport, opslag en distributie, evenals de twee raffinaderijen in het land, moeten opnieuw eigendom worden van YPFB in ruil voor een nog vast te stellen financiële compensatie.

Ten slotte stijgen de belastingen en royalties die aan de staat worden gestort tot meer dan 50% van de winst. In afwachting van de ondertekening van nieuwe contracten, worden de twee belangrijkste gasvelden tegen 82% belast. De regering hoopt daardoor jaarlijks 360 miljoen dollar meer binnen te halen. Daarmee kunnen de schaarse middelen worden aangedikt, die ter beschikking staan van Evo Morales voor zijn alternatieve sociaal-economische ontwikkelingsplannen.

Om elke sabotage van de productie te vermijden in de periode van 180 dagen, zond Morales in groten getale technici van YPFB uit om de directe controle over te nemen van de 56 olie- en gasvelden van het land. De technici werden bovendien geëscorteerd door het leger. Meer dan genoeg om indruk te maken op de kaderleden van de multinationals, die zo’n behandeling niet gewend waren.

Naar verluidt was de operatie al geruime tijd in het grootste geheim voorbereid. Morales moest immers op de volledige steun van de militairen kunnen rekenen. Ook moest hij zijn tekst zoveel mogelijk bijschaven om zoveel als mogelijk klachten en eisen voor schadevergoedingen te vermijden.


Evo Morales houdt van sterke symbolen. Het was pas na zijn terugkeer uit Havana, waar hij een vrijhandelsakkoord sloot met Cuba en met het Venezuela van zijn naaste bondgenoot Hugo Chávez, dat hij het startsein gaf voor zijn economische revolutie. “Bolivia was het eerste land op het continent dat zijn olie en gas nationaliseerde (in 1937, nvdr). Deze van vandaag is de derde en definitieve nationalisatie van onze bodemrijkdommen”, verklaarde de president, die onderstreepte dat hij niet zal aarzelen “geweld” te gebruiken tegen degenen die “de beslissing van het Boliviaanse volk niet zouden eerbiedigen”.

Totnogtoe hebben de multinationals omzichtig gereageerd. Wel werd er anoniem met processen gedreigd, maar vele analisten denken dat de multinationals een directe confrontatie zullen vermijden om niet aan de deur te worden gezet. Gezien de omvang van de Boliviaanse reserves blijft het immers mogelijk goede zaken te doen in het land, zo merken experts op. Ook de vrees dat ze al hun investeringen zouden kunnen verliezen, zou hen tot een compromis kunnen aanzetten.

De voornaamste investeerders in het land, Petrobras en Repsol, hebben het aan hun regeringen overgelaten om hun “diepe bezorgdheid” – naar de woorden van de Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero – uit te drukken. “Het is een onvriendelijk gebaar, dat kan worden geïnterpreteerd als de verbreking van de discussies die totnogtoe werden gevoerd met de Boliviaanse regering”, zei de Braziliaanse minister van Energie, Silas Rondeau. De leider van de Braziliaanse Arbeiderspartij in de Senaat, Aloizo Mercadante, toonde zich diplomatischer en wees op de vriendschappelijke relaties tussen de Braziliaanse president Lula en Morales, om een compromis te bereiken, waaronder de Braziliaanse belangen zouden worden gerespecteerd. Eenzelfde gematigde taal is te horen in Argentinië, waar de regering opnieuw moet onderhandelen over de voorkeurstarieven die het geniet bij de aankoop van Boliviaans gas.

Geopolitiek zijn er grondige veranderingen aan de hand in Zuid-Amerika, die draaien rond de progressieve as Venezuela-Brazilië-Argentinië. In dit opzicht zal de beslissing van Morales, een bondgenoot van Hugo Chavez, een betekenisvolle test zijn.

Ook valt het te bezien in welke mate de westerse landen – Europese en Noord-Amerikaanse – de beslissing van de Boliviaanse regering zullen respecteren.

Een andere bron van onzekerheid vormt de reactie van de middenklasse en van de burgerij van Bolivia. In geval van massaal verzet van hun kant, zou de verkiezing van een Constituerende Vergadering in juli Morales kunnen beroven van de noodzakelijke meerderheid om zijn hervormingsproject door te voeren. Er bestaat ook een reëel risico dat het secessionisme weer opsteekt in de provincies die rijk zijn aan olie en gas, des te meer daar er een reeks volksraadplegingen over dit thema op de agenda staan. Ten slotte blijft een poging tot destabilisering door een staking van de kaderleden of door sabotage mogelijk – naar het model van de poging in Venezuela in 2002-2003. Zal Morales in dergelijke situatie kunnen rekenen op de steun van het leger, dat zich slechts voor kort bekeerde tot klassenneutraliteit?

Ondanks al die onzekerheden is het duidelijk dat Morales maar weinig anders kon dan in de aanval te gaan tegen de multinationals. Zeventig procent van de Bolivianen is arm en de economie heeft geen enkele graad van onafhankelijkheid. De regering kan dus alleen maar de kaart spelen van de bodemrijkdommen als ze haar programma wil uitvoeren, de soevereiniteit van Bolivia wil herstellen en meester wil worden van haar sociaal-economische ontwikkeling.

(Uitpers, nr. 76, 7de jg, juni 2006)

Bron: Le Courrier (www.lecourrier.ch), Genève, mei 2006. Via Risal (Réseau d’information et de solidarité avec l’Amérique latine) : www.risal.collectifs.net

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :
Over