Oorlog en vrede in Centraal Amerika

Dirk Kruijt, Guerrillas, War and Peace in Central America, Zed Books, London & New York, 2008, 248 blz., ISBN 9781842777398

Bijna dertig jaar nadat het Sandinistische FSLN zegevierend Managua binnnentrok verschijnt ‘Guerrillas’ van Dirk Kruijt. Deze Nederlandse ontwikkelingssocioloog schrijft in het Engels over Centraal Amerika, een regio waarin hij zich al twintig jaar ‘thuis’ voelt. Ook Suriname is hem niet onbekend. Samen met Marion Maks publiceerde hij in 2004 het veelbesproken rapport ‘Een belaste relatie, 25 jaar ontwikkelingssamenwerking Nederland Suriname’. Kruijt is geen passant zoals Salman Rushdie die in 1987 na een blitsbezoek van enkele weken aan Nicaragua ‘The Jaguar Smile’ schreef, maar een jarenlange bewoner en veelvuldige bezoeker van de regio. Op die manier kan Kruijt een insider’s view ontwikkelen, schrijft de Guatemalteekse sociale wetenschapper Edelberto Torres-Rivas zeer terecht in zijn voorwoord.

Guerrillas is een studie over utopieën en dystopieën van een volledige Centraal-Amerikaanse generatie en haar leiders: hun aspiraties en idealen, dromen en verwezenlijkingen, trots en schaamte, successen en mislukkingen, lijden en wanhoop. Kruijt focust op Nicaragua, El Salvador en Guatemala en hun drie belangrijkste guerrillabewegingen, met name Het FSLN, (Frente Sandinista de Liberación Nacional), het FMLN (Frente Farabundo Martí de Liberación Nacional) en de URNG (Unidad Revolucionaria Nacional Guatemalteca). Daarvoor maakt de auteur uitvoerig gebruik van primaire bronnen, van ongepubliceerde privé archieven, van wetenschappelijke studies, overheidsrapporten en memoires. Daarnaast wendde Kruijt ook heel wat secundaire bronnen aan, waaronder interviews met andere onderzoekers en journalisten. Het leeuwenaandeel bestaat uit retroperspectieve interviews – meer dan negentig ! – met guerrillaleiders en politieke en diplomatieke leden van de dirección general. Tot die secundaire bronnen behoren ook, maar dan in mindere mate, interviews met de tegenpartij en neutrale waarnemers: politici, militairen, onderhandelaars, religieuze leiders en UN-vertegenwoordigers.

Jonge snaken

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken en is niet chronologisch, maar thematisch opgebouwd. In het eerste hoofdstuk Dictators and Civil Wars schetst de auteur de politieke geschiedenis van de dictatuur en de repressie in de drie Centraal-Amerikaanse landen. Het aantal slachtoffers tussen 1970 en 1994 in die drie zeer bloedige burgeroorlogen wordt geschat op 330.000. Dat is niet weinig op een bevolking van ongeveer 15 miljoen inwoners in de jaren tachtig. Costa Rica en Honduras bleven grotendeels buiten het oorlogsgeweld en komen niet, of slechts terloops, in de picture.

In Genesis of a Guerrilla Generation vraagt Kruijt zich af wat de sociale, religieuze en onderwijskundige achtergrond is van de revolutionaire elites. Wie waren hun intellectuele voorbeelden en rolmodellen? Welke ervaringen hebben voeding gegeven aan hun morele en ideologische overtuiging? De meeste comandantes waren jongemannen van amper 25 jaar of zelfs nog jonger zoals in El Salvador. Iemand zoals de Nicaraguaan Tomás Borge, die toen al van middelbare leeftijd was, is een uitzondering. Zij kwamen uit de studentenbeweging, de christelijke sociale actie en de communistische partij. Kruijt illustreert dit door fragmenten uit interviews met Francisco Jovel van het FMLN, Monica Baltodano van het FSLN en Celso Morales van de Guatemalteekse Ejército Guerrillero de los Pobres. De bevrijdingstheologie, het Tweede Vaticaanse concilie (1965), de bisschoppenconferentie van Medellín (1968), maar ook Europese universiteiten met inspirerende figuren als François Houtard (Leuven) en de trotskist Ernest Mandel (Brussel) hebben in de intellectuele vorming van die comandantes zeker ook een rol gespeeld. Onthutsend eerlijk zegt de Nicaraguaanse comandante Jaime Wheelock dat de kennis van het marxisme binnen het Frente bijna nihil was: “Vergeet niet dat de meesten van ons studenten waren en betrokken in de strijd vanaf hun 18 à 19 jaar.”

Caudillismo

In hoofdstuk drie Inside the Guerrilla schetst Kruijt een beeld van de strategieën, de revolutionaire tactieken, de wapentransporten en de financiering die in El Salvador, Guatemala en Nicaragua werden aangewend. Er komen in het boek geen helden aan het woord. Het zijn eerder verhalen van kwetsbare mensen die met veel trial and error strijd voerden. Kruijt wijst onder meer op de bloedige afrekeningen binnen het FMLN waarvan de terechtstelling van de Salvadoraanse dichter Roque Dalton in 1975 één van de bekendste voorbeelden is. Ook de tegenstellingen binnen de Salvadoraanse comandancia general waarvan de gruwelijke moord op comandante Ana Maria, gevolgd door de zelfmoord van comandante Marcial, laat Kruijt niet onbesproken. In dit en vorig hoofdstuk verwijst de auteur uitdrukkelijk naar de zeer autoritaire organisatiestructuur van de guerrillabeweging. “Een groepje revolutionairen was de oprichter van zeer kleine politiek-militaire organisaties. Eigenlijk was elke groep een klein koninkrijkje onder leiding van sterke persoonlijkheden: de comandantes-en-jefe.” Kruijt citeert C. Kraus die de groepsdynamiek in het Salvadoraans FPL vergeleek met een messianistisch religieuze cultus. “Minstens drie keer per dag werden alle guerrilleros, militia en sympathisanten verplicht om aan te treden en te roepen: ‘Er is maar een Marcial. Comandante!’ Gedurende meer dan een minuut werd dat refrein herhaald. De guerrilleros beschouwden Marcial als een profeet, niet als een gewoon menselijk wezen.” (p. 61) Het caudillismo is doorgedrongen in alle lagen van de Latijns-Amerikaanse maatschappij, dus ook in de guerrillabeweging.

Hoofdstuk vier Utopia and dystopie gaat uitsluitend over Nicaragua en biedt een unieke inkijk in de op- en neergang van de Sandinistische beweging, zoals geformuleerd door comandantes en vooraanstaande sandinisten van het eerste uur. Het aantal zeer bekende figuren dat Kruijt heeft weten te spreken is zonder meer indrukwekkend: Henry Ruiz, Tomás Borge, Humberto Ortega, Orlando Núñez, Dora María Téllez, Joaquín Cuadra, Victor Hugo Tinoco, José Angel Buitrago, Oscar René Vargas, Victor Tirado, Fernando Cardenal, Miguel d’Escoto, maar ook van de andere kant, Eden Pastora en Joaquín Cuadra Lacayo. De lijst van zijn gesprekpartners is niet volledig. De meest opvallende afwezige is de huidige president Daniel Ortega, die op een weinig revolutionaire, maar eerder opportunistische wijze aan zijn huidige functie is geraakt.

Van oorlog naar vrede

In hoofdstuk vijf Negociations, Peace and Post-war Reintegration onderzoekt Kruijt de vredesbesprekingen in Nicaragua (1989-90), El Salvador (1989-92) en Guatemala (1987-96). Vooral over dat laatste land is de auteur bijzonder goed geïnformeerd, want hij schreef reeds eerder El guerrillero y el general over de ontmoetingen tussen guerrillaleider Rodrigo Asturias en generaal Julio Balconi (zie La Chispa…). In het tweede deel van dit hoofdstuk beschrijft Kruijt de overgang van guerrillaorganisaties naar gewone politieke partijen.

In een laatste hoofdstuk Legacies and Ambivalences probeert de auteur enkele conclusies te trekken. Hoog op de agenda van de drie guerrillabewegingen stond het realiseren van een meer rechtvaardige maatschappij en vermindering van de armoede, maar daarin zijn ze duidelijk niet geslaagd. Kruijt merkt ook op dat de meeste comandantes en hun politieke adviseurs zo in beslag genomen werden door de dagelijkse oorlogvoering dat zij de grote doelstellingen van hun strijd uit het oog verloren. “Het is de soldaat in hen die bovenkwam. Velen bleven hangen bij het uitvoerig toelichten van hun tactiek en militaire beslissingen.” (p. 175) Terloops vermeldt de auteur ook dat een land als Costa Rica, dat geen militaire dictatuur, noch guerrillabewegingen heeft gekend, politiek en economisch veel beter af is dan zijn buurlanden. Kruijt constateert ook dat de oude comandantes weigerachtig waren om hun machtspositie af te staan. De auteur verwijst naar de piñata ná de Sandinistische verkiezingsnederlaag in 1990 waardoor een aantal comandantes zich op een oneigenlijke manier opwerkte tot de economische elite. Hij vermeldt uitdrukkelijk Bayardo Arce, Tomás Borge, Daniel Ortega en Humberto Ortega. Deze laatste is een belangrijk zakenman geworden in Nicaragua en Costa Rica.

Kruijt merkt op dat de doelstellingen waarvoor de guerrilleros de wapens opnamen, met name armoedebestrijding en een stem geven aan onderdrukte bevolkinggroepen, nu in deze beginnende 21ste eeuw via electorale weg gerealiseerd worden door een jongere en gematigder generatie dan die van de comandantes.

Thematisch

Het is de grote verdienste van Kruijt dat hij deze zwaar getroffen regio die in de jaren tachtig wereldactualiteit was, maar nu door de pers verwaarloosd wordt terug onder de aandacht brengt. Zijn ‘terreinkennis’ van Centraal Amerika is groot. De regio ligt hem nauw aan het hart, maar toch slaagt deze sociale wetenschapper erin om een evenwicht te bewaren tussen een onmiskenbare sympathie en een analytische objectiviteit. Kruijt doet als ontwikkelingssocioloog aan orale geschiedschrijving, maar toch verwerkt hij zijn onderzoeksresultaten niet chronologisch, maar thematisch. Dat is de grote sterkte van dit boek. De auteur ‘verknipt’ passages uit de interviewtapes waardoor ze inschuiven in zijn thematische aanpak. Daardoor kan hij zowel algemene lijnen schetsen en verbanden leggen tussen de drie landen, maar door nu en dan een sur place te houden bij het individuele levensverhaal worden de comandantes ook mensen van vlees en bloed. Guerrillas is een boeiend boek waarvan de kracht, paradoxaal genoeg, zit in het niet gebruiken van grote hoeveelheden interviewmateriaal. Bij momenten laat deze werkwijze de lezer op zijn honger zitten, zoals bijvoorbeeld wanneer Kruijt terloops verwijst naar de rol van de Mossad in Guatemala (zie p. 81). Graag méér daarover! Hoeveel monografieën heeft deze man nog in zijn pen zitten?

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=784962&refsource=uitpers

Print Friendly, PDF & Email
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).