Palestijnse verkiezingen uitgesteld: wie is bang van Hamas?

Mahmoud Abbas, de president van het Palestijnse Nationale Gezag (PNA), opvolger van Yasser Arafat en leider van de grootste Palestijnse politieke formatie, Fatah, heeft eind mei in nauwelijks achtenveertig uur, twee forse blamages opgelopen.

Tijdens zijn bezoek aan Washington op 26 mei toonde George W. Bush zich uiterst gul en beloofde de Palestijnse president een forse financiële injectie voor de totaal verwoeste Palestijnse economie. Wat later bleek Abbas zich blij te hebben gemaakt om een dooie mus. Het Amerikaanse Congres onderwerpt de Amerikaanse financiële steun aan de Palestijnse overheid aan een reeks strenge voorwaarden. Enkele uren later kondigde Mahmoud Abbas aan dat de voor 17 juli geplande parlementsverkiezingen voor onbepaalde tijd zijn opgeschort. Abbas had zichzelf en zijn Amerikaanse Israëlische gesprekspartners nochtans beloofd om het Palestijnse Nationale Gezag grondig te democratiseren. De verkiezingen van 17 juli zouden de kroon op dit werk moeten zetten. Maar Abbas viel over een nieuwe kieswet, die door het Palestijnse parlement was goedgekeurd. De Palestijnse president vreest dat de nieuwe kieswet te gunstig uitvalt voor de radicale islamistische Hamas en een reeks kleinere partijen. Hij stelde zijn veto en verdaagde meteen de parlementsverkiezingen. Palestina-kenner Lucas Catherine maakt een balans op van de electorale successen en sterkte van deze Palestijnse fundamentalistische beweging. Een gesprek.

Sinds zijn verkiezing tot Palestijns president in januari laatstleden heeft Mahmoud Abbas in alle belangrijke kanselarijen van de wereld – het Witte Huis voorop – veel lof gekregen. Maar van lof alleen leeft een nieuwe president niet. Het onderhandelingsproces met de regering Sharon geraakt moeilijk op de sporen. Er is de voorbije maanden eens te meer veel blijk van immobilisme gegeven. Abbas had een opsteker nodig. En die kwam er dank zij zijn audiëntie op het Witte Huis op 26 mei. De Palestijnse president zou niet met lege handen naar huis gaan. De regering Bush had hem niet minder dan 350 miljoen dollar in het vooruitzicht gesteld voor de wederopbouw van de Palestijnse economie, de politieke instellingen die door het gespierde militaire optreden van de Israëlische premier Ariel Shaon tot nul zijn herleid en voor de uitbouw van een efficiënt Palestijns veiligheidsapparaat, dat de strijd tegen het terrorisme moet aanpakken. Bush had voorgesteld dat een eerste schijf van 200 miljoen dollar direct zou worden overgemaakt aan de Palestijnse overheid. Het Amerikaanse Congres besliste er anders over. De Amerikaanse dollarstroom gaat niet naar de PNA, maar wordt door Amerikaanse hulporganisaties en een netwerk van niet-gouvernementele en caritatieve organisaties verdeeld in de bezette Palestijnse gebieden. Het gaat niet om de beloofde 200 miljoen dollar, maar over 150 miljoen dollar. Om het affront te vervolledigen keurde de Amerikaanse volksvertegenwoordigers meteen ook een gift van 50 miljoen dollar goed aan de staat Israël voor de bouw van schuilkelders in de buurt van de militaire checkpoints van het Israëlische leger op de bezette Westelijke Jordaanoever. En klap op de vuurpijl: 2 miljoen dollar van de voorziene pot gaat naar de lobbygroep Hadassah, de vereniging van zionistische vrouwen in de Verenigde Staten: Met andere woorden meer dan kwart van het aan Abbas beloofde geld gaat naar de staat Israël en zijn aanhangers in de VS.

 

Verkiezingen uitgesteld

Even pijnlijk voor Mahmoud Abbas zijn de verkiezingsperikelen. Bij de lokale verkiezingen van 5 mei had de fundamentalistische partij Hamas uitzonderlijk goed gescoord. Hamas is voortaan de tweede belangrijkste Palestijnse politieke formatie en kan rekenen op een stabiele electorale aanhang van om en bij de 30%. Bovendien kaapten de fundamentalisten de burgemeesterssjerp weg in twee traditionele bolwerken van Fatah: in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook, waar het Israëlische leger in 2004 honderden huizen van Palestijnse gezinnen heeft weggedynamiteerd en waar de werkloosheidscijfers absolute recordhoogten bereiken, en in Qalqiliya, de stad op de Westelijke Jordaanoever, die letterlijk verstikt wordt door de bouw van de apartheidsmuur van Sharon.

De nieuwe kieswet die er voor de parlementsverkiezingen van 17 juli moest komen, was helemaal niet naar de zin van de democratische hervormer Mahmoud Abbas. Door de nieuwe electorale wet zouden Hamas en de kleinere politieke formaties voortaan een groter deel van de zetels kunnen veroveren. En bij de Fatahleiding zit de schrik voor nieuwe verkiezingssuccessen van de fundamentalisten er stevig in. Te meer daar Fatah de grootste moeite blijkt te hebben om geloofwaardige, niet door corruptie bezoedelde kandidaten naar voor te schuiven. Mahmoud Abbas stelde de parlementsverkiezingen dan maar sine die uit. Tot groot ongenoegen van de verzamelde Palestijnse oppositie, van linkse partijen tot rechtse fundamentalisten.

Angst voor Hamas

Is de vrees voor een electorale doorbraak van de Palestijnse fundamentalisten dan niet reëel?

Palestinakenner Lucas Catherine (1) relativeert een en ander.

“Hamas breekt niet echt door en, ondanks de corruptie van de Palestijnse leiders, de houding van hun nieuwe leider Mahmoud Abbas, die zich meer dan zijn voorganger Yasser Arafat laat rollen door Israël en de Verenigde Staten, blijft Hamas bij de verkiezingen op zo wat dertig procent steken,” zo stelt hij. “Een populariteit die al jaren stabiel blijft. Van een echte doorbraak is geen sprake. Hamas blijft ongeveer even groot als bij zijn oprichting in 1988, enkele maanden na het begin van de eerste Palestijnse intifada. Inmiddels is de situatie van de Palestijnen onder de Israëlische bezetting en kolonisatie nochtans dramatische verslechterd. Normaal zou dat de ideale voedingsbodem moeten zijn voor een fundamentalistische beweging als Hamas. En dat blijkt niet zo te zijn.”

 

Alliantie van nationalisten en islamisten?

Lucas Catherine stelt wel vast dat er in de bezette Palestijnse gebieden op dit ogenblik eigenlijk een nieuwe alliantie ontstaat tussen de traditionele nationalistische stromingen en de islamitische fundamentalisten.

“Die alliantie is echt niet nieuw,” zegt hij. “Vergeet niet dat het Palestijnse verzet begonnen is in de jaren twintig van vorige eeuw. De religieuze invulling van dit verzet is er vanaf het begin geweest. In Irak is dat vandaag niet anders. De verloedering van het verzet heeft echter alles te maken met de algehele culturele verloedering van de Arabische wereld. In de Arabische wereld is er nauwelijks nog sprake van enig fatsoenlijk onderwijs. Het hele gebied gaat gebukt onder uiterst autoritaire, antidemocratische regimes. Als de Arabieren al hebben leren denken, kunnen ze niet eens voor hun mening uitkomen. Af en toe kent de Arabische wereld eens een uitschieter, zoals bij de Palestijnen bijvoorbeeld, die tot tien jaar geleden uitstekend onderwijs aan hun bevolking konden verzekeren. Wat inmiddels helaas ook tot de geschiedenis behoort. Maar aan dat Palestijnse voorbeeld kon je ook zien hoe opleiding en onderwijs ook garant stonden voor de kwaliteit van de politieke beweging. De Palestijnse nationale beweging was een unicum op het vlak van democratie, debat, meningsvrijheid. Daardoor stond ook de links-seculiere strekking zo sterk bij de Palestijnen.”

Palestijns pragmatisme

Hamas werpt zich duidelijk op met leidersambities. Aanvankelijk was de beweging sterk gekant tegen het nationalistische programma van de PLO. Vandaag valt het op hoe de Palestijnse moslimfundamentalisten eigenlijk het oude programma van Fatah hebben overgenomen. Ook dat leidt niet direct naar de grote electorale doorbraak. Lucas Catherine wijdt dit aan het pragmatisme van de meerderheid van de Palestijnen.

