Proces Abou Jahjah: Kafka spreekt recht in Antwerpen

Op 26 mei verschijnen Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz voor het Hof van Beroep van Antwerpen. Ze gaan in beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank van Eerste aanleg die hen op 21 december 2007 veroordeelde tot zware straffen: 1 jaar effectieve opsluiting en het betalen van een schadevergoeding van meer dan 5.000 euro.

Ze zijn veroordeeld voor hun vermeend aandeel in de rellen die in Antwerpen uitbraken na de moord op Mohamed Achrak, een islamleerkracht, op 26 en 27 november 2002. Op basis van een valse verklaring!

De kroongetuige is een politieagent van Marokkaanse afkomst die Abou Jahjah in het Arabisch zou hebben horen oproepen tot verzet. In het vonnis staat er: “Adil Akhandaf lid van het Bravo peloton bij de ordedienst en de Arabische taal machtig, had de opruiende taal van Abou Jahjah verstaan. Deze riep: ‘Laat u niet doen door de politie er is maar één God Allah genaamd. Blijf samen, samen zijn wij sterk tegen de politie. Al wie ons niet volgt, is een schijnheilige, zij (de politie) zijn de oorzaak van de dood van onze broeder, vecht terug!’ Abou Jahjah voerde met zijn groep vervolgens een charge uit op het cordon van de politie. Op dat ogenblik werd de collectieve pepperspray ingezet.” In het vonnis staat ook: “Er is geen reden om aan de verklaring van inspecteur Akhandaf, die zeer formeel is over hetgeen hij hoorde, te twijfelen.” Is dat wel zo?

In Antwerpen, en vooral onder allochtonen, doet het gerucht de ronde dat de verklaring van Adil Akhandaf vals is. Enkele agenten bevestigden me een tijd geleden dat dit inderdaad het geval is, maar uit angst voor repressie durfde niemand daarover een verklaring afleggen, ook niet anoniem. Onlangs was een agent, gechoqueerd door de uitspraak in eerste aanleg, daar toch toe bereid:

VERKLARING van een politieagent die op 26 november 2002

op de Turnhoutsebaan in Antwerpen dienst had

De avond van 26 november 2002, nadat er in Antwerpen rellen waren ontstaan, na de moord op Mohamed Achrak, was ik als politieagent de ganse tijd aanwezig, vanaf de aankomst van Abou Jahjah tot aan zijn vertrek. Ik was de ganse tijd in zijn buurt.

Ik heb Abou Jahjah op geen enkel moment een grote groep jongeren weten toespreken, behalve één keer, toen hij zei “Laat je niet vangen. Blijf rustig”. Een politieagent heeft pepperspray gebruikt, niet om te reageren op een charge van Abou Jahjah en de jongeren, maar als provocatie. Abou Jahjah heeft die avond op een professionele wijze de gemoederen willen bedaren.

De allochtone agent die een bezwarende verklaring over Abou Jahjah heeft afgelegd, was niet in de buurt. Deze jongen was pas afgestudeerd van de politieschool, en heeft zich wellicht laten misbruiken om een valse verklaring af te leggen. Ik weet dat ook andere allochtone agenten onder druk zijn gezet om zo’n valse verklaring af te leggen.

Ik leg deze verklaring af omdat ik zwijgen niet kan verzoenen met mijn geweten. Ik ben bereid hierover voor de rechtbank te getuigen als mijn anonimiteit wordt gewaarborgd.

Deze verklaring is voorgelezen in Antwerpen, in april 2008, in aanwezigheid van Jaap Kruithof (professor emeritus), Paul Pataer (ere-senator en oud-voorzitter Liga voor Mensenrechten) en mezelf.

Dendert de demoniseringstrein voort?

Het proces past niet alleen in de oorlog tegen Abou Jahjah en de AEL, het is ook een bedreiging voor een pijler van de democratie: het recht op politieke mobilisatie en emancipatie vanwege minderheden. Met dit proces betaalt men ook de prijs voor de onwil of het onvermogen om antidemocratische reflexen bij politie en gerecht te bestrijden. Toen de Antwerpse korpschef Tony Dyck in 2000 met pensioen ging, zei hij in een kranteninterview dat hij “het verbale racisme” in het korps niet had kunnen uitroeien. Tijdens een debatavond liet Dyck zich ontvallen dat in het korps “250 fraudeurs, varkens en racisten” zitten. Mohamed Chakkar van het FMV voegt eraan toe: “Minister Vande Lanotte heeft ooit een studie laten uitvoeren over extreem rechts bij de Antwerpse politie. De studie is nooit gepubliceerd. Maar toen ik tegen iemand die de resultaten had kunnen inkijken, zei dat wellicht 30 percent van de agenten met het Vlaams Blok sympathiseert, antwoordde hij me: ‘Was het maar 30 percent!’” (Citaten in L. De Witte, Wie is bang voor moslims?, p. 179) Het ziektebeeld van het gerecht, dat weliswaar beter aan het oog is onttrokken, is waarschijnlijk niet veel gunstiger. Politie en rechtbank hebben zichzelf in de vernieling gereden en dreigen deze zaak, voor het Hof van Beroep of op een hoger rechtsniveau, als een boemerang terug in het gezicht te zullen krijgen.

Ludo De Witte

(Uitpers, nr 98, 9de jg., mei 2008)

(Dit artikel is een synthese van het dossier dat is gepubliceerd in het weekblad Knack van 23 april 2008)

Op dinsdag 20 mei gaat er in het Zuiderpershuis (Waalse kaai 14, Antwerpen) een avond door over het komende proces, in aanwezigheid van Dyab Abou Jahjah. Voor meer informatie, raadpleeg de agenda van het Zuiderpershuis of herman.deley@ugent.be.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 67 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook