Open brief aan burgemeester Patrick Janssens over Mohamed Bouazza

Mijnheer de burgemeester,

Op zondag 29 april verzamelden een honderdtal mensen aan de Brouwersvliet in Antwerpen om er Mohamed Bouazza te gedenken. Eén jaar geleden, in de nacht van 30 april op 1 mei 2006, hebben op die plaats getuigen gezien dat enkele racisten de jongeman naar de Schelde opjaagden. Tien dagen later is Mohamed dood in het water teruggevonden. Eigenlijk moet ik u dat niet vertellen, want u was ook op die herdenking.

U was wel wat laat, en daarom hebt u de optocht gemist die aan de plechtigheid voorafging. Geen probleem hoor: ik begrijp dat een man met uw verantwoordelijkheden niet overal tegelijk kan zijn. Daarom leg ik het even uit. We liepen door de straten van het Schipperskwartier die Mohamed tijdens zijn laatste tocht heeft afgelegd, achtervolgd door mannen die in hem de vandaal zagen die een autoruit had ingeslagen. Mohamed had daar niets mee te maken. Hij was in de buurt geld uit de muur gaan halen toen het relletje over de gesneuvelde autoruit aan de gang was. Een schuimbekkende Y., de eigenaar van de wagen, zocht iets of iemand waarop hij zijn woede kon koelen. En toen kreeg hij Mohamed in het oog.

Mohamed had gewoon pech. Hij was the wrong guy in the wrong place, en vooral, hij was bruin. Een Marokkaanse Belg: in ons land en uw stad, mijnheer de burgemeester, is er dikwijls niet meer nodig om het plaatje te vervolledigen. Herinner u de moord op Joe Van Holsbeeck: zolang de daders niet waren gevat en gekend, waren politici, de media en ‘veiligheidsexperts’ het roerend eens. Ze intoxiceerden de publieke opinie met 2 ideeën: de daders waren Marokkanen, en de Marokkaanse gemeenschap moest schuld bekennen en intern orde op zaken stellen. Die zaterdagnacht, een jaar geleden, was dat ook zo. Y. schold volgens getuigen Mohamed voor ‘makak’ uit en riep dat hij hem ‘kapot’ zou maken. De jongeman werd naar de Schelde gedreven, en daar belandde hij in het water. Het is die weg die we zondag hebben afgelegd, mijnheer Janssens.

U hebt zondag de kans gehad om naar de verschillende toespraken te luisteren. Vrienden en familieleden van Mohamed vertelden hoe geliefd hij was, in de buurt, op het werk, in de voetbalclub, bij bruin én blank. Kortom, ze legden uit hoe goed hij was ‘geïntegreerd’ – iets waar beleidsmakers zoals u veel belang aan hechten. Uit de opkomst van zondag bleek trouwens dat Mohamed goed ‘geïntegreerd’ was: zelden zo’n ‘gemengd’ publiek gezien. Maar terug naar de toespraken. In die speeches waren de politici de kop van Jut. En daar wel ik het even met u over hebben.

Verschillende sprekers klaagden aan dat de politieke wereld de familie-Bouazza in de steek had gelaten, terwijl de vermoedelijke dader vrij rondloopt. Uw aanwezigheid op de herdenking lijkt dat tegen te spreken. Achteraf zei u in Gazet van Antwerpen (krant van 30 april) dat u uw ‘medeleven’ was komen betuigen. Meer niet. Wellicht zult u stellen dat de woorden van verdriet, woede en frustratie van familie en vrienden begrijpelijk zijn, maar dat het gerecht nu maar zijn werk moet doen en dat we het resultaat ervan moeten afwachten. In elk geval hebben we u over deze zaak nog geen woord horen zeggen.

Mijnheer de burgemeester, ik denk dat u op dat punt ernstig tekortschiet. Sta me even toe uiteen te zetten waarom. Kijk wat de Bouazza’s is overkomen:

– gedurende een volle week is ‘de onrustwekkende verdwijning’ van Mohamed zonder gevolg gebleven. Er kwam pas schot in de zaak nadat de familie uit wanhoop zelf affiches begon te verspreiden en enkele kranten zich in hun editie van 8 mei 2006 met de zaak bemoeiden (‘Politie blundert’, zo luidde een tussentitel in een krant). Pas acht dagen na de verdwijning van Mohamed is het onderzoek overgemaakt aan de federale politie (die na een grote zoekactie het lichaam van Mohamed snel terugvond).

– woedende jongeren beklaagden zich in die dagen bij journalisten over de laksheid van politie en parket. Nadat Mohamed was gevonden, manifesteerden meer dan 1.500 mensen vreedzaam aan de moskee op het Kiel. Op een nacht werd aan een politiekantoor schade aangericht. Daarover ondervraagd, verklaarde Dominique Reyniers, de woordvoerster van het parket, dat de familie pas op 5 mei aangifte van de verdwijning heeft gedaan (Gazet van Antwerpen, 12 mei). Dat is een leugen: een document attesteert dat op 3 mei aangifte is gedaan, toen de familie er zeker van was dat Mohamed niet elders logeerde.

– erger nog: het parket fluisterde journalisten in dat Mohamed banden had met het drugsmilieu (De Standaard, 15 mei). Er wordt voor die bewering geen enkel bewijs voorgelegd. Mohamed had géén strafblad, en zoals ik al schreef: hij was een perfect voorbeeld van de geïntegreerde allochtoon zoals u die zo graag ziet.

Kunt u het zich indenken wat het voor de moeder van Mohamed betekent om haar zoon te verliezen? En dat bovendien zijn en haar eer worden besmeurd? En dat dit uitgerekend gebeurt door mensen waarvan zij steun, opheldering, gerechtigheid verwacht? Wat denkt u dat er in de familie van Mohamed omgaat als ze horen dat luttele uren na de aangifte van de verdwijning van Annick Van Uytsel uit Diest de politie een grootscheepse zoekactie heeft opgezet? U kunt dat net zo min als ik bevatten. Maar u kunt wel uw stem verheffen, mijnheer de burgemeester. Meer zelfs: u moet dat doen. Parket en politie spraken voor hun beurt, nog voor het onderzoek was afgerond. Ze bedachten twee weerlegbare leugens om hun schuldige passiviteit weg te moffelen. Het was pure stemmingmakerij. De Bouazza’s kregen een lesje omdat ze besloten hadden niet te zwijgen over de lakse houding van politie en gerecht. Ze werden afgeschilderd als ongeïnteresseerd en crimineel, want, zo luidde de intoxicatie, de familie diende pas laattijdig een klacht in, dus zo onrustwekkend was de verdwijning niet; bovendien was er de link met het drugsmilieu…

De getroffen familie heeft haar deel van het maatschappelijke contract met de stad en het land gerespecteerd. Twee weken lang stond het Kiel op ontploffen. De woede van honderden jongeren die elke avond aan de woning van de Bouazza’s samenkwamen, was groot – zo groot dat de imam opperde om de herdenkingsdienst voor Mohamed in Brussel te houden en niet op het Kiel zelf, iets wat de familie van de hand heeft gewezen. De familie-Bouazza slaagde er echter in de gemoederen te bedaren. U weet dat dit geen gemakkelijke klus was, getuige de brandbom die een politiekantoor trof. Vandaag mag van u een tegengebaar worden verwacht. Waarom zou u deze zaak bijvoorbeeld niet op 26 mei onder de aandacht brengen, naar aanleiding van de eerste verjaardag van de stille mars die in Antwerpen 20.000 mensen op de been bracht? U kunt dan wijzen op de manifeste manco’s in de aanpak van politie en gerecht, en zeggen dat minstens het vermoeden is gewekt dat de Bouazza’s niet de bijstand en het respect hebben gekregen die ze verdienen. En waarom zou u dan niet kunnen beloven dat u achteraf, als het gerecht het dossier heeft afgesloten, als burgemeester en nationaal politicus alles in het werk zult stellen om hieruit lessen te trekken?

In elk geval weiger ik te geloven wat iemand zondag zei. Dat u op de bijeenkomst was omdat u vreest dat in allochtone middens de frustraties zullen overkoken, en dat u alleen stoom wilt aflaten maar niet het racisme bij de politie wilt aanpakken. Uw aanwezigheid afgelopen zondag wijst er alleszins op dat ook u beseft dat deze zaak dit individuele drama overstijgt. Wilt u dat ook publiek erkennen? Komt u tegemoet aan de wensen en de hoop van een groot gedeelte van de allochtone gemeenschappen in uw stad?

Met vriendelijke groeten,

Ludo De Witte

(Uitpers, nr 87, 8ste jg., juni 2007)

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 65 Times, 1 Visit today