“De toestand is voor de Palestijnen, twaalf jaar na het “vredesakkoord” van Oslo, dermate rampzalig dat zij gewoon nagaan wie er op korte termijn iets kan verbeteren. Zo krijg je een vrij opportunistisch stemgedrag: “wie het leven voor ons iets draaglijker kan maken, daar stemmen we voor”. Het gaat hier bovendien om een zeer jonge bevolking. De jonge Palestijnen kennen niet echt hun historische achtergrond. Van thuis uit zullen ze wel over bepaalde politieke strekkingen hebben horen spreken, Maar toch… Ik stel vast dat de Palestijnen stemmen zoals er elders in de wereld – ook bij ons – wordt gestemd. In Groot-Brittannië was een zeer groot deel van de bevolking tegen de oorlog, die Tony Blair, samen met de Amerikaanse president George W. Bush in Irak is begonnen. Maar economisch gaat het de Britten vrij goed, dus stemmen ze voor Tony Blair, ondanks die oorlog. Er wordt wereldwijd minder en minder ideologisch gestemd. Ideologische stemmen van mensen die een andere maatschappij willen zijn te verwaarlozen. Bij ons gaan zulke stemmen deels naar Groen of naar klein links. Bij de Palestijnen staat Hamas voor de ideologische stem. Een Palestijn stemt voor Hamas als hij het maatschappijbeeld van de beweging deelt: de islamitische staat. Toen het de Palestijnen alsmaar slechter begon te gaan, was Hamas op het terrein present met de uiterst efficiënte maatschappelijke structuur van hun liefdadigheidsinstellingen. De dertig procent van de Palestijnen, die Hamas achter zich weet te scharen, is grotendeels het rechtstreeks gevolg van dit liefdadigheidswerk. Hamas heeft de Palestijnen op louter maatschappelijk vlak iets te bieden. Maar op politiek vlak? De fundamentalisten van Hamas mogen dan al een deel van het Fatahprogramma hebben overgenomen. De Palestijnen weten inmiddels dat Fatah al meer dan veertig jaar voor dit programma ijvert, zonder dat het ook maar iets heeft veranderd. Bij de Palestijnen ontstaat echt wel vermoeidheid, hoor. Beter enkele druppels op de hete plaat, dan het vuur onder de plaat proberen weg te nemen. Want dat lukt toch niet. Dat is de redenering van een vermoeide Palestijnse bevolking. Wat het allemaal nog erger maakt natuurlijk, want echte verandering krijgen ze hierdoor niet. In Israël verandert er namelijk niets.”

Verloedering van het verzet

In het recente verleden noemde Lucas Catherione de zelfmoordacties van Hamas en andere Palestijnse verzetsgroepen “de verloedering van het Palestijnse verzet.” Volgens de auteur is hiervoor “één zeer belangrijke reden” aan te stippen.”

“De leiding van de Palestijnse verzetsbeweging snijdt niet langer de kern van het probleem aan. Al heel lang – sinds Oslo in 1993 – laat het officiële Palestijnse verzet zich vangen aan de zogenaamde vredesprocessen. De kern van het probleem is onder meer dat Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen en afkomstig zijn uit steden en dorpen, die vandaag op Israëlische grondgebied liggen, niet terug mogen keren, terwijl Israëlische kolonisten zich wel mogen vestigen waar ze willen, dat Belgische joden bijvoorbeeld zich probleemloos mogen vestigen in de door Israël bezette gebieden. Het ondemocratische karakter van de staat Israël, het Israëlische apartheidssysteem dat die fundamentele ongelijkheid en discriminatie veroorzaakt, zou op de onderhandelingstafel moeten komen. Maar dat gebeurt niet. Het gaat echt niet om de zoveelste terugtrekking van het Israëlische bezettingsleger uit Qalqiliya bijvoorbeeld. Trouwens het Israëlische burgerlijke bestuur op de Westelijke Jordaanoever onderhandelt deze dagen met Hamas over de spelregels van zo’n nieuwe terugtrekking. In de beginjaren stelde Fatah deze fundamentele oorzaken van het probleem wel aan de andere orde. Later werd Fatah zelf omgeturnd tot een ondemocratische organisatie en het kernprobleem verdween naar de achtergrond. Want als de democratie buiten spel wordt gezet, moet er worden gezwegen over al deze fundamentele vragen, zo niet barst de kritiek in eigen rangen los. Het probleem van de Palestijnen is dat de Palestijnse autoriteit dezelfde weg is opgegaan als om het even welk Arabisch regime: weinig respect voor de eigen mensen, weinig bekommernis voor hun fundamentele problemen en buigen onder de diktaten van de Verenigde Staten en Israël.”

Een strategische blunder?

Voor Lucas Catherine “is de tweestatenoplossing, die binnen de Palestijnse nationale beweging sinds het midden van de jaren ’70 naar voor werd geschoven, een strategische blunder geweest”. “Omdat het fundamentele recht van het Palestijnse volk – namelijk de terugkeer van de vluchtelingen, die de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen – onder het zand werd gestopt. De Palestijnse vluchtelingen blijven op dit recht aandringen en ze doen dat nog luider sinds de Oslo-akkoorden van 1993. Op dat ogenblik zie je een aantal grote vluchtelingenorganisaties ontstaan, die zich ook manifesteren binnen de staat Israël. Want dat wordt nogal makkelijk vergeten: in Israël is een op vijf inwoners Palestijn. Binnen de democratische staat Israël hebben deze Palestijnen niet eens het recht om naar hun eigen dorpen terug te keren. De basisbewegingen van het Palestijnse volk blijven wel op dit fundamentele onrecht hameren. Naar aanleiding van de zevenenvijftigste verjaardag van de staat Israël op 15 mei laatstleden zijn die binnenlandse vluchtelingen opnieuw massaal naar hun verwoeste dorpen getrokken. Er is nog altijd het fenomeen van de “afwezige Palestijnen”. In 1948 zijn Palestijnse families uit hun dorp gevlucht om zich voorlopig vijf kilometer verderop te vestigen. Zij zitten daar nog steeds. Zij hebben gezien hoe hun land werd onteigend. Voor hen blijven er alleen wat rotsvelden, die ze opeisen, omdat dit nog nuttige bouwgrond kan zijn voor hun kinderen. Daarom weigeren zij hun vluchtelingenstatuut op te geven. Zij blijven die grond opeisen. De Palestijnse basisbewegingen, die zich in het Nationaal Initiatief hebben verenigd, blijven op de fundamentele rechten van de Palestijnse maatschappij staan. Zij hebben geen boodschap aan een tweestatenoplossing.

Een tweestatenoplossing betekent uiteraard dat men uitgaat van de idee dat de joden, die zich sinds 1948 in de staat Israël hebben gevestigd daar mogen blijven. Dat is een goed idee. Maar dan blijft de vraag: onder welke voorwaarden mogen ze daar blijven? Mogen ze de Palestijnen domineren of mogen ze dat niet? Is er gelijkheid of niet? Die vraag wordt echter nooit gesteld. Het karakter van de staat Israël wordt met alle mogelijke middelen verdoezeld. De Palestijnen moeten zich maar neerleggen bij de bestaande kolonie Israël en moeten aanvaarden dat deze staat verder koloniseert. Dat de staat Israël als kolonie is ontstaan, is geen probleem. Ook de Verenigde Staten en Australië zijn ook als kolonie ontstaan. Maar – ondanks de bestaande discriminaties – zijn deze kolonies gestopt met hun koloniale praktijk. In zoverre er nog Indianen of Aboriginals overblijven, kunnen deze oorspronkelijk inwoners zich vestigen waar ze willen. De Palestijnen kunnen dat niet. De Israëli’s hebben dan het probleem dat ze niet met Indianen of Aboriginals geconfronteerd worden maar met een Palestijnse bevolking, die veel groter is dan de Israëlische. Het is nochtans een eenvoudige democratische eis, die hier gesteld wordt: gelijke rechten voor alle inwoners. Van de staat Israël wordt niet eens geëist om op deze eenvoudige democratische verzuchting in te gaan. Dat heeft te maken met het heersende politieke klimaat. De Palestijnse leiders stellen geen eenvoudige democratische eisen meer. Ze stellen alleen nog de vraag: wat kunnen we van de Verenigde Staten (en Israël) verwachten, als we aan bepaalde van hun voorwaarden voldoen? Sinds Oslo gebeurt dat in de veronderstelling “als we maar een klein stukje krijgen, dan houden we tenminste het rad van de geschiedenis tegen. De tijden kunnen veranderen” Maar het is snel gebleken dat de tijden niet veranderen. Dat werd duidelijk uit wat Washington in de rest van het Midden-Oosten deed. De tweestatenoplossing was een strategisch foute keuze, precies omdat het fundament van de democratie – “gelijke rechten voor iedereen” – onderuit werd gehaald. De essentie van het zogenaamde vredesproces was eigenlijk zeer eenvoudig. De Amerikanen en de Israëli’s zegden: de Palestijnen moeten zich maar vestigen op het grondgebied dat we voor hen overhouden. Van in het begin was het duidelijk dat het vredesproces niet over grenzen zou gaan. Na de oorlog van 1967 kwamen de Amerikanen met het plan Rogers, daarna kwam de Kissingerdiplomatie, het eerste Camp Davidakkoord met Begin, Sadat en Jimmy Carter, de conferentie van Madrid, de akkoorden van Oslo, het akkoord van Wye Plantation, Taba, het stappenplan… Al die diplomatieke initiatieven hadden maar één doel: het internationaal recht niet toepassen. Men wilde niet eens de grenzen van de twee staten vastleggen. En het gebied van de Palestijnen werd altijd maar kleiner gemaakt. Want als de Amerikanen en de Israëli’s werkelijk een tweestatenoplossing willen, moeten ze terug naar het internationaal recht. Dan moeten ze terug naar de grenzen van 1967. Al die vredesprocessen zijn er echter geweest om niet naar de grenzen van 1967 terug te keren. De logica is altijd geweest: we willen een staat voor de Palestijnen, maar dat moet een klein gebiedje worden, waarin we ze kunnen wegduwen. Al die initiatieven zijn overigens altijd vanuit Amerikaanse kant genomen. En het doel was telkens hetzelfde: naast een sterke joodse staat een aantal kleine Palestijnse getto’s. Dat is allesbehalve een tweestatenoplossing. Voor een tweestatenoplossing zijn er niet eens lange palavers nodig: pas de bestaande VN-resoluties toe, ga terug naar de grenzen van 1967, respecteer de Conventies van Genève, waarin staat dat militair bezet gebied niet geannexeerd mag worden. Maar daar gaat het allemaal niet om. Dat was vanaf het begin duidelijk.”

Blijven en overleven…

“De Palestijnen kunnen hiertegen weinig doen,” zegt Lucas Catherine. “Het Palestijnse ‘Nationaal Initiatief’ heeft op dit vlak gelijk. “Het vredesproces interesseert ons niet en zelfmoordaanslagen brengen ons geen stap vooruit. Wij moeten hier blijven en door onze zelforganisatie er voor zorgen dat ze onze maatschappij niet kunnen ontwrichten en kapot maken,” zo redeneren ze daar. Ter plekke blijven. Dat is het enige wat de Palestijnen op dit ogenblik daadwerkelijk kunnen. Als ze niet ter plekke blijven, heeft het zelfs geen zin meer om gelijke rechten te eisen. Het vluchtelingenprobleem blijft daardoor op de internationale agenda. Stel dat er alleen maar Palestijnse vluchtelingen waren in Libanon, Syrië en Jordanië, dan was het probleem al lang van de agenda geschrapt. Maar 80% van de bevolking in de Gazastrook, meer dan 40% van de bevolking van de Westelijke Jordaanoever, zijn vluchtelingen. En dan zijn er nog eens één miljoen Palestijnen in Israël zelf. Zo lang al deze vluchtelingen onder Israëlische heerschappij leven, is het probleem niet van de baan. En de staat Israël blijft daardoor met een immens democratisch probleem zitten: waarom hebben de Palestijnen geen recht op terugkeer en gelijk welke jood, gelijk waar ter wereld wel? Sharon wil de Palestijnen duidelijk kwijt. Als hij de Palestijnse maatschappij vernietigt en er voor zorgt dat er voor de Palestijnen geen onderwijs meer is, geen werk, geen maatschappelijke infrastructuur, komt er een grote leegloop. Daar stuurt hij op aan. Hij kan namelijk niet – zoals in 1948 – met een militaire operatie de Palestijnen verdrijven. Voor de Palestijnen zit er in de gegeven omstandigheden niet veel meer op dan te blijven en de nationale eenheid te bewaren – ook met een beweging als Hamas, waarmee de meerderheid van de Palestijnen het niet eens is.”

Palestijnse zelfmoordacties

“Ook de Palestijnse zelfmoordaanslagen zijn een absoluut foute tactiek gebleken,” stelt Lucas Catherine vast. “Het begin van de zelfmoordacties valt samen met het begin van de tweede intifada in september 2000. De eerste intifada van 1987 tot 1993 leverde voor de Palestijnen niets op, maar het was een goed georganiseerde, sterk gestructureerde beweging. Het was een politieke massabeweging, vandaar ook het stereotiepe beeld dat de wereld ervan heeft: stenen gooiende jongeren. De eerste intifada heeft Oslo opgeleverd. En dat was dus niets. In de politiek gaat het meestal zo: een beweging heeft afgedaan en het is onmogelijk om er later op terug te vallen. Het fenomeen deed zich eerder al voor met het socialisme in de Arabische wereld. In Syrië en Soedan bestonden sterke communistische partijen. Wat ervan overblijft zal wellicht blijven bestaan, maar het is nagenoeg ondenkbaar dat deze partijen opnieuw massaal aanhang zullen verwerven. De eerste intifada kon ook niet worden overgedaan. En ook bij de Palestijnen merkt men de neiging om individuele oplossingen te zoeken voor diepgewortelde frustraties. Zelfmoordaanslagen vereisen nauwelijks enige organisatie. Een kleine kern moet in staat zijn om bommen te maken. En die kern wordt voornamelijk door Hamas en de islamitische Jihad gestructureerd. Het reservoir van mannen of vrouwen, die zichzelf willen opblazen, is hoe dan ook aanwezig. Het heeft allemaal te maken met die algehele wanhoopssituatie. De Israëlische repressie is zo sterk, dat alleen wat individuele kernen nog tot enige tegenactie in staat zijn. De zelfmoordaanslagen lijken op dit ogenblik stil te vallen. Dat heeft weinig te maken met de muur die Sharon heeft laten bouwen rond de bezette gebieden. Het heeft eerder te maken met Hamas en de islamitische Jihad, die beginnen twijfelen aan de doeltreffendheid van de zelfmoordtactiek. Hoe hopelozer de toestand wordt, hoe radicaler sommige mensen gaan reageren. Als ik het juist heb zijn er voor de tweede intifada welgeteld vier zelfmoordaanslagen geweest. De vonk is natuurlijk overgeslagen vanuit Zuid-Libanon, waar Hezbollah de zelfmoordtactiek wel met succes heeft toegepast. De tweede intifada heeft dat Hezbollahmodel gekopieerd. Dat was het motto van Hamas: wat Hezbollah in Libanon heeft gedaan, zullen wij doen in de bezette gebieden. Hezbollah had deze tactiek dan weer uit Iran geïmporteerd. En eigenlijk is het een tactiek die vanuit Sri Lanka – van de Tamiltijgers – is overgenomen.. Het heeft zelfs niet direct iets met de islam te maken.

Voordien bestond deze tactiek niet echt bij de Palestijnen. Zelfs ten tijde van de guerrilla van de fedayin was het nooit de bedoeling om te sneuvelen. De bedoeling was met kleine gevechtseenheden zo vaak mogelijk aan te vallen en te blijven aanvallen. Wie sneuvelde was dan wel een martelaar, maar het was wel degelijk de bedoeling om zo veel mogelijk Israëlische doelwitten te treffen. Ik ben destijds in Jordanië getuige geweest van een Palestijnse aanval van tachtig fedayin. Er waren maar twee strijders omgekomen. De rest maakte zich meteen op voor een nieuwe gewapende actie. De verhouding waren toen iets gemakkelijker voor een klassieke guerrillaoorlog. Vandaag kan dat niet meer. Het Israëlische leger is volledig veranderd en concentreert alle middelen op de “binnenlandse vijand”. Heel de Israëlische samenleving is waanzinnig gemilitariseerd. Geen enkel ander land beschikt over zo’n concentratie van zware gesofisticeerde wapens tegen een binnenlandse vijand. Zelfs de Amerikaanse wapenconcentratie in Irak is in verhouding veel kleiner. In de jaren zeventig en tachtig was dat niet zo. Voordien had Israël zijn leger en zijn conventioneel en nucleair arsenaal tegen de troepen van de Arabische buurlanden. Israël heeft vandaag een heel ander type leger. Wat het militair verzet van de Palestijnen nagenoeg onmogelijk maakt. De zelfmoordaanslagen zijn niet eens een keuze. Wat de Palestijnen militair ook ondernemen, het is altijd een zelfmoordonderneming. Het maakt niet uit of ze een Israëlisch militair doel met een zelfmoordbom of een kalachnikov aanvallen. Het resultaat is altijd dat de Palestijnse strijders gedood worden. Het is dan enkel nog een kwestie van efficiëntie.”

(Uitpers, nr. 66, 6de jg., juli-augustus 2005)

 

(1) Lucas Catherine, ‘Palestina, de laatste kolonie?’’, uitgeverij EPO, Berchem,2002, 310 blz., 20 euro, ISBN 90 6445 259 8.

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :