Privé-media Ecuador voeren politieke oppositie tegen regering Rafael Correa

Net als hun collega’s in Venezuela en Bolivia spelen de privé-media in Ecuador vandaag een rol als politieke oppositie. Ook al ontkennen ze dat bij herhaling. In Venezuela zijn de privé-media de gediscrediteerde politieke oppositie gaan vervangen, en hebben ze zelfs een rol gespeeld in de “staatsgreep van de rijken” van april 2002 tegen de verkozen president Hugo Chavez.

Die Venezolaanse ervaring is de bonzen van de privé-media in Ecuador niet ontgaan. Die media proberen een strategie op te bouwen tegen de regering van president Rafael Correa. Ze zoeken daarvoor adviseurs uit het buitenland, die ze om ter hardst interviewen.

Ricardo Trotti, directeur van de afdeling “persvrijheid” van de Inter-Amerikaanse Persbond SIP, gaf de media de raad “niet in het spel mee te trappen, in giftige kritiek, in antagonisme, en uiteindelijk te doen waar men ons van beschuldigt: oppositie voeren”. Maar de Ecuadoriaanse mediabazen hebben daar niet veel oren naar. De zweren bij hoog en bij laag dat ze niet toegeven aan de verleiding om de oppositiepartijen te vervangen. Hun rol, bezweren zij, bestaat er niet in om in het politieke steekspel te treden, maar “om stipt en objectief te informeren wanneer dat nodig is”. Maar hun methoden en de agenda die ze het land proberen op te leggen verraden hen. Ze gaan diametraal in tegen wat ze verkondigen.

In een lange brief aan het dagblad El Universo (massakrant uit Guayaquil) wees minister van Nationale Opvoeding Raul Vallejo erop dat “niemand onpartijdig spreekt”. De krant heeft het recht om ruimte te bieden voor kritiek en oppositie tegen de regering van Rafael Correa, schreef hij. Maar dan is het blad ook moreel verplicht dat klaar en duidelijk aan haar lezers te zeggen. Wat moreel laakbaar is, aldus nog de minister, is “een oppositiekoers volgen en dan voorhouden dat men er een neutraal discours op na houdt”.

Laat hem zijn mond houden

De privé-media houden niet van de scherpe taal van Correa. De president heeft de grote media hard bekritiseerd, net zo hard als de bankiers en de rijken die het land beheersen sinds het ontstaan van de republikeinse politiek. Het harde discours is in overeenstemming met het politieke project van de “revolutie van de burgers”. Het is een manier om ervoor te zorgen dat de boodschap bij de mensen in de geest gegrift staat. Geregeld valt Correa uit tegen het bestaan van maffia’s in de media. Bovendien verwijt hij ze onbekwaam, middelmatig, racistisch en corrupt te zijn.

De media zijn niet gewend aan kritiek: ze beschouwen zich als een macht die boven goed en kwaad staat, die straffeloosheid geniet. Elke kritiek wordt gezien als een “aanslag op de vrijheid van meningsuiting”. Dat leidde ertoe dat commentatoren en de oppositiepolitici bij herhaling Correa hebben gevraagd om zijn mond te houden, om niet op confrontatie aan te sturen, om tolerant te zijn, en om de rijke klassen in de armen te sluiten, die “ook deel uitmaken van het land”.

De privé-media gaan ook niet akkoord met onthullingen over de “incestueuze relatie” tussen de economische en financiële macht enerzijds, en de macht van de media anderzijds. Bij herhaling heeft Correa er op gewezen dat de belangrijkste televisieomroepen in handen zijn van de bankiers. En hij wees op concrete gevallen: Fidel Egas, bijvoorbeeld, is niet alleen de hoofdaandeelhouder van de Banco Pichincha, een van de grootste en machtigste van het land. Hij is ook meerderheidaandeelhouder van Canal 4 (Teleamazonas), een omroep die nationaal uitzendt. Zijn groep is ook eigenaar van de bladen Gestion en Diners.

De groep Isaias is eigenaar van de omroepen Telecentro Television, Gamavision en Cablevision; hij bezit ook de radiostations Universal, K 800 en Carrousel. El Juri, een van de machtigste economische groepen van het land, is eigenaar van de omroep Telerama, eveneens een omroep met nationaal bereik.

De media ontwijken het natuurlijk om die aanklachten uit te diepen of om er gevolg aan te geven. Maar ze spenderen veel inkt, papier en ruimte aan berichten over en commentaar op sommige vergissingen van Correa (zoals toen die de Britse ex-premier Tony Blair parafraseerde die de media “wilde dieren” noemde).

De manier waarop Correa duidelijk de macht ter discussie stelde die de media uitoefenen, zorgde voor verwarring toen de president zijn pijlen afschoot op verscheidene journalisten, en niet op hun bazen. Dat lokte kritiek uit van de journalistenvakbonden die zich in sommige gevallen achter de bazen van de informatiebedrijven schaarden.

De relatie tussen de bankensector en de media bleek duidelijk toen president Correa een wetsontwerp naar het parlement stuurde om de hoge rentetarieven die de banken aanrekenen te reguleren. Die hoge tarieven stelden hen in staat zeer grote winsten te maken. Bij die gelegenheid hebben de banken, in samenspraak met de media, een agressieve miljoenencampagne gelanceerd om tegen Correa’s project in te gaan. Ze bekwamen uiteindelijk dat de parlementsleden het voorstel van de president afwezen en een wet goedkeurden die de banken bevoordeelde. Het werd duidelijk dat er in de media een belangenconflict bestond. En dat die media daardoor onmogelijk de maatschappelijke rol (informeren en het algemeen belang van feiten toelichten) konden vervullen, die zij in een democratie moeten spelen.

Informatiemonopolie behouden

De grote media hebben nog een andere vrees: ze zijn bang dat ze hun monopolie op de informatie verliezen. Want de regering liet weten dat ze over eigen media wil beschikken. Nu nog beschikt de regering-Correa als informatiemechanisme over een “cadena” op de radio elke zaterdag (een “cadena” is de heruitzending van een programma op alle frequenties). Daarbij heeft ze een website (www.presidencia.gov.ec). Ze denkt er ook aan de uitzendingen te hervatten van de nationale radio van Ecuador en een openbare omroep op te richten. Dat is op problemen gebotst omdat de staat weliswaar de frequenties bezit, maar er geen heeft in VHF (Very High Frequency, 30 MHz tot 300 MHz) om te kunnen uitzenden. Ook heeft de staat van economische machtsgroepen in Guayaquil de krant El Telegrafo kunnen overnemen, die toebehoorde aan bankiers. Ze heeft het blad omgevormd tot een staatsmedium.

De media hebben moord en brand geschreeuwd toen de regering aankondigde dat ze controle wilde op programma’s die bij herhaling hebben opgeroepen tot geweld en racisme, en dat ze wilde waken over de artistieke, culturele en morele kwaliteit -zoals de in 1995 hervormde maar nooit toegepaste omroepwet toestaat. De verontwaardiging sproot voort uit het feit dat de dominerende media maar één mogelijk model van communicatie kennen: het commerciële model dat op de Verenigde Staten is geïnspireerd, “gemotiveerd door winst, steunend op verkoop van advertentieruimte”. In zo’n schema is alles toegelaten. Sommige media deinzen er niet voor terug om gebruik te maken van de drie S’ en – sensationalisme, seks en bloed (sangre), om op die manier de grootste oplage of het grootste gehoor te bereiken. Het hindert hen niet dat ze gebruik maken van de meest primaire instincten van de mens om hun geldelijke doelstellingen te bereiken. In zo’n model laten de media geen enkel soort controle toe, van de staat noch van de burger.

De grote media treden op met een korpsgeest. Ze tonen zich gekant tegen het project “socialisme van de 21ste eeuw” dat Correa heeft aangekondigd. Het programma van de president neigt naar een centrum-linkse stroming die de soevereiniteit wil herwinnen, en die binnen het raam van het kapitalisme de sociale herverdelingspolitiek impulsen wil geven. Niettemin hebben de media, in samenspraak met de rechterzijde, Correa niet de tijd gegeven om te ademen. Ze hebben hem systematisch en meedogenloos aangevallen in een poging zijn project te kelderen. En daar hebben ze alle wapens voor ingezet.

Toch lijkt het mediaoffensief niet de resultaten te boeken die de ontwerpers ervan hadden verhoopt. Tijdens de volksraadpleging over een grondwetgevende vergadering, op 15 april 2007, heeft de meerderheid van de media zich tegen het initiatief verzet. Volgens de krantenkoppen en de commentatoren ging het om iets onbepaalds, was de bevolking slecht geïnformeerd, en wisten noch begrepen de mensen waar het om ging. Niettemin sprak de bevolking zich met 82 procent van de stemmen uit voor het bijeenroepen van een grondwetgevende vergadering. Zo toonde ze dat de media niet alleen invloed hebben verloren, maar ook dat ze niet langer op dezelfde golflengte zitten als de burgers, die veranderingen eisen.

De media behouden hun macht. Die is niet aangetast. Maar de confrontatie met Correa had een onverwacht resultaat: de media verliezen aan geloofwaardigheid. In uiteenlopende sectoren van de samenleving hoort men oproepen om niet langer kranten te kopen of om de TV af te zetten. Oproepen ook om dringend andere communicatievormen uit te werken, zoals dat al gebeurd is tijdens de omverwerping van president Lucio Gutierrez in april 2005.

In dit verband is communicatie een van de zwakke punten van de regering-Correa. Communicatie, niet alleen om het hoofd te bieden aan de “elites” die het statu quo willen behouden, maar ook om het eigen project kenbaar te maken. Tijdens de verkiezingscampagne en de eerste maanden van de regering heeft het regime de nadruk gelegd op propaganda. Die was ongetwijfeld creatief en succesvol. Maar het regime heeft nagelaten een communicatiestrategie en een publiek beleid op dit terrein te ontwikkelen. Zo’n communicatiebeleid zou onder meer bestaan in een herverdeling van de radiofrequenties, die werden toegekend als politieke buit, en in het democratiseren ervan. Ook zouden alternatieve media, en media van gemeenschappen moeten worden versterkt.

In verscheidene sectoren van de samenleving leeft de vraag dat men in de nieuwe grondwet en duidelijke scheiding stelt tussen de economische machtsgroepen en de media. En dat concentratie van de communicatiemiddelen in slechts weinig handen moet vermeden worden. Evengoed is het van vitaal belang dat communicatie wordt bestempeld als een “fundamenteel mensenrecht van alle burgers die het nationaal grondgebied bewonen, een mensenrecht dat als basis dient voor het uitoefenen van alle andere rechten (mensenrechten, sociale rechten, culturele, politieke en economische rechten”, aldus een voorstel van de faculteit Sociale Communicatie van de centrale universiteit van Quito.

(Uitpers, nr 90, 9de jg., oktober 2007)

Bron: ALAI, América Latina en Movimiento (http://alaimnet.org), september 2007

Via : http://risal.collectifs.net

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 23 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook