Op weg naar een Palestijnse bantoestan

Tegen september 2000, zo heet het, moet de Palestijnse kwestie zijn opgelost en moet er vrede heersen in het Midden Oosten. President Bill Clinton, zo weten commentatoren, zou zijn ten einde lopend presidentschap met glans willen afsluiten en de geschiedenis willen ingaan als de man die een einde maakte aan één van de oudste en hardnekkigste conflicten in de wereld. En de oude en zieke Palestijnse president Yasser Arafat lijkt bereid Clinton te helpen. Hij wil in zijn nadagen worden geboekstaafd als de stichter van een Palestijnse staat, ook al is dat maar een totalitaire bantoestan. Een echte oplossing is wat anders.


 


Arafat zal wellicht wel zijn “Arafatstan” krijgen of hem zelf, tot groot genoegen van Israël, de Verenigde Staten en Europa, uitroepen, maar de problemen in het Midden Oosten zullen in september 2000 zeker niet tot het verleden gaan behoren. De Israëli’s zijn, zoals ze elke dag opnieuw bewijzen, meesters in vertragingstechnieken en in het uithollen van elke overeenkomst. De akkoorden van Oslo van september 1993 zijn nooit volledig uitgevoerd. Elk nieuw akkoord en elke nieuwe onderhandeling betekent een nieuwe afgang voor de Palestijnen. Neem bij voorbeeld de vrije doorgang tussen de Gaza-strook en de westelijke Jordaanoever. Officieel is die er nu na veel trekken en duwen, maar in feite bestaat hij niet, al was het alleen maar omdat de Palestijnen die hem willen gebruiken een doorgangsbewijs van de Israëli’s moeten krijgen. En in overeenkomst van Sjarm-el-Sjeik van 4 september 1999, liet Arafat zich weer in de luren leggen door de echte onderhandelingen over een definitieve oplossing te laten voorafgaan door vijf maanden durende onderhandelingen, tot 13 februari 2000, over een raamakkoord voor het definitieve onderhandelingsproces. Geen zinnig mens gelooft dat dit overbodige raamakkoord – de te onderhandelen problemen zijn bekend – tijdig klaar zal zijn.


Het jaar 2000 is ook een verkiezingsjaar in de Verenigde Staten. Een jaar waarin niemand, noch Democraten noch Republikeinen, in botsing wil komen met de joodse lobby. En waarin Washington traditioneel Israël geen strobreed in de weg legt, integendeel zelfs op al zijn eisen vooruitloopt. Clinton zelf, zo kan men argumenteren, heeft niets meer te verliezen want hij kan na twee ambtstermijnen niet meer worden herkozen, en zou dus kunnen doorduwen. Maar dat zouden zijn eigen Democraten hem niet in dank afnemen. En hij zou de kansen van zijn echtgenote Hillary op een senaatszetel in New York regelrecht de grond inboren.


Desalniettemin zijn er overal grote maneuvers aan de gang, die wijzen op beweging in het vredesproces. Dat vredesproces werd eigenlijk als doekje voor het bloeden eind oktober 1991 aangevat in Madrid, om iets te doen voor de Arabieren die deel hadden uitgemaakt van de Amerikaanse coalitie die Koeweit bevrijdde van de Iraakse bezetting. Waarbij die Aabieren erop wezen dat ook Israël andermans gebied bezette.


Solidariteit doorbroken



De Arabische solidariteit op de conferentie werd door Arafat verbroken toen hij op eigen houtje, achter de rug van zijn eigen onderhandelaars, met de Israëli’s ging praten in Oslo met als resultaat een aparte deal in 1993 die in mei 1999 tot een definitief akkoord tussen Israëli’s en Palestijnen had moeten leiden. Van dat moment af was het ieder voor zich. Jordanië kon aldus in 1994 een apart vredesverdrag met Israël sluiten, met teruggave van alle bezet Jordaans gebied (in theorie althans want de Israëli’s zijn er nog steeds, zij het formeel onder Jordaanse souvereiniteit). Syrië ging voluit voor de hele Golan. De Palestijnen daarentegen gingen van de ene ontgoocheling naar de andere en dreigen door Arafats verbreken van de solidariteit een enorm zware territoriale prijs te zullen betalen.


Toen in Israël, na de verkiezingen van mei 1996, de uiterst-rechtse Likoed-leider Benyamin Netanyahu aan de macht kwam, zette die gewoon het hele vredesproces stop. Onder zware Amerikaanse druk sloot hij in oktober 1998 in het Amerikaanse Wye River nog een akkoord met Arafat om vroegere overeenkomsten uit te voeren. Eens het akkoord onder internationaal gejubel ondertekend, besloot Netanyahu het aan zijn laars te lappen. De opluchting was dan ook groot toen de leider van de Arbeiderspartij, Ehud Barak, Netanyahu versloeg in de verkiezingen van mei 1999.


Maar of die opluchting terecht was, valt nog te bezien, zeker voor de Palestijnen. Barak heeft immers de oude Israëlische theorie terug opgediept dat het Palestijnse probleem niet de kern van het probleem in het Midden Oosten is, maar vrede met alle buren. Eens Israël vredesakkoorden met elk van zijn buren heeft kan het de Palestijnen met een kluitje in het riet sturen. En dat is nu aan het gebeuren. Vandaar de nadruk die Barak van meetaf aan legde op vrede met Syrië, die dan automatisch zal worden gevolgd door vrede met een Libanon dat door Damascus wordt gecontroleerd. Het klimaat werd gezet door de lovende woorden die de Syrische president Hafez al-Assad en Barak voor elkaar over hadden onmiddellijk na de verkiezingen.


Het enige probleem is dat Assad zijn hele Golan terug wil, dit wil zeggen evenveel krijgen als Egypte, dat in het kader van zijn vredesverdrag met Israël uit 1979 over een periode van drie jaar de hele Sinaï recupereerde. Dat ligt in Israël nog gevoelig, maar vrijwel iedereen beseft er dat vrede met Syrië slechts mogelijk is mits volledige terugtrekking. Het is geen toeval dat de Derde Weg, een partij die speciaal werd opgericht om de Golan te verdedigen bij de jongste Israëlische verkiezingen van de kaart werd geveegd. Nog gevoeliger ligt de Syrische eis dat Israël het principe van die volledige terugtrekking, die door wijlen premier Yitzhak Rabin zou zijn beloofd, aanvaardt als startpunt voor nieuwe onderhandelingen. Het zal nog enige tijd duren vooraleer er een formule wordt gevonden waaronder Israël zonder veel gezichtsverlies opnieuw aan de onderhandelingstafel kan gaan zitten. Maar het heeft weinig keus: de eveneens oude en zieke Syrische president is niet van plan zijn nagedachtenis te laten besmeuren als de man die stukken van de Golan opgaf. Hij heeft nog steeds een geducht leger zodat hij militair niet onder druk kan worden gezet. En hij is onaantastbaar door het Westen zolang hij formeel lid blijft van de anti-Iraakse coalitie. Het Golan-offer heeft echter grote voordelen: elke druk van buiten valt weg en Israël heeft vrij spel in heel Palestina.


Stukken en brokken voor Arafat



De enigen die een zware rekening zullen gepresenteerd krijgen zijn de Palestijnen. De Gaza-strook en de westelijke Jordaanoever vormen slechts 20% van het historische Palestina. En van die gebieden zal Arafat in het allerbeste geval slechts 41 % kunnen krijgen. Of nog geen 10% van heel Palestina. En dit dan nog in stukken en brokken zoals destijds de zogenaamd onafhankelijke bantoestans in het Zuid-Afrika van de apartheid er uit zagen. De Palestijnse president pretendeert nog steeds alle bezette gebieden, Oost-Jeruzalem incluis, te kunnen terugkrijgen. Maar sedert hij in 1993 de Oslo-akkoorden sloot heeft hij grote delen van de westelijke Jordaanoever en in Gaza zonder veel protest laten koloniseren. In geen enkel deelakkoord met Israël heeft hij de stopzetting van de kolonisatie laten opnemen. En toen zijn onderhandelaars er na jaren lange strijd in geslaagd waren eindelijk de ondertekenaars van de Geneefse Conventies in juli 1999 bijeen te krijgen in Genève om de kolonisatiepolitiek formeel te doen veroordelen als strijdig met die conventies, blies Arafat als “gebaar van goede wil” de conferentie af na de openingszitting.


Inmiddels hebben zich in de bezette gebieden een klein half miljoen Israëli’s gevestigd. Geen enkele Israëlische politicus is in staat die daar weg te halen. Het gaat ook in tegen het minimumprogramma dat Likoed en de Arbeidspartij enkele jaren geleden overeenkwamen: geen terugtrekking naar de grenzen van 1967, Jerusalem blijft voor eeuwig de ene en onverdeelbare hoofdstad van Israël, geen ontmanteling van de kolonies, geen terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen???


Als Israëli’s en Palestijnen dagen, weken, soms maanden nodig hebben om akkoord te geraken over details, dan is het duidelijk dat de fundamentele problemen gewoonweg geen kans hebben om opgelost te raken. Arafat kan dan zijn “dreigement” om een Palestijnse staat uit te roepen eind dit jaar uitvoeren. Israël, de Verenigde Staten en Europa zullen daar zeer gelukkig mee zijn en die staat zeker erkennen. Want dan zijn alle andere problemen ten eeuwigen dage uitgesteld. Laat Arafat maar despoot spelen over de brokstukken die hij Palestina wil heten, die op elk moment van de buitenwereld kunnen worden afgegrendeld en die afhankelijk zullen zijn van de internationale liefdadigheid.


Arafat lijkt daar wel iets in te zien en is al begonnen maatregelen te treffen om elk verzet tegen de bantoestanisering te breken. Hafez al-Assad die nooit goede maatjes is geweest met Arafat, heeft zijn handen van de Palestijnse kwestie afgetrokken sedert de Palestijnse leider bewust de Arabische solidariteit doorbrak in 1993. Sedert hij perspectief heeft op zijn eigen regeling met Israël steunt hij ook de in Syrië en Libanon verblijvende oppositie niet meer. Hij liet ze deze zomer weten dat wat hem betreft de militaire strijd met Israël voorbij is en dat ze maar politieke strijd moet voeren.


Dit heeft in augustus geleid tot onderhandelingen tussen Arafat en de linkervleugel van de Palestijnse beweging, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) van George Habasj en het Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) van Nayef Hawatmeh. Enkele vooraanstaande leden van die bewegingen kregen zelfs van Israël toelating naar de bezette gebieden terug te keren. De groepen zeggen officieel dat ze door hun aanwezigheid een uitverkoop in de onderhandelingen over een definitieve oplossing door Arafat willen beletten. Het ziet er meer naar uit dat ze, nu ze de steun van Syrië kwijt zijn, hun deel van de buit (de honderden miljoenen dollar buitenlandse hulp aan de Palestijnen, die “verdwijnen”) willen. Vandaar dat ze de terugkeer van Arafat naar de kampen in Libanon dit jaar niet hebben belet, maar zelfs vergemakkelijkt. Zo hebben in juni een paar honderd door Arafat betaalde militieleden het grote kamp Ain al-Helweh in Zuid-Libanon overgenomen, een kamp waar Arafat wordt uitgespuwd om zijn “verraad” van 1993.


In dezelfde optiek van het breken van elk verzet tegen Arafats uitverkoop is het gecoördineerde offensief tegen de islamitische verzetsbeweging Hamas door Israël, de Palestijnse Autoriteit en Jordanië te zien. In Jordanië liet de nieuwe koning Abdullah onder Amerikaanse druk de kantoren van Hamas sluiten en de leiders van de beweging arresteren. Tot grote woede van de lokale Moslim-Broederschap, die steeds een steunpilaar van de monarchie is geweest. Abdullah ging dan ook een confrontatie uit de weg door de voornaamste leiders, nochtans Jordaanse staatsburgers, in ballingschap naar Qatar te sturen.


Kortom, een Palestijnse staat ligt in het verschiet, zij het een machteloos, hulpbehoevend en versnipperd staatje, waarin de elite slechts zal kunnen overleven door harde repressie en strenge beperking van de vrijheid van mening. Maar dat, ondanks het gebrek aan democratie en de talloze schendingen van de mensenrechten, met westerse lof zal worden overspoeld. We staan ver van Arafats ideaal van een democratische staat in heel Palestina.