Oorlog maakt McCarthy springlevend

«Nog nooit hebben we een dergelijke onbeschaamde, om niet te zeggen schandalige, medeplichtigheid gehad tussen de tv-journaals en de stormloop naar de oorlog van deze regering», schrijft Edward Said in de jongste Monde Diplomatique (maart 2003).

Deze hoogleraar aan Columbia University stelt vast hoe het Amerikaanse publiek vooral via tv gehersenspoeld wordt. Hoe de tv-antennes worden ingenomen door gewezen militairen en andere zogenaamde experts van het Midden Oosten die vaak de regio nog nooit bezocht hebben en zeker geen enkele taal uit die regio spreken. Maar onveranderd beklemtonen ze de noodzaak Irak te bevrijden om de Amerikanen te behoeden voor nieuwe terreuraanslagen.

Angst aanjagen maakt inderdaad deel uit van het arsenaal waarmee de publieke opinie in de VS wordt geconditioneerd – gelukkig biedt een belangrijk deel van de Amerikanen weerstand aan deze aantasting van de hersenen.

Maar de campagne van het oorlogskamp gaat ook gepaard met een in n aam van het patriottisme gevoerde heksenjacht. Die roept in veel opzichten herinneringen op aan de jaren van senator Joseph McCarthy. Die riep bij het begin van de Koude Oorlog dat de communistische vijand binnendrong in de Amerikaanse samenleving om ze van binnenuit te ondermijnen, onder meer door hoge posten in te nemen. Er werd een grootscheepse heksenjacht ontketend, in de periode 1947 tot 1957 werden in de VS 4.765.705 mensen ondervraagd over hun vermeende banden met het communisme. Mensen werden tot zelfmoord gedreven, tot gevangenisstraf veroordeeld en vooral gebroodroofd. Al wie kritiek dierf uitbrengen op de American way of life en het Amerikaans buitenlands beleid, maakte zichzelf verdacht. Want dat waren duidelijk geen goede patriotten.

Diezelfde sfeer steekt onder Bush weer de kop op. Vooral na de aanslagen van 11 september heerste en klimaat waarin Bush’ uitspraak dat wie niet met ons is, tegen ons is, ook in de VS zelf wordt gebruikt. De grote meerderheid van de Amerikaanse media volgt wat in het eerste nummer van Uitpers stond, de media zijn volgzaam en bloeddorstig. Zij laten zich gewillig gebruiken voor een campagne van desinformatie waarin zeker geen plaats is voor ‘geschiedenis’. Geen verwijzingen naar de Amerikaanse steun die Saddam Hoessein jarenlang genoot. Said onderstreept trouwens hoe radicaal rechts neerkijkt op al wat geschiedenis is, tenzij stukken bijgewerkte geschiedenis ter meerdere eer en glorie van Gods own country waarop de huidige regeerders hun strategie baseren – God is inderdaad alom aanwezig in de projecten van de oorlogsstokers. Nochtans zijn de specialisten terzake, namelijk de kerkleiders, tegen hun oorlogsstrategie gekant. Maar het Witte Huis kent Gods plannen beter dan die kerkleiders.

De strategie van de oorlog is simpel: de planetaire dominantie. En die is niet uitgewerkt na 11 september 2001, want ze staat al duidelijk te lezen in platforms van 1997 en 2000 op de website www.newamericancentury.org.

Patriotic Act

De VS hebben intussen een wettelijk kader om on-Amerikaanse activiteiten aan banden te leggen. In de nasleep van 11 september keurden Senaat en Huis van afgevaardigden de USA Patriotic Act goed waarbij FBI en andere ordehandhavers uitgebreidere bevoegdheden krijgen. Oudgedienden van geheime operaties, zoals John Poindexter van het Iran-Contra schandaal, kregen de bevoegdheid het reilen en zeilen van alle burgers in de gaten te houden. (Poindexter is veroordeeld voor samenzwering in het schandaal waarbij de VS illegaal wapens leverden aan Iran om er de Contras in Nicaragua mee te financieren).

De "patriotten" willen nu een Patriotic Act II. Die zou moeten toestaan om een persoon gemakkelijker de Amerikaanse nationaliteit te kunnen ontnemen en uit te wijzen. Dat zou kunnen gebeuren door een rechter die oordeelt dat die persoon door zijn gedrag te kennen heeft gegeven niet langer Amerikaan te willen of kunnen zijn. Ze streven er tevens naar beperkingen bij het bespioneren van eigen burgers op te heffen. Personen opgepakt in het kader van terreurbestrijding zullen geen enkele aanspraak meer kunnen maken op de Freedom of Information Act die burgers toegang verschaft tot officiële documenten.

Ondanks de enorme draagwijdte van deze Patriotic Act II bewaart het grootste deel van de Amerikaanse media daarover het stilzwijgen. Nochtans doet de behandeling van de bijna duizend gevangen op de legerbasis van Guantanamo het ergste vrezen. Het is natuurlijk allemaal niet zo interessant als Monica Lewinsky.

(Zie ook ‘Propaganda in oorlogstijd. Gesprek met Anne Morelli’, Uitpers november 2001 en ‘George Bush en de elementaire principes van de oorlogspropaganda’ in dit nummer.
‘Media en terreur’, Uitpers december 2001. Amerikaanse en Belgische media in topvorm. Uitpers november 2002.)

(Uitpers, nr. 40, 4de jg., maart 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook