Op zoek naar een ‘socialisme van de 21ste eeuw’

Hoe dringend een links alternatief in deze crisistijd ook mag zijn, in Vlaanderen is men nog niet echt begonnen met het formuleren ervan. Elders in Europa is het niet veel beter. Er wordt met grote principes geschermd, maar als het op concrete ideeën aankomt beperkt men zich vaak tot de ideeën van een socialisme van de 19de eeuw: collectivisering van de productiemiddelen.

Dat idee blijft uiteraard zijn geldigheid behouden, aangezien het neoliberale kapitalisme van de afgelopen decennia vooral getoond heeft dat het niet in staat is te voorzien in alle menselijke behoeften. Toch zijn er twee redenen waarom dat idee slechts weinig linkse harten sneller doet kloppen.

Ten eerste is er de mislukking van het ‘reëel bestaand socialisme’. Die mislukking is tweevoudig. Niet alleen heeft het totale gebrek aan concurrentie tot een bijzonder inefficiënt productiesysteem geleid, bovendien waren de mensen er ook niet enthousiast over en zal men in het huidige Midden-Europa, ondanks alle problemen van vandaag, niet terug willen naar vroeger. Dit betekent niet dat het socialisme van toen geen voordelen had, maar wel dat men de lessen moet trekken uit wat er toen is fout gegaan. Het economisch systeem maakt daar deel van uit.

Ten tweede zijn de tijden en de behoeften van mensen veranderd. Een efficiënt economisch systeem kan niet volstaan, er is democratie en participatie nodig, er moet dringend gehandeld worden om ook ecologische duurzaamheid te bereiken, het sociaal beleid kan niet beperkt blijven tot uitkeringen en er moet rekening gehouden worden met de gelijkheid van alle mensen. Nog overal in Europa worden vrouwen gediscrimineerd en onderbetaald en worden etnische minderheden achtergesteld. Een socialisme van de 21ste eeuw zal daar rekening moeten mee houden als het ook een grote aantrekkingskracht wil ontwikkelen. Want uiteindelijk gaat het toch om de machtsverhoudingen en kleinlinks in Vlaanderen vergeet zo makkelijk dat het een reuzegroot succes zou zijn om 5 % van de stemmen te halen.

Het postkapitalisme van François Houtart

Kleinlinks is nog steeds erg versnipperd, hoewel er rond de collectivisering van de belangrijkste productiemiddelen wel een consensus lijkt te bestaan. Zijn er andere alternatieven? Door de wereldwijde andersmondialiseringsbeweging lopen verschillende scheidingslijnen, oude en nieuwe. De bewegingen verschillen in functie van hun gehechtheid aan de moderniteit, hun postmoderne houding of – af en toe – hun antimoderne ingesteldheid. Ze verschillen ook in functie van hun streven naar een volledige autonomie of hun zoeken naar politieke contacten. Een belangrijk punt van verschil tenslotte is de oude tegenstelling tussen ‘radicalen’ en ‘reformisten’, tussen de antikapitalisten die geen heil zien in het ‘humaniseren’ van het huidige economische systeem en diegenen die armoedebestrijding en een ‘ethische code’ voor kapitalisten als grote overwinning beschouwen.

François Houtart gebruikt in zijn boek van enkel jaren geleden die laatste tegenstelling en toont tegelijk aan hoe beide strekkingen elkaar aanvullen en hoe ze van elkaar verschillen.

Voor wat hij de ‘neokeynesianen’ noemt blijft de markt de motor van het economisch systeem, maar die markt moet wel sterk gereguleerd worden. Er kan dan een sociaal pakt worden afgesloten – zoals in West-Europa na de tweede wereldoorlog – en de rijkdom kan herverdeeld worden. De kapitalistische logica wordt niet op de helling gezet, maar misbruiken en uitwassen worden tegen gegaan. Dit is precies de manier waarop sommigen vandaag de crisis te lijf willen gaan.

In wat Houtart het ‘postkapitalisme’ noemt, dient de economie om voor de materiële basis te zorgen die het fysieke en culturele welzijn van mensen uitmaakt. De markt wordt dan een maatschappelijke relatie en de economie is een collectieve constructie. Sommigen – hoewel het er steeds minder zijn – geloven nog steeds dat de grote verandering er door middel van een korte revolutie kan komen die links zal toelaten de staatsmacht te nemen en van daaruit een nieuw systeem in te voeren. Meer en meer gaat men er echter van uit dat een nieuw systeem er slechts zal komen door middel van een lang en moeizaam revolutionair proces van overtuigen en winnen. Naarmate een meerderheid gaat beseffen dat het linkse, socialistische project meer voordelen inhoudt voor iedereen, zullen de machtsverhoudingen kunnen omgebogen worden en zal een nieuw systeem ook geleidelijk aan kunnen ingevoerd worden.

Wat volgens François Houtart hiervoor nodig is, is in eerste instantie een fundamentele delegitimering van het kapitalistische systeem, want anders kan elke kritiek in zijn voordeel worden gebruikt. De crisis is hiervoor een uitgelezen moment: het kapitalisme bewijst dat het niet in staat is om zelfs in de minimale behoeften van mensen te voorzien. De reddingsoperatie van dit ogenblik kost honderden miljarden dollar of euro die eens te meer door gewone mensen zullen betaald worden, in de vorm van kortingen op hun loon en op sociale voorzieningen.

Het postkapitalisme wordt op die manier wel een project voor de lange termijn. Het komt er op neer de economie weer in de maatschappij te verankeren, zoals ook Polanyi het stelt. Het is de manier waarop de samenleving weer greep kan krijgen op de markt en op het economisch systeem, dat bepalend is voor het resultaat van het postkapitalistisch project. Het gaat dus minder om de omkering van de eigendomsverhoudingen, dan om de omkering van de economische logica en om de maatschappelijke controle. Ook een kapitalistische staat kan immers overheidsbedrijven in een kapitalistische logica laten werken, terwijl een socialistische staat elke concurrentie kan uitsluiten en bedrijven zonder democratische inspraak en zonder enige doelmatigheid kan laten werken.

Het tijdsperspectief

Enkele maanden geleden gaf ik hier de visie van Immanuel Wallerstein weer en het belang dat hij hecht aan een duidelijk tijdsperspectief. Volgens Wallerstein zijn de acties voor de korte en de middellange termijn verschillend, maar even belangrijk als het perspectief op lange termijn. François Houtart is het daarmee eens en ziet op lange termijn duidelijk een overwinning op het kapitalisme, iets wat hij als ‘noodzakelijke utopie’ aanduidt. Dit is geen utopie die onhaalbaar is, maar wel een doelstelling die beantwoordt aan de collectieve verlangens van de meerderheid. Op lange termijn is dit doel dus duidelijk verschillend van dat van de neokeynesianen.

Op korte termijn echter kunnen neokeynesianen en postkapitalisten samenwerken. Dit is wat Wallerstein de keuze van het ‘minste kwaad’ noemt. Op korte termijn kunnen maatregelen genomen worden die kleine stapjes vooruit betekenen en in de richting gaan van het doel op lange termijn. Op middellange termijn zullen neokeynesianen en postkapitalisten vaker van mening verschillen maar ze kunnen toch nog samenwerken, afhankelijk van de richting die met de hervormingen wordt uitgegaan. Het is niet voldoende om alternatieven bij elkaar op te tellen, ze moeten tot een convergentie leiden.

Hoe dan ook zal, in een postkapitalistisch perspectief, moeten gewerkt worden aan het onttrekken van een groot aantal producten aan de markt (sociale voorzieningen) – hoewel dat niet noodzakelijkerwijs moet betekenen dat die goederenproductie ook voor honderd procent in overheidshanden zijn (zie het Belgisch onderwijssysteem of de gezondheidszorg) – , aan het reorganiseren van de productie- en consumptiepatronen, aan een herdefiniëring van arbeid, aan een verandering van de Noord-Zuidrelaties, enz.

Dit economisch project kan uiteraard niet zonder politiek alternatief. Vandaar dat ook de staat een nieuwe functie moet krijgen als garant voor het bereiken van de maatschappelijke en ecologische doelstellingen. De internationale instellingen zullen versterkt en gedemocratiseerd moeten worden, het internationaal recht moet verder ontwikkeld worden.

Houtart verwijst hier naar Holloway die met zijn boek ‘How to change society without taking power’ heel wat succes heeft geboekt. Het klopt ook, zo stelt Houtart dat de machtsverhoudingen moeten veranderen en dat autoritaire instellingen moeten verdwijnen. Bovendien moet ‘politiek’ veel breder worden ingevuld om zo veel mogelijk mensen te laten participeren in de besluitvorming. Maatschappelijke verandering is veel meer dan het nemen van politieke macht. Toch mogen we niet de illusie hebben dat de politiek kan uitgeschakeld worden en dat alles met consensus zal worden beslist. De depolitisering die zo eigen is aan het neoliberale project moet juist worden tegengegaan en daarom moet de overheid ook voldoende macht behouden om de noodzakelijke hervormingen door te voeren. Sociale bewegingen en politieke organisaties moeten elkaar aanvullen en kunnen samenwerken.

Dit postkapitalistisch perspectief toont in eerste instantie aan dat het belangrijk is om op korte termijn ook bezig te zijn met politiek en met hervormingen die niet meteen een radicale verandering zullen inluiden, maar die wel een stapje in de richting kunnen zijn van de langetermijnutopie. Hier denken Houtart en Wallerstein dezelfde richting. Bovendien wordt aangetoond dat ook met neokeynesianen een heel eind weg samen kan afgelegd worden. Dat versterkt de noodzakelijke meerderheid om beslissingen te nemen en vergemakkelijkt de opdracht. De langetermijndoelstellingen blijven fundamenteel verschillend en dat mag nooit uit het oog worden verloren. Tenslotte is het van belang om te wijzen op de noodzakelijke omkering van de economische logica. De economie weer inbedden in de maatschappij is van fundamenteel belang voor economische democratie en juist dat toont aan dat niet enkel de eigendomsverhoudingen doorslaggevend zijn. De winst- en accumulatielogica moet verdwijnen, concurrentie is niet per definitie verwerpelijk, de maatschappelijke en ecologische behoeften staan voorop. Op deze manier kan rekening worden gehouden met de mislukkingen van het vroeger bestaand socialisme en het pad echt worden geëffend voor een ‘socialisme van de 21ste eeuw’.

(Uitpers, nr. 110, 10de jg., juni 2009)

Deel dit artikel

Visited 124 Times, 2 Visits today

Tags :
Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook