Op zoek naar de laatste verborgen indianen in Brazilië

Ineke Holtwijk, Rooksignalen, Op zoek naar de laatste verborgen indianen in Brazilië, Atlas/Amsterdam, 2006, 368 blz. ISBN 90-450-0699-5

Ineke Holtwijk heeft wat met Latijns-Amerika. Niet alleen professioneel, maar ook emotioneel. Dat bewijst ze nogmaals met haar laatste boek ‘Rooksignalen’ waarin ze vanuit Brazilië het lot beschrijft van een uitstervend groepje indianen die op een zeer onzachte manier kennis maken met het moderne Brazilië.

De Nederlandse journaliste Ineke Holtwijk was correspondente Latijns-Amerika voor o.a . Elsevier, De Volkskrant en het NOS-journaal. Vanuit haar standplaats Rio de Janeiro schreef ze reeds eerder haar bekroonde Braziliaanse impressies onder de titel ‘Kannibalen in Rio’. In de afgelopen vijftien jaar heeft ze heel het continent bereisd tot op de meest onherbergzame plekken. Ze trok van Vuurland tot Venezuela en van de Andes tot de Amazone. Niet met een keurige samsonite, maar met een zware rugzak, niet met een luxevoertuig, maar met openbaar vervoer. Daarover schreef ze de zeer mooie bundel reisverhalen over zeer verschillende de Latinomaatschappijen onder de titel ‘Heimwee naar de horizon’.

Dat ze met Brazilië nog niet klaar was bewijst haar laatste vuistdikke “Rooksignalen”. Op de cover word je aangestaard door een inheemse vrouw die op enkele sieraden na, helemaal naakt is. Zij kijkt wat verbaasd in de camera. Naast haar loopt een kip. Dit boek gaat over ‘de laatste verborgen indianen in Brazilië’. Deze naar mijn gevoel eerder ongelukkige ondertitel klinkt wat clichématig en zelfs sensationeel en beantwoordt helemaal niet aan de inhoud van dit boek. Waarover gaat het?

In 1995 leest Holtwijk in O Estado de São Paulo het verhaal over de ontdekking van een onbekende indianenstam in het Amazonegebied. Het was ergens in de relatief jonge deelstaat Rondônia, die naar Braziliaanse maatsstaven klein, dunbevolkt en dus onbelangrijk was. De Nederlandse journaliste ruikt een verhaal en reist vanuit de grootstad Rio naar het noordelijke Wilde Westen, waar zij contact opneemt met een verantwoordelijke van het staatsbureau voor indianenzaken Funai (Fundação do Indio). Samen met een belegen hippie, de sertanista Marcelo dos Santos – een kruising van een woudloper, een ontdekkingsreiziger, een bureaucraat, een etnograaf en een mensenrechtenactivist – begint zij aan een zoektocht naar die enkele Akuntsu en Kanoê die voortdurend op de vlucht zijn voor de pistoleiros van enkele grootgrondbezitters die aan een kaalslag van de bosrijke deelstaat zijn begonnen. Samen met deze incarnatie van Chico Mendes zal zij gedurende tien jaar haar beste journalistieke krachten inzetten om bekend te maken wat er in die Braziliaanse uithoek van de wereld gebeurt.

In Rondônia ontmoeten twee werelden elkaar: de ruwe kolonisten die de moderniteit binnenbrengen – lees: uitgestrekte sojavelden en enorm veestapels in plaats van tropisch regenwoud – en de laatste oerwoudbewoners die als wild uit hun natuurlijke habitat worden verdreven. Daartussen staan de meestal integere Funai-ambtenaren die de laatste indianen proberen te beschermen, maar die daarbij voortdurend het eigen hachje riskeren. “Eigenlijk is het van de gekke,” zegt een Funai-man. “Wij hebben een gerechtelijk bevel, maar we moeten ons gedragen als dieven in de nacht. Wie zijn hier eigenlijk de boeven?” (p. 60)

In dit boek ontpopt de journalist Holtwijk zich bij momenten tot een amateur antropoloog die op een zeer descriptieve, maar ook warme manier schrijft over die enkele mensen met wie zij al die jaren nauw contact houdt. Er komen ook heel wat contemplatieve passages voor in het boek. Holtwijk stelt zich voortdurend vragen. Zij is verbaasd dat de Akuntsu nooit bedanken. “Zou bedanken een teken van zwakte zijn? Of worden geven en krijgen in een minder individualistische samenleving dan de onze anders gewaardeerd? Of zijn hebben en geven niet relevant in deze maatschappij omdat de natuur oneindig is? Het is een winkel waaruit iedereen vrij kan pakken.” (p. 97)

Het boek is tevens een beschrijving van een verdwijnende en een opkomende levenswijze. In de loop van die tien jaar is zij niet alleen getuige van het overlijden en/of verdwijnen van die laatste traditionele indianen, maar tevens van de opkomst van een nieuwe agro-industrie. Als zij in 2005 voor een laatste keer naar Rondônia trekt, verneemt zij niet alleen dat weer enkele Akuntsu en Kanoê gestorven zijn, maar ook dat de Braziliaanse vleesgigant Friboi per jaar voor 1 miljard dollar aan rundsvlees uit Rondônia exporteert.

Met “Rooksignalen” stuurt Holtwijk geëngageerde en goed gedocumenteerde journalistieke rooksignalen uit van een traditionele leefwereld die zij in een mum van tijd voor haar ogen ziet verdwijnen.

(Uitpers, nr. 92, 9de jg., december 2007)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=460816&refsource=uitpers

Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).