Over islamofascisten en Israël

Geert Wilders zegt dat zijn film Fitna gericht is tegen ‘de barbaar Mohammed en het islamofascisme’ en dat je de koran moet vergelijken met Mein Kampf.

“De Nederlandse Inlichtingendienst heeft Geert Wilders jarenlang geschaduwd bij bezoeken die de politicus bracht aan de Israëlische ambassade… Hij zou er instructies halen voor zijn werk in de Tweede Kamer .”, De Telegraaf 9 mei 2007

“Tussen 1981 en 1983 woonde Geert Wilders in Israël, ondermeer in een moshav.” De Nederlandse Wereldomroep, 24 januari 2008

Benno Barnard schrijft in De Standaard ‘Islamofascisme is geen loze term… De moderne islam is diepgaand door het nazisme geconditioneerd, onder meer via de Egyptische Broederschap. Die beweging heeft zich in de jaren dertig rechtstreeks door Mein Kampf laten beïnvloeden en is zelf weer de inspiratiebron geworden van Al Qaeda, Hamas en aanverwante gezelligheidsverenigingen.’

“De centrale vraag in mijn werk is: ‘Hoe ga je om met de overlevering van de joods-christelijke traditie?” Knack 25 oktober 2006.

In zijn Huizingalezing (2002), ‘De Ware Aard van Europa’ stelt Benno Barnard dat Israël onderdeel is van deze Europese joods-christelijke traditie.

Vice-minister Matan Vilna’i vertelde dan weer op de Israëlische legerradio ‘wij zullen een grote holocaust over hen brengen [ Hij had het over Hamas, nvda ] en daarvoor zullen wij alle onze kracht op alle mogelijke manieren aanwenden.’

Wat hebben deze drie figuren gemeen naast een afkeer van de islam of de visie dat Israël een Joods-christelijk beschavingsbastion is in de barbaarse islamwereld? Dat ze bij hun argumentatie teruggrijpen naar een terminologie die dateert uit de jaren dertig en veertig. Dit is tamelijk nieuw. In de jaren 1970 kende men deze demonisering van de islam nog niet. De voormalige Franse president, Giscard d’Estaing verklaarde toen zelfs: ‘Om het communisme in te dijken moeten wij het confronteren met een andere ideologie. In het Westen hebben wij niets te bieden, daarom steunen wij nu “de islam”.’ De enige groep die toen als ‘nazistisch’ werd afgebeeld was de seculiere PLO en zijn seculiere leider Jasser Arafat. Zowel in Israëlische media als in sommige joods-Amerikaanse werd hij afgeschilderd als een nieuwe Hitler.

Toen was het ook de tijd van de eerste War on Terror. U bent die misschien vergeten, maar die term is geen newspeak van George W. Bush. Onder president Reagan was het de officiële doctrine, ook bekend als de Shultz-doctrine, naar de toenmalige staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken. Achter die terreur zat toen nog niet de islam, maar het Rijk van het Kwaad, de Sovjet-Unie en het communisme die terreurbewegingen steunde over heel de wereld: Cambodja, Latijns-Amerika, noem maar op.

In Europa was terreur toen het werk van extreemlinks: Baader-Meinhof in Duitsland, de Rode Brigades in Italië, de Weathermen in de VS, de CCC in België of van extreme nationalisten: ETA in Spanje, IRA in het Verenigd Koninkrijk. Als we dezelfde moedwil aan de dag zouden leggen als wie nu beweert dat de ‘islam in se een terroristische godsdienst is’ (oa Bernard Lewis) zou je kunnen zeggen dat terrorisme in de Europese beschaving zit ingebakken. En dit sinds de Antieke Grieken, toch ‘de grondleggers van onze beschaving’. Was het niet het oude Athene dat een standbeeld oprichtte voor de terroristen Harmodias en Aristogeiton? Beide mannen pleegden in -514 een moordaanslag op de tyran Hyppias, en dat zou de grondslag hebben gelegd van de Atheense democratie.

Hoe bruin was het Midden-Oosten in de jaren dertig?

Maar goed, laten we eens op zoek gaan naar die nazistische invloed in het Midden-Oosten van de jaren 1930.

Adolf Hitler en zijn nazisme kon na de machtsovername in 1933 op nogal wat sympathie rekenen in het Midden-Oosten, maar niet, zoals Benno Barnard schrijft bij de Egyptische Moslimbroederschap.

De Arabieren

De stichter van die eerste fundamentalistische partij Hassan al Banna schrijft, eind jaren dertig: ‘Als nationalisme betekent de eigen groep raciaal superieur vinden, zo erg dat men andere rassen en groepen gaat minachten en ze gaat aanvallen en tot slachtoffer maken ter wille van de eigen glorie, zoals men dat nu in Duitsland en Italië predikt, dan is dit totaal te verwerpen. Meer nog, elke natie die van zichzelf zegt dat ze hoger staat dan de anderen begaat een zeer grove fout.’

De Palestijnse krant al Jamia al Islamiya, De Moslim Gemeenschap, schreef op 1 januari 1938: ‘Veel Arabieren denken dat de Duitsers de vrienden van de Arabieren zijn, omdat ze zo tegen de Joden zijn. Maar wat betekent dit voor ons in Palestina: een vloed aan immigranten die hier arriveren. Dat is wat Duitsland ons, Palestijnen aandoet.’ En in een ander artikel: ‘De Palestijnen hebben geen nazi’s of fascisten nodig om te begrijpen wat hier gebeurt. Ons verzet tegen de zionistische kolonisatie bestond al lang voor het fascisme of het nazisme.’

Waar het Duits nationalisme, en later het nazisme wel doordrong was in de seculiere partijen:

Bij Young Egypt, een seculiere partij gekopieerd op de Jong Turken en Ataturk. Ook bij nationalistische of socialistische partijen opgericht door christelijke Arabieren. Michel Aflaq, een orthodox christen en bewonderaar van Nietsche, Herder, Fichte en Hitler, stichtte de Baath-partij. Nazi-sympathieën had ook de Syrische Nationale Partij, gesticht door de christen Antoine Sa’adah of de Kataëb in Libanon. Kataëb is de letterlijke vertaling van de naam van de Falangistische partij van fascistisch dictator Franco. Zij was, en ze bestaat nog altijd, een louter christelijke partij.

Het is in dit seculier milieu, met nogal christelijke inslag dat de eerste vertalingen, of beter verkorte uitgaven van Mein Kampf opduiken. In Beirut verscheen in 1935 Kifah Hitler, de Strijd van Hitler door ene Umar Abu Nasr. Dezelfde auteur schreef nog een ander boek, Hitler de Verschrikkelijke of de Politiek van een Gevaarlijk politicus. Dus niet echt een honderdprocent fan. In Irak verscheen in 1934 een vertaling door Salim Hassun, een katolieke Kurd uit Mossul. In Cairo, de culturele hoofdstad van de Arabieren, publiceerde Ali Muhammad Mahbub ook een vertaling. Ook dit was eerder een samenvatting, gevolgd door een essay van de Amerikaan Stephan Roberts: “Hitler is een gevaar voor de Wereldvrede”. Dat schoot in het verkeerde keelgat van het Auswärtiges Ambt en de nazi’s besloten zelf een vertaling op poten te zetten. Zij twijfelden aan het succes en besloten daarom een taal te hanteren die op het taalgebruik van de koran zou alluderen. Toen brak de oorlog uit, en die vertaling kwam er nooit. Zoals prof. Stefan Wild (Univ. Bonn) zijn essay National Socialism in the Arab Near East besluit: ‘There was never a National-Socialist movement of any significance in the Arab world. Before and durign World War II Arab nationalism and National-Socialist Germany were an example of ideological and strategic incompatibility’.

Als je nu antisemitische literatuur in de Arabische wereld aantreft, dan is het niet zo zeer Mein Kampf, maar wel De Protocollen van de Wijzen van Sion, een notoire vervalsing door de Tsaristische geheime politie, antisemitisme uit christelijk-orthodoxe hoek.

De zionisten

Maar er leefden niet alleen moslims en christenen in het Midden-Oosten er was nog een andere, kleine maar niet-onbelangrijke groep, de zionisten. Groot-Brittannië dat na de Eerste Wereldoorlog Palestina bestuurde had immigratie door deze joods-europese beweging gestimuleerd en hen de toestemming gegeven daar een eigen Joods bestuur op te richten, het Jewish Agency. De zionisten ijverden in Palestina voor een eigen, nationale, ‘socialistische’ staat. Rechten van Palestijnen werden genegeerd en alle steun was welkom, niet enkel uit Engeland.

Een deel van de zionistische beweging was niet tevreden met Palestina alleen, zij wilden er Jordanië bij. Beide oevers van de Jordaan was hun slogan. In 1923 hadden zij de Revisionistische beweging opgericht. Zo genoemd omdat zij het programma van de officiële zionisten gaan reviseren, herschrijven. Eind jaren 1920 gaan hun leiders Vladimir Jabotinsky, Abba Achimeir en later Menahem Begin de fascistische toer op. Zij wantrouwen de Britten, en kijken bewonderend naar Mussolini. In hun krant heeft leider Achimeir een vaste rubriek Yomen shel Fascisti, Dagboek van een fascist. De liefde is wederzijds. In 1935 verklaart Benito Mussolini: ‘Als het zionisme wil slagen moet het een Joodse staat stichten, met een Joodse vlag en een Joodse taal. De man die dit echt begrijpt is uw fascistenleider Jabotinsky.’

De ‘socialistische’ zionisten, de huidige Arbeiderspartij, waren dan weer niet vies van contacten met de nazi’s. Wanneer in Duitsland de nazi’s aan de macht komen stelt er zich een probleem voor de Duitse joden. De nazi’s willen de jüden raus. Daarom steunen zij emigratie, umsiedlung naar Palestina. De zionisten sluiten daarover in 1933 met de Nazi’s een samenwerkingsakkoord af dat een transfert van mensen en kapitaal inhoudt. Transfert zeg je in het hebreeuws ha’avara en die akkoorden staan dan ook bekend als de Ha’avara-akkoorden. Zoals Hannah Arendt schrijft in haar boek Eichman in Jerusalem: ‘In de beginjaren van het nazisme interpreteerden de zionisten het aan de macht komen van Hitler vooral als een “beslissende nederlaag van het assimilationisme”. Ook de zionisten geloofden dat “dissimilatie”, gepaard met emigratie naar Palestina een “wederzijds aanvaardbare oplossing'”kon zijn. Zij dachten dan vooral aan jongeren, en hopelijk ook kapitalisten… In die eerste jaren van het nazisme kwam het tot een wederzijds akkoord waar beide partijen tevreden over waren, het Ha’avara- of Transfertakkoord, dat het voor een emigrant mogelijk maakte zijn kapitaal naar Palestina over te hevelen. Het resultaat was dat in de jaren dertig, toen de Amerikaanse joden probeerden een boycot te organiseren van Duitse goederen, Palestina als enige uitzondering, overspoeld werd met producten made in Germany’.

Het Jewish Agnecy richtte zelfs een speciale commissie op die zich met de problemen van de Duitse joden moest bezig houden. Ben Goerion beschreef de commissie zo: ‘Het is niet de taak van de commissie om te ijveren voor de rechten van de joden in Duitsland. De commissie moet zich enkel interesseren voor het probleem van de Duitse joden in zoverre ze naar Palestina kunnen emigreren.’ Net na Kristalnacht verklaarde dezelfde toekomstige premier van Israël: ‘Als men mij voor de keuze plaatst en zegt dat ik alle kinderen in Duitsland kan redden door ze naar Engeland te laten vertrekken, of dat ik maar de helft kan redden door ze naar Eretz Israël te laten komen, dan kies ik voor de tweede mogelijkheid.’

Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden de toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Per immigrant mocht duizend pond cash worden meegenomen, de rest werd gestort in een fonds waarmee men Duitse industriegoederen in Palestina importeerde. Dankzij dit akkoord vormen de Duitse joden nu nog in Israël de supertopklasse. Met dit kapitaal, tien maal groter dan wat de zionisten normaal konden investeren, startten zij de industrie op en bouwden zich riante villawijken in Haifa, Natanya en Nahariya. De toenmalige leider van de Zionistische Wereldorganisatie, Haim Weizman, later president van Israël formuleerde het nog cynischer dan Ben Goerion: ‘Zionisme is het eeuwig leven, en in vergelijking daarmee is het redden van enkele duizenden joden slechts een uitstel van executie die niets oplost.’

Een ander punt van samenwerking was de oprichting van Umschulungslager, trainingskampen voor emigranten naar Palestina. In 1936 beheerden de zionisten er zo’n veertig in Nazi-Duitsland. Vooral de SS steunde de emigratie naar Palestina. Adolf Eichmann zou om de samenwerking vlotter te laten verlopen zelfs undercover naar Palestina trekken. Pas nadat Polen en andere Oost-Europese landen onder de voet waren gelopen veranderde die houding. Toen ging het namelijk niet langer om een half miljoen Duitse joden, maar om miljoenen Oosteuropese joden en daarvoor zocht men een meer radicale endlösung.

Toch gaven sommige zionisten niet op. De revisionisten, die aan de basis lagen van de huidige Likudpartij en Kadima, bleven contact zoeken. De beweging werd toen geleid door de latere premiers Menahem Begin en Yitzhak Shamir,. Begin 1941 doen zij de Nazi’s een “Vorschlag betreffend der Lösung der jüdischen Frage Europas und der aktiven Teilnahme am Kriege an der Seite Deutschlands” waarin ze ook een samenwerking voorstellen tussen het “Deutsche Volk und das Völkisch-Nationale Hebräertum” in het Midden-Oosten.

Huurlingen in Bosnië en Spanje

En dan zijn er de Palestijnen. Een belangrijk leider was toen Amin al Husseini, telg uit een notoire notabele familie. De Husseini’s patroneerden het grootste religieuze feest in Palestina, de bedevaart naar Nabi Musa (Profeet Mozes). Ieder jaar trokken duizenden mensen naar het graf van Mozes dat tussen Jeruzalem en Jericho is gelegen. Ook christenen en inheemse joden namen eraan deel. Honderden families kampeerden dagen bij het Heiligdom en werden er door de Husseini’s van voedsel en onderdak voorzien. Hij zal die jaarlijkse massabijeenkomst gebruiken om aan politiek te doen.

In 1921 stelt hij zich kandidaat voor Groot-Mufti van Jeruzalem, een graad die de Britten uitvinden. De islam kent wel mufti’s (een hogere graad van wetsgeleerde), maar geen Groot-Mufti’s. De verkiezing gebeurde door een raad van religieuze functionarissen. Amin al Husseini haalt niet de meeste voorkeurstemmen, toch benoemt de Britse Hoge Commissaris hem tot Groot-Mufti. Eigenlijk wordt hij dus door de Britten aangesteld. Al Husseini krijgt tevens het voorzitterschap van de Opperste Moslimraad. In 1931 roept hij een Pan-Islamitische Conferentie samen in Jeruzalem die alle moslims op roept om Jeruzalem als derde heilige plaats binnen de islam te verdedigen tegen de zionistische kolonisatie. Veel concreets levert dit niet op.

In 1936 breekt de grote Palestijnse revolte uit, die tot 1939 zal duren, tegen het Brits bestuur en de zionistische kolonisatie. Op dat moment wordt al Husseini langs alle zijden voorbijgestoken door meer radicale, nationalistische en populistische groepen.

De Britse repressie tegen de Palestijnen is enorm. De Britten gebruiken collectieve straffen. Elk dorp dat maar iets met de guerrilla te maken heeft wordt duchtig afgestraft. In juli 1939 is de revolutie dood gebloed. Ze heeft de Palestijnen enorm veel slachtoffers gekost, de hevigste nationalisten en de beste politieke krachten zijn gesneuveld. Amin al Husseini vlucht naar Baghdad. Later trekt hij naar Nazi-Duitsland en hoopt dat de vijand van zijn vijand zijn vriend kan worden. De Nazi’s gebruiken hem om in Bosnië moslim vrijwilligers te rekruteren. Wanneer bij ons in 1941 rechtse dorpspastoors jongeren ronselen voor het Oost-Front trekt Amin al Husseini naar de Balkan en rekruteert er voor de Freiwilligen-Bosnien-Herzegovina Gebirgs Division van de SS. Als nuttige idioot kan hij kanonnenvoer ronselen voor de oorlog in Europa.

Maar er zit nog een andere kant aan dit verhaal:

Aan Arabische kant krijgt de Communistische Internationale meer invloed, en niet alleen in Palestina. Zo kiezen Arabische communisten en linksen partij voor de Republiek tijdens de Spaanse burgeroorlog. Franco lanceerde zijn aanval op de Republiek vanuit de Marokkaanse kolonie, waar hij een groot deel van zijn troepen rekruteerde. Dat waren geen vrijwilligers, maar koloniaal kanonnenvlees. Andere Arabieren streden wel als vrijwilliger. Het is weinig bekend, maar daarom niet minder waar. Zo was de Algerijn Sail Mohamed de politiek verantwoordelijke van de anarchistische Durruti-kolonne. Hij stond niet alleen. André Malraux heeft het in zijn boek l’Espoir over een Jean Belaïdi. Eigenlijk heette de man Mohamed Belaïdi. Eerst werkt die als mecanicien in de Republikeinse luchtmacht, later vliegt hij mee en bedient de boordmitrailleur van een Potez 540. Belaidi zal door Duitse Heinkels worden neergeschoten boven Teruel. Rabah Oussidhum is een oud-strijder van de antikoloniale revolte in het Rif in de jaren 1920. Later wordt hij communist en als kapitein commandeert hij de Ralph Fox-compagnie, een onderdeel van de 14e brigade. Hij sneuvelt op 17 maart 1938 in Rio Guadalupe. De belangrijkste figuur is misschien wel de Palestijn Najati Sidqi. Hij was medestichter van de Palestijnse Communistische Partij en krijgt een opleiding in Moskou. Terug in Palestina werd hij in 1930 door de Engelsen aangehouden voor subversie. Na zijn vrijlating trekt hij naar Spanje en gaat er werken voor de Catalaanse en Spaanse KP. Hij dirigeert er de sectie propaganda en schrijft in Mundo Obrero onder het pseudoniem Mustapha Ibn Jala. Bedoeling is om de koloniale troepen van Franco tot desertie aan te sporen en om de Spaanse linkerzijde ervan te overtuigen dat de strijd tegen fascisme moet samen gaan met de strijd tegen het kolonialisme. Als men in het Rif, waar Franco met geweld zijn troepen rekruteert, een nieuwe antikoloniale revolte kan opstarten, kan men de fascisten van twee kanten bestrijden. Zijn oproep wordt niet gehoord. Zijn grootste tegenstander is Dolores Ibarruri, La Passionaria die de racistische toer opgaat. Zij wil geen bondgenootschap met ‘de Moorse horde, wildebeesten, dronken van sensualiteit, die onze vrouwen en dochters verkrachten’. Ontmoedigd trekt onze Palestijn naar Algerije waar hij probeert een radio op te starten om de Rifbewoners tot desertie aan te zetten. Het lukt niet en La Passionaria verbiedt hem de toegang tot Republikeins Spanje. Hij zal zich dan maar, tot zijn dood in 1979 met de Palestijnse Nationale strijd bezig houden.

Israël en de Amerikaanse Bible Belt tegen de islam

Het thema dat islam gelijk zou staan met nazisme duikt relatief recent op. Midden jaren 1980 bewijst Khomeiny met zijn revolutie dat radicale islamisten niet langer nuttige idioten bleken, maar wel a pain in the ass. De gelijkstelling islam=nazisme dateert van toen. Het initiatief kwam vanuit Israël en de zionistische propaganda, die toen begonnen waren met wat Norman Finkelstein en Gie Vanden Berghe ‘de uitbuiting van de holocaust’ noemen en alle critici van Israël een antisemitisch of nazi-etiket opplakten.

Benjamin Netanyahu, nu leider van de Likud-partij, toen Israëlische ambassadeur in Washington organiseerde daar in 1985 een conferentie, Terrorism: How the West can Win, die resulteerde in een gelijknamig boek. Zelf formuleert hij zijn eigen visie zo: de Arabische en islamitische cultuur heeft een ‘disposition towards unbridled violence’. Of nog: “The root cause of terrorism lies not in grievances but in a disposition toward unbridled violence”. Deelnemers aan de conferentie, en medeauteurs van het boek zijn een rits toenmalige rechts-conservatieve politici, waaronder: Jeane Kirkpatrick, Amerikaans Uno-ambassadrice onder Reagan en ontwerper van de Kirkpatrick-doctrine die inhield dat de VS rechtse en autoritaire dictaturen steunden tegen de ‘vijand’, eerst de communisten, later de islamisten. Verder George Shultz, vader van de Bush-doctrine, die een politiek van preventieve oorlogen voorstaat. Daarnaast namen ook belangrijke Israëli’s eraan deel, zoals Yitzak Rabin, de man die als Israëlisch ambassadeur in de VS er voor zorgde dat het Amerikaanse en Israëlische militair-industrieel complex vanaf de jaren 1970 intensief zijn gaan samenwerken of Moshe Arens, toen minister van defensie, nu rector van de Ariel-universiteit op de bezette Westelijke Jordaanoever. De teneur van de conferentie en van het boek blijkt uit de titels van de bijdragen: Terrorism and Totalitarism, Terrorism and the Islamic World,The International Network, The legal foundations for the War Against Terrorism, etc..

Het thema zal aan belang winnen nadat sommige rechtse academici de redenering overnemen.

Enkele voorbeelden: In 1990 schrijft Malise Ruthven (univ. Aberdeen): ‘Islamic societies seem to have found it particularly hard to institutionalise divergences politically: authoritarian government, not to say Islamo-fascism, is the rule rather than the exception from Marocco to Pakistan’. Wat de professor er niet bij zegt is dat al die dictaturen gesteund worden door de VS.

Norman Podhoretz een neoconservatief die pleitte voor een aanval op Irak, schreef World War IV: The Long Struggle Against Islamofascism.

In 2007 lanceert David Horowitz, een neo-conservatieve academicus en Israël-supporter, een reeks propagandalezingen op meer dan 40 campussen onder de titel Islamofascist Awareness Week. Hij doet dit samen met Campus Watch, een zionistische lobbygroep die alle professoren screent op hun houding tegenover Israël en wie niet voldoet, krijgt een georganiseerde haatcampagne tegen zich.

En zo kan je doorgaan.

Nog eentje, de inspiratiebron van Benno Barnard: Matthias Küntzel, een Duitser die ondermeer verbonden is aan het Vidal Sassoon International Center for the Study of Antisemitism in Jeruzalem. Hij schreef Jihad and Jew-Hatred, Islamism, Nazism and the Roots of 9/11. Hierin stelt hij ondermeer wat Barnard verkondigt ‘Islamism was born not during the 1960s but during the 1930s. Its rise was inspired not by the failure of Nasserism but by the rise of Nazism…’ en daarom moeten wij ‘confront the ideological roots of Islamism – notably the well-documented connection to Nazi Jew-hatred…’ Over de samenwerking tussen de zionisten en de nazi’s weet Benno Barnard blijkbaar niet zoveel en die minimaliseert hij uit de losse pols in een mail (8/2) naar het Centrum voor Islam in Europa (Univ. Gent): ‘…dat de contacten die bestonden tussen de zionisten en het Derde Rijk erop gericht waren zoveel mogelijk Joden te redden, terwijl die gezellige moslimfascisten er natuurlijk zoveel mogelijk over de kling wilden jagen.’ Zou Barnard dat echt menen en vinden dat Ben Goerion en Haim Weizmann (zie hoger) dus geen zionisten waren,

Dit discours vind je tegenwoordig massaal terug bij christelijke zionisten, ondermeer Christians United for Israël, de grootse pro-Israël lobby in de VS. Aan hun conferentie in juli 2007 nam ondermeer deel Clifford May, een van de raadgevers van Condoleeza Rice. Hij stelde tijdens zijn interventie dat Hamas niet is geïnteresseerd in de oprichting van een Palestijnse staat, maar in ‘a greater caliphate that could extend as far as Rome’. Een andere deelnemer, Gal Luft, een gepensionneerd luitenant-colonel had het over de groeiende ‘Muslim domination of the world economy’, en bijna alle participanten schermden met de termen ‘Islamofascists’ en ‘Islamist totalitarianism’ en plaatsten grote vraagtekens bij het bestaan van ‘moderate Muslims’.

Ook deze interventies roepen bij mij referenties op naar het discours van Benno Barnard. Deze zoon van een dominee zit duidelijk in gezelschap dat niet zo seculier is als hij zelf zegt te zijn., maar wel temidden verdedigers van de ‘Joods-christelijke beschaving’ en de Amerikaanse superioriteit. Op basis van de opinies van dit ‘weldenkend’ rechts clubje lanceerde hij zijn ‘Bericht aan weldenkend links’. Mijn oren gaan er van tuiten.

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

Enkele bronnen:

Stefan Wild, National Socialism in the Arab near East between 1933 and 1939, Die Welt des Islams XXV, pp.126-173, Brill, Leiden

Lenni Brenner,Zionism in the age of the Dictators, Croom Helm, Londen 1983

Francis R. Nicosia, The Third Reich and the Palestine Question, J.B Tauris, Londen 1985

Moshe Machover & Mario Offenberg, Zionism and its scarecorws, Khamsin 6, pp.33-59, Londen 1978

Edward Said, The Essential Terrorist, Arab Studies Quaterly IX,2, p p 195-202, Washington

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 54 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook