Oost-Jerulalem wordt snel gede-Palestiniseerd

Oost-Jeruzalem is dit jaar uitgeroepen door Unesco tot de Culturele Arabische stad van 2009. De bedoeling is dat er naar aanleiding hiervan veel activiteiten gaan plaatsvinden. Maar het is geen feest in Jeruzalem: de activiteiten die ik waarneem zijn meer en meer uitzettingsbevelen en huisvernietigingsorders.

Ik heb al een keer geschreven over het lot van de familie Al Kurd uit de Jeruzalemse wijk Sheikh Jarrah. Een korte samenvatting. De familie Al Kurd is een familie die in 1948 gevlucht is uit Jaffa, en sinds 1956 in dit gedeelte van de stad woont.

Hun huis was gebouwd als deel van een project dat gebouwd is door de Jordaanse regering in coöperatie met UNRWA (United Nations Relief and Work Association), het departement van de Verenigde Naties dat verantwoordelijk is voor de Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten.

Er werden 28 huizen gebouwd voor 28 families die gevlucht waren na 1948, de meesten uit Jaffa, Ramle en andere dorpen in wat nu Israël is. De afspraak was dat de families binnen drie jaar de formele huisbezitters zouden worden als ze hun rechten op voedsel van UNWRA op zouden geven.

Kort na de oorlog van 1967 claimden twee joodse groepen, genaamd de Oriental Joodse Associatie en de Knesseth Yisraël Associatie, dat zij de rechtmatige bezitters waren van het land waarop de 28 huizen gebouwd waren. In 1972 lukte het hen om dit land (28 dunum) te registreren op naam van de associaties bij het Israëlische landregistratiebureau. In 1982 werden de families aangeklaagd door de twee Joodse associaties, de aanklacht luidde dat ze onrechtmatig in hun huizen woonden.

(foto Trees Kosterman)

De families namen een advocaat aan, Tosya Cohen, die, zonder dat de families daarvan op de hoogte waren, een overeenkomst aanging met de joodse groepen. In deze overeenkomst erkende hij het recht van het joodse eigendom op het land en in ruil daarvoor zouden de 28 families de status van ‘beschermde inwoners’ krijgen. Dit hield in dat de families voorlopig daar konden blijven wonen, maar wel huur moesten gaan

betalen aan de settlers. Hier hadden de families niets aan, dus men accepteerde dit verdrag niet en men ontsloeg de advocaat. Ook weigerden de families om de huur te betalen, waarop een paar families uitzettingsbevelen uitgereikt kregen, waaronder de familie Al Kurd.

In 2006, na veel onderzoek en legale acties, werd duidelijk dat dit land niet van de joodse groepen was. De nieuw aangenomen advocaat die de rechten van de 28 families moest verdedigen, mr.Houssni Abbu Hussein, schreef een petitie naar het departement van landregistratie waarin hij eiste dat de registratie van land op naam van de twee joodse groepen in 1972, ongedaan gemaakt zou worden. Deze registratie werd in november 2006 ongedaan gemaakt, maar men weigerde om de families als eigenaars te registreren. Dit was duidelijk een politieke beslissing.

Ook werd deze registratie niet erkend door de rechtbank die de uitzettingsorders jaren eerder bevolen had. De families gingen naar het hooggerechtshof, om nogmaals een order aan te vragen om de registratie van de joodse groepen ongedaan te maken. Dit gebeurde niet.

Het uitzettingsbevel van de familie Al Kurd bleef van kracht. Het werd ook duidelijk dat dit uitzettingsbevel gebaseerd was op de onrechtmatige overeenkomst in 1982 tussen de advocaat Cohen met de Joodse groepen. De Israëlische rechtbank deed niets met al het nieuwe bewijsmateriaal.

De twee Joodse groepen verkochten het land aan een investeringsmaatschappij van kolonisten, genaamd Nahlat Shemoun. In februari kwam deze maatschappij met een voorstel voor een project, dat voorgelegd werd aan de gemeente van Jeruzalem. Dit project houdt in dat de 28 huizen van de 28 families vernietigd worden en op het land dat daardoor vrijkomt worden 200 appartementen voor de settlers gebouwd om nieuwe joodse emigranten te huisvesten.

In 2001 werd er in het huis van de familie Al Kurd ingebroken door een groep settlers, en sinsdien zijn ze in het huis van de familie blijven wonen. Het leven van de familie werd sindsdien een hel.

Op 16 juli 2008 kreeg de familie een uitzettingsorder, en op 9 November 2008 om 4 uur ‘s ochtend zijn ze daadwerkelijk uit hun huis gezet. Twee weken later is Abu Kamel, meneer Al Kurd overleden. Um Kamel, mevr. Al Kurd, leeft sindsdien in een tent dicht bij haar huis.Op 11,12,en 13 November kreeg de familie Al Kurd drie orders van de gemeente Jeruzalem om de tent neer te halen en hoge boetes te betalen De tent is sindsdien al zes keer neergehaald door de Israëlische politie .

In Juli 2008 kreeg ook de familie Hanoun een uitzettingsorder. Zij zijn een van de 28 families. Deze gaf daar geen gehoor aan. Deze familie leeft met 17 mensen in hun huis. In de loop van de jaren is er wat aangebouwd. Maher Mahoun, de vader van de familie werd daarop gearresteerd, en kreeg een gevangenisstraf van 3 maanden. Op het moment is hen bevolen om binnen 21 dagen hun huis waar ze al meer dan 45 jaar in leven, te verlaten.

Op 6 November 2008 kreeg de familie Sabbagh een uitzettingorder. De Sabbagh familie bestaat uit 50 personen, waarvan meer dan de helft kinderen. Ook zij moeten aan het eind van de maand hun huis verlaten. Ze weten niet waar naartoe.

Op dit moment hebben 88 huizen in de wijk Silwan een vernietigingsorder ontvangen, ook in andere wijken zoals Abu Tor, Abu Sya, Azarya staan er verschillende huizen op de lijst om afgebroken te worden. Andere Palestijnse families worden uit hun huizen verdreven. De ont-Palestinisering van Jeruzalem gaat erg snel deze dagen en er moet een halt hieraan toegeroepen worden.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

Voor meer informatie zie de website van de coalitie van Jeruzalem, een netwerk van allerlei organizaties http://coalitionforJeruzalem.blogspot.com/

Een andere website is die van The Committee agaisnt house demolitions http://www.icahd.org/eng/ .

(Visited 7 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 99 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook