Poetin als "persmagnaat"

Vladimir Poetin laat met het oog op de parlementsverkiezingen van eind dit jaar en de presidentsverkiezingen volgend jaar niets aan het toeval over. Bij de vorige presidentsverkiezingen, in 2000, had hij er al voor gezorgd dat zijn rivalen in de media nauwelijks aan bod kwamen, tenzij zeer negatief. Volgende keer doen de media het allicht nog beter nu Poetin de laatste "onafhankelijke" (althans: in handen van tegenstanders) het zwijgen oplegde. Geen wonder dat Poetin en de Italiaanse premier en persmagnaat Silvio Berlusconi goed met elkaar opschieten.

Eind juni zagen de kijkers van Tvs plotseling alleen nog sportuitzendingen. Het ministerie van de media had de frequentie waarop Tvs uitzond, toegewezen aan een sportzender die inderhaast was opgericht. In plaats van informatieve programmaÆs konden ze nu uren kijken naar wedstrijden in pistoolschieten, strandbal en andere opwindende sporten. Het ministerie verwees naar een richtlijn van president Poetin dat de Russen voor hun gezondheid meer lichaamsbeweging moeten hebben, wat blijkbaar gebeurt als ze urenlang naar lichaamsbeweging kijken. Het roept herinneringen op aan de tijd van de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu die in de jaren 1980 de rantsoenering van levensmiddelen verantwoordde met zogenaamd wetenschappelijke argumenten dat de Roemenen op dieet moesten.

Gestroomlijnd landschap

Met de verwijdering van Tvs zijn er in de Russische Federatie geen oppositiestemmen meer in de ether. De grootste tv-zender, nu Kanaal 1 genaamd, kwam onder het presidentsschap van Boris Jeltsin (1991-1999) in handen van Jelstins bevriende oligarchen. De zender hielp er mee voor zorgen dat Jeltsin in 1996 toch herverkozen raakte en speelde ook een grote rol in het lanceren van Poetin als Jeltsins dauphin.

In die periode was NTV nog een onafhankelijke zender. Alhoewel onafhankelijk altijd met een korrel zout moet worden genomen, NTV was in handen van een van de grootste oligarchen, Vladimir Goesinsky. Die zette in op rivalen van Poetin, wat hem duur te staan kwam. Gasgigant Gazprom, waarin het Kremlin en zijn getrouwen de bovenhand kregen, kreeg NTV als geldschieter op de knieën en zorgde ervoor dat NTV nu een spreekbuis van het Kremlin is. NTV was jarenlang, zeker tijdens de vorige Tsjetsjeense oorlog (1994-1996) een van de meest kritische stemmen over die oorlog. De zender bracht reportages en interviews over de Russische verliezen en over schendingen van mensenrechten in Tsjetsjenie. NTV maakte reportages in binnen- en buitenland (onder meer bij ondergetekende in Brussel) over Russische maffia-activiteiten en bevriende oligarchen. Maar NTV werd gemuilband.

Een populaire journalist, Evgeny Kiseljov, trok met zijn ploeg naar concurrerend oligarch Boris Berezovsky, de zakenman die onder Jeltsin zeer veel invloed had in het Kremlin en die Poetin hielp maken, waarna hij met de ambitieuze president in conflict kwam. Zowel Goesinsky als Berezovsky verblijven nu in het buitenland om aan arrestatie te ontkomen. Beide lagen immers dwars bij de poging van Poetin om na de grote plunderingen van de jaren 1990 de macht van de oligarchen te stroomlijnen door elkaars terreinen te respecteren, belastingen te betalen, een deel van de illegaal uitgevoerde kapitalen terug te brengen. Kiseljov richtte met BerezovskyÆs geld Tvs op die in de plaats kwam van TV6. Het Kremlin gebruikte tegen deze zender een welbeproefde methode: toeslaan in de portefeuille, de zender werd financieel gewurgd. Niet dat Tvs echt een oppositiezender was, maar Poetin wil geen risicoÆs nemen in de aanloop tot de verkiezingen. Want tenslotte is Berezosvky de geldschieter van de æLiberaleÆ oppositiepartij die in een verkiezingscampagne hoe dan ook Poetin kon aanvallen.

Ook in de regioÆs zijn mogelijke oppositiestemmen het zwijgen opgelegd. De zeven supergouverneurs die Poetin aanstelde boven de gekozen gouverneurs, hebben hun opdracht om de lokale media in de pas te doen lopen ter harte genomen. In de komende verkiezinsgcampagnes moet Poetin zich alvast om de media geen zorgen maken. Dat was ook al zo tijdens de verkiezingen van 1996 toen Jeltsin dankzij de media van de bevriende oligarchen toch herverkozen werd, ook al stond zijn populariteit bij de aanvang op één procent. Ook in 2000 hebben de media zich bijna eensgezind achter de machthebber gesteld. Als de rivalen, voorop de communist Gennady Zjoeganov, dan toch in het nieuws kwamen, was het om hen te bekladden.

Veel oppositie is er trouwens niet meer. De communisten en het liberale Jabloko voeren in het parlement nog wel oppositie, maar dat is vooral uit ontgoocheling omdat Poetin hen niet langer machtsposities toebedeelt zoals hij in het begin van zijn ambtsperiode wel heeft gedaan.

Het muilbanden van de media stuit op zeer weinig kritiek van de "grote democratieën" (term van Louis Michel). Integendeel, Bush en vooral Blair juichen Poetin weer toe, de episode van de oorlog in Irak ligt achter ons, zeggen ze allemaal. Blair ging in 2000 Poetin in de campagne zelfs een handje toesteken, en de lof die Poetin bij de viering van 300 jaar Sint-Petersburg (in Rusland bijgenaamd hoofdstad van de Russische maffia) onlangs van de collegaÆs van de G8 kreeg, was al een goede start voor zijn herverkiezingscampagne. Bush, Blair, Berlusconi, Chiracà als één man achter Poetin. Géén woord over het feit dat het Kremlin privé-zenders opdoekt om ze aan eigen gezag te onderwerpen. Ook al is dat het tegenovergestelde van Berlusconi die overheidszenders aan het privé-gezag onderwerpt…

Tsjetsjenië

Nog voor hij president werd, had Poetin er reeds voor gezorgd de media aan zijn kant te hebben bij het inzetten van de jongste Tsjetsjeense oorlog, in september 1999. Poetin had als kopstuk van de geheime dienst gezien hoe sommige media ertoe hadden bijgedragen dat de meeste Russen zich in 1995-1996 tegen die oorlog keerden. Ook nu is er een meerderheid (60 procent, aldus opiniepeilingen) voor een vreedzame oplossing van dat conflict, maar onder meer door de slaafse houding van de media, is Tsjetsjenië uit de actualiteit verdrongen. Alleen als Moskou er een referendum organiseert om Ruslands soevereiniteit te bevestigen (23 maart 2003), krijgt Tsjetsjenië nog aandacht. Of natuurlijk als er een spectaculaire operatie is van de rebellen waardoor die kunnen worden afgeschilderd als islamistische terroristen, bondgenoten van Al Qaeda.

Dat was zeker het geval met de gijzelingsactie van oktober vorig jaar in een Moskouse theaterzaal die Poetin toeliet de Tsjetsjeense rebellie als een operatie van Al Qaeda af te schilderen. Merkwaardig is wel, aldus de Russische journaliste Anna Politkovskaja, dat een van de commandoleden, ooit vertegenwoordiger van de Tsjetsjeense opstandelingen in Jordanië, sindsdien voor de persdienst van Poetin werkt. Dit roept herinneringen op aan de aanslagen van september 1999 in Russische steden die de aanloop vormden naar de jongste oorlog. Toenmalig premier Poetin, kort daarvoor nog chef van de geheime dienst, schreef die aanslagen toe aan de Tsjetsjeense rebellen. Sergej Joesjenkov, een parlementslid die deel uitmaakte van een onderzoekscommissie naar de ware toedracht van die aanslagen, werd op 17 april jl. vermoord. Hij leidde een fractie van de Liberale partij, nl. van de groep die zich afzette tegen stichter Berezovsky. Joesjenkovs rivaal is intussen in staat van beschuldiging gesteld voor die moord.

Berezovsky is de man die zowel in 1996 als 1999 nauwe banden had, en misschien nog heeft, met de Tsjetsjeense krijgsheren Sjamil Basajev en Movladi Oedoegov. Die islamistische groepen hebben inderdaad banden met Arabische en Turkse moslimfundamentalisten, maar ze waren lang geisoleerd binnen de Tsjetsjeense samenleving. De hardnekkige weigering van Moskou om te praten met Aslan Maschadov, de verkozen president van Tsjetsjenie, en de zeer zware repressie die al tienduizenden doden maakte, hebben Maschadov, voorstander van een lekenstaat, in de richting van de islamisten geduwd. Sinds vorig jaar gebruikt hij enige islamitische terminologie, wat voor Moskou natuurlijk een bijkomend bewijs is om zijn koloniale oorlog voor te stellen als een onderdeel van de wereldwijde strijd tegen het islamistisch terrorisme.

Nochtans tonen talrijke rapporten van Russische en buitenlandse mensenrechtenorganisaties aan dat het terrorisme in die oorlog vooral van de kant van de Russische militairen komt. De officieren hebben er rechtstreeks persoonlijk voordeel bij, want zij verdienen heel wat aan de smokkel in olie, hout en andere producten. Op die manier komen de officieren ook aan hun trekken bij de accumulatie van crimineel kapitaal. Maar daarver valt zeker in de Russische media weinig te lezen, te zien of te horen.

(Uitpers, nr. 44, 4de jg., juli-augustus 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook