Pelosi’s bezoek aan Taiwan ligt in de lijn van het Amerikaanse beleid

De mainstream-kritiek op het bezoek van Nancy Pelosi, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in de VS, negeert dat dit allesbehalve een eigengereid optreden is. Haar bezoek volgt getrouw het beleid van Democraten en Republikeinen sinds 2012 en daarvoor en haar steunverklaringen voor democratie en mensenrechten hebben – zoals steeds – niets vandoen met de echte motieven achter dit beleid.

Derde in lijn

Nancy Pelosi is niet zomaar een politica. De Democratische Voorzitster van het Huis van Afgevaardigden is volgens de Grondwet de eerste in lijn om president te worden als president en vice-president tegelijk zouden wegvallen, maar niet als alleen de vicepresident wegvalt. In dat geval duidt de president zelf een kandidaat aan, die met een gewone meerderheid door het Huis moet worden bevestigd. Om die reden reist zij net als vice-presidente Kamala Harris nooit in hetzelfde vliegtuig als president Joe Biden.

Dat president Biden zou kunnen wegvallen tijdens zijn mandaat is best mogelijk. Hij is de oudste verkozen president ooit en wordt 80 op 20 november 2022. Net als met president Reagan (maar dan pas in de laatste twee jaar van zijn tweede presidentiële mandaat) zijn de media attent genoeg om zijn geheugenverlies, versprekingen en stilvallende momenten tijdens toespraken, net als zijn verward gedrag tijdens openbare optredens, weg te editen.

Betrouwbare, degelijke politici

Als de 57-jarige Kamala Harris tijdens dit eerste mandaat president wordt krijgt zij de nu 82-jarige Nancy Pelosi als vice-presidente. De politiek-media-economische elite in de VS kan er gerust in zijn. Met deze twee vrouwen aan het hoofd van het machtigste land ter wereld is de continuïteit van binnen- en buitenlands beleid gegarandeerd.

Kamala Harris heeft als minister van justitie van de staat California ruim bewezen waar zij voor staat: harde repressie en ontkenning van de sociale oorzaken van kleine criminaliteit tegenover ruime tolerantie voor misdrijven en fiscale ontwijking door grote bedrijven en de rijke bovenlaag, een minimale sociale rol van de overheid, volledige vrijheid van bedrijven om loons- en arbeidsvoorwaarden te bepalen…

Nancy Pelosi was een van de drijvende krachten achter de strategie van Hillary Clinton tegen de kandidatuur van Bernie Sanders. Haar ijver en inzet voor de mensenrechten in Hongkong, Taiwan, Tibet, Xinjiang en Oekraïne is recht evenredig met haar steun aan de gruwelijke dictatuur in Saoedi-Arabië, aan apartheid en kolonisatie in Israël en Palestina en aan de gruwelijke oorlog met clusterbommen tegen de bevolking van Jemen.

In Latijns-Amerika heeft ze heel haar politieke loopbaan sinds 1987 consequent de kant gekozen van rechtse presidenten en staatsgrepen. Pelosi is met andere woorden net als Harris een solide zekerheid voor het Amerikaanse bestel, die nooit afwijkt van de afgesproken lijn.

Géén eigengereid initiatief

Het lijkt op het eerste zicht bizar om dit als inleiding te vermelden naar aanleiding van haar bezoek aan Taiwan, temeer omdat dit bezoek wordt voorgesteld (en meestal ook afgekeurd) als een eigengereid initiatief dat zou ingaan tegen de adviezen van het Witte Huis en het leger. Dat is het niet.

In tegenstelling tot de gehypete schijn van een politieke interne strijd met het Witte Huis heeft Pelosi wel degelijk de volledige steun van president Biden en zijn regering voor haar initiatief. Pelosi en Biden hebben tevens gelijklopende binnenlandse redenen om zich rond Taiwan te profileren.

De Republikeinen dreigen bij de komende tweejaarlijkse verkiezingen voor het federale Huis van Afgevaardigden een meerderheid te behalen, waardoor het volledige Congres van Huis en Senaat door de Republikeinen zal worden overheerst. Ten gronde gaat het er om te tonen wie van beide partijen fanatieker hetzelfde beleid verdedigt. Wie de dunne retorische laklaag afkrabt vindt eronder de identieke keuze voor de verderzetting van hetzelfde buitenlandse beleid dat militaire en economische overmacht van de VS als vanzelfsprekende ultieme doelstelling heeft.

Andere stijl, andere retoriek, zelfde beleid

De methodes waarmee Republikeinen en Democraten diezelfde doelstelling nastreven kan marginaal wel verschillen (qua retoriek nog wat meer) en de media doen hun best om van dat ‘verschil’ onderwerp te maken van ontelbare artikels en commentaren.

Pelosi doet echter wat de president zelf niet openlijk kan doen om strategische redenen: duidelijk maken wat de echte beleidskeuzes zijn van de VS over China. Ik schrijf hier ‘over China’, niet over ‘China en Taiwan’, omdat Taiwan slechts de bliksemafleider is voor een veel belangrijker plan.

Als de VS de echte vrije markt zouden laten spelen, wordt China onvermijdelijk de grootste economische macht ter wereld. Hielden prognoses het tot voor enkele jaren nog op 2050, dan blijkt die datum snel dichterbij te komen.

De VS zijn hun economische overmacht over de wereld aan het verliezen, maar blijven met zeer ruime afstand de grootste militaire supermacht ter wereld. Het is dan ook de enige kaart die de VS nog kunnen uitspelen om alsnog de economische groei van China te fnuiken.

De ‘vrije markt’?

In een normaal werkende vrije markt (althans volgens de beweerde regels van de voorstanders, een echte vrije markt heeft nooit bestaan) is dat onvermijdelijk. China is met 1.412 miljoen inwoners het grootste land ter wereld, goed voor 17,7 procent van de hele wereldbevolking, net nog iets meer dan India. India zal China binnen enkele jaren voorbijstreven, maar in ieder geval neemt het overwicht van beide landen nog steeds toe.

tel daartegenover de 332 miljoen Amerikanen, goed voor 4,18 procent van de wereldbevolking. Het zelfverklaarde vrije westen (VS, EU, Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Canada) vertegenwoordigt 17,20 procent van de wereldbevolking en dat aandeel neemt al jaren demografisch af (zelfs als je de instroom van vluchtelingen meerekent).

Tot die vaststelling is men in de VS overigens al veel langer dan vandaag gekomen. In de gewone media lees je het meestal niet zo direct, maar de teksten van denktanks allerhande in de VS liegen er niet om. Zij zeggen het letterlijk. Zij vrezen een toekomst waarin de VS niet langer alleen de economische spelregels zou bepalen.

17 november 2011

Hoewel er dus reeds meerdere jaren werd nagedacht hoe het tij te keren was, was Democratisch president Barack Obama de eerste president om de daad bij het woord te voegen en de nieuwe militaire escalatie tegen China te beginnen. Drie jaar in zijn eerste mandaat maakte hij werk van plannen die al enige tijd klaar lagen.

Na een uitgebreid bezoek aan meerdere landen in het Verre Oosten in het najaar van 2011 kondigde hij zijn Pivot to Asia aan. Op 17 november 2011 lichtte hij die strategie toe in een toespraak tot het Australisch parlement. De VS zouden het overgrote deel van hun zeemacht verplaatsen naar de Chinese Zuidzee.

Biden zet de verkoop van wapentuig aan Taiwan door Trump onverminderd verder. De VS zaten immers met een escalerend probleem in de Aziatische zijde van de Stille Oceaan. Door de zware militaire inzet in ondermeer Irak en Afghanistan, maar ook door de toenemende deïndustrialisering sinds 1994 van het eigen binnenland (die in feite reeds begin jaren 1980 werd ingezet onder president Reagan), kreeg China jarenlang vrij spel om geleidelijk een dominante economische (niet militaire) macht uit te bouwen in de eigen regio.

Lees in dit verband ook deze twee artikels van januari en oktober 2012: Nieuwe Koude Oorlog in de maak in de Stille Oceaan en Nieuwe Koude Oorlog in de maak in de Stille Oceaan (2).

China heeft zwaar geïnvesteerd in de eigen economie en in de landen van het Verre Oosten, maar ook in Afrika en Latijns-Amerika. De eigen economische opbrengsten worden door het communistische regime niet doorgesluisd naar oligarchen en multinationals zoals in de VS en Rusland, maar worden gebruikt om sociale programma’s te financieren en openbare diensten te subsidiëren.

Politieke rechten versus sociale rechten

De gemiddelde Chinees heeft zeer weinig politieke rechten, maar wie zich als kleine middenklasser buiten de politiek houdt in China heeft zijn/haar welvaart de voorbije decennia alleen maar zien toenemen. De lonen zijn er nog altijd vrij laag – een belangrijk voordeel voor de Chinese economie – er er zijn nog steeds veel arme Chinezen, maar reeds meer dan 700 miljoen Chinezen hebben de overgang van armoede naar middenklasse meegemaakt.

Het Britse Centre for Economics and Business Research (CEBR) voorspelt dat China tegen 2030 de eerste economie ter wereld zal worden. De Duitse kredietverzekeraar Euler Hermes (nu Allianz Trade) maakt een gelijkaardige voorspelling. Volgens het Pew Research Center is de Chinese middenklasse de snelst groeiende ter wereld, van 39,1 miljoen (3,1 procent van de bevolking) in 2000 naar 707 miljoen (50,8 procent) in 2018, een toename van 667.9 miljoen.

Die Chinese middenklasser komt met dat laag loon toch rond dankzij de gratis overheidsdiensten, goedkoop openbaar vervoer, sociale woningbouw en degelijk openbaar onderwijs maar heeft net als de groeiende Chinese bedrijven nood aan energie en daarvoor is China nog steeds afhankelijk van toevoer via de zee.

China maakt ondertussen werk van een economische landbrug voor treinen en vrachtwagens over het Euraziatisch continent (door de westelijke regio van Xinjiang, reden waarom de VS en het Westen zo hard hameren op de rechten van de Oeigoeren, terwijl ze ondertussen de rechten van andere islamitische volkeren vernietigen in Irak, Libië, Syrië en Jemen – en tot voor kort Afghanistan).

Ironisch genoeg strijden dezelfde radicale separatistische Oeigoeren die de VS in China steunen tegelijk tegen de VS in die andere landen, een ogenschijnlijke contradictie maar eerder een vaste traditie van het buitenlandse beleid van de VS sinds Wereldoorlog II.

De armoede is wereldwijd gemiddeld afgenomen sinds de jaren 1980, maar wanneer men de Chinese cijfers er uithaalt ziet men het omgekeerde. In de door de VS en de EU gesteunde landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië blijft de reële koopkracht van de werkende bevolking dalen en neemt het aantal personen onder de armoedegrens toe.

Investeren in legers of in de maatschappij

De VS en in mindere mate de EU-lidstaten hebben zwaar geïnvesteerd in een militair apparaat, dat als politieagent wordt ingezet om de economische overmacht – vooral in de vorm van ongebreidelde toegang tot grondstoffen – te vrijwaren. China heeft dat niet gedaan, tot voor kort. Sinds ongeveer tien jaar investeert China in een eigen militair machtsapparaat.

China is een van de vijf erkende kernmachten ter wereld, maar is met 350 kernkoppen nog steeds een kleine speler tegenover de VS (5428) en Rusland (5977). Frankrijk (290) en Groot-Brittannië (225) hebben minder kernkoppen dan China. Daarnaast zijn er de vier niet erkende kernmachten India (160), Pakistan (165), India (160), Israël (90) en Noord-Korea (20).

Die cijfers geven niet echt de dominantie weer van deze kernmachten. Kernwapens hebben namelijk een eigenschap die hen onderscheidt van elk ander wapensysteem. Boven een bepaald aantal maakt het in feite niet uit hoeveel je er hebt, de hele wereld één keer vernietigen of tien keer maakt geen enkel verschil qua resultaat. Kernwapens hebben voor de kleinere kernmachten vooral een ontradend effect. Nu er in de marge van het bezoek van Pelosi stemmen opgaan in de VS om kernwapens te plaatsen op Taiwan, zal China onvermijdelijk investeren in meer kernwapens.

China investeert daarnaast ook in een zeemacht, want ook daar is het land tot nu nog een zeer kleine speler. De grote manoeuvres die nu beginnen rond Taiwan na het bezoek van Pelosi tonen dat het China menens is.

Democratie en mensenrechten

Pelosi beweert echter enkel naar Taiwan te komen om democratie en mensenrechten te steunen. De lijst ondemocratische en ronduit reactionaire regimes die voor de VS en politici als Pelosi best OK zijn is wat te lang om enige geloofwaardigheid te geven aan deze stellingname.

Bovendien heeft Pelosi er geen problemen mee dat haar eigen land geen degelijk systeem heeft voor openbare gezondheidszorg voor iedereen, dat degelijk onderwijs er alleen bestaat voor wie het kan betalen en dat de politie er meer moordaanslagen op zijn palmares heeft staan dan de Chinese en de Russische.

Net zomin is het voor haar een probleem dat de VS zowel proportioneel als in absolute cijfers de meeste eigen burgers achter tralies hebben ter wereld en dat dorpen en kleine steden in het diepe binnenland akelige gelijkenissen vertonen met ruraal Latijns-Amerika (waar niet toevallig Trump zijn meeste kiezers vindt).

Pelosi stelt dat de beslissing van het Hooggerechtshof om het recht op abortus terug te schroeven ‘on-Amerikaans’ is maar heeft met haar partij sinds 1987 meerdere malen de kans laten liggen om met gelijktijdige Democratische meerderheden in Huis en Senaat van het Congres het recht op abortus in een federale wet vast te leggen. Bovendien heeft zij bij de recente Democratische voorverkiezingen voor de komende (tweejaarlijkse) parlementsverkiezingen van het Huis uitsluitend kandidaten gesteund die anti-abortus zijn, waaronder Henry Cuellar, die als enige zetelende Democraat openlijk tegen elke vorm van abortus strijdt.

Haar steun voor deze kandidaten valt te verklaren door het feit dat zij opkomen tegen nieuwe meer linkse tegenkandidaten en dat zij geen verandering bepleiten van het buitenlands beleid van de VS steunen. Dit is met andere woorden de politica die in Taiwan opkomt voor democratie en mensenrechten.

Taiwan en democratie, geen evidentie

Dat China geen parlementaire democratie is hoeft geen betoog, maar Taiwan is zelf nauwelijks een stichtend voorbeeld te noemen op vlak van democratie. Taiwan (de Portugezen gaven het eiland de naam Formosa – ‘knap, mooi’) werd tot 1990 bestuurd door het reactionaire semi-feodale regime van de Kuomintang (KMT-Chinese Nationale Partij), de enige toegelaten partij van voormalig Chinees dictator Chiang Kai-Shek. Die was in 1949 verslagen door de communistische opstand onder leiding van Mao Zedong en naar het eiland gevlucht.

Op het VRT-nieuws en in de kranten wordt steevast gesteld dat Taiwan ‘volgens China’ een opstandige provincie is. Die suggestieve toevoeging gaat in tegen het officiële beleid van zowat de hele wereld om Taiwan wel degelijk te erkennen als een onderdeel van China. Zelfs de VS én de regering van Taiwan erkennen de Chinese eenheid. Zij hebben alleen een andere mening over wie de baas moet zijn over dat éne China. Het einde van de Koude Oorlog dwong ook dit regime in Taiwan, net als in Zuid-Korea, tot democratische hervormingen. Toch duurde het nog tot 2000 voor de allereerste niet-KMT-president werd verkozen.

Voorstanders van een onafhankelijk Taiwan wijzen er op dat de Chinese bevolking van Taiwan meer sociale rechten heeft dan hun Chinese volksgenoten op het vasteland. Dat klopt. Wat ze er niet bij zeggen is dat die rechten verworven werden na harde sociale strijd van de vakbonden tegen de brutale repressie van de regeringen van KMT en van de andere machtspartij DPP (Democratische Progressieve Partij – in tegenstelling tot de naam is dit een conservatieve neoliberale partij).

Voor die repressie kregen de machthebbers van KMT en DPP altijd de volle steun van de VS. Beide partijen zijn naar het voorbeeld van Democraten en Republikeinen bitsige vijanden van elkaar voor de macht, maar delen wel hun gemeenschappelijke aanpak om derde partijen te saboteren.

Taiwanees protest tegen Pelosi

Overigens is het niet zo dat de bevolking van Taiwan eensgezind staat te juichen bij het bezoek van Pelosi aan Taiwan. Hoewel er ook communistische Chinezen zijn op Taiwan zijn zij een uiterst kleine minderheid. De meeste Taiwan-Chinezen verwerpen het regime van het vasteland, maar zien economische samenwerking wel als de beste manier om hun politieke autonomie te behouden.

De VS doen veel meer dan economisch samenwerken met Taiwan. Sinds 1950, één jaar na de vlucht van Chiang Kai-Shek naar Taiwan, werden reeds soldaten gestationeerd op het eiland. In de loop der jaren varieerde het aantal soldaten.

Het is al evenmin zo dat de machtselite in de VS eensgezind achter dit beleid staat. Heel wat bedrijven hebben de voorbije jaren hun productie gedelokaliseerd naar landen als China. Een eventuele oorlog met China over Taiwan zou daarenboven zware gevolgen hebben voor de productie van halfgeleiders. Taiwan heeft zich gespecialiseerd in deze productie en is goed voor de helft van alle halfgeleiders in de wereld (halfgeleiders of semi-conductors zijn de steeds kleiner wordende basiselementen van je laptop en je gsm, die met zeer kleine elektrische stroomstoten signalen doorgeven, ze worden halfgeleiders genoemd omdat ze de eigenschappen van geleiders – zoals elektrische bedrading – combineren met de eigenschappen van niet-geleiders zoals glas, zand, bakeliet, plastic).

Net als in Hongkong hadden de VS en het Westen kunnen kiezen voor een pragmatische aanpak die het voortbestaan van Taiwan met een eigen politiek systeem kon verzoenen met goede economische samenwerking, waar China alle baat bij heeft. Daar wringt echter het schoentje. De VS – daarin nog steeds beaat gevolgd door de rest van het vrije westen – wil helemaal niet dat de economie van China erop vooruitgaat.

De rode lijn

De VS spelen een gevaarlijk spelletje door dit provocatieve bezoek van Pelosi. China doet nu wat het op voorhand had verwittigd. Militaire vluchten aan de (niet erkende) grenzen van het luchtruim boven Taiwan nemen toe, wat het risico op misverstanden en ongewilde confrontaties met VS-toestellen vergroot. De VS hebben vier oorlogsbodems ten oosten van Taiwan gestationeerd tijdens het bezoek van Pelosi, niet echt een blijk van onmin met haar initiatief.

Sinds het bestaan van kernwapens na de Tweede Wereldoorlog zijn er meerdere ogenblikken geweest dat een allesvernietigende kernoorlog kon uitbarsten. Het mag al een half wonder genoemd worden dat dit nog niet is gebeurd. Met de huidige fanatieke elite in de VS is dat gevaar opnieuw zeer acuut, zeker nu de VS naast Rusland nog een derde kernmacht uitdaagt.

Er zijn echter enige tekenen van hoop. Je zal het in onze media nauwelijks lezen, maar in tegenstelling tot de vorige Koude Oorlog staan de VS en het vrije westen zeer geïsoleerd tegenover de rest van de wereld. Dat bleek al uit de onwil buiten dat vrije westen om zich aan te sluiten bij de sancties tegen Rusland. Die wereld daarbuiten veroordeelt de agressie van Rusland in Oekraïne, maar voelt zich niet aangesproken door dit inter-Europees conflict, dat de eeuwenlange rooftochten van Europa doorheen de wereld nu naar eigen bodem terugbrengt.

Niet ‘of’ maar ‘wanneer’

In de vorige Koude Oorlog konden de VS China nog uitspelen tegen de Sovjet-Unie. Dat is nu niet langer het geval. De vraag is niet of de VS haar overmacht over de wereld zal kwijtspelen, maar wanneer. De VS zal altijd wel een belangrijke supermacht blijven, maar zal zich uiteindelijk moeten verzoenen met een wereld waar het land slechts één machtige speler is naast andere even machtige spelers.

De arrogantie van machthebbers is altijd zeer gevaarlijk geweest doorheen de menselijke geschiedenis. Het maakte hen steeds weer blind voor de mogelijke consequenties, ook voor henzelf. Nooit eerder werd deze arrogantie echter gecombineerd met het bezit van wapentuig dat de hele wereld kan vernietigen. Ook in de EU hebben machthebbers er moeite mee te aanvaarden dat hun postkoloniale dominantie over de wereld ten einde komt. De wereld staat voor een keuze: vreedzame coëxistentie met deze realiteit of allesvernietigende oorlog.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op De Wereld Morgen.

Deel dit artikel

Visited 133 Times, 17 Visits today