Passies tussen China en Japan laaien weer op

De tijdelijke opsluiting van een Chinese kapitein in Japan, deed in beide landen de passies hoog oplaaien. Vooral in China waar dit als de zoveelste uiting van Japanse arrogantie werd gezien. Deze episode komt tegen een achtergrond van groeiende spanningen tussen China en enkele van zijn belangrijkste buren. Nu China “officieel” de tweede grootste economische macht van de wereld is, neemt de rivaliteit toe. Washington doet zijn uiterste best om waar het maar kan de Chinese invloed tegen te werken.

Het incident met het Chinese vaartuig had plaats bij de eilanden Senkaku (Japanse benaming), Diaoyu (Chinese benaming) die zowel door Japan, China als Taiwan worden opgeëist. Niet voor die rotseilanden zonder menselijke bewoning zelf, maar omwille van de soevereiniteit over de economische zone rond die eilanden – omdat daar nogal wat energiebronnen vermoed worden.

Open zee

Het gaat Peking niet alleen om die energiebronnen. China bouwt zijn koopvaardijvloot en marine razendsnel uit en wil zo een ruim mogelijke toegang tot de open zeeën. De verklaringen deze zomer van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton in Vietnam over de omstreden eilanden in de Zuid-Chinese Zee (die China nu in handen heeft) deden opnieuw een belletje rinkelen in Peking: de VS hebben hun politiek van ‘containment (indijking) van China niet opgegeven.

Japan blijft in die Amerikaanse strategie een meesterstuk. Het heeft een nauwe militaire alliantie met de VS en ondanks alle verkiezingsbeloften over afzwakking daarvan, blijft de regering van de Democratische Partij daar trouw aan. Die regering heeft andere katten te geselen: ze erfde een openbare schuld van 200% van het bnp en een al twintig jaar durende economische stagnatie, terwijl China zo snel groeide.

Met als gevolg dat China Japan dus nu voorbijstak, wat in Japan tot grote frustraties leidt. China voelt zich daarentegen sterk tegenover Japan en nam geen vrede met de vrijlating van de kapitein; er moesten ook excuses bij. Peking wil daarmee zijn legitimiteit in eigen land bevestigen, want de anti-Japanse gevoelens blijven er zeer levendig. Peking wil echter geen massademonstraties zoals in het verleden, het is beducht voor demonstraties waarover het de controle niet zou behouden en het wil de Japanse investeerders niet teveel voor het hoofd stoten.

Stoken

Washington doet zijn best om China voor te stellen als een tijger die naar regionale hegemonie streeft. De onder George W. Bush ingeluide flirt met India wordt voortgezet, ondanks het risico daarmee de Pakistaanse bondgenoot te ontstemmen. Sommige Amerikaanse beleidvoerders zien in India een tegengewicht voor China, zij helpen het idee verspreiden dat India op weg is China te evenaren. Het fiasco van de Commonwealth spelen in Delhi brengt wel enige ontnuchtering: waar Peking prestige won met zijn organisatie van de Olympische Zomerspelen, komt India nu in het wereldnieuws als een mogendheid verteerd door corruptie en wanbeheer. India wordt bovendien opgeslorpt door zijn rivaliteit met Pakistan.

Geen inmenging

Maar in Pakistan, een zo traditionele bondgenoot van Washington, versterkt China zijn inplanting. Het bouwt onder meer de haven van Gwadar uit tot een draaischijf voor zijn maritieme aanwezigheid in de Indische Oceaan. Peking laat zich niet in met wie de macht uitoefent in dat land, het mengt zich niet in de “binnenlandse aangelegenheden”, net zoals het dat ook niet doet in Afghanistan.

De Chinese belangstelling gaat er vooral naar energiebronnen en andere mineralen. Chinese ondernemingen zijn bijzonder actief met plannen voor grootscheepse ontginning van die rijkdommen, waar dan ook en wie er dan ook de macht uitoefent. Vandaar ook nieuwe samenwerkingsakkoorden met de junta in Birma, een land waar zoveel grondstoffen te ontginnen vallen en waar de VS zichzelf buitenspel zetten. Voor Peking een goede kans om dat containment te doorbreken. Het moet wel slikken bij het geflirt tussen de VS en Vietnam, een land dat probeert buitenlandse investeerders uit China bij zich te lokken.

In die context bouwt Peking ook verder de samenwerking uit binnen de zogenaamde Groep van Shanghai – met Rusland en de staten van Centraal-Azië (op Turkmenistan na). China heeft alle redenen voor nauwe banden met Moskou – en dat is wederzijds.

(Uitpers nr. 124, 12de jg., oktober 2010)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 65 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook