Over Oost-Timor hangt de geur van olie


Oost-Timor is met 19.000 km?? en 750.000 overwegend zeer arme inwoners op het eerste zicht geen lekker hapje. Maar verbonden aan die voorschoot grond is er een veel groter stuk oceaan, met daarin de ???Timor Gap???. Olie-experts vermoeden al lang dat er onder de grond van die Gap een groot olieveld ligt, een van de 25 grootste van de wereld. Vandaar ook dat er nogal wat gegadigden zijn om onder zee te gaan boren.

Oost-Timor is echter nog geen echt soevereine staat. De inwoners hebben zich een jaar geleden, op 30 augustus 1999, wel zeer ondubbelzinnig uitgesproken voor onafhankelijkheid, los van Indonesië dat het gebied al 24 jaar bezette. Maar daarmee was de kous niet af. Volkenrechterlijk moest het statuut nog geregeld worden. Het Fretilin, dat eerst tegen de Portugese kolonialisten en later tegen de Indonesische bezetter had gevochten, had in 1975 wel een republiek uitgeroepen, maar had die proclamatie intussen zelf ingetrokken.


En de Indonesische dictatuur was dan wel in eigen land verslagen, maar daarom wou ze zich nog niet zomaar neerleggen bij het verlies van een ???provincie???. De militairen, die de ruggengraat van Soeharto???s dictatuur vormden, bewapenden milities om de Oost-Timorezen zwaar te doen boeten voor hun keuze. Ze sleurden nagenoeg de volledige bevolking uit haar huizen.


Het was geen verrassing, iedereen had het wel verwacht want het was zogoed als aangekondigd. Maar toch keek de "internationale gemeenschap" klagend toe, wekenlang beperkte ze zich tot het sturen van een delegatie en contacten.


Toen Oost-Timor leeggeroofd en bijna iedereen dakloos was, kwam de reactie los. Australië liet zich "pramen" om de kern te vormen van een internationale troepenmacht, ???Interfet???, die eind februari 2000 de fakkel overdroeg aan de UNO en haar 8.000 blauwhelmen. Intussen was er in oktober 1999 ook al een Voorlopige Autoriteit van de VN voor Oost-Timor, Untaet, gecreëerd.

Australisch ???hegemonisme???



Het Australische overwicht in die internationale troepenmacht werd in Jakarta met gemengde gevoelens bekeken. Het Soeharto-regime had op Australië kunnen rekenen om de annexatie van Oost-Timor erkend te zien in ruil voor wederzijds voordelige afspraken over de olie van de Timor Gap. Maar anderzijds is Australië in deze regio natuurlijk een concurrent van formaat, ook al valt Australië buiten de grote regionale alliantie Asean waarvan Indonesië een stichtend lid is.


Untaet treedt op als officiële gezagsdraagster van Oost-Timor tot wanneer er een verkozen Oost-Timorees gezag ontstaat. Voorlopig worden wel afspraken gemaakt en taken verdeeld met de CNRT, de Nationale Raad van het Verzet waarin naast het Fretilin ook andere partijen en bewegingen vertegenwoordigd zijn.


Gezagsdraagster is geen ijdel woord. Eind februari gaven Untaet en de Australische regering hun fiat aan de eerste fase van het gas- en petroleumproject Bayu-Undan in de Timor Gap, zo stond in een droge Untaet-mededeling. Dat project wordt gedragen door een consortium van oliemaatschappijen, overwegend Australische, en gaat om een investering van 1,4 miljard Australische dollar (35 een miljard B. fr.). Untaet oordeelt dat dit een goede zaak is voor de tewerkstelling en de schatkist van Oost-Timor vanaf 2004, jaar waarin het veld olie zou voortbrengen.


Ondanks de enorme onmiddellijke dagelijkse zorgen is niet iedereen in Oost-Timor daar gelukkig mee. Alle beloften van de "internationale gemeenschap" voor de wederopbouw van Oost-Timor samen komen uit op 523 miljoen dollar (23 miljard B.fr.), iets meer dan de helft van de investeringen in de olie. Het gaat bovendien om beloften, want veel van dat geld laat op zich wachten.


Bovendien wordt het belangrijkste deel, het zogenaamde Trust Fund for East


Timor, beheerd door de Wereldbank wat in de regio met grote achterdocht wordt bekeken.


Tijdens de Indonesische bezetting van Oost-Timor werkte de Wereldbank mee aan het Indonesische zogenaamde transmigratie-plan om vooral boeren uit Java in andere gebieden te huisvesten, onder meer op de rijstvelden van Timorese boeren. De Wereldbank werkte tegelijk mee aan een plan voor het terugdringen van de bevolkingsgroei dat merkwaardig genoeg erg op Oost-Timor was gericht.


De zwaar toegenomen Australische aanwezigheid springt voor de Oost-Timorese jongeren echter veel meer in het oog. Wat zij zien is dat een flink deel van de toegezegde hulp wordt omgezet in een bonanza voor enkele Australische zakenlui uit Darwin, de hoofdstad van de Northern Territories. Sinds dat gebied in 1978 een eigen deelstaatregering kreeg, hebben de Liberalen het er altijd voor het zeggen gehad. En die hebben zonder onderbreking het Soeharto-regime gesteund in zijn Timorese politiek, vooral in het belang van Australische zakenlieden. Die deelstaatregering ondertekende zelfs in 1992 een samenwerkingsakkoord met Indonesië. De premiers van de deelstaat trokken allemaal op vriendschapsbezoek bij buurman Soeharto om hem te verzekeren dat ze achter zijn Oost-Timor beleid stonden.


Toen de Indonesische economie en financiën in 1997 instortten, hingen de regeerders in Darwin hun huik naar de wind. Toen het in 1999 duidelijk werd dat Oost-Timor zich zou afscheiden, werden ze in Darwin plotseling pleitbezorgers van die onafhankelijkheid. Xanana Gusmao, de leider van de CNRT, werd in september 1999 zelfs officieel verwelkomd, waarop de premier van de Northern Territories, Denis Burke, een speciale gezant naar Oost-Timor stuurde om te bekijken hoe Darwin bij de wederopbouw kon helpen.


Met als gevolg dat de meeste hotels, bedrijven voor wagenverhuur, cateringdiensten, telecommunicatie en andere bedrijvigheden uitgebaat worden door zakenlieden uit Darwin die gebruik maken van de enorme werkloosheid om extra lage lonen te betalen. Het loon van een hotelbediende of een werknemers in de transportsector is gelijk aan de prijs van twee koffies in ???Café Dili??? (170 frank).

On- en offshore



Dat is de bonanza op korte termijn. Oost-Timor is in de ogen van zakenlieden vooral interessant voor zijn olie. Zowel onshore als offshore. In Suai Loro, in het zuidwesten bij de grens met Indonesisch West-Timor, drijft de olie letterlijk boven. Hier zowel als elders is er vermoedelijk olie boven te halen, misschien zelfs veel. In deze streek put de lokale bevolking al jaren kleine hoeveelheden olie uit de bronnen die aan de oppervlakte opborrelen. Op drie plaatsen – Suai Loro, Bualaka en Aliambata ??? werden in de jaren ???50 en ???60 olievondsten gedaan.


Maar die zijn bijkomstig vergeleken bij de enorme voorraden die offshore worden vermoed, in de zogenaamde Timor Gap. Vooral die olie had invloed op de houding van twee belangrijke spelers in het drama van Oost-Timor, namelijk de Verenigde Staten en Australië.

De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger maakte er in 1975 geen geheim van achter de Indonesische invasie en de daaropvolgende annexatie te staan. Het Fretilin had bewezen de sterkste interne kracht van Oost-Timor te zijn, Kissinger zag al een "tweede Cuba" opduiken. Maar dat was vooral propaganda, het ging in de eerste plaats om de belangen van Amerikaanse oliefirma???s : Chevron, Texaco, Tenneco en ??? via de Portugese tak Petro-Timor ??? ook Oceanic Exploration Company uit Denver. De Amerikaanse firma???s opereerden wel hoofdzakelijk via Australische maatschappijen die ze grotendeels in handen hadden. Vóór hen was er al het Britse Burmah Oil geweest dat nog tijdens het Portugees koloniaal bewind zowel te land als op zee naar olie speurde.


De grootste Australische firma die nu een rol speelt in de exploratie van olie en gas is Broken Hill Property (BHP), gevolgd door Woodside Petroleum (waarvan BHP een deel bezit, samen met Shell), Santos en Petroz.


De honger naar olie was doorslaggevend in de houding van Australië na de annexatie van Oost-Timor door Indonesië in 1976. Australië en Indonesië voerden toen moeizame besprekingen over de afbakening van hun maritieme territoria in de Zee van Timor. In 1978 zei de toenmalige Australische minister van Buitenlandse Zaken Andrew Peacock dat zijn regering bereid was de soevereiniteit van Indonesië over Oost-Timor te erkennen indien dat een voorwaarde was om tot een akkoord over de maritieme afbakening te komen. En zo geschiedde: begin 1979 erkende Australië die soevereiniteit en konden de onderhandelingen opschieten. Daarbij stelde Australië als voorwaarde dat Indonesië in ruil de Australische soevereiniteit over de Christmas en Cocos eilanden in de Indische oceaan zou erkennen. Die goede verstandhouding leidde in 1989 tot een Indonesisch-Australisch verdrag over de Timor Gap. De steun aan Indonesië was, ook al was de schijn soms anders, een constante in de houding van de opeenvolgende Australische regeringen, zowel die van de Liberalen als van Labour.


De oliefirma???s lijken ook met de onafhankelijkheid van Oost-Timor aan het langste eind te trekken, daarin ondersteund door de VN-instanties. Oost-Timor loopt het zeer grote risico een economische kolonie van Australië te worden. Of een ???outpost of global capitalism???, een uithoek van het globale kapitalisme aangevoerd door een regionale macht, het Australisch kapitalisme waarin meteen ook talrijke Amerikaanse belangen vertegenwoordigd zitten.


Het weerwerk zou normaal moeten komen van het Fretilin dat zeer moedig in de benardste omstandigheden verzet bood aan de Indonesische bezetting. Maar het Fretilin heeft een sociaal-democratische ommezwaai gemaakt, een programma voor landhervorming opgeborgen en bij voorbaat carte blanche gegeven aan investeerders die zich allerminst bekommeren om de ontvoogding van de meerderheid van arme Oost-Timorezen. Tegen die achtergrond is de kans dus groot dat Oost-Timor inderdaad een buitenpost van het globaal kapitalisme wordt.


(Uitpers, september 2000)

Over

Lees ook