Parlementsverkiezingen in Marokko
De kiezer heeft gesproken, het woord is weer aan het paleis

In 1993 hadden enkele tientallen buitenlandse journalisten het voorrecht om de "eerste vrije en echt democratische verkiezingen" in Marokko te volgen. In de tuin van de villa van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Driss Basri, werden de gasten van de buitenlandse pers op sloten Chivas Regal getrakteerd en op de belofte dat het "Sa Majesté" Hassan II deze keer ernst was: de stembusgang zou niet op voorhand bekend zijn, er zou niet worden gesjoemeld.

Maar er werd gesjoemeld en wel op grote schaal. Twee dagen na de ontmoeting met Driss Basri ging ik een kijkje nemen in een tiental stemlokalen in Rabat en Salé. Men nam niet eens de moeite om de verkiezingsfraude toe te dekken. Het gebeurde allemaal openlijk: kieslijsten ontbraken, kiezers kregen zonder enige scrupule geld toegestopt om voor de "goede" kandidaat te stemmen, sommige kiezers mochten meermaals hun stem uitbrengen. Dezelfde oefening werd vier jaar later nog eens overgedaan bij de "tweede vrije en echt democratische verkiezingen".

Na deze vervalste stembusgang besliste koning Hassan II om de socialistische oppositie van de USFP (Union socialiste des Forces populaires) van AbderrahmaneYoussoufi aan het roer van de regering te zetten. Hassan II gaf hiermee aan de Marokkanen een duidelijk signaal: het paleis heeft zijn eigen meerderheid en zijn eigen oppositie. De oude socialistische voorman werd de nieuwe premier van een kabinet, dat zonder de zegen van het paleis niets ondernam of kon ondernemen. Het politieke immobilisme was zelden groter geweest.

Op 27 september laatstleden werden de Marokkanen naar de stembus geroepen voor de "derde vrije en echt democratische verkiezingen". Zij werden dit keer georganiseerd door minister van Binnenlandse Zaken, Driss Jettou. Bijna 60% van de Marokkanen bleef thuis. De fraude was deze keer minder spectaculair dan vroeger. Maar wie toch zijn stem had uitgebracht moest niet minder dan drie dagen wachten op een officiële uitslag.

Jacques Bertoin, de reporter van het weekblad Jeune Afrique/L’Intelligent, die naar de Marokkaanse hoofdstad was gestuurd om de verkiezingen te verslaan, kon in de straten van Rabat vaststellen dat de Marokkanen nog steeds graag grappen over hun monarchie en haar politieke boegbeelden. "De laatste mop, die ik hier gehoord heb, gaat zo: het klopt dat we met de verkiezingen van 27 september hebben kunnen vaststellen hoe alles veranderd is in dit land. Vroeger beschikten we over de verkiezingsuitslagen nog voor we waren gaan stemmen, vandaag, drie dagen na de telling van de stemmen, slagen we er maar niet in om de resultaten te pakken te krijgen."

Terug naar af

Net zoals zijn vader Hassan II, beschouwt de nieuwe koning Mohammed VI zijn regering (sinds 1998 geleid door USFP-leider Youssoufi) als een luxeproduct. Om in binnen- en buitenland de schone schijn van democratie op te houden heeft een moderne vorst een regering en een parlement nodig. De regering Youssoufi was legendarisch op het vlak van het politieke immobilisme. Beslissingen werden – naar oude traditie – in het paleis genomen. En verkiezingen kunnen hooguit een referendum voor de monarchie zijn. Ook de "derde vrije en echt democratische verkiezingen" van 27 september veranderden niets aan de oude regels. Het paleis beschikt na deze stembusgang nog steeds over een eigen meerderheid, een eigen oppositie en nu zelfs ook over een eigen fundamentalistische oppositie. De fundamentalistische Parti de la Justice et du Développement (PJD) haalde 42 van de 325 parlementszetels binnen. Drie maal zo veel dan in 1997. Ook al blijven de banden van de PJD met de radicale moslimextremisten van de Al Adl wal Ihsane van sjeik Yassine bijzonder mistig, de partijleiding heeft steeds herhaald dat ze zich onderwerpt aan de "democratische spelregels" en de monarchie. Zij is zelfs bereid aan "een volgende regering deel te nemen, op voorwaarde dat een aantal van de eigen programmapunten worden opgenomen in de regeringsverklaring".

Het resultaat van de PJD is weliswaar spectaculair, nog spectaculairder was de uitslag van de socialistische USFP. Nagenoeg alle waarnemers hadden de ineenstorting voorspeld van de partij van uittredend premier Youssoufi. De partij had zich in de ogen van de eigen achterban te zwaar gecompromitteerd door een regeringsdeelneming, die vooral gebaseerd was op niets doen. De jongeren van de USFP hadden de maanden voordien openlijk gerebelleerd. Maar de USFP blijft met 50 zetels wel de grootste partij van het land.

De echte paleispartijen Istiqlal en RNI (Rassemblement des Indépendants) komen uit op respectievelijk 48 en 41 zetels. Het politieke landschap in Marokko is nog nooit zo versnipperd geweest. En daarover hoeft koning Mohammed VI zich absoluut geen zorgen te maken. Het nieuwe parlement wordt door niet minder dan 21 partijen bevolkt, allemaal met hun eigen cliënteel en allemaal met voldoende royalistische gezagsgetrouwheid.

Het paleis regeert… onder voogdij

Even leek het erop dat Mohammed VI, die in 1999 zijn schielijk overleden vader Hassan II opvolgde, van Marokko "een moderne, parlementaire monarchie" zou maken. Er werd voorspeld dat hij de Marokkaanse Juan Carlos zou worden, zo wat het toonbeeld van de "moderne monarch". Maar de Marokkanen moesten snel tot de vaststelling komen dat de nieuwe vorst in de juiste leerschool was geweest: die van zijn vader. In Marokko veranderde er niets aan de oude feodale regeerstijl: de koning regeerde.

Die traditie wil Mohammed VI ook voortzetten na de "derde vrije en echt democratische verkiezingen". Volgens de Marokkaanse grondwet benoemt de koning de eerste minister, kan hij het parlement op gelijk welk tijdstip ontbinden en heeft hij de macht om wetten, die door het parlement zijn goedgekeurd, te annuleren. Op 9 oktober gaf Mohammed VI te kennen dat hij niet van deze zeer uitgebreide en autocratische grondwettelijke prerogatieven wenst af te stappen: hij stelde een nieuwe eerste minister aan – voor de gelegenheid "ministre de souveraineté" genaamd. De koninklijke keuze viel op Driss Jettou, die sinds 19 september 2001, de post van minister van Binnenlandse Zaken bekleedde.

Jettou, een gefortuneerde schoenenfabrikant (hij zette in 1966 zijn eerste stappen in deze business bij de multinational Bata) geldt weliswaar als een "partijloze", maar is onmiskenbaar een vertrouweling van het hof. Zijn steile politieke carrière is er de illustratie van. In 1993 wordt hij door Hassan II benoemd tot minister van Handel, Industrie en Ambachten. Wat later krijgt hij ook nog de post van minister van Financiën. 2001 wordt een piekjaar in zijn loopbaan. Op 3 augustus komt hij aan het hoofd van het OCP (Office chérifien des Phosphates), de grootste openbare (koninklijke) onderneming van het land. En op 21 september wordt hij minister van Binnenlandse Zaken.

De benoeming van Jettou tot toekomstig regeringsleider is uiteraard een publieke blamage voor uittredend premier Youssoufi, samen met de fundamentalistische PJD de grote overwinnaar van de verkiezingen. De USFP liet op 10 oktober in een door Youssoufi eigenhandig geschreven communiqué een beleefd, maar uiterst zwak protest horen tegen de benoeming van Jettou: "De democratische vooruitgang gebiedt de stem van het volk te respecteren en de democratische procedure te volgen. Niets rechtvaardigt een afwijking van deze regel." De partij van Youssoufi besliste tijdens een bijzonder congres op 17 oktober de beslissing over een nieuwe regeringsdeelneming aan het politiek bureau over te laten. De meeste waarnemers zijn van oordeel dat de USFP en haar leider Youssoufi weinig geneigd zijn om buiten een volgende regering te blijven.

De Marokkaanse politoloog, Ahmed Benani, sloeg na de benoeming van Driss Jettou spijkers met koppen: "Onder Hassan II hadden we Driss Basri als minister van Alles. Mohammed VI schenkt zichzelf vandaag een nieuwe Driss om zijn neo-autocratie te vestigen. Minder dan twee weken na de stembusgang wordt er een minister van soevereiniteit benoemd om de toekomstige regering te leiden. Het is nu aan de Marokkanen om de ondoorzichtige sluier op te lichten waarin de politiek van Mohammed VI is gehuld. De electorale farce is ten einde. De stembusgang van 27 september was slechts een referendum. Vandaag leven we onder een noodtoestand, die zijn echte naam niet wil noemen. Van transparantie en democratie is hoegenaamd geen sprake. Bijna 60% van de kiezers hebben hun rug gekeerd naar het stemlokaal. De hervorming van de kieswetten heeft de pariteit tussen de traditionele partijen ingeluid. Met de benoeming van Driss Jettou tot minister van soevereiniteit neemt het paleis weer het initiatief om in de feiten het land te regeren. Maar eigenlijk spellen de generaals – de mannen van het "veiligheidsdenken" – de monarchie hun wetten. Mohammed VI heerst en regeert onder hun voogdij. Het parlement is eens te meer tot immobilisme gedoemd, de oppositie van rechts, links, het centrum en de fundamentalisten wordt geneutraliseerd. De echte oppositie is zich inmiddels tot een echte politieke partij aan het uitbouwen, want dat is de ambitie van de Al Adl wal Ihsane. Marokko is klaar voor meer dan één ontsporing en een fundamentalistische is niet de geringste. Op lange termijn is de macht in handen van diegenen die nooit electoraal zullen kunnen worden afgestraft. Hoe gaat dit land er morgen uitzien, als de elite haar disputen niet langer binnenskamers kan houden en de straat zijn woede uitschreeuwt?"

(Uitpers, nr. 35, 4de jg. november 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 30 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook