Over de terugtrekking van de VN-troepen uit Congo

Sinds november vorig jaar vraagt de Congolese regering een kalender voor de terugtrekking van de Monuc. Is het onbegrip en de verontwaardiging hierover bij vele ngo’s en westerse Congo-specialisten wel gerechtvaardigd? Concreet vroeg de Congolese regering dat de VN-Veiligheidsraad voor juni 2010 een kalender zou goedkeuren voor de terugtrekking van de Monuc-troepen met als einddatum 31 augustus 2011.

Dat veroorzaakte heel wat commotie bij de Monuc, in ngo-middens en in onze media. Maar is er echt geen begrip op te brengen voor de vraag van de Congolese regering?

De Monuc staat voor ‘Mission de l’Organisation des Nations Unies en République Démocratique du Congo’ (missie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo). Het mandaat van de Monuc werd slechts goedgekeurd in november 1999, één jaar en drie maanden na het begin van de agressieoorlog tegen Congo door de legers van Rwanda en Oeganda. Voor de VS en Europa, die in de VN-Veiligheidsraad het hoge woord voeren als het over Congo gaat, was er nooit sprake van een agressieoorlog. Aldo Ajello, speciaal gezant van de Europese Unie voor de Grote Meren, gaf zelfs openlijk toe dat de westerse diplomatie indertijd alle sympathie had voor de aanval door Rwanda en Oeganda om de simpele reden dat men in die middens de toenmalige Congolese president Laurent Kabila wilde weg krijgen. (1) In juni 2000 groeide het aantal VN-soldaten aan tot 2600 man en kregen ze tevens een mandaat om corridors te bemannen tussen de vechtende legers. Naarmate de inter-Congolese dialoog vorderde schoot hun aantal verder de hoogte in: tot 8000 in 2002, 16.000 in 2004 tot 20.000 vandaag.

Beperkt mandaat

Waar hun mandaat aanvankelijk beperkt bleef tot vredeshandhaving, werd het pas vanaf 2007 uitgebreid met de opdracht burgers desnoods met geweld te beschermen.

De belangrijkste realisaties van de Monuc zijn ongetwijfeld radio Okapi en de luchtvloot (de Monuc wordt ook wel eens de belangrijkste luchtvaartmaatschappij van Congo genoemd). Met 200 mensen en een jaarlijks budget van 4,5 miljoen dollar, zorgt radio Okapi voor een nationale en internationale berichtgeving die de meeste Congolese steden bereikt. Met iets meer dan één vijfde van haar volledige budget, zorgt de Monuc met haar luchtvloot voor transport in een enorm uitgestrekt gebied.

De grootste tekortkoming van de Monuc gaat echter over haar core-business: vredeshandhaving en bescherming van ongewapende burgers. Natuurlijk zijn de echte verantwoordelijken voor de oorlog de agressors die gebruikmaken van de zwakke Congolese staat om oorlogsmisdaden te begaan en dikwijls ongewapende burgers te vermoorden. Maar voor vele Congolezen lijkt de militaire activiteit van de Monuc vooral beperkt tot het tellen van de lijken na de moordpartijen. Gebonden door haar beperkte mandaat moest de Monuc inderdaad machteloos toezien bij slachtpartijen zoals in Bunia 2003 en tijdens de bezetting van Bukavu door de milities van Nkunda en Mutebuzi, gesteund door het Rwandese leger, in 2004.

Tekortgeschoten

Maar zelfs nadat de Monuc via resolutie 1756, gestemd in de VN-Veiligheidsraad op 15 mei 2007, de uitdrukkelijke opdracht kreeg om burgers desnoods met geweld te beschermen, schoten de blauwhelmen op belangrijke momenten tekort. Op 5 november 2008 vond bijvoorbeeld een massamoord op burgers plaats in Kiwanja in Noord-Kivu. In een rapport van de Monuc over deze moordpartij geeft de organisatie toe dat de haar manschappen ter plaatse geen Frans verstonden en niet begrepen wat de vluchtelingen nabij hun kamp hen toeschreeuwden. Naar schatting werden er 150 à 160 ongewapende burgers afgemaakt door de troepen van Nkunda in Kiwanja. (2)

Toen Kinshasa na de recente agressie in Mbandaka, de hoofdstad van de provincie Equateur, de Monuc verweet “naar de moord van een burger te hebben gekeken als naar een voetbalmatch”, steeg de verontwaardiging bij de Monuc ten top. Maar de Congolese regering bleef bij haar beschuldiging en eiste een onderzoek. Tevens vroeg ze dat Allan Doss, de Britse speciaal gezant van de VN-Secretaris-Generaal en hoofd van de Monuc, zou vervangen worden door iemand die niet zo “neerbuigend” zou doen ten aanzien van de Congolese overheid. (3)

Monsterbudget voor mini-resultaat

Het jaarlijks budget van de Monuc bedroeg de voorbije jaren tussen de 1 en de 1,5 miljard dollar. Dit werkjaar voorziet het budget van de Monuc niet minder dan 550 miljoen dollar voor militaire activiteiten van haar 20.000 manschappen. (4) Ter vergelijking : het defensiebudget van de Congolese regering bedraagt dit jaar 230 miljoen dollar voor een leger dat geschat kan worden op 150.000. De International Crisis Group gaf in 2006 zelfs toe dat een chauffeur van de Monuc een loon heeft van 600 dollar terwijl een hoge officier in het Congolese leger officieel een loon had van 50 dollar. (5)

De Franse generaal op rust, Jean-Phillipe Ganascia, werd recent ingehuurd als militair expert om de capaciteit van de Monuc te bevestigen door een ngo die pleit voor een verlenging van het mandaat van de organisatie. Zijn bezoek draaide echter uit op een zeer negatief oordeel. “De Monuc zou veel beter kunnen doen met de middelen waarover ze beschikt, haar 18 helikopters zouden bijvoorbeeld voor een sterkere aanwezigheid kunnen zorgen”. Ganascia verbleef gedurende een week op een vooruitgeschoven post van de Monuc en constateerde dat gedurende die hele week niet één van die helikopters was opgestegen. Hij stelde tevens vast dat er geen patrouilles werden uitgestuurd. (6)

Ganascia is niet de eerste expert die tot zo een vernietigende conclusie komt over de Monuc. In oktober 2009 gaf de Spaanse generaal Vicente Diaz de Villegas zijn ontslag na nauwelijks anderhalve maand het opperbevel te hebben opgenomen van de Monuc. Hij was op korte tijd tot de bevinding gekomen dat de Monuc-troepen geen ééngemaakt bevel aanvaarden. In realiteit zijn deze troepen immers samengesteld uit eenheden uit verschillende landen, meestal uit de derde wereld. Die eenheden luisteren eerder naar de bevelen die ze vanuit hun moederland krijgen, dan naar het Monuc-opperbevel. Dit is bijvoorbeeld fataal geworden in een belangrijke veldslag tegen Nkunda in Mushake in november 2007. Toen weigerden de Indische helikopterpiloten op te stijgen om het Congolese leger op een beslissend ogenblik logistieke steun te verlenen. Van de 6000 Congolese manschappen die bij deze veldslag betrokken waren, kwamen er toen 2600 om en vielen er 600 gewonden. (7)

Is het echt zo onredelijk dat de Congolese leiders zich vragen stellen hoe ze ooit een sterke soevereine staat kunnen opbouwen met dit soort engagement vanwege de internationale gemeenschap?

Monuc nodig om verkiezingen te organiseren?

De discussie over de terugtrekking van de Monuc wordt aangegrepen om de Congolese regering in diskrediet te brengen. Men ziet er het bewijs in dat de Congolese regering van plan is om de geplande verkiezingen van 2011 uit te stellen of ze in afwezigheid van de Monuc te vervalsen. Als bewijs van haar goede trouw schoof de Congolese regering haar ultimatum voor de terugtrekking van de VN-troepen op tot einde 2011 en herhaalde ze meermaals dat ze garant staat voor verkiezingen in 2011.

Tevergeefs: het blijft beschuldigingen regenen. De International Crisis Group (ICG) publiceerde zelfs een verdict-rapport waarin het haast officieel meedeelt dat president Joseph Kabila zijn legitimiteit die hij verkreeg door de verkiezingen in 2006, zou zijn kwijtgespeeld. De ICG wordt voorgesteld als een onafhankelijke denktank, maar in werkelijkheid domineren Amerikaanse en pro-atlantische personaliteiten, zoals Brezinsky, de raad van bestuur. Bovendien herhaalde het rapport slechts een besluit dat de mensen van ICG al getrokken hadden in oktober 2008, nauwelijks twee jaar na de verkiezingen.

Organisaties als de ICG zijn echter helemaal niet bevoegd om de president of de regering van een land te legitimeren. Dat kan enkel het Congolese volk door verkiezingen zoals het dat in 2006 deed voor het eerste in 46 jaar. Als de ICG die verkiezingen dan al twee jaar nadien afschildert als “mislukt”, getuigt de groep van gebrek aan respect voor de Congolese kiezer.

Officieel heeft de Monuc geen enkel mandaat voor politieke voogdij over de Congolese regering. Maar de beschuldiging dat Kinshasa de Monuc weg wil om de verkiezingen te kunnen uitstellen of te manipuleren, betekent dat men in de feiten aan de Monuc toch een mandaat van politieke voogdij toekent. President Kabila verzette zich uitdrukkelijk hiertegen in een recent interview: “In geen enkel land in de wereld hebben VN-soldaten de missie gekregen om verkiezingen te organiseren. Het organiseren van verkiezingen behoort tot de soevereiniteit van de staten. Ik heb me geëngageerd om democratische, vrije en transparante verkiezingen te organiseren en niets zal me daarvan afbrengen.” (8)

Soevereiniteit

“Kabila eist een soevereiniteit op waar hij, gezien de zwakte van de staat die hij leidt, geen recht op heeft” zeggen de voorstanders van de verlenging van het Monuc-mandaat. Sinds haar oprichting kostte de Monuc tussen de 8,5 en de 9 miljard dollar. Zou het Congolese leger vandaag niet sterker staan als dit geld of zelfs maar een deel ervan zou gebruikt zijn om de Congolese regering te helpen om haar leger te versterken?

De vraag is toch of de Monuc, zoals ze nu al tien jaar bestaat, wel de beste manier is om bij te dragen tot het herstel van het Congolese staatsgezag op heel het Congolese grondgebied? De democratisch verkozen Congolese regering vindt van niet. Toen de oorlogsdreiging in de herfst van 2008 nog eens ten top steeg, was het wel degelijk het dreigement van Kabila om een beroep te doen op het Angolese leger, dat de wind terug deed keren naar de vrede en niet de Monuc.

De zwakte van de Congolese staat vandaag is grotendeels te wijten aan het gebrek aan respect voor de Congolese soevereiniteit vanwege de internationale gemeenschap onder leiding van de VS en Europa sinds 1998.

Het Congolese leger en de Congolese staat zouden vandaag bijvoorbeeld ongetwijfeld sterker zijn, indien de VN vanaf augustus 1998 de agressieoorlog ondubbelzinnig zou hebben veroordeeld en de onmiddellijke terugtrekking van de Rwandese en Oegandese troepen uit het land zou geëist hebben.
Als men het voorbije decennium Kinshasa geholpen had om de Congolese milities, die door Rwanda en Oeganda waren opgericht en getraind, te ontwapenen, was dat Congolese leger vandaag eveneens sterker geweest. In plaats daarvan eisten de Amerikaanse en Europese regeringen dat die milities en hun leiders op alle niveaus van het Congolese leger moesten worden geïntegreerd. Een perverse eis waardoor Kinshasa verplicht werd oorlogsmisdadigers tot in de legerleiding te benoemen.

Andere Afrikaanse landen vinden de vraag van de Congolese regering naar een terugtrekkingskalender van de Monuc helemaal niet zo onredelijk. Voormalig VN-ambassadeur voor Zuid-Afrika, Dumisani Kumalo, is vandaag speciaal gezant van zijn land voor de regio van de Grote Meren. Hij reageerde alvast opgelucht dat de delegatie van de VN-Veiligheidsraad vorige week niet naar Kinshasa zou afreizen om er bij de Congolese regering de druk op te voeren om het Monuc-mandaat te verlengen. Hij zegt allesbehalve onder de indruk te zijn van de realisaties van het Westen en de VN-Veiligheidsraad in Congo de voorbije jaren. (9)

Het ontkennen van de agressieoorlog en de hele oorlog voornamelijk herleiden tot een burgeroorlog waar alleen “nationale verzoening” tot een oplossing kon leiden: dat was een hypocriete redenering die de soevereiniteit van Congo ernstig op de helling zette. En het was die redenering die het ruimere kader vormde van de inzet van de Monuc.

Congo heeft dit allemaal geduldig ondergaan maar tegelijk bleven de Congolezen altijd het herstel van hun soevereiniteit nastreven. De verkiezingen van 2006 waren daarin een belangrijke stap vooruit. Dat de Monuc nog even in stand werd gehouden, nam men er bij. Waarom zou de Congolese regering vandaag, na meer dan tien jaar Monuc en vier jaar na de verkiezingen, niet het recht om een kalender te vragen voor de terugtrekking van de Monuc?

(Uitpers nr. 120, 11de jg., mei 2010)

Noten:
(1) Le Soir, 3 maart 2007.
(2) Special report from the MONUC, 7 september 2009, pp. 11 -12.
(3) Inner City Press, 19 maart 2010.
(4) ‘Approved resources for peackeeping operations for the periode from 1 July 2009 to 30 June 2010’, Note by the Secretary-General, United Nations, 22 January 2010, p.2.
(5) ICG, Security Sector Reform in the Congo, 2006, p. 16.
(6) Libération, 20 april.
(7) http://blogs.lesoir.be/colette-braeckman 27 december 2007.
(8) Le Soft, 15 maart 2010.
(9) Inner City Press, 16 april 2010.

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 88 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook