Weer ‘verdwijningen’ in Indonesië
President Prabawo Subianto zet de militaire traditie van brutale repressie tegen volkswoede verder. Ondanks zijn zalvende toespraak van het weekeinde, zijn er in de repressie tegen manifestanten minstens acht doden gevallen en zijn minstens 20 personen vermist. Op dat vlak, verdachte verdwijningen, heeft de president zelf een ‘traditie’.
Forse premie
In Jakarta en andere steden komen al meer dan een week massa’s boze burgers op straat. De aanleiding was een stemming in het parlement waarmee de gekozenen zichzelf een flinke verhoging ‘woningpremie’ toekenden, terwijl de meeste Indonesiërs erg klagen over hun dalende koopkracht. De verhoging alleen al was gelijk aan tien keer het minimumloon. Prabowo heeft intussen de verhoging van de premie ingetrokken.
De verhoogde woningpremie viel bovendien samen met verdere drastische besnoeiingen in onderwijs, gezondheidszorg en openbare werken. Eerder dit jaar waren diverse posten, zoals gehandicaptenzorg, heel fel ingekort en waren diverse grote werken stilgelegd.
In Jakarta en talrijke andere steden trokken vooral jongeren de straat op tegen een beleid dat alleen maar ten goede komt aan rijke ondernemers en aan militairen. Er vielen daarbij volgens officiële bron minstens acht doden, van wie vier in Makassar, op Sulawesi.
Nadat een paramilitaire eenheid van de politie in Jakarta vorige week een jonge chauffeur had gedood, staken manifestanten in het weekend woningen van regeringsleden in brand en bestormden ze overheidsgebouwen. Prabowo had het over ‘terroristen’ en gaf bevel ze als dusdanig te bestrijden. In Bandung bestormde de politie de universitaire campus ‘met brutaal geweld’, aldus de studentenbond.
Schaduwen
Studenten waren in 1998 voortrekkers in de massabeweging die dictator Soeharto ten val bracht. Die dictatuur kwam er na de militaire machtsgreep van 1965 waarbij Soekarno opzij werd gezet en waarbij tussen 500.000 en 800.000 mensen werden afgemaakt in een jacht op communisten. Het is een van de grootste slachtpartijen uit de naoorlogse geschiedenis
Generaal Prabowo, schoonzoon van Soeharto, was een van de belangrijkste legerleiders uit die dictatuur. Hij speelde eind vorige eeuw een grote rol in de bijzonder brutale onderdrukking van de onafhankelijkheidsbeweging in Oost-Timor, een vroegere Portugese kolonie die nu de onafhankelijke staat Timor-Leste is. Prabowo’s milities staken massaal dorpen en wijken in brand, inwoners incluis. Bij die repressie kwamen ongeveer 200.000 van de 800.000 inwoners om het leven.
Prabowo was in 1998 al hard opgetreden tegen de demonstranten die zijn schoonvader Soeharto weg wilden; hij deed 23 opposanten oppakken van wie er nog altijd 13 “verdwenen” zijn. Dat er nu weer 20 verdwijningen zijn, roept daar herinneringen aan op.
De president beloofde zondag een onderzoek naar de dood van de jonge chauffeur door paramilitairen. Tegelijk zette hij kwaad bloed door de promotie van 40 politiemannen die bij botsingen met betogers gewond raakten. De VN hebben alvast een onderzoek gevraagd naar het mogelijk “onverantwoord gebruik van geweld” in het onderdrukken van de protesten.
Taboe
Sinds Prabowo bijna een jaar geleden president werd, gekozen met de steun van zijn populaire voorganger Joko ‘Jokowi’ Widodo, waarvoor Prabowo in ruil diens zoon Gibran Rakabuming als vice nam.
Onder president-generaal Prabowo is de politieke en economische rol van de militairen snel gegroeid, wat bij sommige Indonesiërs nare herinneringen oproept.
Bij sommige, want zowel de slachtpartij van 1965 als de repressie in 1998 en kort daarop in Oost-Timor, zijn taboe als onderwerp van openbare discussie. Ze kwamen in de campagne voor de presidentsverkiezingen vorig jaar alvast niet aan bod. Daar won de lachende Prabowo de harten van veel kiezers met zijn danspasjes op TikTok.
