‘Poedel’ Blair

Tony Blair bleef niet lang werkloos. Slechts enkele uren nadat hij het Britse premierschap vaarwel zei, kreeg hij een job als nieuwe gezant voor het Midden-Oosten van het Kwartet.

Het Kwartet is een diplomatiek samenwerkingsverband tussen de VS, EU, VN en Rusland dat vooral bekend is van het Routeplan naar Vrede, een van de zoveelste onuitgevoerde initiatieven om een einde te maken aan het Israëlisch-Palestijns bezettingsconflict. De aanstelling van Blair komt niet echt als een verrassing. Blair heeft zich altijd laten zien als een trouwe en loyale bondgenoot van de VS, zeker als het over het Midden-Oosten gaat.

Tijdens de Israëlische invasie in Libanon hield hij samen met de VS een staakt-het-vuren tegen binnen de Veiligheidsraad in afwachting van een Israëlische overwinning op Hezbollah. Het schotse parlementslid George Galloway – door Blair uit de Labourpartij ‘geëxcommuniceerd’ wegens diens verzet tegen de invasie van Irak – was danig kwaad over de pro-Israëlische opstelling van de Britse premier dat hij een artikel titelde: “Blair, Olmert en Bush zijn moordenaars.” Blair was ook de medeauteur van de invasie in Irak, een beslissing die hij tot op vandaag verdedigt als de enige juiste, ook al is het land ondergedompeld in chaos en geweld.

Zijn visie op het Israëlisch-Palestijns bezettingsconflict, zijn nieuw werkterrein, past naadloos in het Amerikaans antiterrorisme discours. Blair stond achter president Bill Clinton toen die Yasser Arafat verweet verantwoordelijk te zijn voor het mislukken van de onderhandelingen in Camp David. Officieel verdedigde Blair de oprichting van een Palestijnse staat op de Palestijnse bezette gebieden. In de praktijk heeft hij de Israëlische expansiepolitiek op de Westelijke Jordaanoever geen strobreed in de weg gelegd.

De twee gezamenlijke persconferenties met premier Olmert (in juni en september 2006) waren illustratief voor de manier waarop Blair een ‘oplossing’ zag voor het Palestijns-Israëlisch conflict. Eerst moest er een eind komen aan het geweld en respect opgebracht worden aan het Routeplan voor Vrede. Maar als vanzelfsprekend waren het de Palestijnen die voor beide aspecten verantwoordelijk werden gemaakt. Geen woord over de joodse kolonies, de bouw van de muur en de moordende militaire operaties in de Gaza die in 2006 aan meer dan 600 Palestijnen het leven hebben gekost. Na Arafat was Hamas het grote probleem, ook al was die partij via democratische verkiezingen aan de macht gekomen als gevolg van het onvermogen van Fatah een einde te maken aan de bezetting en de corruptie .

Niet voor niets werd Tony Blair de spottend het ‘schoothondje’ van president George W. Bush genoemd. Als gezant van het Kwartet mag Blair nu verder het Amerikaanse beleid in de regio verdedigen en helpen uitvoeren, want hoewel dat Kwartet officieel uit vier leden bestaat is het in werkelijkheid vooral een Amerikaans instrument. Alvaro de Soto, de voormalige gezant voor het Midden-Oosten (in dit geval een gezantschap van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties), die er eind mei ontgoocheld de brui aan gaf, schreef in het inmiddels gelekte einde missie rapport: “(…) laat ons eerlijk zijn: vandaag is het kwartet heel erg een groep van vrienden van de VS – en de VS voelen zich niet genoodzaakt om het Kwartet intens te raadplegen, behalve wanneer het hen goed uitkomt”. In datzelfde rapport vertelt de Soto ook over hoe de vorige speciale gezant van het Kwartet, James Wolfensohn gefrustreerd geraakte omdat hij op cruciale momenten werd gepasseerd door gezanten van de VS en Condoleezza Rice zelf. “Toen het zover was, verliet hij de scène met een veel groter wantrouwen ten aanzien van de Israëlische (en VS) politiek dan bij het begin van zijn aanstelling”, aldus de Soto over Wolfensohn.

Tony Blair heeft het Britse prestige in Irak en het Midden-Oosten behoorlijk schade toegebracht. Het is al van 1956 geleden dat de Britse diplomatie zoveel averij heeft opgelopen, namelijk toen Britse en Franse para’s ter ondersteuning van de Israëlische troepen het Suez-kanaal gingen ontzetten dat de Egyptische president Nasser onder zijn gezag had geplaatst. Maar niet alleen in de regio is de schade groot. Hoe je het ook draait of keert, in weerwil van het misplaatste optimisme van de voormalige premier dat de situatie in Irak aan het verbeteren is, heeft net Irak hem de das omgedaan. De Britse publieke opinie keert zich alsmaar meer tegen de Britse militaire bezetting van Irak en heeft ook Labour pakken stemmen gekost. Het is de grote ironie dat net Blair, de man die er alles aan deed om zijn Midden-Oostenpolitiek te kaderen in het democratiseren van de regio, zeer goede relaties onderhoudt met de autoritaire regimes van Jordanië, Egypte en vooral Saoedi-Arabië. Met het Saoedische koningshuis zijn de betrekkingen dermate goed, dat de voormalige premier zelfs bereid was om het onderzoek naar een smeergeldaffaire met een Britse wapenproducent af te stoppen omwille van het in ‘gevaar brengen van de nationale veiligheid’.

Je kan je afvragen waarom er überhaupt een speciale gezant van het door de VS gedomineerde Kwartet moet zijn. Als Bush echt zijn twee staten wil, dan kan hij dat heus wel zonder de hulp van Blair. Bush heeft de sleutel in handen: 3 miljard dollar vooral militaire steun, vloeit er jaarlijks naar Israël. Het zou een goede stok achter de deur zijn om Israël gewilliger te laten worden in het stopzetten van de bezetting en de koloniale expansie. Als bijna 40 procent van de Israëlische export naar de Europese Unie gaat, dan beschikken we meteen al over een tweede sleutel zonder dat een speciale gezant er aan te pas moet komen. Maar het is dan ook helemaal niet de bedoeling dat Blair vlug met een oplossing komt aandraven. Zoals de Israëlische vredesactivist en journalist Uri Avnery in zijn wekelijkse internetcolumn stelt: zijn belangrijkste taak bestaat erin om tijd te winnen, om alles uit te stellen, om ‘doe geloven’ activiteiten te ontwikkelen en de Palestijnen en de wereldmedia te voorzien van een illusie van vooruitgang.

(Uitpers, nr 88, 8ste jg., juli-augustus 2007)

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).