Oorlogstransporten door België

Is België nu stilzwijgend of actief medeplichtig aan de oorlog? Als de NAVO-regels van die aard zijn dat België – zelfs als ons land niet zou willen – verplicht is om mee te doen met de VS dan zijn we "slechts stilzwijgend" medeplichtig. Mochten de transporten echter het gevolg zijn van een duidelijke beslissing van de minister dan zijn we zonder twijfel echt actief betrokken bij deze onwettige en ongewettigde oorlog. Maar medeplichtig is ons land in elk geval.

Er wordt behoorlijk wat mist gespoten rond deze zaak. Premier Verhofstadt legt hierbij trouwens (schijnbaar?) tegenstrijdige verklaringen af: op 17 januari 2003 zegt hij dat de minister van defensie z’n toestemming moet geven voor dergelijke transporten, en op 20 maart zegt hij uitdrukkelijk "hierover is dus nooit een regeringsbeslissing geweest". Het Akkoord over het activeren van een VS-communicatielijn van 1971, dat destijds door Pierre Harmel werd getekend en waar het nu allemaal zou om draaien, is een document dat alleen door een paar ministers zou mogen worden ingekeken? Maar gelukkig voor de democratie kon Greenpeace (www.greenpeace.be) er de hand opleggen(1) en publiceerde ze het op haar website.

Bekijken we het nog ’s van naderbij. Tijdens de parlementaire interpellaties in de plenaire vergadering van 17 januari (www.dekamer.be/history/ip120n04.htm) legt de premier uit, ik citeer: "Bij het openen van een kamp, zoals nu gebeurt, moet de minister van Defensie zijn toestemming geven en bij grotere transporten moet er een permanente communicatielijn geopend worden tussen het Amerikaanse en het Belgische commando en is de toelating nodig van het ministerie van Landsverdediging of Buitenlandse Zaken, naar gelang van de aard van het transport.(2) De basis is dus niet het SOFA-akkoord.(3) De transittransporten maken deel uit van een belangrijke verschuiving van het Europe Command naar het Central Command van het Amerikaanse leger." Einde citaat. Hier zegt premier Vehofstadt dus dat minister Flahaut (PS) de toelating heeft gegeven. M.a.w. het gaat ‘m hier om een politieke beslissing.

Tijdens de zitting van 20 maart 2003 brengt de premier ons echter een nieuw verhaal. Ik neem het verslag letterlijk over. (www.dekamer.be/hisotry/ip128n02.htm) "De regering begrijpt de verontwaardiging van vele landgenoten over de houding van de VS. Deze verontwaardiging kwam ook tot uiting in de regering, maar het betekent niet dat België zich zomaar kan onttrekken aan zijn verdragsverplichtingen. Volgens het akkoord van 19 juli 1971 zijn de VS in tijden van spanning gemachtigd om een communicatielijn te activeren om materieel te transporteren, zoals zij hebben gedaan op 29 januari. Er is hierover dus nooit een regeringsbeslissing geweest. De toestemming van de regering is enkel nodig wanneer men zich niet in een periode van internationale spanning bevindt. Sinds 12 september 2001 bevinden wij ons, aldus de NAVO, in een periode van internationale spanning. Het akkoord blijft van kracht, gezien beide partners gehouden zijn door NAVO-verplichtingen." Einde citaat. Hier zegt de premier dus dat de "spanning" i.v.m 11 september 2001, ons verplicht het akkoord van 1971 automatisch uit te voeren.

Een allereerste vraag die zich onmiddellijk opwerpt is wat de premier bedoelt met "zoals zij hebben gedaan op 29 januari". Gaat het over het activeren van een communicatielijn om materieel te transporteren? Dat lijkt me minstens bijzonder eigenaardig want dat hebben de VS voorheen toch al gedaan, met name de "transporten i.v.m. een belangrijke verschuiving van het Europe Command naar het Central Command". Of gaat het hier specifiek over het instellen van de "tijden van internationale spanning"? De tekst van 1971 die Greenpeace op de website zette (artikel 1 paragraaf 2), zegt dat die toestand begint met de verklaring van een eenvoudige staat van alarm door de militaire NAVO-baas in Europa (SACEUR), of als die "periode van spanning" vroeger zou zijn overeengekomen tussen de twee landen.

Dit zou dan kunnen betekenen dat er twee soorten transporten zijn: die vooraf aan 29 januari – waarvoor er toestemming is geweest van Defensie zoals de premier verklaarde op 17 januari? -, en die van na 29 januari – die dan zouden moeten vallen onder de automatische toepassing van de regels "in tijden van internationale spanning" -. Ook in deze veronderstelling wordt bevestigd wat ik in de inleiding al zei: België is hoe dan ook medeplichtig.

Los van dit alles, blijft er het feit dat de oorlog die de VS en de Groot-Brittannië voeren tegen Irak, op geen enkele rechtsgrond steunt. Het kan toch niet dat in naam van de verplichtingen in het kader van een – oorspronkelijk – verdedigingsbondgenootschap de Verenigde Naties als niet ter zake doende opzij worden geschoven? Internationaal recht staat toch boven afspraken onder landen? In dit kader is van het allergrootste belang dat we de consequenties van het Belgisch NAVO-lidmaatschap grondig herbekijken. Delen van de vredesbeweging zien de NAVO fundamenteel als een instrument van VS dominantie in Europa. Deze eigengereide suprematie blijkt vandaag maar al te duidelijk. Ik ben van mening dat het hoog tijd is om dit bondgenootschap te verlaten, dat door het nieuw strategisch concept openlijk omgevormd werd van een zogenaamd verdedigingspact naar een interventiepact (verklaring Washington 28 april 1999). Het treedt nu zogezegd op volgens de principes van de VN, maar niet onder de autoriteit van de VN (d.w.z. de NAVO zal zelf de principes interpreteren, wat de VS vandaag kennelijk aan het doen zijn).

Maar er is meer. In tweede instantie zijn er inderdaad nog een reeks andere opmerkingen. Jan Vande Putte van Greenpeace en Hans Lammerant van Forum voor Vredesactie schreven al in De Standaard van 27 maart dat dit akkoord enkel handelt over de logistieke ondersteuning van Amerikaanse troepen in Duitsland, en dat het enkel van toepassing is op NAVO-operaties. Wat in verband met de VS-aanval tegen Irak niet het geval is. En aangezien bovendien de oorlog tegen Irak ook niets te maken heeft met de "war on terrorism" is de "NAVO-crisissituatie na 11 september", en dus het akkoord van 1971, hier opnieuw niet van toepassing, menen ze. Deze redenering werd ook door Pieter De Crem van de CD&V naar voren gebracht.

Er zijn nog een paar opmerkingen van cruciaal belang. Het kan toch niet dat in een democratie internationale afspraken rond oorlogsopbouw geheim zijn. Meestal meent het "vrije Westen" dat een uitvoerende macht (president of regering) die operationele afspraken geheim houdt voor de wetgevende en controlerende macht (parlement), helemaal niet democratisch is. Vinden we dat ook voor onszelf? Bovendien zegt professor Jan Wauters van de universiteiten Leuven en Antwerpen, dat dit echt ongrondwettelijk is in België. Gelukkig zijn er de vrijbuiters van Greenpeace om de democratie te redden.

Had België nu de kans om nee te zeggen aan die transporten? Ik denk het wel. Inderdaad, totnogtoe heeft de uitleg van de premier mij – en het overgrote deel van de vredesbeweging denk ik – niet van het tegendeel kunnen overtuigen. Er moet dus een politieke grondslag zijn voor de houding van België. Eerst en vooral is er een economisch risico. Naar verluidt is er op onrechtstreekse wijze gealludeerd op mogelijke gevolgen, waarbij Noord-Amerikaanse patriottische ondernemers wel ’s eventuele plannen voor investeringen in België zouden durven herbekijken, in het licht van het anti-oorlogsdiscours van België. We weten bovendien dat sedert de gebeurtenissen van 11 september de Antwerpse haven een "certificaat van veiligheid" krijgt van de VS voor het transatlantisch vervoer van containers. Laten we ons maar rustig de vraag stellen wat voor een bondgenoot zijn vrienden tot trouw moet dwingen via economische dreigementen. En zullen onze toekomstige handelsrelaties nog meer worden bedreigd door een Belgische verzuchting om het internationaal recht te volgen, tegenover de volgende preventieve oorlogen van de VS? Zijn wij, als democraten, bereid om ons te blijven laten gijzelen?

Een ander vaak gehoord argument betreft het mogelijk isolement van België in de Europese Unie en in de NAVO. Parijs en Berlijn zouden hun politieke anti-oorlogshouding helemaal niet willen onderbouwen met concrete weigeringen aan Washington om haar militair materieel naar de oorlogszone te vervoeren, of het luchtruim niet open te stellen. Kwestie van geen onoverbrugbare breuk te creëren. En aangezien België altijd nauw heeft overlegd in deze zaak met Duitsland en Frankrijk, is het logisch ook nu hetzelfde standpunt te delen. Als dat de afweging is van de premier, dan komen we in een heel ander domein terecht dan dat van een "automatische verplichting". Hier komen we opnieuw bij de politieke perversiteit van ons NAVO-lidmaatschap. En daar kent u mijn mening: België uit de NAVO.

(Uitpers, nr. 41, 4de jg., april 2003)

 

(1)Voordien heeft "Het Journaal" van Mark Grammens reeds dit Akkoord becommentarieerd (zie Diogenes 44 van 14/03/03 van JP Everaerts)
(2) Ik denk dat men hier bedoelt of het om transport over land gaat, dan wel over luchtvervoer. Voor het eerste zou de minister van Defensie bevoegd zijn, voor het tweede die van Buitenlandse Zaken
(3) voor zover ik (inderhaast) kon achterhalen zou SOFA staan voor het Status of Forces Agreement van 1951

Deel dit artikel

Visited 121 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook