Palestina : zonder verleden geen toekomst en geen vrede

Bichara Khader (redactie), ‘Palestine: mémoire et perspectives’, Centre Tricontinental, Louvain-la-Neuve, Editions Syllepse, Parijs, 2005, 195 blz., ISBN 2-84950-042-9.

‘Alternatives Sud’ is een uitermate boeiend en eigenzinnig tijdschrift. Sinds 1994 geeft het Centre Tricontinental in Louvain-la-Neuve, een geesteskind van de peetvader van het Belgische tiersmondisme, François Houtart, vier maal per jaar dit tijdschrift uit. De meeste bijdragen in ‘Alternatives Sud’ zijn afkomstig van auteurs uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Ontwikkeling, globalisering, belangrijke economische dossiers (grondstoffen, de oliemarkt, de multinationale ondernemingen), de politiek van de grote internationale instellingen, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank (schuldenlast, structurele aanpassingsprogramma’s), zijn vast weerkerende thema’s. Het laatste nummer van ‘Alternatives Sud’ is echter gewijd aan de Palestijnse kwestie. En ook nu weer komen de direct betrokkenen aan het woord: de Palestijnen. Onder de redactie van de Belgisch-Palestijnse hoogleraar, Bichara Khader, brengen vijf Palestijnse wetenschappers en academici hun visie op het Palestijnse vraagstuk. Het laatste hoofdstuk van ‘Palestine: mémoire et perspectives’ is voor rekening van de Israëlische ‘nieuwe historicus’, Ilan Pappé.

In ‘Nakba, Naksa, Nahda: mémoire et histoire de la Palestine de 1904 à 2004’ (Nakba, Naksa, Nahda: Palestijnse herinnering en geschiedenis van 1904 tot 2004) schetst Bichara Khader een korte, maar uiterst accuraat geschreven geschiedenis van het Palestijnse volk. Nakba is het Arabische woord dat de Palestijnen gebruiken voor de ‘catastrofe’ van 1948, toen de meerderheid van hen uit hun land werd verdreven. Naksa slaat op de smadelijke Arabische nederlaag van 1967 tijdens de juni-oorlog en ‘Nahda’ betekent wederopstanding, het feit dat het Palestijnse volk opnieuw het eigen lot in eigen handen heeft genomen en de Palestijnse kwestie tot op de dag van vandaag op de internationale agenda heeft weten te houden. Khader grijpt terug naar een aantal klassiekers van de Palestijnse en Israëlische geschiedschrijving. “De geschiedenis van Palestina is al een eeuw lang een lange en tumultueuze stroom van tranen, bloed en ballingschap,” schrijft hij. “Dat is te verklaren door de dubbelzinnigheid van de Britten (sinds de Balfourverklaring van 1917), de overdracht van de schuldgevoelens van het westen sinds 1945 en het verraad van bepaalde Arabische leiders (voor en na de onafhankelijkheid), en vooral door een zionistische ideologie, die uitgesproken kolonialistisch is geweest vanaf het ontstaan van het politieke zionisme (het eerste zionistische congres van Bazel in 1897) tot de tweede regering Sharon in 2003.

“Voor en na de oprichting van de staat Israël hebben de zionistische leiders alles in het werk gesteld om de Palestijnse geschiedenis te verdoezelen en zelfs te begraven en het zionisme voor te stellen als een klatergouden, welwillend messianisme. Dat heeft tal van vormen aangenomen en is steeds een constante geweest. Daarbij werd de nadruk gelegd op het grondgebied en de onzichtbaarheid van de Palestijnen. Beide vormen de sokkel van de zionistische ideologie. Het onderzoek van Israëlische en Palestijnse politicologen en historici, die sinds een dertigtal jaar werken aan een herschrijving van de geschiedenis, heeft er op magistrale wijze toe bijgedragen het Palestijnse geheugen weer van onder het puin te halen, waar de officiële geschiedenis van de overwinnaar het onder had bedolven. Vandaag is het voor de Palestijnen zeer belangrijk dit geheugen weer te doen opleven, zonder echter in zijn val te trappen. Het komt erop aan de pijn van het verleden te verbijten om de bladzijden van een gedeelde toekomst te schrijven. De Nakba van 1948 – de verdrijving van twee derde van de Palestijnen uit hun geboorteland – zal niettemin de hoeksteen blijven voor elke onderhandeling. Eens de volledige verantwoordelijkheid van de Israëli’s is erkend, komt het de wettige vertegenwoordigers van het Palestijnse volk toe om over de concrete modaliteiten te onderhandelen om een einde te maken aan de bezetting en de ballingschap.”

De Israëlische historicus Ilan Pappé komt eigenlijk tot een gelijkaardig besluit in zijn opstel ‘L’épuration ethnique de 1948 et ‘l’historiophobie’ dans l’actuel processus de paix’ (De etnische zuivering van 1948 en de historiofobie in het huidige vredesproces). “Voor de ‘architecten van de vrede in het Midden-Oosten’, die het meest in de belangstelling staan’ kan alleen de situatie van het ogenblik met zijn krachtsverhouding en realiteit op het terrein de basis vormen voor het verzoeningsproces. Die filosofie heeft altijd het ‘vredesproces’ bepaald vanaf 1948 en zeker vanaf 1967,” stelt Ilan Pappé. “Daardoor is elke poging om tot echte vrede te komen de nek omgewrongen. Alleen door opnieuw de geschiedenis in dit proces in te voeren, zullen er reële nieuwe mogelijkheden ontstaan. Het vertrekpunt – dat tot hier toe werd verwaarloosd, om redenen die pas de voorbije jaren zijn opgehelderd – is 1948. De ‘etnische zuivering’ van dat jaar wordt niet alleen weggelaten bij het vredesproces, de rol en betekenis hiervan bij het ontketenen van dit conflict werden ook volledig doodgezwegen. Op deze onhistorische basis werden sinds 1967 alle grote lijnen geformuleerd door de Israëlische en Amerikaanse regeringen.” Alleen een erkenning van de geschiedkundige feiten kan volgens Pappé een einde maken aan de “slachtofferrol” die Israël altijd opeist. Alleen wanneer Israël zijn volledige verantwoordelijkheid erkent voor het lijden van de Palestijnen en de andere volkeren in de regio, kan er enig vooruitzicht ontstaan op een echte verzoening en een rechtvaardige vrede.

De Palestijnse filosoof Asem Khalil onderzoekt in welke mate een Palestijnse staat (naast Israël) werkelijk leefbaar is. Eigenlijk moet de auteur het antwoord schuldig blijven. Asem Khalil besluit: “Israël is een land in het Midden-Oosten, althans geografisch. Het is geen Europees land en ook geen Amerikaanse staat. Het Midden-Oosten wordt bevolkt door een meerderheid van Arabieren en moslims, die tot op heden de staat Israël niet geïntegreerd heeft. Tegelijk geniet Israël de steun van de enige supermacht ter wereld (de Verenigde Staten) en kan het rekenen op het medeleven van de Europese landen, die nog steeds gebukt gaan onder een schuldcomplex vanwege de antisemitische vervolgingen die ze hebben gekend en die tot massaslachtingen hebben geleid. Maar de geschiedenis is er om ons aan te tonen dat landen niet eeuwig zwak en andere staten eeuwig sterk zijn. “Alle rijken kennen verschillende fasen, maar alle rijken zijn ook voorbestemd om te verdwijnen”, schreef Ibn Khaldûn in zijn beroemde werk ‘Muqaddimah’ (Prolegomena). Als het zo ver is, wat zal er dan van Israël worden? Zijn militaire, diplomatieke en economische macht aan de ene en de zwakheid van de Arabieren aan de andere kant verzekeren Israël op dit ogenblik een onmisbare dekmantel voor als zijn illegale daden op internationaal vlak en voor het voortzetten van zijn bezetting van het Palestijnse volk en grondgebied. Maar voor Israël kan dit alles nooit enige garantie bieden, zelfs niet op middellange termijn. Alleen een vreedzame oplossing, gebaseerd op waarheid en rechtvaardigheid, en de verzoening tussen de twee volkeren kan voor de Israëli’s garanties bieden voor vandaag en voor de toekomst.”

In deze aflevering van ‘Alternatives Sud’ staat voorts een erg boeiende bijdrage van de Palestijnse demograaf Youssef Courbage over de cruciale rol die de demografische evolutie speelt en zal spelen bij de uiteindelijk afloop van het Palestijns-Israëlische conflict. De Palestijnse psycholoog en UNESCO-medewerker Omar Massalha analyseert de catastrofale toestand van het Palestijnse onderwijs in de door Israël bezette gebieden. De bezetting en een hemeltergende onverschilligheid van de Palestijnse bureaucratie (slechts 2% van de Palestijnse begroting gaat naar onderwijs) hebben de onderwijsinstellingen geruïneerd en dat zal de toekomstige generatie van Palestijnen geweten hebben.

De socioloog Sari Hanafi analyseert het fundamenteel kolonialistische programma van de staat Israël. “De politiek van de opeenvolgende Israëlische regeringen is gestoeld op de zionistische mythe “een land zonder volk voor een volk zonder land”,” stelt hij. “Die politiek bestaat erin zich meester te maken van de Palestijnse grond en tegelijk de bewoners te negeren. De geïnstitutionaliseerde ‘onzichtbaarheid’ van de Palestijnen wordt door de dagelijkse koloniale praktijken van de staat Israël in stand gehouden.”

Jalal Al Husseini (een onderzoeker van het Franse Midden-Oosten-Instituut in Beiroet) gaat na hoe de Palestijnse vluchtelingenkwestie kan worden opgelost en of er voor deze vluchtelingen plaats is in een toekomstige Palestijnse staat.

De regering van generaal Sharon heeft een zeer duidelijke strategie om de Palestijnen in de bezette gebieden uit te putten en zo murw te maken dat ze uiteindelijk gelijk welke oplossing aanvaarden (met inbegrip van een zachte of gedwongen emigratie). De Palestijnse onderzoekers Jalal Al Husseini en Jamil Rabah brengen (samen met een aantal Europese collega’s – Matthias Brunner, Isabelle Daneels, Riccardo Bocco en Frédéric Lapeyre) deze strategie in kaart. De toestand in de bezette gebieden is catastrofaal, maar, zo tonen de auteurs aan, de Israëlische bezetting slaagt er nog steeds niet in de samenhang van de Palestijnse maatschappij te breken.

(Uitpers, nr. 68, 7de jg., oktober 2005)

(*) Alternatives Sud: bestellingen en informatie bij Centre Tricontinental – 5 avenue Sainte Gertrude – 1348 Louvain-la-Neuve (cetri@cetri.be).