Over coöperaties en collectieve arbeid bij de Zapatisten (*)

Bernard Duterme: Welk belang had en heeft de “coöperatieve” organisatievorm gehad binnen de autonome regio van de Zapatisten in het begin van de 21e eeuw in Chiapas? Welke plaats heeft ze ingenomen in de organisatie van het dagelijks leven, en in het bijzonder in de economische productie?

Jérôme Baschet: Eerst moet ik beginnen met het verduidelijken van iets heel belangrijks met betrekking tot de rol van de “coöperatieve” organisatievorm bij de Zapatisten (1). Het gaat namelijk om het verschil tussen coöperaties in de gewone zin van het woord en wat de Zapatisten collectieve arbeid of werken noemen. Aan de ene kant zijn er coöperaties waar verschillende producenten samenkomen, voornamelijk om de afzetvoorwaarden van hun producten te verbeteren en om afhankelijkheid van tussenpersonen te voorkomen, die hier “coyotes” (smokkelaars, prairiewolven) genoemd worden. Logischerwijs is dit het geval geweest voor koffie, de belangrijkste commerciële productie in de Zapatistenregio. Zo werd in 2000 de coöperatie Mut Vitz opgericht, die vier gemeenten in het hoger gelegen gedeelte van Chiapas omvat waarvan wel 600 gezinnen leven. Ze waren in staat om een groot magazijn te bouwen en machines te kopen om de koffie te maken, maar er deden zich onregelmatigheden voor in de boekhouding en vooral moeilijkheden bij de federale belastingdienst. In 2007 eiste de schatkist een zeer hoge boete, zodat de activiteit van de coöperatie moest worden bevroren. Vervolgens ontstonden kleinere coöperaties, zoals Yachil, die biologische koffie verkopen van verschillende families in die hogere regio. Dat gebeurt voornamelijk via de solidariteitsnetwerken die Zapatisten-koffie verspreiden in vele landen zoals België, Frankrijk, Italië, Spanje, Griekenland, enz. Dat vormt een zeer belangrijke steun voor die families. Ook zijn er lange tijd vrouwencoöperaties geweest, vooral voor textielambachten (borduren, jurken, enz.), zoals de coöperatie Mujeres por la Dignidad in de caracol van Oventik, maar ook bakkerijcoöperaties, kippenfokkerijen of winkels in de dorpsgemeenschappen. (2)

“Collectieve werken” daarentegen zijn meer bedoeld voor de versterking van de autonomie van de Zapatistenregio. Dit werk kan worden georganiseerd op het niveau van de dorpsgemeenschappen, gemeenten of gebieden die verschillende gemeenten coördineren en ‘caracoles’ worden genoemd. Dat werk is bedoeld om de promotors voor het onderwijs en de gezondheidszorg te ondersteunen, evenals om de kosten te dekken van degenen die een positie innemen in de autonome overheidsinstanties. Er moet hierbij opgemerkt worden dat het om zeer beperkte uitgaven gaat, zoals tickets om tussen gemeenschappen en caracoles te reizen, maar die de leden van de instanties niet zelf kunnen betalen. Die collectieve inkomsten kunnen ook worden gebruikt om de kosten van de ELZN-mobilisaties te dekken of om gemeentelijke fondsen te creëren waardoor dan kleine leningen kunnen worden verstrekt met zeer lage rentetarieven voor degenen die het nodig hebben (vooral in geval van ziekte of voor een productieve behoefte). In het gebied van La Realidad heeft elke gemeente bijvoorbeeld een veeproject (tussen 35 en 50 stuks); op het niveau van de ruimere regio zijn er ook drie bodega’s, waarvan er één de promotoren van het ziekenhuis in het gebied van San José del Rio ondersteunt, evenals een graanakker van 12 hectare die het ook mogelijk maakt om de promotoren van het ziekenhuis te ondersteunen. Nog een ander voorbeeld: op het grondgebied van caracol IV (Morelia) zijn er veecollectieven en gemeentelijke coöperatieve winkels, en ook op het niveau van de ruimere regio. Een zoneproject is bijvoorbeeld de coöperatieve winkel van Cuxulja, met zijn team van beheerders en waar de gemeenschappen van alle gemeenten op hun beurt mensen naartoe sturen om de winkel te bemannen. Er zijn ook twee ontspanningsplekken geïnstalleerd op een rivier, die voor heel de zone zijn bedoeld. Verder zijn er ook collectieve projecten van smeedwerk, schoenmakerij, bouwmaterialen, transport (vrachtwagens of microbussen), enz.

Dit alles is van groot belang om de productiecapaciteit van de Zapatisten te verbeteren en vooral om hun autonomie zelf in stand te houden op het vlak van bestuur, onderwijs en gezondheid. Dat kan alleen op basis van de tienduizenden hectaren land die als gevolg van de opstand van 1994 zijn teruggewonnen en  die de materiële basis vormen om die autonome werking mogelijk te maken. Aan de andere kant moet eraan worden herinnerd dat het werken op ejidos of op gemeenschappelijke gronden zeer belangrijk is, maar dat staat dan nog los van coöperaties en van het collectief werken. Dat inheems systeem van ejidos staat onder druk zoals bijvoorbeeld  in de caracol van Morelia waar de regels van eigendom en gebruik van gronden anders zijn.

 

BD: Met welke ideeën en welke principes van “socialisme” kunnen deze coöperatieve (productie)ervaringen vergeleken worden. Is dit een orthodoxe toepassing van elders geteste methoden of een oorspronkelijke versie?

 

JB: Ik vind het moeilijk om te bedenken dat de coöperaties en het collectieve werken waar we het over hebben te maken zouden hebben met een of andere toepassing van een orthodoxie of van een model van socialisme. De ervaring van het EZLN, althans na 1994, verwijst niet naar socialisme, maar naar een collectief project waaraan ze de naam ‘autonomie’ geven, met zijn twee dimensies die rebellie en verzet zijn. Misschien kun je zeggen dat zeker in de eerste fase van het EZLN de socialistische inspiratie aanwezig was, met name de poging om in de teruggewonnen landen het zogenaamde “totale collectief” (collectief eigendom en ontginning van alle gronden) in praktijk te brengen. Maar hierbij is men zeer flexibel te werk gegaan: gezinnen konden kiezen tussen het “totale collectief” en het “individuele collectief” (collectief eigendom, maar bewerkt op familiale basis). Over het algemeen lijkt het erop dat degenen die voor het totale collectief kozen, na een paar jaar terugkeerden naar het individuele collectief, meer vergelijkbaar met de traditie van de ejido en van de gemeenschappelijke gronden.

Ik ben van mening dat de vele vormen van collectief werken die in het vorige antwoord zijn genoemd, niet overeenkomen met een vooraf vastgesteld model, maar eerder moeten bekeken worden als een zoektocht naar eigen oplossingen in de specifieke context van het streven naar   autonomie. Zoals de Zapatisten zelf vertellen in de escuelita Zapatista  (2013-2014) gaat  het om een proces van zoeken, zonder vooropgezet plan, met vallen en opstaan en volgens het Zapatisten-principe van ‘vragen al wandelend’. Het lijkt me dus dat het opties zijn die step by step zijn ontstaan in het proces van het opbouwen van autonomie, maar die ook duidelijk verband houden met eerdere inheemse gemeenschapspraktijken.  Deze nieuwe praktijken zijn  dus zeker innoverend maar wel met inachtneming van al het waardevolle van het inheemse gemeenschapsleven.

 

BD:- Wat is de evaluatie  van de Zapatista-productiecoöperaties sinds het begin van de 21e eeuw in Chiapas? Wat zijn hun belangrijkste positieve en negatieve aspecten, zowel vanuit economisch oogpunt (levensvatbaarheid), als vanuit sociaal-cultureel (toe-eigening), politiek (participatie) en milieu- oogpunt (impact)?

 

JB: Die evaluatie van de coöperaties en van de collectieve arbeid is duidelijk positief, omdat ze het mogelijk hebben gemaakt om de productiecapaciteit van de Zapatisten-gemeenschappen te vergroten en te diversifiëren, evenals om de organisatie van autonomie (zelfbestuur, rechtvaardigheid, onderwijs, gezondheid, media, enz.) te ondersteunen en dat, ondanks de grote moeilijkheden en met alle beperkingen die de Zapatisten zelf openlijk erkennen. Het is duidelijk dat de vooruitgang in de zelfproductie nog steeds onvoldoende is om volledig self supporting te zijn, vanwege het gebrek aan materiële middelen, en ook vanwege de gedeeltelijke afhankelijkheid van de traditionele distributiecircuits (vooral dan voor de verkoop van vee). Maar er moet worden benadrukt dat de Zapatisten elke steun van de Mexicaanse staat afwijzen, zowel op federaal, staats- of gemeentelijk niveau, en dat de solidariteitssteun tevens vrij beperkt is, zodat de essentie van wat is bereikt vrijwel uitsluitend te danken is aan de inspanningen van de Zapatisten zelf.

Hoewel er bepaalde collectieve werken zijn die er in de loop van de tijd niet in slaagden zichzelf in stand te houden, vanwege een gebrek aan organisatie of overbelasting van werk, is de gewoonte van het ejido-werk als een vanzelfsprekendheid toch overeind gebleven. Het is ook opmerkelijk dat vrouwencollectieven en -coöperaties, naast hun productieve doel, zijn opgevat als een belangrijk instrument om de zelforganisatie van vrouwen te bevorderen in hun streven om verantwoordelijkheden op zich te nemen via het aanzwengelen van vaardigheden om in het openbaar te spreken.  Doordat er op voorzichtige schaal  agro-ecologische praktijken worden toegepast (eliminatie van chemische pesticiden, gebruik van inheemse zaden, enz.) veroorzaken de activiteiten van coöperaties en collectief werk geen noemenswaardige milieuproblemen, hoewel de oriëntatie op vee in de regio Las Cañadas, vooral in de caracoles van La Realidad en La Garrucha, vanuit ecologisch oogpunt niet de beste optie is.

 

BD:  Deze coöperatieve ervaringen hebben zonder twijfel  meerdere tegenslagen moeten doorstaan, zowel extern als intern. Welke van hen waren of zijn het meest schadelijk voor de dynamiek van de autonomie van de Zapatisten?

 

JB: Onder de interne problemen kunnen we wijzen op het gebrek aan materiële middelen en de hoge werkdruk die gepaard gaat met deelname aan het regionale project. Maar de meest schadelijke tegenslagen zijn zonder twijfel de agressies die de Zapatisten-gemeenschappen hebben ondergaan van het Mexicaanse federale leger (vooral tussen 1995 en 2000) en van paramilitaire groepen die in verschillende regio’s van de hoger gelegen en ook van de noordelijke zone van Chiapas tussen 1996 en 2000 opereerden. Ook door het contraproductieve beheer van de sociale programma’s van de Mexicaanse staat en door de anti-Zapatista-acties van organisaties van boerenvrouwen die zich aansloten bij de officiële regering van Chiapas. Zo is op 22 augustus 2020 de coöperatie Arco Iris van Cujulxa (voorheen caracol 4 de Morela, nu caracol 10 de Patria Nueva) geplunderd en verbrand door leden van de Regionale Organisatie van Koffietelers van Ocosingo (ORCAO). Net als in veel andere gevallen van agressie tegen de autonomie van de Zapatistas zijn er boerenorganisaties die profiteren van de materiële steun van de staat en die worden aangezet om de Zapatistas aan te vallen en om de teruggewonnen gronden over te nemen waarin ze sinds 1994 zijn geïnstalleerd. In het geval van de ORCAO nam deze organisatie deel aan de landverwerving in 1994 samen met het EZLN, maar vervolgens en vooral sinds 2000 verbond het zich met de regering van Chiapas en ontving het steun en erkenning van rechten over de door de Zapatisten teruggewonnen land, wat heeft geleid tot een lange reeks agressies tegen de Zapatista-gemeenschappen en -families (vernietiging van huizen en gewassen, aanvallen op scholen, geweervuur, gijzelingen, enz.). Dit is slechts één voorbeeld van de agressies die de Zapatisten hebben geleden en die zeer schadelijk zijn geweest voor de productiecapaciteiten binnen de autonome gebieden van de Zapatisten.

(*)Interview in het Spaans afgenomen door Bernard Duterme van CETRI (www.cetri.be van 14 januari 2022 en vertaald door Walter Lotens met Jérôme Baschet (UNACH, San Cristóbal de Las Casas) over coöperaties en collectief werk in de Zapatista-ervaring.  Jérôme Baschet doceerde tot 2016 aan de École des hautes études en sciences sociales (EHESS, Parijs) en doceert sinds 1997 aan de Autonome Universiteit van Chiapas (UNACH, San Cristóbal de Las Casas). Hij is de auteur van naslagwerken over de Zapatista-opstand, autonomie en postkapitalisme.

(1) EZLN (Ejército Zapatista de Liberación Nacional)

(2) caracol: zone van waaruit de autonome Zapatistische gemeenschappen worden bestuurd. Ze bestaan sinds 2003 om de vroegere organisatievorm, de Aguascalientes, te vervangen. De manier van regeren gebeurt volledig autonoom, volgens de eigen wetten en in collectief verband.

 

Visited 260 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook