Overstromingspreventie levert de landbouw geld op

Met bijna 30% bebouwde oppervlakte in Vlaanderen, is waterbeheersing geen sinecure. Jaren gedoogbeleid qua ruimtelijke ordening maken de oefening nog moeilijker. Bij piekdebieten is het, ondanks enorm grote investeringen in infrastructuur, nog altijd dweilen met de kraan open.

Het is dan ook van groot belang dat de grootste oppervlaktes – ingenomen door de landbouwsector – beter het water doorlaten. Daar begint de “trapsgewijze” aanpak, zoals minister Schauvliege uit de doeken deed: “Men zorgt er eerst voor dat water voldoende in de grond kan insijpelen”. Toch blijken onze landbouwbodems daartoe onvoldoende in staat.

Ze zijn dat bovendien steeds minder, omdat de humus in de landbouwbodems sinds jaren stelselmatig verminderd is en steeds zwaardere machines de ondergrond vastrijden.

De bestaande erosiebestrijding wordt al te vaak opgevat als dure symptoombestrijding (zoals waterbekkens), waardoor ze ook maar marginaal van de grond komt. Terwijl een brongerichte aanpak – zorgen dat het water op de akkers zelf doorsijpelt – een algemene win-win situatie zou kunnen betekenen.

Cruciaal daarbij is meer humus in de grond krijgen. Een gezonde bodem, met voldoende humus en een goed bodemleven, kan water zowel stockeren als doorlaten. De eenzijdige bemesting en het veelvuldig gebruik van pesticiden vandaag de dag, dragen daar zeker niet toe bij. Veel beter is om het bodemleven te voeden met compost of houtsnippers en bodems minder om te ploegen. Daarnaast is ook een goede bodembedekking van belang, gecombineerd met de aanwezigheid van bomen op de akkers, om water nog meer tegen te houden en te laten insijpelen.

De Zweedse universiteit van Lund onderzocht de evolutie van de gewasopbrengst en het inkomen bij een afname en toename van de humus. Als de humusafname van 1% per jaar zich doorzet tot 2035, zal de gewasproductie verminderen met 6%, en het landbouwinkomen verminderen met minstens 27%. Als de hoeveelheid koolstof daarentegen jaarlijks toeneemt met 1%, stijgt de gewasproductie in 2035 met 8%, maar ook het landbouwinkomen met minstens 34%.

Frans onderzoek toont aan dat landbouwsystemen met bomen in

de percelen tot 50% meer opbrengst kunnen produceren dan de monoculturen die nu overheersen. Bovendien varen ook het klimaat, de biodiversiteit en last but not least, de waterbuffering wel bij deze ingrepen, zowel in droge als in natte tijden. Als de watertafel immers voldoende wordt aangevuld, zullen problemen bij droogte ook verminderen.

De Vlaamse overheid besliste dit jaar alvast om vanaf 2011 investeringssteun te geven voor meer bomen in de akkers. Dat is een goed signaal, maar jammer genoeg zal dit niet volstaan en zullen ingrijpendere maatregelen nodig zijn om de eerste trap in de aanpak van minister Schauvliege te laten werken. We durven hopen dat de minister in de toekomst het bodemleven en de diensten die het de maatschappij verschaft uit de marginaliteit haalt en naar waarde schat.

(Uitpers nr. 126, 12de jg., december 2010)

Jeroen Watté is medewerker van de Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw.

Bram Moeskops is doctorandus aan de Vakgroep Bodembeheer, Universiteit Gent.

Leen Laenens is directeur van Bioforum Vlaanderen.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Over