Over hoe het neoliberale financiële kapitalisme de wereld in de tang houdt

Een gesprek met Fernando Sanchez, directeur bij CEMLA, Centro de Estudio monetarios Latinoamericanos (Centrum voor Latijnsamerikaanse monetaire studies) in México.

Francine Mestrum: Misschien kan het nuttig zijn om vooraleer ons gesprek over Zuid-Amerika en de financiële wereld te beginnen, even uit te leggen wat de plaats van Mexico op dit continent is.

Fernando Sanchez: Mexico staat min of meer los van Zuid-Amerika en is historisch gezien altijd zeer sterk afhankelijk geweest van de Verenigde Staten. Zelfs in de periode waarin Mexico over een zeer grote politieke autonomie leek te beschikken, was het economisch gezien toch sterk verbonden met de VS. De handel van Mexico was vroeger voor ongeveer 70 % met de VS en vandaag, met het vrijhandelsakkoord voor Noord-Amerika (NAFTA) is dat opgelopen tot 90 %.

Het bedrijfsleven heeft uiteraard geen problemen met die afhankelijkheid, maar er ontstaat zo wel een enorme concentratie van rijkdom en een zeer grote sociale ongelijkheid die nog blijft groeien.

De drugshandel die momenteel zoveel beroering verwekt in Mexico en in de wereld, moet als een instrument in die concentratie worden gezien. In feite is het redelijk makkelijk om het probleem op te lossen, maar niemand wil het. Het zou volstaan het bankgeheim op te heffen en de wapenhandel streng te controleren, maar de wapenlobby in de VS wil daar helemaal niets van weten. In Mexico zelf zijn er zowel bij de regering als bij de militairen, in de kerk en in het gerechtelijk apparaat mensen die goed garen spinnen bij de drugshandel. Het is een winstlogica.

FM: In Zuid-Amerika is de situatie verschillend, er zijn allerhande initiatieven, vooral op politiek en op economisch-financieel vlak om aan alternatieven te werken. Ik denk aan Unasur, Alba, de Banco del Sur, enz. Bestaat er werkelijk een bereidheid om een einde te maken aan de grote afhankelijkheid van het continent?

FS: Ik denk dat er werkelijk een wil is om te breken met het neoliberalisme. Verschillende regeringen, de ene al wat enthousiaster dan de ander, werken aan mechanismen om de landen van de regio een mogelijkheid te bieden om zelf te beslissen over de overschotten die er zijn.

Want dat is ook precies de bedoeling: uitvinden welke mechanismen er nodig zijn om de overschotten nuttig te kunnen gebruiken voor ontwikkeling en voor de samenleving. Want op dit ogenblik zijn er heel belangrijke inkomsten door de export van natuurlijke rijkdommen.

Eén van de problemen om die middelen op een andere manier te kunnen gebruiken is precies de bestaande institutionele context, of die middelen nu uit export of uit investeringen komen. De liquiditeit is trouwens enorm toegenomen door investeringen in de financiële sector. Die middelen worden omgezet in de nationale munt, via de filter van de nationale bank. En die maakt er een nationale reserve van. Als de politieke verantwoordelijken dat geld willen gebruiken, botsen ze op de macht van de centrale bank om te beslissen hoe of wat er kan. De centrale banken willen de inflatie tegen gaan en dus vermijden dat er teveel geldmiddelen op de markt komen, maar op die manier worden de middelen helemaal niet gebruikt en zijn ze zinloos. Reserves zijn namelijk heel duur omdat ze tegen erg lage intresten worden geïnvesteerd. Tegelijkertijd maakt de overheid schulden en de centrale bank geeft schuldcertificaten uit waar wel een hoge rente op betaald moet worden.

Er worden dus erg mooie winsten gemaakt. De reserve brengt bijna niets op, maar de schuldcertificaten brengen een hoge rente op en worden op de internationale kapitaalmarkt geplaatst. Terwijl de reële economie die produceert en banen kan creëren, geen gebruik kan maken van dat kapitaal. Op die manier ontstaat er een enorme concentratie van rijkdom.

De interessante initiatieven die in Zuid-Amerika genomen worden zullen botsen op die financiële dynamiek. Het is een logica die erg moeilijk te doorbreken valt. Er zijn nu al verschillende instellingen die de ontwikkeling kunnen financieren, maar zolang de regeringen de middelen niet kunnen aanwenden zonder te botsen met de centrale bank, omdat die bang is inflatie te veroorzaken, wordt het erg moeilijk.

Het ogenblik om aan alternatieven te denken is momenteel erg gunstig. Want de crisis heeft duidelijk een bevraging van de dominante economische logica met zich gebracht. Stiglitz b.v.voert een harde strijd tegen het Europese beleid om monetaire expansie tegen te gaan, in naam van de inflatiebestrijding, met daarbovenop de waanzin om de overheidstekorten maximaal te beperken en dat zelfs in de grondwet te willen inschrijven. Uiteraard spelen Sarkozy en Merkel daarin een grote rol, maar het is bijzonder erg.

FM: Is inflatiebestrijding dan geen geldig argument?

FS: Kijk, er was in de jaren ’70 al een belangrijk debat tussen economen, op het ogenblik dat het monetarisme aan het doorbreken was. De orthodoxen wilden regels om ervoor te zorgen dat voor elke monetaire expansie er een tegenwaarde in deviezen aanwezig was. Dat is toen mislukt omdat de crisis het onmogelijk maakte.

In de jaren ’80 is het idee echter opnieuw opgedoken. En wat men nu wil bereiken gaat nog verder. Men wil in de grondwet laten inschrijven dat er geen overheidstekort mag zijn! Op die manier worden regeringen met handen en voeten gebonden, en kunnen ze niet langer vrij over hun middelen beschikken.

Er zit een fundamentele logica achter. De totale vraag is Verbruik +Investering + overheidsuitgaven. Je kan de bestaande middelen op verschillende manieren gebruiken, maar de neoliberale logica wil dat de totale vraag beperkt moet blijven. Men gaat ervan uit dat inflatie altijd een monetair fenomeen is en een gevolg van een onevenwicht tussen aanbod en vraag. Maar dat hoeft niet altijd een té grote vraag te zijn, het kan ook een te klein aanbod zijn. Als je nu de vraag gaat beperken op een ogenblik dat eigenlijk het aanbod onvoldoende is, zal de vraag nog dalen en bijgevolg het aanbod ook verder dalen. En zo kom je in een negatieve spiraal terecht waarin de economie gaat krimpen. Daarmee los je het probleem dus niet op, en de klemtoon op inflatie is dan ook grondig fout.

FM: Dat zouden economen toch moeten weten?

Uiteraard, maar als ze nu ook een verankering in de grondwet vragen van die principes, dan is het omdat er andere belangen achter schuil gaan.

Het punt is dat de meeste monetaire overschotten over de hele wereld vandaag worden omgezet in dollar, in feite de mondiale munt.

Het zijn de Verenigde Staten die te veel dollars uitgeven, waardoor ze in feite een enorme wereldwijde inflatie veroorzaken. Je moet je daarom afvragen, in de logica van het financiële kapitalisme, waarvoor je al die middelen gaat gebruiken.

Het financiële kapitaal is nu belangrijker dan het productieve kapitaal en zelfs belangrijker dan de behoeften van de samenleving. Er is een conflict ontstaan over wie over het geld mag beslissen en wie het mag gebruiken. De financiële sector heeft gesteld: ik gebruik het en alle anderen via mij.

Als de centrale bank nationale munt uitgeeft, deviezen koopt en in de reserve stopt en tegelijk schuldcertificaten van de overheid gebruikt om de nationale munt op te zuigen en er eveneens deviezen mee te kopen, dan is er erg veel kapitaal dat nooit in de reële economie terecht komt. De financiële sector krijgt alles.

Een ander probleem is dat die reserve al lang niet meer dient om te import te financieren en om de economie draaiende te houden, maar wel voor de investeerders. Het kapitaalverkeer is vrij, het kapitaal komt en gaat en daarom moet de centrale bank het in voorraad houden voor als het wil vertrekken.

Het is een perverse logica.

In plaats van de stabiliteit te waarborgen en geld ter beschikking te stellen van de sectoren die banen en inkomen kunnen creëren, zijn het de speculanten die mogen beslissen wanneer en hoeveel kapitaal ze nodig hebben. Het is de logica die door het IMF en andere financiële instellingen gepromoot wordt.

Als U dan wil verbruiken is er geen probleem, want je krijgt een credit card. Het bedrijf dat de credit card uitgeeft strijkt een commissie op van het bedrijf waar U bij koopt. En U betaalt voor het recht de kaart te mogen gebruiken… Zo zie je hoe de hele samenleving uiteindelijk in de financiële logica terecht komt.

En wat het uiteindelijk betekent is dat de financiële wereld erg machtig is geworden en de wereld regeert, de hele economie functioneert volgens die logica.

Vroeger werd de omvang van de reserves bepaald aan de hand van de import. Vandaag is dat niet langer nodig, want wat “nodig” is houdt enkel verband met criteria van financiële stabiliteit. Wat is dan veel en wat is dan weinig?

De financiële wereld kan vandaag de sterkste economieën aanvallen, na Spanje werd een waarschuwing gestuurd naar Frankrijk. De boodschap was: niemand houdt ons tegen.

Het zijn uiteindelijk de Verenigde Staten die het best hun belangen kunnen verdedigen, ze hebben er ook de militaire macht voor. Ze werken volgens de logica van de Federal Reserve, het IMF, de Wereldbank.

FM: Het is een nieuw soort ‘Washington Consensus’?

Precies, dat is het.

En het enige wat Zuid-Amerika probeert te doen is aan die logica ontsnappen. Ook in Azië probeert men met het Chiang Mai initiatief regionale beslissingsmacht te ontwikkelen, met monetaire samenwerking en een wisselkoersbeleid.

FM: Zal de Banco del Sur volstaan om aan die logica te ontsnappen?

FS: Dat is de grote vraag. Het zou een soort ontwikkelingsbank moeten worden, een alternatief voor de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank die erg neoliberaal is.

De Banco del Sur zou ontwikkelingsprojecten moeten kunnen financieren tegen een redelijke en betaalbare interest, zodat de projecten in kwestie nog altijd winstgevend kunnen zijn.

Het tweede punt is dat van de voorwaarden, want leningen worden nooit zonder voorwaarden gegeven, een bank is geen liefdadigheidsinstelling. Maar nogmaals, die voorwaarden mogen de levensvatbaarheid en het succes van het project niet in de weg staan.

De Banco del Sur functioneert nog steeds niet en heeft heel wat problemen om vaste voet aan grond te krijgen. De belangrijkste financier is Brazilië. Zelfs mocht de regering willen meestappen in de gewenste logica, dan nog is er een parlement dat druk uitoefent. Brazilië heeft een eigen ontwikkelingsbank die op zich groot genoeg is om geheel Zuid-Amerika te bedienen. Dus als de initiatiefnemers van de Banco del Sur stellen dat alles egalitair moet gebeuren, dan zijn er voldoende krachten in Brazilië om er op te wijzen dat de kapitaalinbreng helemaal niet egalitair is. Het is dus moeilijk om goede spelregels af te spreken.

FM: Er is nog een tweede interessant project in Zuid-Amerika, de ‘Sucre’

FS: Jawel, maar de Sucre wordt nog niet echt veel gebruikt. De ‘Sucre’ kan niet vergeleken worden met de euro, het wordt geen gemeenschappelijke munt, maar wel een ‘rekeneenheid’, een betaalmiddel en een middel voor gemeenschappelijke reserves. Als dat echt tot stand komt zou dat zeker kunnen helpen.

Het feit is dat de dollar geen soliede basis meer heeft om als wereldmunt te functioneren. Maar alle natuurlijke hulpbronnen worden wel in dollar geprijsd. Wie grondstoffen verkoopt, heeft dus reserves in dollar en wie grondstoffen wil kopen moet in dollar betalen. Er is heel veel druk van de VS om dat systeem te handhaven.

Saddam Hussein wilde wat anders, en vanuit financieel oogpunt had hij ook gelijk. Er werd aan de Opec voorgesteld om olie in een soliede alternatief te prijzen, en het enige alternatief was de Euro.

Het gevolg was een invasie en vandaag een bedreiging aan het adres van Ahmadinejad in Iran. Men wil ervoor zorgen dat zoiets nooit meer opnieuw kan gebeuren.

FM: Zegt U nu dat er een verband is tussen de Euro en de Dollar?

Jazeker, want er is gebleken dat die maatregelen nog niet voldoende zijn.

Men is doodsbang van elk alternatief dat de dollar kan bedreigen, en het enige echte alternatief is de euro. Migratie naar de euro is het enige wat de dollar kan doen vallen.

Natuurlijk heeft de crisis van de euro ook te maken met interne problemen van de Europese economieën, maar het grootste probleem komt van de speculatie. De redenering is : als één munt valt stijgt de andere munt in waarde, want de wisselkoers is een relatieve prijs. Men speculeert tégen de euro om de dollar op peil te houden.

Nogmaals, de Verenigde Staten zijn het land dat de belangen van het financieel kapitalisme het best ondersteunt en de speculatieve aanvallen dan ook geen probleem vindt. De City en New York moeten de financiële hoofdsteden blijven.

Er is wel een politiek dilemma, en dat geldt vooral voor progressieve politieke krachten in Europa. Want hoe kunnen zij de euro verdedigen? Enerzijds is de Europese Unie de jongste tijd in een neoliberale logica terecht gekomen, anderzijds moet men er rekening mee houden dat er ook andere vormen van sociale strijd zijn. De financiële logica is overwegend, maar niet alles kan er aan opgeofferd worden. Niet iedereen wil en kan wachten op de grote strijd tegen het financiële kapitaal.

FM: Is er dan méér ruimte in Latijns-Amerika om aan alternatieven te werken?

FS: In Latijns-Amerika wordt er een erg interessante inspanning geleverd om ook andere problemen aan te pakken. Er is heel wat kritiek op het productivisme, het extractivisme, enz.

Evo Morales in Bolivië b.v. staat voor moeilijke keuzen. Er is enerzijds het financiële kapitaal dat moet aangepakt worden, en daarvoor wordt gewerkt aan de initiatieven die daarnet werden vermeld, anderzijds is er het vraagstuk van de natuurlijke hulpbronnen. Morales is geobsedeerd door een industriële logica, en volgens mij zit hij daar fout. De toekomst van de mensheid kan onmogelijk in de industrialisering liggen. Ook de industriële economie is vandaag in crisis. We zitten echt in de laatste cyclus van de kapitalistische expansie.

De vraag is hoe je dat moet analyseren en hoe je die twee problemen, het productivisme en het financiele kapitalisme in één programma met elkaar kan verbinden.

We zitten vandaag niet in een crisis op korte of middellange termijn, maar in een systeemcrisis van het kapitalisme. En de logica van de accumulatie is vandaag de financiële economie.

FM: Wat denkt U van het verzet dat in zowat alle Europese landen op gang komt?

FS: Als ik kijk naar wat er in Spanje gebeurt, dan zie ik dat het vooral geen arbeiders zijn die op straat komen. Het zijn jonge mensen van vooral de middenklasse en wat zij willen is meer democratie en een goede verzorgingsstaat. Zij vragen geen systeemverandering.

De vraag die ik dan stel is of het kapitalismewel een stap terug kan zetten. Of er opnieuw volwaardige verzorgingsstaten kunnen komen? Ik heb geen elementen om daarover te oordelen. Wat ik wel weet, is dat het zeer moeilijk zal zijn om het financieel kapitaal te temmen. Financiële middelen zouden ter beschikking moeten staan van de regeringen, in dienst van de productie. Het zal erg moeilijk zijn om die logica weer op te dringen.

Het is wel interessant om vast te stellen dat in de VS, de militair gezien sterkste staat die ook volledig de financiële logica volgt, er toch politici zijn die de ‘Glass-Steagall Act’ opnieuw willen invoeren. Dat betekent dat er op hoog niveau toch mensen zijn die de hele financiële liberalisering van de jaren ’80 en ’90 willen terugdraaien. Men beseft blijkbaar dat de financiële logica het kapitalisme ook kan vernietigen.

Ik moet vaak denken aan dat boek van Susan George, ‘The Lugano Report’ waarin zij zeer precies heeft uitgelegd hoe machtige mensen samen komen en afspraken maken over hoe de wereld moet evolueren om het kapitalisme te handhaven. Wat zij beschrijft is erg juist gebleken.

Maar om echt iets te veranderen moet je de materiële basis van het financieel kapitalisme breken, pas dan kan je tot andere machtsverhoudingen komen.

FM: Kan je stellen dat het kapitalisme op dit ogenblik door twee afzonderlijke krachten wordt bedreigd? Enerzijds de ecologische crisis, anderzijds de financiële sector?

FS: Absoluut. Daar draait het om.

FM: Ziet U ook oplossingen?

We moeten opletten om niet in de val te lopen en ook sociale bewegingen niet in de val te laten lopen. Er is de leninistische logica die stelt dat je moet zien of je revolutionaire krachten voldoende ontwikkeld zijn. Zo ja, dan ga je vooruit met de revolutie, zo niet, dan moet je verder aan die krachten bouwen.

De vraag is volgens mij niet te weten of het kapitalisme een toekomst heeft.

Kijk naar de praktijk en naar wat heel veel groepen aan het doen zijn op lokaal vlak. Zij doen veel meer dan zorgen voor hun overleven, ze doen ook aan zelfbestuur. Via die weg kan je ook machtsverhoudingen veranderen, niet door de macht te nemen maar door een andere macht op te bouwen en een andere dynamiek te creëren.

Ook onze democratie beantwoordt niet langer aan wat we nodig hebben, we zullen opnieuw moeten nadenken over de staat. De linkerzijde in Latijn-Amerika is daar alvast mee bezig.

Wie weet of een grote crisis zoals die van de jaren ’30, geen moment zou kunnen zijn om mensen aan het denken te zetten, om te beseffen dat teveel teveel kan zijn. Hoewel in Europa de kans op verrechtsing en nog meer vreemdelingenhaat erg groot is.

FM: U hecht zeer veel belang aan de hegemonie van de VS. Maar kan de militaire hegemonie wel blijven bestaan als de dollar en de economie in het algemeen blijvend verzwakken?

Elke schaduw die over de dollar wordt geworpen, wordt meteen tegengegaan met een speculatieve aanval van het financieel kapitaal. Daar dienen de Warren Buffets en anderen voor. Ook de communicatiemedia spelen zeer handig mee in dat spel. Zij zijn het die stellen dat de euro zwak is en misschien wel gaat verdwijnen. Mensen doen hun euro’s dan van de hand en gaan dollars kopen… Op die manier wordt het ook een psychologisch spel. En er heerst natuurlijk een kuddegeest op de beurs. Een hegemonie in stand houden is erg duur, maar raketten zijn er niet altijd voor nodig, Soros lanceert wel een speculatieve aanval … Zolang de VS dat systeem kunnen volhouden, blijft die dynamiek ook spelen.

Men is dus bezig met tijd te winnen, en de vraag is dan: waarvoor? Want wat ze niet kunnen veranderen is de materiële basis van hun economische crisis. Enig strategisch denken valt er niet achter te bespeuren.

De logica zou kunnen zijn dat men het vooral op de energievoorraden heeft gemunt. Iedereen weet dat de olievoorraad langzaam opgeraakt en dat we alsmaar meer in een periode van transitie terecht komen. Maar we weten nog niet waar dit ons zal brengen.

Uiteraard wordt die transitie het best gecontroleerd door wie ook alle voorraden controleert. Het is daar dat de nieuwe machtsstrijd zal liggen. En vandaar dat ook de economische cyclus van alle eventuele en echte rivalen in het oog wordt gehouden.

China voert op dit ogenblik een vrij verstandig beleid om elke politieke crisis te vermijden. Want op zich zou China verder kunnen met enkel zijn interne markt, die is groot genoeg. Ze werken daar ook aan, maar niet voor de volle honderd procent. Ze blijven investeren in Afrika, vooral om zich van grondstoffen te verzekeren en niet afhankelijk te worden van de VS. Hun dollarreserves zijn echter wel kleiner geworden, niet meer dan de helft is nog in dollar belegd.

De grote vraag die we moeten stellen is hoelang een dergelijke logica en een dergelijke strijd om de macht nog verder kunnen gevoerd worden in een context van vrede?

(Uitpers nr. 135, 13de jg., oktober 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 50 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming.

zie ook