Viktor Orban houdt Europa in spanning. Bij de Europese Unie hopen ze met de verkiezingen van zondag 12 april af te geraken van een lastpost die onder meer de hulp aan Oekraïne blokkeert. Kiev rekent op het einde van de Hongaarse blokkade, Moskou hoopt het tegendeel. Samen met Moskou hoopt de rest van extreemrechts in Europa dat hun model laat zien hoe een rechts autoritair regime stand kan houden. Het hangt allemaal af van de Hongaarse kiezers, ook kiezers van buiten de grenzen van het land.
Uithangbord
Orban maakte van Hongarije een uithangbord en boegbeeld van het zogenaamde “illiberalisme”, van de gestage afbraak van democratische regels. Autoritaire leiders hebben doorgaans twee sectoren in het vizier in de hoop hun greep te bestendigen: justitie en media. Dat was vorige eeuw zo in Italië met Silvio Berlusconi die echter botste op een samenleving die weerstand bood. Orban volgt dat patroon, tot vijf jaar geleden onder het welwillend oog van de EVP waarvan Berlusconi een pijler was.
Hij heeft de voorbije 16 jaar aan versneld tempo de justitie aan zijn politieke macht onderworpen, iets was de Italiaanse geestgenoot Giorgia Meloni hem tracht na te doen. Hij heeft van de overheidsmedia spreekbuizen van zijn partij, de Fidesz, gemaakt, bevriende rijkaards hebben de hand gelegd op het grootste deel van de privé-media. Dat is erg belangrijk in verkiezingstijd.
Tegelijk heeft de Fidesz de bestaande instellingen volledig met eigen mensen opgevuld en nieuwe opgericht die er allemaal moeten voor zorgen dat Fidesz diepgeworteld zit, zelfs in geval de verkiezingen een tegenvaller worden. Ze kijken naar Polen waar de PiS in oktober 2023 wel de parlementsverkiezingen verloor, maar sindsdien de werking van de regering Donald Tusk blokkeert met haar greep op justitie en media en met haar winst bij de presidentsverkiezingen vorig jaar.
Verscheidene peilingen voorspellen dat Tisza, de partij van uitdager en gewezen Fidesz-militant Peter Magyar, stevig voorligt op Fidesz. Regeringsgezinde peilingen voorspellen dan weer het tegenovergestelde, iedereen lijkt zijn wensen voor werkelijkheid te nemen.
De uitdager
Magyars campagne doorbreekt alleszins de slapte van vorige campagnes waarin Fidesz allesoverheersend was. De oppositie, dat waren vooral opposities met resten van links en van liberale groepen naast de restanten van het uiterst-rechtse Jobbik dat ooit bloeide door campagnes tegen de Roma. In 2022 had dat disparate gezelschap zich verzameld rond één kandidaat-premier, de conservatieve Peter Marki-Zay wiens vage programma slechts een derde van de kiezers aantrok. Fidesz won erg overtuigend.
Peter Magyar heeft het anders aangepakt. Hij liet de politici van de bestaande partijen links liggen en pakt uit met kandidaten zonder politiek verleden, in tegenstelling tot zijn verleden: hij brak in 2024 met Fidesz maar niet met de conservatieve ideeën ervan. De misprezen politici kijken toe en leggen er zich bij neer. Magyar trekt met zijn campagne makkelijk stedelingen en jongeren aan die maar één ding willen: Orban buiten. Let er terloops op dat politiek links zogoed als is verzwonden, net zoals in de andere landen van de Visegrad-groep, Polen, Slovakije en Tsjechië.
Magyars grote troefkaart is dus Orban, diens corruptie en nepotisme. Magyar spitste zich in het begin toe op een zaak waar zijn ex-echtgenote als minister van Justitie mee te maken had: het toedekken van een seksschandaal in een kindertehuis. Inzake corruptie kan hij verwijzen naar Transparency International dat Hongarije als kampioen binnen de EU vermeldt.
Het is de gewone gang van zaken dat grote overheidscontracten zondermeer worden toegewezen aan Fidesz-bevriende ondernemingen. Sommige daarvan in handen van Istvan Tiborcz, schoonzoon van de premier. Een door miljoenen kijkers geziene documentaire, De Dynastie, brengt de erg luxueuze levensstijl van Orban, familie en vrienden op het scherm.
Magyar legt dan uit dat dit een van de redenen is voor de stagnatie van de Hongaarse economie. Al enkele jaren is er nauwelijks groei, vorig jaar 0,4 percent. Orban had nochtans beloofd dat de goede relaties met Rusland en China grote welvaart zouden brengen. Maar onder meer in de grote fabriek van de Chinese batterijreus CATL zien de Hongaren vooral Chinese ingenieurs en andere kaderleden aan het werk. De batterijenfabriek van Samsung in Göd komt in het nieuws met het gebruik van het zeer polluerende product (N-methyl2-pyrrolidon) dat door de EU is gecatalogeerd als kankerverwekkend. Bovendien worden ook daar meer buitenlandse dan Hongaarse arbeidskrachten ingeschakeld. Het bedrijf heeft volgens activisten, net als andere investeerders, de belofte gekregen dat er geen vakbonden komen.
Weerwerk
Fidesz tracht de gemoederen rond die zaken te bedaren en stelt tegenover de beperkte economische groei de sociale voordelen die de regering toekent. Er is een tekort aan arbeidskrachten – gevolg van uitwijking, lage geboortecijfers – waardoor de lonen gevoelig stijgen, maar de prijzen eveneens. Om dat te temperen heeft de regering prijzencontroles ingevoerd en de gepensioneerden een extra maand pensioen uitbetaald. Bovendien, aldus Fidesz, zorgen de goede relaties met Moskou voor betaalbare energie.
Dan zijn er ook nog de gezinspremies, naar het model van de PiS in Polen die een deel van haar succes aan de gezinstoelagen heeft te danken. Orban hoopte met toelagen voor moeders het geboortecijfer op te krikken. Maar evenmin als zijn co-nataliste Meloni slaagt hij in dat opzet.
Fidesz heeft nog een andere troef. Zoals Meloni en zoals Trump in de VS wordt er aan het kiesstelsel geknoeid. De regering heeft het stelsel zodanig gewijzigd dat er nu een groter deel per district – één gekozene per omschrijving – wordt toegewezen, dus minder evenredig. Naar VS-model is er dan geknipt in de begrenzing van de districten, de beruchte gerrymandering. Uiteraard in het voordeel van Fidesz; er is berekend dat Tisza minstens 5 percent meer stemmen dan Fidesz moet halen om aan een meerderheid te geraken.
Toezichters
Dan blijft nog de vraag in hoeverre de verkiezingen kunnen worden gemanipuleerd. Er zijn enkele bedenkingen bij de ploegen waarnemers die gaan observeren. Er zijn twee ploegen van de OVSE, met in één ervan op een sleutelpositie Daria Bojarskaja die vroeger nog tolk was voor de Russische president Vladimir Poetin. Voor sommigen voldoende om te spreken over Russische hybride oorlogsvoering, wat die term ook moge betekenen. Er is daarnaast ook nog een ploeg van de “Vrijheidscoalitie voor vrije en eerlijke verkiezingen”, de supporters van Trumps Maga die erop uit zijn EU-bemoeienissen aan te klagen om bij nederlaag de uitslag te kunnen betwisten.
Of dat veel zal uitmaken? Opposanten wijzen veel meer naar gewortelde Fidesz-prakrijken van intimidatie en stemmen kopen, vooral in delen van het platteland en bij de Roma, ca 7 percent van de bevolking. Fidesz werkt in die gemeenschappen met beloften van werk en toelagen, met dreigementen om die af te nemen.
Orban heeft nog enkele kaarten buiten de grenzen. Etnische Hongaren in de buurlanden, vooral Slovakije, Roemenië en Servië, zijn staatsburgers met stemrecht. Ook de Hongaren van Transkarpatië, een stukje Oekraïne. Dat zijn de gebieden die Hongarije verloor met het Verdrag van Trianon, wat nog altijd diep nawerkt en tot vandaag een rol speelt in de Hongaarse politiek.
Zij kunnen alleen stemmen voor de nationale lijsten met evenredige verdeling. Orban heeft hen opgeroepen massaal deel te nemen, want hun stemmen kunnen eventueel de doorslag geven. Wat 12 april extra spannend maakt.
Volgend artikel: Nog altijd de nasleep van Trianon.

