Plotseling wakker. Over ‘cancel’ en ‘woke’ cultuur

Toen ik enkele jaren geleden tijdens mijn tot dan populaire cursus ‘Hip hop for social change’ aan de University of Massachusetts een discussie uitlokte over het woord ‘ho‘ ‘cancelden’ nagenoeg de helft van de ingeschreven studenten mij onmiddellijk. Ze daagden de volgende week niet meer op. “Hoe had ik, een witte hetero man, het aangedurfd om het ‘slang’ woord voor ‘hoer/bitch’ te gebruiken?”, kreeg ik te horen, terwijl het in de gesprekken van zowel ‘witte’ als ‘zwarte’ studenten (m/v) voortdurend gebruikt werd, en in de meeste hiphop en rap muziek centraal stond.

Ook aan de KU Leuven ontspon zich een debat over cancel culture nadat Rector Sels er op 27 september 2021 in zijn openingsrede voor het nieuwe academische jaar zijn zorgen over uitte. “Cancel culture zet de academische vrijheid onder druk,” werd gesteld en academici zouden zich laten afschrikken door intimiderende reacties en aan zelfcensuur doen.

Monddood of klaarwakker?

Cancel Culture‘ (‘annuleringscultuur’ of ‘afrekencultuur’) is samen met ‘woke‘ erg in de mode. Ontstaan op Amerikaanse universitaire campussen is de ‘mode’ overal komen aanwaaien en draagt ze bij tot wat de ‘polarisering’ in de samenleving wordt genoemd. Beide verwijzen ze naar vormen van ‘ostracisme‘, iemand sociaal negeren of doodzwijgen.

Het fenomeen van inclusie en van exclusie hoort bij groepsvorming. In de cancel culture betekent ostracisme publiekelijk iemand uit sociale of professionele kringen verdrijven. Dit kan online, op sociale media of persoonlijk zijn. Degenen die onderworpen zijn aan dit ostracisme worden dus ‘geannuleerd’. Buitengesloten zijn, en er niet meer bij horen, wordt ondragelijk als de daders via sociale media stereotypische verdachtmakingen uiten. Iemand monddood maken omdat hij een foute afkomst, verklikker, racist, pedofiel, vrouwenhater, marxist of salafist zou zijn.

De letterlijke betekenis van woke is de verleden tijd van ‘to wake up’. Hiermee wordt aangegeven dat de persoon ‘wakker is’, alert op maatschappelijke misstanden, ongelijkheid, racisme, discriminatie of polarisatie. Aanhangers van de woke-beweging vragen aandacht voor sociaal onrecht en proberen het te stoppen. Woke zijn, of wokeness, is vooral te zien onder jongeren.

Woke dankt zijn populariteit mede aan het veelvuldige gebruik van de term door de Black Lives Matter-beweging, die in het voorjaar van 2020 aan kracht won na de dood van George Floyd, de zwarte die overleed nadat een blanke politieagent minutenlang op zijn nek knielde bij een arrestatie in Minneapolis. De videobeelden van de gewelddadige arrestatie zorgden voor veel ophef. Dat begon in de straten van Minneapolis, de stad waar de moord op Floyd plaatsvond, maar verplaatste zich al snel over de hele wereld. Ook in diverse Nederlandse en Belgische steden gingen mensen de straat op, met spandoeken met daarop ‘Black Lives Matter (BLM)’ en ‘I can’t breathe’ (‘ik kan niet ademen’) voerden ze actie tegen politiegeweld gericht tegen zwarte Amerikanen. De BLM-betogingen zetten racisme en politiegeweld hoog op de politieke en sociale agenda. Ook het debat over structureel racisme en ons koloniale verleden kwam opnieuw in een stroomversnelling. Inmiddels wordt de term ook regelmatig gebruikt met betrekking tot klimaatverandering, discriminatie van de LGTBQ-gemeenschap, immigranten en andere minderheden in de samenleving.

De bredere en meer indirecte doelen van deze strategie zijn: collectieve uitingen van morele verontwaardiging delen, de publieke opinie mobiliseren en acties eisen van besluitvormers. Enkele van de bekendste gevallen zijn campagnes die hebben getracht om officiële hoorzittingen, gerechtelijke vervolgingen, of hervormingen van de regelgeving om straffen voor seksueel wangedrag op het werk te herzien, seksuele intimidatie in het leger, seksueel misbruik in de Katholieke kerk e.d..

De strategie is gevolgd door mensen van alle ideologische overtuigingen. Bijvoorbeeld rechtse digitale activisten en mediakommentatoren hebben samenzweringstheorieën aangewakkerd die het morele gedrag van liberale iconen, zoals Hillary Clinton, Barack Obama, George Soros of Bill Gates, veroordelen, evenals het mobiliseren van steun voor Amerikaanse wetgevers die het onderwijzen van de zgn ‘Critical Race Theory‘ willen verbieden, of de beperkingen van de Hongaarse en Poolse regering op homoseksualiteit of abortus, en de Britse conservatieve overheidswetgeving die de bescherming van de vrijheid van meningsuiting in het hoger onderwijs aanscherpt. Technologie bedrijven als Facebook en Twitter hebben gereageerd op digitaal activisme op hun platforms met het herzien van het beleid voor acceptabel gebruik, een verbod op de verspreiding van desinformatie en fake news, en het veroordelen van aanzetten tot geweld en haatzaaien.

Geen woorden, maar daden?

Eve Ng, hoofddocent in de ‘School of Media Arts’ en het ‘Women’s, Gender, and Sexuality Studies’ programma aan de Columbus State University in Columbus, Ohio, definieert ‘annuleringscultuur’ vanuit een kritisch media- en cultureel perspectief als zowel annuleringspraktijken, waarbij acties worden ondernomen tegen een annuleringsdoelwit, — dat kan een individu, merk of bedrijf zijn –, en annuleerdiscoursen. Zij onderzocht ‘vertogen’ op sociale-mediaplatforms, kommentaren in nieuws- en opinie-artikelen, kommentaarstukken over beroemdheden en in fanculturen, zwarte communicatiepraktijken en digitaal activisme, Amerikaanse conservatieve kritieken op cancel cultuur en digitale nationalistische annuleringen in China. Dit analysemateriaal biedt een interessante maar complexe genealogie van de verschillende, maar overlappende gebieden van populaire cultuur, digitaal activisme en nationale politiek.

Er is behoorlijk wat commentaar op cancel culture of woke in nieuws en populaire media te vinden, stelt ze, maar dergelijke inhoud op zichzelf biedt geen duidelijk beeld van de meest relevante verschijnselen. Waar moeten we bijvoorbeeld aan denken? Zowel progressieve als conservatieve commentatoren in de VS en elders hebben de cancel culture immers veroordeeld. Ook, ‘annuleren’ is gebeurd op veel sociale en culturele domeinen. Zijn dit in essentie voorbeelden van hetzelfde? Zo niet, wat zijn dan de cruciale verschillen, en zijn er toch onderliggende overeenkomsten tussen contextueel verschillende gevallen van annuleren? Als we kunnen bepalen waar en wanneer annuleringspraktijken ontstonden, wat is dan hun evolutie geweest?

Deze vragen, en andere gerelateerde problemen om de complexiteit en relevantie van cancel culture in media en cultuur beter te begrijpen, worden in dit boek op interessante en duidelijke wijze beantwoord.

Het boek is geschreven vanuit een kritisch media- en cultuurwetenschappelijk perspectief. Zo is het attent op de dynamiek van culturele en politieke macht in mediaproductie, -distributie, en -consumptie. Mediagebruik weerspiegelt en draagt bij aan grotere patronen van sociale hiërarchie, inclusief geslacht, klasse, ras, natie en andere assen van ongelijkheid.

Daarnaast houdt het rekening met sociale en historische contexten, zelfs bij het onderzoeken van hedendaagse media. Dat wil zeggen, wat oppervlakkig kan lijken bij soortgelijke fenomenen of gevallen van eenzelfde fenomeen zijn vaak niet hetzelfde of gelijkwaardig. Bijvoorbeeld controverses hebben de manieren benadrukt waarop het inhuren van een blanke acteur om een personage te spelen dat een persoon van kleur is in de brontekst, is niet hetzelfde als het kiezen van een persoon van kleur om een personage te spelen dat wit is in de brontekst (of wit in eerdere bewerkingen van die tekst). Omdat de dominante Amerikaanse media onevenredig veel blanke acteurs in dienst hebben, vormt de eerste soort casting een problematische “witwassing” die de ongelijkheden tussen rassen en mediarepresentatie bevestigen, terwijl de tweede casting een manier is om deze onevenwichtigheden gedeeltelijk te herstellen. Het is dus belangrijk om de context te herkennen, en te begrijpen vanuit welke specifieke posities van relatieve ’empowerment’ gewerkt wordt.

Ook, in tegenstelling tot verschillende recent gepubliceerde boeken met cancel culture in de titel, is dit boek geen verslag over de effecten van annuleren op de “vrijheid van meningsuiting.” De auteur argumenteert dat het concept van de vrijheid van meningsuiting zelf beladen is met aannames die bepaalde standpunten over de dynamiek van macht in het mediadomein en daarbuiten weerspiegelen. In plaats daarvan, bij het volgen van een kritische mediastudiebenadering, ligt de focus op hoe de praktijken en discoursen, die verband houden met een annuleringscultuur, ontstonden. De politieke implicaties van deze ontwikkelingen worden dus bekeken door een bredere lens op macht en samenleving.

Wie of wat komt voor ‘annulering’ in aanmerking?

Het annuleer-doel kan een individu, merk of bedrijf zijn. Sommige annuleringspraktijken draaien om berichten op (sociale) media die expliciet de term ‘geannuleerd’ gebruiken, zoals in #Youarecancelled. Andere annuleringspraktijken omvatten het intrekken van publieke steun voor de annuleriongsdoelstelling, zoals: ‘celebrities’ niet meer volgen op sociale media, de merken die ze aanprijzen niet langer kopen, of niet meer kijken naar de televisie/films of luisteren naar de muziek waarmee ze worden geassocieerd. Op institutioneel niveau kunnen annuleringspraktijken letterlijke annulering inhouden, zoals het ‘opdoeken’ van netwerken of televisieprogramma’s van sterren die zich ‘fout’ hebben gedragen. Omgekeerd kunnen beroemdheden hun sponsoring of medewerking beëindigen met bedrijven die als problematisch worden beschouwd. Ook actoren op staatsniveau kunnen betrokken zijn bij annuleringspraktijken, zoals toen, in 2016, de Chinese regering een optreden van Lady Gaga in China verbood nadat ze de Dalai Lama had ontmoet.

Eve Ng is het meest vertrouwd met de cultuur en politiek in de VS en China. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat haar selectie van de tot in detail onderzochte annuleringsgevallen uit deze landen komen. Toch kunnen deze gevallen dienen als snapshots die illustratief zijn voor meer algemene problemen. Haar keuze van onderwerpen en theoretische perspectieven is een bewuste keuze, en beperkt zich tot onderwerpen waar ze zich thematisch en methodisch beslagen in voelt.

In hoofdstuk 2, “Cultuur, populaire media en fan-dom annuleren”, worden annuleringspraktijken onderzocht bij beroemdheden en fan-culturen, gericht op annuleringen die in eerste instantie het gevolg zijn van al dan niet ‘correcte’ of ‘gesmaakte’ media-inhoud. Deze annuleringen resulteren vaak in het verlies van een groot aantal volgers op sociale media, maar de afname is meestal tijdelijk, en de controverse genereert vaak een extra discours en ‘hype’. Zelfs ‘fans’ begrijpen de financiële waarde van hun digitale deelname, en hoe ze als collectieve macht datagestuurde statistieken kunnen beïnvloeden.

Hoofdstuk 3, “Cultuur, zwarte culturele praktijk en digitaal cancel activisme,” gaat dieper in op het annuleren van de zwarte cultuur en activisme op sociale media. Bij zwarte digitale praktijken, vooral bekend geworden als ‘Black Twitter’, hielpen zwarte muzikanten en persoonlijkheden in populaire media de taal van annuleren te promoten, met een samenvloeiing van trending topics op Twitter en bij hashtag-bewegingen als #MeToo en #BlackLivesMatter.

Ng stelt evenwel uitdrukkelijk dat excessen van politieke expressie niet beperkt blijven tot progressief activisme, maar ook moeten gezien worden in het kader van wijdverbreide haat-speech en online extreemrechts alt-right activisme.

Daar wordt voor de VS in hoofdstuk 4, “Cultuur annuleren, Amerikaans conservatisme en natie”, dieper op ingegaan, met name op de nasleep van de George Floyd-protesten van 2020, en de verkiezingsnederlaag van president Donald Trump. Ng’s analyse beschrijft hoe conservatieven de uitingen van progressieve kritiek op racisme en structurele ongelijkheden beschouwen als een aanval op Amerikaanse kernwaarden en identiteit. Ze contextualiseert dit discours tegen de ‘annuleringscultuur’ binnen historische associaties tussen Amerikaans conservatisme, nationalisme en wit-supremacistische ideologieën. In het bijzonder de opkomst van de alt-right tijdens de verkiezingscampagne van Trump in 2016 en de daaropvolgende overwinning maakten de basis van de Republikeinse Partij in de witte identiteitspolitiek explicieter en versterkte hun grieven dat ze het slachtoffer zijn geworden van linkse ‘democraten’. Conservatieven beschouwen de wijziging van mediateksten met raciaal problematische voorstellingen en het verwijderen van standbeelden van historische ‘helden’ die zich schuldig hadden gemaakt aan racistisch onderdrukkende praktijken als voorbeelden van ‘cancel culture’.

Hoofdstuk 5, “Cultuur en digitaal nationalisme op het Chinese vasteland annuleren”, beschouwt een andere context waarin annulering en nationale politiek verstrengeld zijn geraakt. Recente gevallen van individuen, merken en mediateksten die in de Volksrepubliek China werden geannuleerd omdat ze zogezegd het Chinese volk of de autoriteit van de regering zouden denigreren.

Het hoofdstuk schetst een langere geschiedenis van nationalisme en nationalistisch protest in het land, gevormd door China’s ervaringen tijdens de “Eeuw van Vernedering” met buitenlandse mogendheden in de negentiende en twintigste eeuw, en het opzetten door de regering van nationalistisch onderwijs in de nasleep van de door studenten geleide protesten in 1989 die resulteerden in het in China nog steeds ‘geannuleerde’ Tiannanmen ‘incident’. Meerdere grote annuleringsevenementen hadden niet alleen betrekking op mobilisaties van de basis op sociale media, maar ook op staatscommentaar, sommige ter ondersteuning van annuleringsacties en andere gevallen die de nationalistische verontwaardiging proberen te onderdrukken. In 2021 ‘annuleerde’ China bijvoorbeeld een aantal westerse kledingmerken vanwege hun verklaringen tegen dwangarbeid bij de productie en verwerking van katoen in de autonome regio van Xinjiang, waarvan meerdere externe waarnemers hebben geoordeeld dat er sprake is van grove mensenrechtenschendingen.

Controverses over de status van Hong Kong en Taiwan hebben ook geleid tot annuleringen, evenals het fenomeen van ‘fan-nationalisme‘, dat de regering soms openlijk steunt als het overeenstemt met

officiële standpunten, zoals het ‘One China-principe’.

Cartoonist GAL (Gerard Alsteens)

Mythe of realiteit?

Pippa Norris, professor aan de Kennedy School of Government van Harvard University, biedt in het gezaghebbende academische tijdschrift Political Studies een aanvullende analyse onder de veelzeggende hoofding: “Cancel Culture: Myth or Reality?” Ze gebruikt daarbij de resultaten van een grootschalig onderzoek uit 2019, de World of Political Science (WPS), waarbij bijna 2500 wetenschappers uit meer dan 100 landen betrokken waren.

De bouwstenen voor haar argumenten zijn gebaseerd op inzichten die zijn afgeleid van verschillende theoretische perspectieven, waaronder Noelle-Neumanns ‘zwijgspiraal’-these, die uitgaat van de grote macht van de media, die afwijkende meningen ontmoedigt en laat uitsterven in een zwijgspiraal. In het algemeen zijn mensen bang om hun mening te geven wanneer deze afwijkt van deze van de vermeende meerderheid (publieke opinie). De meerderheid zal altijd de opinieleiders volgen en deze gelijk geven.

Conservatieven beweren dat de laatste jaren steeds meer tegendraadse stemmen het zwijgen wordt opgelegd, waardoor de vrijheid van meningsuiting wordt beperkt en de sociale druk voor ideologische conformiteit toeneemt, resulterend in intellectuele uitsluiting, groepsdenken, “wij-zij”-segregatie, academische onverdraagzaamheid en zelfcensuur.

Ook de door Norris en Inglehart onderzochte processen van groepscommunicatie en moderniseringstheorieën van culturele verandering met betrekking tot de balans tussen liberale en conservatieve morele waarden in de samenleving worden er ter verklaring bijgehaald. Percepties van ‘cultuur annuleren’ in de academische wereld zullen dus voor een groot deel afhangen van de congruentie van de ideologische waarden van individuele wetenschappers met de dominante cultuur in hun samenleving. In postindustriële samenlevingen, gekenmerkt door overwegend liberale sociale culturen, zoals de VS, Groot-Brittannië of Zweden, waren rechtse academici het meest kritisch over de impact van de cancel culture. Daarentegen, in ontwikkelingslanden met meer traditionele morele culturen, zoals Nigeria, waren het linkse wetenschappers die meldden dat de annuleringscultuur was verslechterd. Het klimaat van de publieke opinie in ontwikkelingslanden blijft immers traditioneler over morele kwesties, zoals het belang van religie, het handhaven van een duidelijke rolverdeling voor vrouwen en mannen, en vaste binaire gender- en seksuele identiteiten.

Dus, in deze context suggereert de congruentietheorie dat liberale academici waarschijnlijk monddood gemaakt worden door overheersende mores in zeer conservatieve samenlevingen. M.a.w., de context is afhankelijk van de dominante cultuur in elke samenleving.

En ook Ng’s studies over de sociale kenmerken van digitale netwerken en de rol van informatietechnologie worden expliciet genoemd. Studies van online communicatie hebben de intensivering en polarisering in de samenleving, en dus cancel culture, immers toegeschreven aan de opkomst van activisten die verbonden zijn via digitale sociale netwerken zoals Twitter of Facebook. Sociale media staan in dit opzicht echter niet alleen. Online tweets worden voor het bredere publiek versterkt via interpersoonlijke communicatie, elite-retoriek zoals toespraken van leiders, evenals journalisten en commentatoren die aan het werk zijn in traditionele nieuwsmedia.

In een tijdperk van snel veranderende morele normen en verhoogde culturele gevoeligheden rondom de constructie van sociale identiteiten, ziet men dat bekende figuren door het publiek verantwoordelijk worden gehouden voor hun woorden en acties (of hun passiviteit dienaangaande). Vanuit dit perspectief, speelt ‘public shaming’ een legitieme rol wanneer kritiek wordt geleverd op het gebruik van denigrerende en aanstootgevende taal, zoals racistische of homofobe uitlatingen.

Aan de andere kant beweren zowel conservatieve als liberale critici dat de praktijk te ver is gegaan, vooral op universiteitscampussen. Het is een glibberige helling die uitmondt in een verscheidenheid aan racistische, antisemitische, vrouwonvriendelijke, islamofobe, transfobe of xenofobe opvattingen. Norris stelt daarom dat een gebrek aan academische vrijheid schadelijk is voor wetenschappelijke vooruitgang, omdat onderzoekers niet in staat zijn om alle perspectieven te onderzoeken.

Deze bevindingen suggereren dat de annuleer cultuur niet alleen een retorische mythe is. Academici zijn misschien minder bereid om zich uit te spreken over hun morele overtuigingen als ze van mening zijn dat hun opvattingen niet algemeen worden gedeeld door collega’s of de rest van de samenleving waartoe ze behoren.

Verder onderzoek nodig

Het onderzoek dat aan deze WPS-studie ten grondslag ligt, bouwt voort op een lange traditie in de politieke wetenschappen. Het is onduidelijk of soortgelijke generalisaties kunnen worden waargenomen in verwante sociale wetenschappen, zoals sociologie, economie en sociale psychologie, maar ook in de geesteswetenschappen en natuurwetenschappen. Meer internationaal vergelijkend onderzoek blijft dus nodig, meent Norris.

Ook kunnen de waargenomen maatschappelijke contrasten worden toegeschreven aan verschillende andere potentiële verklaringen, zoals de rol van de vrijheid van meningsuiting, de mate van democratisering, het type regime in elke samenleving, de mate van polarisatie van ideologische posities en de rol van politieke partijdigheid, de impact van al lang bestaande culturele en religieuze tradities in wereldregio’s, en structurele contrasten in de instellingen en het beleid in het hoger onderwijs.

Een substantiële onderzoeksagenda gebruikmakend van meerdere methoden en datasets kunnen ons begrip van dit fenomeen vergroten. Zeker als belangrijke problemen met de validiteit van de metingen kunnen worden opgelost.

Van de door rechtse politici en commentatoren verdedigde stelling dat de afgelopen jaren een progressieve cancel culture alternatieve perspectieven het zwijgen heeft opgelegd, en een ruim intellectueel debat onmogelijk heeft gemaakt, worden bij het onderzoek van Pippa Norris echter serieuze vraagtekens geplaatst. Het zijn retorische slogans zonder inhoudelijke betekenis; mythen die bedoeld zijn om de MAGA (Make America Great Again)-getrouwen op te peppen, en de aandacht af te leiden van de urgente problemen in de echte wereld. Een conclusie die ook uit Ng’s boek komt bovendrijven.

Referenties:

Eve Ng (2022), Cancel Culture. A Critical Analysis. Palgrave MacMillan, Cham

https://doi.org/10.1007/978-3-030-97374-2

https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-030-97374-2#bibliographic-information

Pippa Norris (2021), Cancel Culture: Myth or Reality? Political Studies. August 2021.

doi: 10.1177/00323217211037023

https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/00323217211037023

Deel dit artikel
Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)

Andere boeken