Over de tegendraadse signalen van een laatste vuurtorenwachter

Tussen mijn veel te veel mailberichten van over de gehele wereld die meestal niet veel vrolijks te melden hebben, vind ik nu al jaren een zoetzuur digitaal signaal dat mijn dagje op smaak brengt. Het zijn flitsen die rond gestuurd worden door – jawel – de laatste vuurtorenwachter.  Ik zie hem daar al zitten: hoog en droog, 360 graden zijn licht uitsturend en terwijl op zijn potlood kauwend om zijn kijk op de kleine en grote wereld in woorden te gieten. Niet morsig, soms kort, soms lang zoals de morsetekens van oude marconisten, die de lichtsignalen van de vuurtorenwachter verklanken. Zie hem nu ook zitten op deze foto, rechtshandig schrijvend met linkse hoeken af, heerlijke koffie slurpend en de vuurtorentijd vergetend. Wie zou deze taak niet willen overnemen? Maar – let op en niet te snel ! – daaraan zijn strenge voorwaarden verbonden. Je moet alle dagen willen schrijven zoals de beste en bovendien je licht laten schijnen op de grote gebeurtenissen van het leven die overal aanwezig zijn tot in de kleinste koffieboon. Zo moet je ook bijvoorbeeld je hoofd in een bloempot durven steken, zeker als je iets wil schrijven over de Vlaamse identiteit. Op 12 oktober postte de laatste vuurtorenwachter daarover een belangwekkend bericht.

‘Enkele maanden geleden begon ik aan een tocht langs de grenzen van het graafschap Vlaanderen. Op zoek naar volksverbondenheid – een gevoel dat ik ietwat mankeer – ben ik alzo Ronse gepasseerd, BornemDendermondeGeraardsbergen en Zarlardinge. Nu zou ik het over Oudenaarde kunnen hebben, daar is Vlaamse identiteit te over. Niet in het minst in de figuur van Hanske de Krijger die tijdens het wachtlopen in slaap placht te vallen, of in het Centrum Ronde van Vlaanderen, alwaar ge u een ‘toilettas Vlaanderens mooiste’ kunt aanschaffen (17,80 €). Zelf raad ik er De Carillon aan, bruine kroeg, ondergebracht in huisjes uit de jaren zestienhonderd, zelfs de neonreclame is beschermd erfgoed. Toch is het niet Oudenaarde dat me thans naar enige Vlaamse identiteit leidt, maar Avelgem. U werpt tegen dat ik het daar al over dat dorp had, en dat is waar, maar toen zei ik niets over Het Hoofd In De Bloempot.
In augustus 1969 is men in Avelgem in de ban van de verdwijning van George Matton, een hardwerkende Vlaming die als ober bijklust in de zaal Palace op de Kluisberg. George verdwijnt op onrustbarende wijze. ’s Mans echtgenote, Clarysse Jacobs, die in Avelgem een café uitbaat, leidt het gerecht van her naar der: uitgangsmilieu, Vlaamse Ardennen, taalgrens, drugs, Noord-Franse jongeren… De zaak wordt niet opgelost. Dat gebeurt pas nadat een nieuwe onderzoeksrechter minder belang aan Clarysses woorden hecht. Een huiszoeking bij haar ouders levert resultaat op: op zolder vindt men het afgehakte hoofd van wijlen George Matton. In een bloempot, of all places.
Terwijl mijn Avelgemse respondenten me assisteren in de wedersamenstelling, gaat mijn fantasie in overdrive. In gedachten zie ik Clarysse op kordate wijze doorheen Avelgem stappen, op weg naar d’r ouders, een pot sanseveria’s ter hand. Waarom sanseveria’s? Wel, in de scheve herinnering die ik er tot gisteren op nahield, staat de bloempot-met-hoofd niet op moeders zolder, maar voor het raam van Clarysses café. Hij staat daar naast veel andere bloempotten; allemaal vrouwentongen, allemaal sanseveria’s, en die ene plant groeit, vreemd genoeg, net iets weelderiger dan de andere. Ge weet hoe dat gaat met geheugens hé, zeker met ’t mijne.  Maar, zo vraagt gij u af, wat heeft dit alles met de Vlaamse identiteit van doen? Maakt zo’n raam vol vrouwentongen daar geen deel van uit misschien? Wel dan.

Getekend: Flor Vandekerckhove (en bij deze is de laatste vuurtorenwachter ontmaskerd)

Digitale ristretto

De laatste vuurtorenwachter is niet voor een gat te vangen want in 2022 is hij begonnen met ‘En nu iets helemaal anders’. Ik laat hem zelf aan het woord daarover: ‘In 2022 schrijf ik 200 verhalen van nauwelijks drie zinnen: opening, midden, slot, telkens één zin. Sommigen noemen zo’n extreem kort verhaal een ristretto, naar analogie met het koffietje dat je in één slok uitdrinkt. Van mij mag je ook zeggen: driezinnenverhaal. Meestal, maar niet altijd, zullen het klassieke verhalen zijn (protagonist, conflict, oplossing); veelal, maar niet altijd, zullen ze naar ‘t surrealisme light’ neigen. De creatie van zo’n driezinnenverhaal volgt een merkwaardig stramien. Eerst is er een inspirerende zin, daaruit ontwikkelt zich het verhaal. Vervolgens zoek ik een passend beeld, bestemd voor het filmpje dat ik van elk verhaal maak.

 

Vrijwel alle dagen krijg je dit jaarvan de laatste vuurtorenwachter zo’n digitaal  ristretto opgediend. Het cijfer voor elk extreem kort verhaal geeft aan hoeveel hij er in 2022 nog te gaan heeft.

174 — Wind — In het riet achter het salon graaft Dylans kapper een kuil waarin hij diens vraag neerlegt. Daarna gooit hij de kuil snel weer dicht. Nog geen jaar later, mijn vriend, kun je daar ’t antwoord horen waaien in de wind.

175 — Sixpack — Over een van de problemen waarmee de ouder wordende mens in almaar toenemende mate geconfronteerd wordt, spreekt men maar zelden. Om je teennagels goed te knippen zit je buik in de weg! Het probleem is te vermijden als je van jongs af dagelijks het sixpack inoefent.

148 — Zwijgzaam — Hij ging bij zichzelf te rade. Zwijgzaam als hij was zeiden ze geen van beiden iets. Gesterkt trok hij daarna weer verder.

De laatste vuurtorenwachter gebruikt zijn potlood niet alleen voor extreem korte verhalen. Ook het langere werk schuwt hij niet. Dit jaar verscheen van hem naast de dagelijkse ristrettto’s ook een long drink onder de eerder ongewone naam ‘Leren schrijven’, want schrijven kan hij, maar in dit digitale boekwerk doet hij op een ernstige manier uit de doeken waar hij zijn mosterd vandaan heeft en dan passeren er nogal wat bekende en minder namen de revue: om er maar enkele te noemen: Stig Dagerman, Charles Reznikoff, Isaac Babel (‘Toen sprak ik over stijl, over een leger van woorden, een leger waarin alle soorten wapens optrekken. Geen ijzer kan het menselijk hart zo ijzig doorboren als een goed geplaatste punt’) en Georges Orwel die over engagement schrijft en ernaar leefde. Daarin doet de laatste vuurtorenwachter een bekentenis: ‘ Zelf ben ik pas beginnen schrijven nadat ik afscheid genomen had van m’n politiek activisme, toch is Orwell ook voor mij een leidraad geweest. Wie de publicatie van Het Visserijblad op zich neemt, gaat immers evengoed een maatschappelijk engagement aan: hij ijvert voor de vissersgemeenschap. Daar wordt hij, niet minder dan in de politiek, geconfronteerd met plat opportunisme, eigenbelang gecamoufleerd als algemeen belang, doofpotoperaties, leugenachtige verklaringen van leidinggevende figuren en twijfelachtige praktijken… Orwell indachtig heeft dat me nooit belet actief deel te nemen aan acties voor het behoud van die gemeenschap. Dat engagement heeft me echter nooit belet over alle malversaties te schrijven, veelal tegen de stroom in, meestal als enige. En inderdaad, zoals Orwell zegt, altijd als een onwelkome partizaan op de flank van een regulier leger.’

Prijs voor de lachende visch

(Op deze wazige, maar niettemin zeer echte foto staat er in het midden een laatste vuurtorenwachter deze keer niet te schijnen, maar gewoon te glunderen)

En ja, prijzen konden na al dat fraais natuurlijk niet uitblijven want de laatste vuurtorenwachter die zijn licht vooral doet schijnen over Bredene en omgeving ontving op 2 april 2022 (neen, niet de dag ervoor) de cultuurprijs van deze kustgemeente.  Zijn bloedeigen uitgeverij (De Lachende Visch, Bredene) voelde zich zo vereerd dat zij, zoals trouwens alle andere publicaties, gratis ter beschikking stelt van iedereen die de tegendraadse signalen van de laatste vuurtorenwachter wenst te lezen.  Dit boekje (e-book, pdf) wordt buiten de markt verdeeld en is derhalve niet in de handel te koop. Creative Commons 2022. De verhalen mogen vrijelijk gebruikt worden, zolang de auteur vernoemd wordt en er geen sprake is van commercie. Wie dit geschenk van de lachende visch wenst te ontvangen, geeft een seintje via liefkemores@telenet.be. Er is ook nog veel ander fraais beschikbaar, want de pen van de laatste vuurtorenwachter krast dagelijks vlijtig verder op papier. Wie de gedeclameerde versies van de verhalen van de laatste vuurtorenwachter wil horen kan nu op Facebook terecht via https://www.facebook.com/Flor-in-spoken-word-102110835838548

Rode Mustangs en mannen met een zwarte moustache

Als afsluitende uitsmijter bedankte de laatste vuurtorenwachter (centraal in het gezelschap) een gedicht voor Rode Mustangs en mannen met een zwarte moustache waarbij een youtube filmpje hoort.

 

Rode Mustangs en mannen met een zwarte moustache – YouTube

 

Ronduit magisch was die unieke zomerse dag in de sixties waarop

We ontwaakten met de zon in ons bed en vogels die floten al klaar

Met het werk en we haastten ons samen de straat op om te gaan

Kijken of de zomermeisjes alreeds van de kusttram waren gestapt

 

We fietsten erheen met speelkaarten gehecht aan onz’ velo’s

Karkas en ’t was alsof we reden in rode Mustangs en we

Schudden onze haren als waren we Beatles of Zon

Gebruinde bronstige mannen met een zwarte moustache

 

Het mocht dan de tijd zijn waarin Gigliola Cinquetti met No ho l’età

De prijs won maar wij waren wel jongens en wisten dus beter en wild

Reden we rond Leentje en Anja en Sonja op fietsen als waren

Het Mustangs en wijzelf echte mannen met een zwarte moustache

 

En ons oog viel op Tina en Anna en Vera en op Linda’s bagage

En op chaperonnes als de zwarte madam en op koffers waarin

Bikini’s zaten en meisjesdingen waarvan we geen weet hadden

Misschien wel een ring van Patatje of Nero’s blauwe toekan

 

En ’s avonds op ’t plein stipt om acht uren hoorden wij en ook die

Van ’t Sas The Swallows die speelden als waren ze Shadows

En we kamden ons haar tot het een beetje op dat van de Beatles

Geleek of minstens op dat van mannen met een zwarte moustache

 

En waren we daarna niet vlug weer naar huis moeten fietsen met

Kletterende speelkaarten aan onze fietsframes gehecht dan hadden

We wis en waarachtig Marie vergezeld of Maartje of Irma naar tenten

Of kamers of diep in de duinen en in ’t beste geval naar stacaravans

 

Zo liep ook die zomer ten einde als een regenvlaag die van west naar oost

Over het land getrokken was en onze kansen meegenomen had en node

Namen we afscheid van Mimi en Dini en Annie en Lucy die ons ontglipten

In rode Mustangs gezeten naast echte mannen met een zwarte moustache

 

 

 

Deel dit artikel
Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

Andere boeken