Over de Turkse misdaden geen woord


Voor het internationaal recht, meer bepaald het Handvest van de Verenigde Naties, is de territoriale integriteit van een staat een heilig principe. In theorie althans. We hebben intussen voldoende voorbeelden gezien die de relativiteit van dat principe aantonen. Getuige de Amerikaanse-Britse raids tegen Irak, de Amerikaanse bombardementen op Soedan en Afghanistan en de NAVO-oorlog tegen Joegoslavië. Telkens ontbrak er een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Grootmachten hebben het voordeel om het internationaal recht naar eigen goeddunken te interpreteren of er zich gewoon niets van aan te trekken. In bepaalde regio???s kunnen regionale machten rekenen op hun steun olm op gelijkaardige wijze te handelen. Israël negeert al jaren een aantal resoluties. Het kan dat doen omdat het op de onvoorwaardelijke steun kan rekenen van de VS. Hoe het ook zij, in de VN is daarover al heel wat gebakkeleid en niet zelden ging dat met harde woorden gepaard. Voldoende voer ook voor de! media. In elk geval staat het conflict tussen Palestijnen en Israël al decennia lang boven aan de politieke agenda. Eigenaardig genoeg ontbreekt op dat vlak, de aandacht volledig voor die andere regionale macht, Turkije.

Sinds het einde van de Golfoorlog maakt het Turkse leger er de gewoonte van om met de regelmaat van de klok Noord-Irak binnen te ???wandelen???. De frequentie van deze invasies is danig opgelopen dat het erop neerkomt dat Turkije er een permanente ???veiligheidszone??? heeft geïnstalleerd.

Gelijkaardige militaire operaties door Israël in Zuid-Libanon – en niet te vergeten de grote opkuisoperatie tegen de Palestijnen in Libanon in de jaren tachtig – haalden moeiteloos de voorpagina???s van de pers en kregen grote politieke aandacht op de internationale scène. Niet zo echter voor Turkije. Nochtans zijn er heel wat parallellen te trekken tussen de conflicten waarin beide landen betrokken zijn. Israël ligt al jaren overhoop met de Palestijnen, Turkije met de Koerden. Palestijnen en Koerden eisen beide hun rechten als volk op. Israël en Turkije beschikken beide over een enorme militaire capaciteit aan de rand van immense oliegebieden. Het leger weegt in beide landen zwaar op de politiek en kan daarvoor rekenen op de steun van de VS. Ankara en Tel Aviv roepen beide het recht op zelfverdediging in ook al moeten daarvoor territoriale grenzen sneuvelen. En last but not least: telkens wordt de voorkeur gegeven aan een militaire aanpak van het conflict.

Hoe komt het dan dat het ene dossier wel en het ander niet de nodige aandacht krijgt? In het geval van Israël heeft in elk geval de druk die de Arabische naties hebben uitgevoerd een belangrijke rol gespeeld. Niet dat de VS in het geval van Libanon veel moeite hebben gedaan om Israël uit het zuiden van het land weg te krijgen. Maar om de Arabische landen, vooral zij die deelnamen aan de Golfoorlog, te vriend te houden was een actieve politiek van de VS rond de heikele dossiers (Golanhoogte, Palestijnen, Zuid-Libanon) een noodzaak. Het westen is immers zwaar afhankelijk van de olietoevoer uit het Midden-Oosten. Dat heeft de recente oliecrisis nog maar eens pijnlijk duidelijk gemaakt. Wat niet betekent dat de VS kosten noch moeite spaart om zijn beschermeling in de watten te leggen.

Rond Noord-Irak ligt dat anders. Het komt de VS nogal goed uit dat het Turkse leger regelmatig zijn tanden laat zien. Het doel van de VS is om Saddam Hoessein uit het zadel te lichten. De Turkse invasies passen in die politiek. Niet alleen omdat ze het Irakese regime behoorlijk op stang jagen, maar ook omdat Turkije op die manier mee ingeschakeld wordt in het militaire blok dat bestaat uit Israël, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Het is immers vanop de Turkse luchtmachtbasis Incirlik dat Britse en Amerikaanse vliegtuigen hun patrouille- en bombardementsvluchten uitvoeren boven Irak. Washington is als de dood voor een afsplitsing van Noord-Irak in een onafhankelijke Koerdische staat. Dat zou immers destabiliserend werken voor NAVO-bondgenoot Turkije, waar een kwart van de bevolking uit Koerden bestaat. Het land vormt een belangrijke bruggenhoofd van de VS voor de controle van de oliedistributie uit de Kaukasus, en het Midden-Oosten. Daarom ook dat de VS resoluut voor een pijpleiding door Turkije kozen ten koste van een Iraans en Russisch traject. Daarnaast moet Turkije samen met Israël, waarmee sinds 1996 intensief wordt samengewerkt op militair vlak, garanderen dat naast Irak, ook Iran en eventueel Syrië in bedwang worden gehouden.

De Koerden hebben daarenboven pech dat ze niet, zoals de Palestijnen, kunnen rekenen op de solidariteit van andere staten in de regio. Meer nog. De Koerden, waarvan het gros, behalve Turkije te vinden is in Iran, Irak en Syrië, zijn de speelbal van de regionale ambities van de staten waarbinnen ze vertoeven.

De Turkse invasies zijn jaarlijkse kost. Dit jaar is het Turkse leger al minstens vier keer Noord-Irak binnengevallen. Het Turkse leger jaagt in Noord-Irak op de PKK, die zich sinds de gevangenneming van leider Abdullah Öcalan volledig uit Turkije heeft teruggetrokken. Met dit gebaar wilde de guerrilla-organisatie duidelijk maken dat het menens is met de oproepen van Öcalan om eindelijk een begin te maken van het vredesproces in de regio. Maar het Turkse leger, dat via de Nationale Veiligheidsraad (MGK) achter de schermen de eigenlijke regering vormt in Turkije, blijft doof voor de gestes van de PKK. De macht van het Turkse leger is immers grotendeels gegrondvest op het bestaan van een externe (of interne) vijand. De oorlog rechtvaardigt de immense militaire uitgaven en het op hoge toeren draaien van de militaire industrie waarbinnen de militairen lucratieve sleutelposten bezetten.

De Turkse invasies gaan steevast gepaard met groot machtsvertoon. Begin dit voorjaar bijvoorbeeld drongen minstens 7.000 Turkse manschappen Noord-Irak binnen met luchtsteun van F-16 straaljagers en inzet van de in de VS aangekochte Cobra-helicopters alsook allerlei artilleriestukken en pantservoertuigen. Het Turkse leger doet daarbij beroep op ‘dorpswachters’ – goed betaalde collaborateurs van het Turkse regime – die als gids fungeren. Daarnaast kunnen de Turken meestal nog eens rekenen op de Peshmergas van Barzani (KDP), de Koerdische conservatieve leider die de helft van Noord-Irak controleert. Deze laatste steunt het Turkse leger, omdat de aanwezigheid van de PKK een militaire maar ook politieke en economische dreiging is voor zijn eigen positie. Barzani strijkt immers massaal veel geld op met de smokkel van Irakese olie richting Turkije.

In de strijd tegen de PKK schuwt het leger ook niet de inzet van de meest gruwelijke wapens. Zo werden op 11 mei 1999 chemische wapens ingezet tegen PKK-strijders nabij het Turks-Koerdische Balikay in het district Silopi/Sirnak. Daarbij kwamen 20 PKK-guerrillastrijders om het leven. Hoewel de hulzen met restanten van chemische stoffen voldoende bewijsmateriaal opleverden, bleef internationale reactie uit. Nochtans is op 29 april 1997 een verdrag op het verbod van Chemische wapens in werking getreden. Bovendien heeft Turkije dat verdrag ondertekend. Toen het Europees Parlementslid Bart Staes in maart van dit jaar over de zaak interpelleerde werd hij met een kluitje in het riet gestuurd. Het parlementslid, zo luidde het antwoord, bevond zich op het verkeerde adres en moest zich tot de bevoegde instellingen wenden. Nochtans wezen berichten erop dat Duitsland wel eens de leverancier van de chemische stoffen kon zijn. In de media werd er amper over bericht.

In de zomer van dit jaar weer die verdachte stilte. Ditmaal betrof het een Turks bombardement in de Lolanregio in Noord-Irak tijdens een zoveelste invasie. Napalmbommen maakten er minstens veertig burgerslachtoffers en meer dan 50 gewonden. De meesten waren vrouwen en kinderen. Van de zijde van de westerse regeringen was er opnieuw weinig protest te horen. Opnieuw die verdachte windstilte in de media. Tekenend, omdat voor het eerst ook de Turkse oppositiepartijen en zelfs één regeringspartij zich roerden. Zij keurden de ???slachtpartij??? in scherpe bewoordingen af en spraken van een sabotage van het vredesproces. Bovendien liet ook het Europees Parlement, voor die ene keer, van zich horen. Op 19 september stemde het een resolutie, met daarin een duidelijke veroordeling van de Turkse invasies. In de media was de berichtgeving karig of zelfs afwezig. Er waren nochtans persberichten door het internationaal Agentschap AFP, maar blijkbaar getroostte zich geen enkele journalist de moeite om zijn of haar tanden in het dossier te zetten.

Een Turkse regering geleid door Slobodan Milosevic of Saddam Hoessein, zou al lang een bommenregen op haar dak gekregen hebben. De media zouden militante oproepen lanceren om het ???monsterachtige regime??? een lesje te leren. In naam van de mensenrechten uiteraard.

Het Turkse leger heeft met westerse wapens lelijk huisgehouden in de Koerdische regio. Miljoenen Koerden werden uit hun huizen gedreven. Enkele duizenden dorpen verdwenen van de landkaart. Het geweld zorgde voor 40.000 slachtoffers, waaronder heel wat burgers. Nooit werd het Turkse leger en de contra-guerrilla een vingerbreed in de weg gelegd. Nooit vonden we de grote koppen op de voorpagina???s van onze pers. De verantwoordelijken voor dit gruwelijk geweld lopen vrij rond, meer nog, krijgen de rode loper uitgerold bij hun bezoekjes in de EU.

Turkije is formeel kandidaat-lid van de Europese club. Er loopt al een douane-unie akkoord. Dat zegt veel over de EU. Het kandidaat-lidmaatschap van de EU werd overeengekomen met een regime waarin extreem-rechts comfortabel zetelt en dat ongestraft een stuk vreemd territorium bezet houdt. De ???internationale gemeenschap??? heeft al voor minder een strafexpeditie uitgevoerd.

(Uitpers, oktober 2000)

Visited 3 Times, 1 Visit today

Tags :
Over