Open brief aan de joodse gemeenschap over de boycot van Israëlische producten

Het ‘Actieplatform Palestina’, waarin niet gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking (NGO’s), solidariteitscomités en vredesbewegingen zich hebben verenigd, kondigde op 6 mei officieel een boycotactie van Israëlische producten aan.

Binnen de joodse gemeenschap in ons land lokt deze actie een felle reactie uit. De voorstanders van deze boycotactie worden ervan beschuldigd antisemieten te zijn. In deze joodse kringen beweert men dat het anti-joodse racisme van de jaren dertig weer de kop opsteekt. Het tot op de draad versleten sofisme van de Israëlische propaganda wordt herhaald: wie kritiek heeft op de staat Israël, is tegen de joden en dus een antisemiet.

De initiatiefnemers van deze boycot zijn van bij de start zeer formeel: niet het geringste racistische motief ligt aan de basis van deze actie. Zij is niet gericht tegen de joodse gemeenschap in ons land of elders ter wereld. Zij is enkel gebaseerd op een diepe verontwaardiging en scherpe veroordeling van het fundamentele onrecht dat de Israëlische politieke en militaire leiders de Palestijnen hebben aangedaan en dagelijks blijven aandoen.

Tal van organisaties van het ‘Actieplatform Palestina’, hebben al decennialang in de praktijk bewezen dat zij samen met Palestijnse en Israëlische (en dus joodse) vredesactivisten samenwerken om tot een duurzame, op het internationaal recht gebaseerde vrede in het Midden-Oosten te komen, tot een werkbare politieke oplossing van het Palestijns-Israëlisch conflict, met de oprichting van een leefbare Palestijnse staat, naast Israël.

De joodse intellectueel en Nobelprijswinnaar, Elie Wiesel, verklaarde ooit : "de holocaust is het moreel kapitaal van de staat Israël". Het cynisme van zo’n uitspraak ontgaat maar weinigen: de staat Israël mag zich ontzettend veel veroorloven, zich schuldig mag maken aan ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, zelfs aan misdaden tegen de mensheid. De slachtoffers van de holocaust – of tenminste de leiders van de staat die hen beweren te vertegenwoordigen – hebben immers zo veel moreel kapitaal dat ze boven elke verdenking en aanklacht verheven zijn. Dit moreel kapitaal wordt dan ook snel morele chantage : "al wie zich tegen onze staat verzet is een aanhanger van het antisemitisme."

De initiatiefnemers van de huidige boycotactie zijn niet langer bereid zich door deze chantage te laten intimideren.

Onlangs nog waarschuwde één van de belangrijke woordvoerders van de joodse gemeenschap in Frankrijk, Théo Klein, jarenlang voorzitter van de joodse overkoepelende organisatie CRIF, (Conseil représentatif des Institutions juives de France) voor lieden, die willen doen uitschijnen dat Frankrijk (en met uitbreiding de lidstaten van de Europese Unie) weer resoluut de antisemitische toer opgaan. Klein deed zijn uitspraken na een aantal ernstige en door heel democratisch Frankrijk scherp veroordeelde incidenten tegen joodse personen en symbolen. "Wij worden geconfronteerd met een algemeen probleem van geweld in onze voorsteden," verklaarde deze joodse prominent tegenover de krant Libération (5 februari 2002). "Zij die rabbijnen aanvallen, zijn dezelfden als diegenen die brandweerlui, politieagenten of leerkrachten aanvallen. Deze jongeren hebben geen ander middel om zich te uiten. Een synagoge in brand steken is uiteraard nog iets anders dan een auto in de fik zetten. Maar dat verandert in wezen niets aan de aard van de gewelddaad. Ik zie hier in ieder geval geen intrinsieke afkeer van de joden in." Volgens Klein "is de gettoreflex bij de joden nog lang niet dood. Wij mogen in geen geval een nieuw getto bouwen. De haat uit het verleden of het heden – reëel of gefantaseerd – kan onmogelijk het enige cement van de joodse identiteit zijn. Ik ben geen jood in Frankrijk omdat mijn familieleden naar Auschwitz werden gedeporteerd en evenmin omdat de staat Israël bestaat."

Samen met ontelbare andere wereldburgers, christenen, joden, moslims, atheïsten, mannen en vrouwen uit alle continenten, willen de initiatiefnemers van deze boycotactie in ons land uiteindelijk duidelijk maken aan onze politieke verantwoordelijken dat de leiders van de staat Israël niet telkens opnieuw een stap te ver mogen gaan. Dat de openlijke steun van een grootmacht als de Verenigde Staten aan de leiders van deze staat en het oorverdovende, medeplichtige stilzwijgen van de lidstaten van de Europese Unie niet langer getolereerd kunnen worden door mensen die de wereld inderdaad als hun gemeenschap beschouwen en fundamenteel onrecht afwijzen.

En de leiders van de staat Israël gaan voortdurend een stap te ver.

De voorbije jaren waren gekenmerkt door eindeloos aanslepende vredesgesprekken, terwijl de kolonisering van de Palestijnse gebieden onverminderd werd voortgezet : het aantal kolonisten steeg sinds 1993 – het jaar van de Oslo-akkoorden – van 116.000 tot 208.000. Deze kolonisering is in strijd met de Vierde Conventie van Genève. De militaire bezetting van de Palestijnse gebieden is een flagrante inbreuk op de VN-resoluties 242 en 338.

De voorbije maanden waren gekenmerkt door een openlijke oorlog, waarbij de Israëlische militaire suprematie ten volle werd benut om de hele Palestijnse economie te vernietigen, de maatschappelijke infrastructuur (wegen, huizen, scholen, hospitalen, water- en elektriciteitsvoorziening) te ruïneren, en honderden Palestijnse burgerslachtoffers te maken.

De Israëlische premier, Ariel Sharon, die met 67% van de stemmen werd verkozen, is een man die zelden in politieke, maar alleen in militaire oplossingen gelooft. Hij beloofde zijn kiezers meer veiligheid. Maar nog nooit is het voor hen zo onveilig geweest. De totaal verwerpelijke zelfmoordaanslagen van Palestijnse extremisten, zo zou de publieke opinie in Israël toch langzaam moeten beseffen, hebben een aanwijsbare oorzaak en voedingsbodem: de jarenlange, genadeloze militaire bezetting en kolonisering, de miskenning van de elementaire rechten van een heel volk, dat van zijn land, zijn waardigheid en ontwikkelingsmogelijkheden wordt beroofd.

De boycot van producten ‘Made in Israel’ is een signaal aan de leiders van deze staat en hun bondgenoten. De stelselmatige en uiterst arrogante wijze waarop de Israëlische politiek het internationaal recht en de fundamentele, nationale en individuele rechten van de Palestijnen met de voeten treedt, kan nooit tot vrede, laat staan tot veiligheid, leiden. Integendeel. Op dit ogenblik wordt de Palestijnse maatschappij in haar voortbestaan bedreigd. Hopelijk groeit binnen de Israëlische maatschappij – en ook binnen de joodse gemeenschappen elders in de wereld – snel het besef dat een voortzetting van dit beleid geen winnaars, maar enkel veel verliezers zal opleveren.

(Uitpers, juni 2002)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook