Over intersectioneel ecofeminisme

Er hangt een bijzondere sfeer in deze herfstlucht. En dat is niet alleen door het coronavirus, maar ook door het utopische virus van het transitiedenkers en -doeners die positieve vibes uitsturen. Dat werkt aanstekelijk én inspirerend. Dat was weer zeer goed voelbaar op de Ecopolis bijeenkomst van 24 oktober in het Brusselse Kaaitheater tijdens een dag vol lezingen, gesprekken, workshops, literatuur en performance met als een van de keynote-sprekers onder meer de economische antropoloog Jason Hickel van ‘Less is more’. De opkomst was zeer goed, de sfeer ook.

Het centrale thema van de dag was ‘Dare to Care’ en dat is een uitdagend en zeer breed thema, want zorg reikt verder dan het strikt medische: het omvat alles wat we doen om de wereld te behouden en te herstellen. Het werd dus een gezamenlijke zoektocht naar de contouren van een maatschappij waarin ‘zorg dragen voor elkaar’ het centrale uitgangspunt  is. Dat roept vragen op, heel veel en heel moeilijke. Wat als we de natuur niet meer zien als grondstof en de mens als concurrent, maar de moed hebben écht te zorgen voor alle mensen, voor elkaar en voor onze planeet? Hoe brengen we die zorg voor elkaar en onze planeet dichter bij elkaar? Kan zorg een nieuw vertrekpunt zijn, gebaseerd op verbondenheid en generositeit? Kan zorg, als emancipatorisch principe, politiek en economie schragen?

Dat waren nu ook exact de vragen waarover een trio van de denktank Oikos zich van te voren had gebogen. Het resultaat ervan is bijeengebracht in een kort maar krachtig essay ‘Voor wie willen we zorgen, ecofeminisme als inspiratiebron’, geschreven door Dirk Holemans, coördinator van Oikos, Philsan Osman, aspirant-schrijfster, activist en community builder en Marie-Monique Franssen, cultureel antropoloog en co-auteur van ‘Het ecologisch kompas’. Over diversiteit in de praktijk gesproken…

Tweede moderniteit en…Pinxten

Het is dus een essay geworden en wel eentje met een vragende en tevens uitnodigende titel. De auteur beschouwen het als een ‘denkoefening’ en dat is een bescheiden manier om een ambitieus project aan te pakken: meedenken aan het vormgeven van een ‘tweede moderniteit’. Is dit dan een afrekening met de ‘eerste’ moderniteit tout court? Neen, de auteurs willen met open vizier de fouten van de eerste erkennen en eruit leren. ‘We koesteren tegelijk de goede zaken die de moderne  samenleving, gestoeld op de Verlichting, ons gebracht heeft: het belang van vrijheid, de kritische rede, de rechtstaat, onderwijs, wetenschap en  techniek, het belang van elk individu.’ (p. 56)

Daarmee zitten de drie auteurs volledig op dezelfde golflengte als de antropoloog en filosoof Rik Pinxten die in zijn laatste boek ‘Humanisme in woelige tijden’ op zijn eigen manier op zoek gaat naar een herijking van het oude humanisme, ‘die onaanraakbare diamant die geslepen werd door Erasmus en tijdgenoten op basis van aanwijzingen die zouden teruggaan op de oude Grieken’. Hoe is het gesteld met het humanisme vandaag? En hoe gaat dat humanisme dan om met de kolonisering en het nog steeds woekerende racisme? Hoe verhoudt het zich tegenover een neoliberale roofideologie met ‘vrije individuen’ in een zogenaamd ‘vrije markt’ die aantoonbaar mee verantwoordelijk is voor mondiale en levensbedreigende problemen? Pinxten doet voorstellen die het oude jasje van het humanisme niet gewoon naar de stomerij brengen, maar grondig hertekenen en van stijl veranderen. Dat doen ook de drie auteurs in dit essay. There is something in the air. Zij pleiten voor een totaal andere zienswijze, met name ‘autonomie in verbondenheid’ en zij verwijzen daarvoor o.a. met veel instemming naar het boek van wijlen Dirk Van Duppen en Johan Hoebeke ‘De supersamenwerker’.

Ontologische ommekeer

 Die totaal andere zienswijze vergt niet meer of niet minder dan een ontologische ommekeer zoals Rik Pinxten het filosofisch benoemt. Het is die ontologie of zijnsleer, de meest fundamentele veronderstellingen over het mensbeeld en over hoe de wereld werkt, die moet  bevraagd worden. Daarom moet er afgestapt worden van het vanzelfsprekende natuur-cultuurdualisme dat ingebakken zit in de westerse traditie. Je weet wel: de mens als de maat van alle dingen, boven en niet in de natuur staande en vanuit die moderniteitsgedachte is er dan ook niets mis met een extractivistische politiek en economie. Zolang andere, niet- westerse tradities die ontologie niet deelden werden ze vaak denigrerend primitief, pre-modern, heidens of onontwikkeld genoemd. Het is ook tegen dit dualistisch, cartesiaans denken dat iemand als Jason Hickel in zijn laatste boek van leer trekt. In hun essay verwijzen de drie auteurs naar inheemse kosmologieën, zoals bij de Navajo’s – het studieterrein van Rik Pinxten! – en ook aanwezig in de Afrikaanse traditie van Ubuntu waarin het holistisch denken – alles heeft met alles te maken – en de eerbiedige manier om met de natuur, ook met dieren en bomen om te gaan, tot de kern van de inheemse ontologie behoort.

Ecofeminisme

Inspiratie om die ontologische ommekeer naar een zorgzame samenleving in de brede betekenis van het woord te kunnen benaderen, vinden zij bij het ecofeminisme dat tevens het eerste hoofdstuk van hun essay is. Zij zien het ecofeminisme, een term gelanceerd in 1974 door de Franse filosofe Françoise d’Eaubonne, in de eerste plaats als een denkkader, als een bril die toelaat kritisch naar de wereld te kijken, waardoor duidelijk wordt dat milieuvernietiging en sociale onderdrukking dezelfde oorsprong hebben. Het ecofeminisme ijvert ervoor ‘de overgang te maken van systemen die het leven ondermijnen en vernietigen naar gezonde, levensbevestigende relaties’. Het behoort tot die emancipatorische bewegingen zoals het feminisme en het socialisme die nu de ecologische dimensie in hun streven hebben opgenomen. Het gaat in wezen over het leggen van die brede dwarsverbindingen tussen oorspronkelijk one issue bewegingen. Dat gaat ook op voor het ecowomanism, een term afkomstig van de zwarte auteur en activiste Alice Walker, die daarmee aangeeft dat de ervaring van zwarte vrouwen niet kan en mag worden  begrepen door de lens van zwartheid of vrouwelijkheid, maar door beide. Dat bevordert het kruispuntdenken of de intersectionaliteit en dat zullen we heel erg nodig hebben in de zoektocht naar een nieuwe betovering van de wereld.

 Simard als andersdenkende

In het tweede en langste hoofdstuk ‘Niemand is zonder zorgen’ gaan zij dieper in op die ontologische ommekeer en als voorbeeld wordt er uitdrukkelijk verwezen naar het inspirerend werk van de Canadese woudecologe Suzanne Simard die met haar boek ‘De moederboom’ aantoont dat het moeilijk maar mogelijk is om vastgeroeste denkbeelden, ook in het wetenschapsbedrijf, te doorbreken. In haar onderzoek verlaat zij de veilige paden van de westerse reductionistische wetenschap en waagt zij zich, als wetenschapper én als vrouw, op het onontgonnen terrein van het complex systems thinking. Systeem denken is de wetenschap die vertrekt van het basisgegeven dat alles samenhangt en op elkaar inspeelt. Zo kijkt Simard niet alleen naar bomen, maar naar het bos en wat er ondergronds allemaal aan samenwerking binnen het ecosysteem gebeurt. Met haar onderzoek stelt zij het dominante paradigma van de wetenschap in vraag en legt zij mee de basis van een andere ziens- en zijnswijze, gebaseerd op verbondenheid. De auteurs verwijzen ook naar het denkwerk van de Franse socioloog en filosoof Bruno Latour die zijn aandeel levert in het uittekenen van een nieuw ecologisch kompas voor de mens.

Dit essay doet wat een essay moet doen : mensen aan het denken zetten … en ook motiveren om de overstap naar het doen te maken. Daarom eindigen de auteurs met een gedachte-experiment. ‘Is het niet motiverend na te gaan wat de slagkracht kan zijn als vakbonden, milieu- en klimaatbewegingen, vrouwenbewegingen en organisaties als Black Lives Matter de handen in elkaar zouden slaan om de bevrijdingsbewegingen van de eenentwintigste eeuw te vormen?’ (p. 94)

Van kruispuntdenken naar samen doen op vele kruispunten van onderuit, dat kan die zorgmaatschappij allicht wat dichter bij de nieuwe maatschappelijke horizon brengen.

 

(1)Rik Pinxten, Humanisme in woelige tijden, Gompel&Svacina, Antwerpen/’s Hertogenbosch, 2021, 178 blz. met een sterk omslagbeeld van kunstenaar Camiel Van Breedam (De laatste dag als het heidens oog vol is) ISBN 9789463713344, https://gompel-svacina.eu/rik-pinxten/

 

 

 

 

Voor wie willen we zorgen? Ecofeminisme als inspiratiebron
Dirk Holemans, Philsan Osman en Marie-Monique Franssen
EPO, Berchem
2021
108 blz
9789462673397
(Visited 200 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).