Openbare diensten in Europa

De openbare diensten staan in de herfst in Europa hoog op de agenda van de sociale bewegingen. Jarenlang werd gemobiliseerd tegen de liberalisering van de handel in diensten op wereldvlak (GATS) en in Europa (Bolkestein). Maar de strijd bleef defensief. Vooral in Europa wordt dat als een belangrijke handicap ervaren. Een offensieve strijd voor de uitbouw van openbare diensten als sluitstuk van het Europees sociaal model dringt zich op.

Het debat over de Bolkesteinrichtlijn loopt op zijn laatste benen. De Europese Raad nam min of meer de amendementen over die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen(1). De ontwerprichtlijn komt nu voor een beslissende tweede lezing terug naar de Commissie Interne Markt van het Europees Parlement op 21 oktober, en naar de voltallige zitting op 16 november. Veel speelruimte heeft het Europees Parlement dan niet meer: voor nieuwe amendementen is een absolute meerderheid nodig. Het kan ook de tekst in zijn geheel verwerpen, zoals het deed met de havenrichtlijn, maar de kans dat dit gebeurt is eerder klein.

Campagnes

Inmiddels kijken de sociale bewegingen naar de toekomst. Een van de problemen is dat sectoren die aan de werking van de Bolkesteinrichtlijn onttrokken worden, onderworpen blijven aan de Europese Verdragen die op neoliberale leest geschoeid zijn. Je hebt dus in het beste geval de schade beperkt. Maar de neoliberale logica die openbare diensten en gemeenschapsgoederen (‘common goods’) bedreigt, werd niet doorbroken. Daarom gaan steeds meer stemmen op voor een offensieve campagne.

Op het Europees Sociaal Forum in Athene in mei 2006 werd een Europese campagne gestart voor “een ander Europa met openbare diensten voor iedereen”. Openbare diensten zijn een belangrijk instrument om de grondrechten van elke inwoner te vrijwaren. De campagne wil omschrijven waaraan de openbare diensten moeten voldoen, in de Europese Unie en in de lidstaten, om dit te realiseren. Wat is nodig om de overheid toe te staan haar verantwoordelijkheid op te nemen? De campagne vergadert in Genève op 27 oktober, en werkt naar de organisatie van een “Europees Forum van de Sociale Bewegingen voor de openbare diensten” in 2007. De campagne wordt ondermeer sterk gedragen door een aantal Franse vakbonden.

Datzelfde weekend van 28 en 29 oktober vergadert in Genève de campagne van “de lokale overheden voor de bevordering van de openbare diensten, tegenover de GATS(2)”. Deze campagne gaat terug op de bijeenkomst van de Franse Gats-vrije gemeenten in 2004 in Parijs in de marge van het Europees Sociaal Forum, een bijeenkomst die niet zonder gevolg bleef. In oktober 2005 vergaderden in Luik 400 afgevaardigden als “Europese conventie van lokale overheden”, samen met vertegenwoordigers van vakbonden, ngo’s en sociale bewegingen. De Waalse steden en gemeenten blazen op 12 september 2006 opnieuw verzamelen in Luik, om er de Waalse regering te interpelleren over de gevolgen van de GATS-onderhandelingen. En in oktober is er dus een nieuw Europees rendez-vous in Genève.

Ook de Europese vakbond van de Openbare diensten laat van zich horen. Die startte haar campagne om een Europese regelgeving voor de openbare diensten af te dwingen op 20 en 21 april in Wenen. Op 4 en 5 december organiseren zij in Brussel een seminarie om inhoudelijk het debat verder te zetten.

Het lijkt misschien allemaal wat in verspreide slagorde, maar het is niet zo dat deze campagnes met elkaar wedijveren. Dikwijls vindt men in de verschillende campagnes dezelfde actoren terug.

Debat

De eerste voorstellen voor een Europese regelgeving voor openbare diensten staan op papier. Zo publiceerde Celsig, een Europese progressieve denktank over openbare diensten, een voorstel tot richtlijn. Ook de sociaaldemocratische groep in het Europees Parlement heeft een ontwerptekst gepubliceerd.

In de Europese Unie heeft echter alleen de Europese Commissie (niet het Europees Parlement) de bevoegdheid wetgevende initiatieven te nemen, en het ziet er niet naar uit dat zij in dit geval snel een voorstel tot richtlijn zal neerleggen(3).

De vakbonden en de sociale bewegingen zullen daarom een stevige eigen visie nodig hebben, indien zij een globale regelgeving voor diensten van algemeen belang en openbare diensten willen afdwingen.

In de huidige situatie staat de Europese Unie, die wezenlijk een markt is met vrij verkeer van goederen en diensten, tegenover de nationale en lokale overheden, die kunnen beslissen diensten aan de werking van de Europese binnenmarkt te onttrekken omdat het diensten van algemeen belang zijn. Zij kunnen op die domeinen zelf openbare diensten organiseren, of regelgevend optreden. Maar de nationale of lokale overheden moeten bij de inrichting van diensten van algemeen belang zich beperken tot dat wat strikt nodig is voor legitieme te bereiken doelstellingen, zonder de algemene werking van de Europese binnenmarkt te schaden. In geval van betwisting beslist het Europees Hof van Justitie.

De sociaaldemocratische ontwerptekst in het Europees Parlement over de diensten van algemeen belang sluit naadloos aan bij deze heersende Europese benadering. Diensten van algemeen belang vormen uitzonderingen op de algemene regel, die als zodanig moeten verantwoord en gemotiveerd worden. Dit leidt tot een minimalistische interpretatie van de plaats van deze diensten in het Europees sociaal model.

Je kunt daar vraagtekens bij plaatsen. Waarom is de markt de regel, en de dienst van algemeen belang of de openbare dienst de uitzondering? Wat rechtvaardigt dergelijke minimalistische benadering, die via de Europese verdragen in marmer gebeiteld is? Het is ook een kwestie van democratie: waarom mag de gemeenschap, via de door haar verkozen democratische vertegenwoordiging, niet soeverein beslissen wat zij via de vrije markt wil organiseren, en wat niet?

En waarom kunnen waar zinvol geen openbare diensten op Europees vlak georganiseerd worden? Waarom wordt de verantwoordelijkheid voor diensten van algemeen belang gelegd op het niveau van de lidstaten? Zodra diensten van algemeen belang grensoverschrijdend dienen te worden georganiseerd, zoals transport en telecommunicatie, lijkt dit alleen te kunnen via de privatisering van de nationale operatoren, en niet door de oprichting van een gemeenschappelijke Europese operator. Waarom?

Over deze en andere vragen zal in de herfst een stevig debat nodig zijn binnen de sociale bewegingen, om te komen tot een samenhangend en wervend mobilisatieperspectief.

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)

Voetnoten:

(1) Zie Uitpers nr. 74 van april 2006.

(2) GATS is de Engelstalige benaming van de onderhandelingen over de liberalisering van de handel in diensten binnen de Wereld Handels Organisatie. De ‘lokale overheden” zijn de bestuurders van steden en gemeenten, provinciebesturen,…

(3) De Europese Commissie weigert sinds jaar en dag initiatieven te nemen met het oog op een positieve regelgeving voor “diensten van algemeen belang” in Europa. Wel publiceerde zij op 12 mei 2004 een witboek over de diensten van algemeen belang, maar op 12 juni 2006 werd in de Commissie Interne Markt van het Europees Parlement met 19 tegen 15 stemmen een rapport aangenomen over dit witboek, waarin gesteld wordt dat een Europese richtlijn niet nodig is.

Inmiddels heeft de Commissie als vervolg op haar witboek op 26 april 2006 een mededeling gepubliceerd over de sociale diensten van algemeen belang (kinderzorg, bejaardentehuizen, enz.). In deze mededeling is het al neoliberalisme dat de klok slaat. Wie dacht dat de Commissie na het massaal verzet tegen de Bolkesteinrichtlijn het geweer van schouder zou veranderen komt bedrogen uit.

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :